De Nederlandse luitspeler en componist Jozef Van Wissem manifesteert zich in meerdere muzikale werelden, die voor hem als uitvoerend muzikant ondanks de verschillen gelijkwaardig zijn. Hij legt in zijn muziek steeds weer nieuwe transculturele verbindingen, op hoog niveau.

STEUN RO

Kunnen wijze maar kwetsbare buitenstaanders blijven overleven terwijl de moderne wereld om hen heen instort? Ik lees deze samenvatting van de film ‘Only Lovers Left Alive’ uit 2013 van de Amerikaanse regisseur Jim Jarmusch en moet denken aan het recent gepubliceerde, alarmerende rapport van het Intergouvernementele Panel voor Klimaatverandering (IPCC) van de Verenigde Naties, waarin de ‘onmiskenbare’ rol van de mens als aanjager van de klimaatcrisis wordt genoemd. De film ‘Only Lovers Left Alive’ verhaalt over een, door de strapatsen van de menselijke soort, gedeprimeerde vampier annex undergroundmuzikant en zijn raadselachtige geliefde en speelt zich af in de verlatenheid van Detroit in de Verenigde Staten en Tangers in Marokko.

De soundtrack van ‘Only Lovers Left Alive’ is van de Nederlandse, parttime in Brooklyn, New York, woonachtige luitspeler Jozef Van Wissem in samenwerking met de rockband SQÜRL, met daarin Jim Jarmusch, Carter Logan en Shane Stoneback. In de muziek zijn oude en moderne geluiden met elkaar verstrengeld in de tijd. Van Wissems avant-barokke luit rijgt zich door een gelaagd klanktapijt van gierende, eenentwintigste-eeuwse gitaar-noise, zware ritmeslagen, meeslepende Marokkaanse ‘Streets Of Tangier’ percussie, veldopnamen en een keur van sonische effecten. East meets West, het oosten ontmoet het westen, en vice versa, in een amalgaam van muzikale kleuren, en met een levende ziel, van Jozef Van Wissem en zijn luit. De musicus is een virtuoos die met verfijnd spel in staat is dromen (en waarschijnlijk ook vampieren) tot leven te wekken. Hij laat zijn muziek vlammen in instrumentale geestdrift, verbindt werelden en koppelt moeiteloos het verleden aan het heden.

De score werd in 2014 wereldwijd op plaat uitgebracht en onderscheiden met een ‘Cannes Soundtrack Award’. Het aantal fysieke kopieën in omloop was echter beperkt. Daar kwam eerder dit jaar verandering in. Het label Sacred Bones bracht in februari eerst een digitale versie van het album uit, een paar maanden later gevolgd door een heruitgave op cd en dubbelelpee.

‘Only Lovers Left Alive’ is niet het enige album dat Jozef Van Wissem met Jim Jarmusch opnam. Andere albums zijn ‘Concerning the Entrance into Eternity’, ‘The Mystery of Heaven’ (met Tilda Swinton), ‘Apokatastasis’ en ‘An Attempt to Draw Aside the Veil’.

De samenwerking tussen de Nederlandse luitist en de Amerikaanse regisseur, acteur en componist begon met een ontmoeting op straat.

Jozef: “Ik was al een tijdje in New York. Ik kwam hem op straat tegen, sprak hem aan en vroeg of hij de luit als instrument interessant vond. Hij reageerde positief en stuurde me later een mail met de vraag of ik iets kon opsturen. We zijn later nog een keer thee gaan drinken. Zo is het begonnen. Vervolgens zijn we samen muziek gaan opnemen. Ik werd ook een soort adviseur van hem, over underground muziek, en gaf hem dingen, zoals mijn favoriete Terry Riley plaat, ‘Shri Camel’. Zo heb ik Jim ontmoet en raakten we bevriend. We zijn regelmatig met nieuwe opnamen bezig en kijken, nu er weer meer mogelijk is, wat er verder gaat gebeuren. Het komende jaar is alles volgeboekt met shows, dingen die in de tussentijd steeds zijn uitgesteld.”

Brooklyn – Rotterdam – Warschau

Jozef Van Wissem speelde dit voorjaar, niet lang na de rerelease van ‘Only Lovers Left Alive’ op de online edition van het Grauzone Festival 2021 (21 & 22 mei). Een maand later was hij in het kader van het ‘Festival Terug Naar Het Begin’ te zien in het middeleeuwse Mauritiuskerkje in het Groningse Marsum. Het waren de eerste optredens na een lange tijd van stilte, een gevolg van de covid-19 pandemie.

De crisis heeft Jozef Van Wissem hard geraakt, of beter gezegd zijn vriendenkring, maar door zijn vrienden ook hem. Hij noemt de afgelopen periode “zwaar”. Twee vrienden in New York maakten een eind aan hun leven, omdat ze, legt hij uit, “er niet niet mee konden omgaan dat er geen super sociaal contact meer mogelijk was. Voor muzikanten is dat een heel heavy ding. Muzikanten spelen voor geld, maar hun identiteit ontlenen ze aan hun contactmomenten. En toen die er niet meer waren, pleegden ze zelfmoord. Dat was de sfeer in New York.”

Als ik hem spreek bevindt hij zich in zijn appartement in Rotterdam. Hij kocht dat toen wonen in Brooklyn lastiger werd door de veranderde visumregels onder president Trump.

Jozef: “Ik ben in 1992 naar New York verhuisd en heb er heel lang gewoond. Maar het leven verandert. Je gaat gewoon naar waar je werk hebt. Ik kreeg iedere drie jaar een nieuw visum. Toen Trump kwam veranderden regelingen. Steeds als ik terugging naar New York, moest ik daar een show hebben. En dat is onmogelijk als je gewoon daar een huis hebt en leeft en zo. Omdat ik steeds in Europa moest optreden, kon ik niet meer de hele tijd op en neer. Ik heb toen een appartementje in Rotterdam aangeschaft. Maar ik vind het leuk om in Nederland te zijn hoor. Mijn ouders wonen hier.”

Hij is als musicus vaak onderweg. Dat maakt een permanente verblijfplaats best wel lastig.

Jozef: “Ja, ik huur dan ook nog een huis in Warschau. Ik zit daar vaak en ga dikwijls naar Rusland en een groot deel van het Oostblok. Ik heb veel vrienden in Warschau. Er hangt een hele goede sfeer en er is een actieve leuke en experimentele scene.”

Goed opgevoed door Laibach

Jozef Van Wissem is een uitmuntend en bezield instrumentalist. Een “tovenaar” wordt hij wel genoemd, de betiteling waar rockjournalisten vaak mee aan komen zetten als het over talentvolle meestermusici gaat (zoals gitarist Gary Lucas, een van de velen met wie Jozef Van Wissem heeft samengewerkt, onder andere op de BV Haast albums ‘Diplopia’ en ‘The Universe Of Absence’, eveneens een “tovenaar”) terwijl een optimale beheersing van een instrument meestal iets is van lang en intensief studeren en hard werken. Daar komt geen tovenarij aan te pas. Wel staat vast dat Jozef Van Wissem “misschien wel de bekendste luitspeler in de westerse wereld” is, zoals website The Quietus scheef. Laat overigens voor de duidelijkheid dat “misschien” maar gewoon weg.

In de jaren tachtig hing Jozef Van Wissem vooral rond in Groningen en de kraakscene daar. Hij baatte er onder andere punk- en kraakkroeg De Klok uit. Maar hij was eveneens te vinden in Amsterdam, in de scene rond het NL Centrum. Het was de tijd van concerten van Foetus, Lydia Lunch, Test Department en Einstürzende Neubauten. En van Laibach, de Sloveense, met controverses omgeven muziekgroep van het kunstenaarscollectief Neue Slowenische Kunst. Jozef Van Wissem was erbij, in het najaar van 1983, toen de groep in Nederland optrad – ‘Laibach – Through The Occupied Netherlands’ – en zag wat een sterk concept vermag.

(Over het NL Centrum gesproken: De luitist ontmoette Foetus’ Jim Thirlwell later nog een keer in New York – ze zouden samen een filmsoundtrack doen. En met Lydia Lunch heeft hij onlangs iets opgenomen voor een Jeffrey Lee Pierce compilatie, de vierde alweer in ‘The Jeffrey Lee Pierce Sessions Project’, waarbij niet eerder uitgebrachte songs van de jong gestorven Gun Club-zanger Jeffrey Lee Pierce (1958-1996) worden opgenomen door oude vrienden, musici die door hem zijn beïnvloed en bewonderaars – uitgangspunt was een muziekcassette met songschetsen van Pierce, die zijn vriend Cypress Grove, een muzikant uit de late Gun Club-fase, bij toeval vond tijdens het opruimen.)

Zijn eerste instrument was, net als van zoveel jonge muzikanten in de roerige muziekjaren tachtig van de vorige eeuw, de gitaar.

Jozef: “Ik ben begonnen met klassieke gitaar. Ik studeerde luitstukken uit de tijd van Shakespeare getranscribeerd voor gitaar. Mijn lerares had een luit. Zij wilde niet dat ik hem aanraakte, het instrument niet uitleggen. Het werd op die manier een beetje een mystiek ding. Ik raakte er erg door geïntrigeerd. Later, toen ik genoeg had van gitaren, van gitaartechniek, herinnerde ik mij dat. Ik zag een advertentie in The Village Voice van een luitleraar, Patrick O’Brien. Daar ben ik op afgegaan. Een interessante man. Hij was een ex-gitarist en leerling van Gary Davis (Blues- en gospelzanger “Blind” Reverend Gary Davis speelde banjo, gitaar en mondharmonica – CCE). Daar komt wat ik doe vandaan, een soort van openheid. Een van de eerste dingen die hij zei: ‘If you want to make your living, you have to write your own material for it.’ Dat opende het voor mij. Ik heb daarnaast nog les gehad, hier in Den Haag, op het conservatorium. Maar dat was zo saai. Ik was al wat ouder, een jaar of dertig. Mijn leraar daar stond niet open voor improvisaties en dergelijke. Nu is dat normaal, maar toen was het not done om te improviseren.”

“Het is belangrijk om eerst een heel sterk idee te hebben en vervolgens vandaar uit kunst of muziek te maken.”

Jozef Van Wissem werd geboren in Maastricht, in een Rooms-Katholiek gezin. Van zijn ouders was vooral zijn moeder katholiek, zijn vader was meer sceptisch. Zelf noemt Jozef Van Wissem zich agnostisch.

(Een agnost laat het wel of niet bestaan van een bovennatuurlijke macht in het midden, omdat wetenschappelijk het bestaan ervan niet bewezen kan worden, maar tegelijkertijd kan er niet bewezen worden dat die niet bestaat. In tegenstelling tot de atheïst die vaak denkt dat de mens het intelligente en daardoor superieure centrum is van het bestaan, erkent de agnost dat er veel dingen zijn die we niet begrijpen, of niet over de mogelijkheid beschikken om die te begrijpen.)

Jozef: “Ik stel me op het punt dat ik het niet weet. Als je afstand bewaart, is het heel gemakkelijk om naar de bronnen te kijken, die te bestuderen. Tenminste als je de bijbel leest, wat een interessant boek is. Ik hou me daar wel mee bezig. Dan lees ik dingen, neem er soms elementen uit, en buig ze bij. Ik probeer nog steeds, heel ouderwets, concept-ideeën te maken, waarin alles met elkaar heeft te maken. En ja, dat is heel erg onhip en niet modern. Ik heb nog steeds het idee, goed opgevoed door Laibach, eigenlijk een beetje door hen geschoold, dat het belangrijk is om eerst een heel sterk idee te hebben en vervolgens vandaar uit kunst of muziek te maken. Dat heb ik van hen meegekregen en is nog steeds wat mij drijft en gaande houdt.”

In het werk van Jozef Van Wissem speelt religie en dan vooral mystiek en symboliek een weerkerende rol. Zo staat hij op de hoesfoto van het album ‘It Is Time For You To Return’, dat in 2014 als een soort introductie tot zijn muziek uitkwam bij het Belgische label Crammed Discs, afgebeeld met een priesterboordje om zijn nek en een groot crucifix op de borst. Op het twee jaar later uitgebrachte ‘When Shall This Bright Day Begin’ zien we de luitist als een soort bedelmonnik met in zijn rechterhand een stevig touw met knopen. Dit laatste kan verwijzen naar een geseltouw, of duiden op de knopen die sommige kloosterbroeders aanbrengen in het touw waarmee zij hun habijt bijeen houden en die de geloften symboliseren van armoede, meditatie en prediking. Het album ‘We Adore You, You Have No Name’ uit 2018 toont de musicus minder expliciet religieus, maar de blik is wel hemelwaarts. In 2020 kwam ‘Ex Mortis’ uit. Het hoesontwerp is donker, zwart als de levende dood zelf, en toont een luit met in de hals de albumtitel gegraveerd.

Dichter bij God

‘Ex Mortis’ is geïnspireerd op het boek ‘Liber specialis gratiae’ (Engels:‘The Book of Gostlye Grace’; Nederlands: ‘Boek der bijzondere genade’) van de Duitse non en mystica Mechthild von Hackeborn en haar mede-zusters, geschreven in de jaren 1290 in Klooster Sankt Marien zu Helfta, een cisterciënzerklooster in het district Helfta van de Lutherstadt Eisleben in Saksen-Anhalt. Het boek beschrijft haar visioenen en de dialoog tussen Mechtild en God. Het toont een intens religieus en zelfs erotisch verlangen om dichter bij God te komen. Jozef Van Wissem schetst met zijn muziek een krachtig en levendig beeld van het hartstochtelijke streven van Mechtild naar een persoonlijke versmelting van de ziel met God, in composities die bewegen tussen traditioneel en modern, ambient en drone, licht en donker. Hij krijgt daarbij steun van voormalig Swans-zangeres Jarboe (‘Vox Populi Vox Dei’ ), de Russische Shortparis zanger Nikolay Komiagin (‘Cold Corpse’) en Swans-drummer, hier percussionist Thor (‘Consume The Sacrifice’).

Jozef: “Ik speelde vaak in kerken, en dan komen er wel geestelijken op je pad. Ik heb vaak hele lange gesprekken met priesters die een kerk beheren en met wie ik over mijn teksten praat. Ik ben erg geïnteresseerd in het leven van mystici. Althans, ik was daar een tijdje mee bezig. Het zorgde de laatste tien jaar voor ideeën in muziek. Ik heb nu echter het idee dat ik weer meer naar een instrumentale plaat wil toewerken, terug naar wat ik eerder deed. De laatste vier platen komen wel uit in een cassettebox. Ze horen bij elkaar. Maar de mystieke dingen verdwijnen wat naar de achtergrond. Als je zingt, moet er publiek zijn. Het is toch een soort dialoog. Er is echter geen publiek meer. Dat is het probleem voor een heleboel mensen in de cultuursector. Hun identiteit verdwijnt door corona. Muzikanten bestaan bij de gratie van hun publiek. En als dan het publiek verdwijnt, heb je geen inkomsten en is er ook die band niet meer. Het praten met mensen over je werk, die hele dialoog met het publiek, die verdwijnt. Ik denk dat er uiteindelijk weinig mensen overblijven. Ik denk dat er veel bands ophouden te bestaan, maar eveneens veel venues, zeg maar alternatieve plekken, zullen verdwijnen. Het wordt een hele enge samenleving. Buiten het gruwelijke van het virus krijgen we nog de fall-out van een soort culturele identiteit.”

Uit de Dood

Tweehonderd jaar lang was de barokluit van de concertpodia verdwenen. Het instrument maakte voor het eerste een comeback tijdens de Duitse Wandervogelbeweging in de jaren twintig van de vorige eeuw. Jozef Van Wissem is in de westerse muziekwereld de musicus bij uitstek die de luit heeft geëmancipeerd en geaccepteerd doen worden in een niet-klassieke setting. Zijn muziek wordt gebruikt in filmsoundtracks, videospelletjes, bij hedendaagse dansvoorstellingen enzovoort. De wedergeboorte van de luit is met Jozef Van Wissem echt een nieuwe fase ingegaan.

Jozef: “De westerse luit is een soort hi-art instrument. Althans, dat hebben academici ervan gemaakt. De Arabische luit, de oud, is een volksinstrument en is altijd onder de mensen gebleven. De barok- en de renaissanceluit zijn geclaimd door een groepje specialisten die vonden dat je daar een theorie op moest loslaten en het instrument op een bepaalde manier moest bespelen. Dat hield de westerse luit in een museum. Daarbuiten is de luit tweehonderdvijftig jaar verdwenen geweest, vanaf 1750 zeg maar. Componisten schreven niet voor luit. Er is niks bekends, niks geschreven, het is gewoon een zwart gat. Later, toen in Duitsland de Wandervogel jeugdbeweging opkwam, werd de luit weer gebruikt door jongeren die vonden dat ze terug naar de natuur moesten gaan en anti-jazz waren. Dat is daarna opgepikt door de Hitlerjugend, met als gevolg die beelden van jongetjes met hakenkruizen bij een kampvuur. Dus ja, de luit was tot een dood instrument gemaakt. Aan de ene kant door de academici. Aan de andere kant door Hollywood, dat er een soort cliché ding van maakte, Robin Hood die onder een balkon staat te spelen – het instrument werd een soort grap. Maar ook nu nog, er stond een recensie in het NRC over mijn gebruik van rook bij het optreden tijdens Grauzone, dat was volgens de recensent om te lachen. Ik vind dat mooi, een soort heavy metal context. Ik probeer de luit gewoon een soort contemporain image mee te geven en interessant te maken voor de kids, niet als een hi-art instrument dat door een klein groepje specialisten wordt geclaimd. Toen de luit in 1600 nog bestond, was hij echt overal, in de kroegen, aan het hof, bij de mensen thuis. Het was een popinstrument. Dus wat mij betreft is de luit niet dood.”

‘Ex Mortis’ staat er in de hals van zijn luit gegraveerd. ‘Uit de Dood’. Hij is, net als al de andere luiten die Jozef Van Wissem bezit, speciaal voor hem gemaakt.

Hij pakt er een op en speelt wat, in een vrolijke stemming. “Een goed instrument om stukken van Coil op te spelen”, zegt hij, refererend aan de Britse industriële en experimentele muziekformatie van Peter Christopherson (ex-Throbbing Gristle) en John Balance, beiden inmiddels overleden.

Jozef: “Ik heb er een stuk of zeven, verspreid over de wereld. Die ‘Ex Mortis’ luit heeft een hele mooie reverb. Er komt heel wat bij kijken om het zo te maken. Je hebt wel een soort relatie met een bouwer. Die begrijpt wat jou bevalt in een luit of zo. Dat kan je dan beïnvloeden. Ik heb zes luiten van één bouwer uit Canada, Michael Shriner, maar die werd een beetje oud en blind. Toen ben ik een jonge gast gaan zoeken. Die heb ik gevonden en die heeft de ‘Ex Mortis’ luit gemaakt. Ik heb laatst nog een luit cadeau gekregen van iemand uit Parijs, een luitbouwer die vond dat ik de ambassadeur moest zijn van zijn lijn. Ik vond het best. Het is een goede luit.”

Ondanks zijn eigen moderne aanpak, houdt Jozef Van Wissem van klassieke luitmuziek. Hij luistert er veel naar.

Jozef: “Het beïnvloedt mij heel erg. Ik heb eerder zelf een klassieke luit-cd gemaakt (‘A Rose By Any Other Name – Anonymous Lute Solos Of The Golden Age’ – CCE). Om de luit als instrument levend te houden, is het belangrijk om eigen stukken te doen, en vooral die in een andere context te plaatsen. Zoals een popcontext. De basis van mijn muziek bestaat uit klassieke stukken, die ik dan interpreteer. Daar kom je niet onderuit. De barokluit heeft een stemming die om een bepaalde manier van spelen vraagt. Je gaat op de luit geen atonale John Cage stukken spelen. Dat werkt niet.”

“In zo’n busje zetten ze een thermometer als een pistool tegen mijn hoofd. Toen dacht ik: Hier is wat aan de hand.”

Hoewel niet afkerig van een bestaan als monnik, voor een tijdje dan, is hij nu wel klaar met lockdowns en thuis zitten. Hij wil mensen ontmoeten en praten na de show. Zijn schema voor de komende tijd zit inmiddels behoorlijk vol. Dat was afgelopen anderhalf jaar wel anders.

Jozef: “Ik had maar een paar shows, in Spanje en een in Gent. Plus een paar studiodingen. Ik heb wel nieuwe stukken geschreven. In het begin vond ik het wel goed. Corona begon in maart 2020. Ik was vlak daarvoor, in oktober, in China geweest, naar Shenzhen, en dan moet je de grens over naar Hong Kong. Ik werd daar aangehouden bij de grens. In zo’n busje zetten ze een thermometer als een pistool tegen mijn hoofd. Toen dacht ik: Hier is wat aan de hand. Dat was in oktober 2019. Daarna was ik nog in Brazilië, in New York en was er een Amerika toer. Dus toen het begon, vond ik het wel fijn om even te stoppen. Ik zei wel eens dat ik in tien jaar meer shows had gedaan dan de Ramones. Op het moment dat het gebeurde was ik in de studio in Warschau. Dat was echt een heavy lockdown. Ik heb geen rijbewijs. Toen ben ik met een vriendin met de auto meegegaan. Sindsdien ben ik hier in Rotterdam. Maar zoals gezegd, in het begin vond ik het niet zo erg. Ik vond het wel fijn om even stil te kunnen zijn. Maar nu gaat het wel lang duren. Ik ben niet iemand die lang op één plek kan zijn. Daar word ik een beetje raar van.”

Komende optredens Jozef Van Wissem:
September 6: Tivoli Vredenburg, Utrecht
September 7: Worm, Rotterdam
September 8: Musikbunker, Aachen
September 9: Botanique, Brussel
September 12: Leffingeleuren, Middelkerke
September 17: De Cacaofabriek, Helmond

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Ex-muziekjournalist. Ruilde in de jaren 90 redactiestoel muziekblad OOR in voor een hangmat in de Amazone.