Ze zitten in snikhete tenten op hun eigen vieze matrassen, en het voedsel is er slecht. In het vluchtelingenkamp Moria op Lesbos leven zo’n 9000 mensen in de meest miserabele omstandigheden. Gevlucht uit een oorlog, maar nog steeds niet veilig. Tekst: Joost van der Wegen. Beeld: Yvonne Witte

STEUN RO

‘Ja, de omstandigheden zijn hier slecht, dat lijkt me wel duidelijk toch?’ Mohammed uit Somalië windt er geen doekjes om, als hem in de tent van zijn buurman wordt gevraagd hoe het leven in Moria is. ‘Wat komen jullie eraan doen?’, voegt hij er scherp aan toe. Zijn reactie is tekenend voor hoe de meeste vluchtelingen in het kamp zich voelen. Door alles en iedereen in de steek gelaten. Met weinig hoop voor de toekomst.

Onzichtbaar

Daar helpt de locatie van het kamp niet aan mee. Dat is gevestigd in een voormalige militaire gevangenis, bij een kazerne. Wie er aankomt, ziet vooral hekken en prikkeldraad. Toch zijn de ‘refugees’ hier niet opgesloten. Op de weg langs de muur lopen mensen. Er is een provisorisch restaurantje te ontwaren tussen de olijfbomen. Op het kruispunt op de hoek van het kamp wordt vanuit twee busjes vers fruit en groente verkocht. Zo goed en zo kwaad als het kan heeft zich hier een samenleving gevormd. Geïsoleerd in de heuvels van Lesbos. Open, maar onzichtbaar voor het oog van de rest van de wereld.

We rijden de weg omhoog die het afgesloten kamp scheidt van het tentenkamp waar de vluchtelingen wonen waarvoor binnen de hekken geen plaats meer was. Op een hoek is een bescheiden Rode Kruis-post te vinden, waar twee mensen worden geholpen door de medewerkers. Dan zien we een zelfgemaakte toegangsboog waarop staat: ‘Welcome’. Erboven is de vorm van het eiland Lesbos te zien, met een hart erin verwerkt.

Huis

We lopen een terras op met UNHCR-tenten. Dit open gedeelte van het kamp is de ‘overflow’ van het gesloten kamp binnen de hekken. Het wordt door de bewoners de ‘olive grove’ genoemd. Een man zit onder een gespannen zeildoek, op een matras. We groeten hem, hij groet terug, en hij nodigt ons uit om hem te bezoeken. We gaan zitten op zijn matras. Die is vies, hij slaapt kennelijk half in de open lucht.

In het gedeelte van het kamp waar de alleenstaande mannen wonen vinden veel vechtpartijen plaats

Foad komt uit Irak en is rond de 30 jaar oud. Hij spreekt niet goed Engels en haalt daarom een medebewoner erbij die zijn zinnen kan vertalen. De Somalische Mohammed komt bij ons zitten. Maar Foad blijkt terughoudend in zijn antwoorden. Hij noemt de naam van zijn woonplaats in Irak, maar hij wil of kan niet vertellen waarom hij is gevlucht. Hij geeft wel aan dat de omstandigheden in het kamp niet goed zijn. Er zijn veel vechtpartijen. Ook is de voedselvoorziening slecht. ’s Morgens water, en later op de dag wat rijst. En dat, na eerst zo’n drie uur in de rij te hebben gestaan in de brandende zon.

Vrouw en kind

Als Foad niet veel weet toe te voegen aan zijn verhaal, neemt Mohammed het over met zijn eigen persoonlijke geschiedenis. Zijn vrouw en kind blijken al in Engeland te zijn, maar hij wordt daar zelf nog niet toegelaten. Hij zit nu vier maanden in het kamp. Inmiddels heeft zijn vrouw in zijn afwezigheid wel hun eerste kind gekregen. Dat kindje ziet hij elke dag via zijn mobiele telefoon, maar hij heeft het nog nooit in zijn armen kunnen houden. Hij wil daarom snel naar Engeland.

Afgewezen

De asielaanvragen van de meeste vluchtelingen op Lesbos zijn afgewezen, na maanden op de uitkomst hiervan te hebben gewacht. Veel van hen zijn in beroep gegaan, waardoor ze nog niet terug naar Turkije worden teruggestuurd. Ook de behandeling van dat beroep neemt maanden in beslag.

Mohammed vertelt dat hij zelf geen goede advocaat kan betalen, maar dat er wel ondersteuning is van juristen bij het doen van de aanvragen voor asiel. Maar het verloop onder die raadslieden is groot, waardoor hij zijn verhaal steeds opnieuw moet vertellen, zonder veel resultaat. Dat komt ook omdat de advocaten een aantal van zijn documenten kwijt zijn geraakt, vertelt Mohammed mismoedig. Zo schiet het niet op. Als het gaat over het studeren aan een universiteit in een Europees land, lichten zijn ogen op. Het is duidelijk zijn droom. Hij zou meer mee willen helpen aan het verbeteren van de situatie in het kamp, bijvoorbeeld door Engelse les te geven. Maar de stress die hij ervaart door zijn situatie, en het leven in het kamp eisen zijn tol. Hij heeft er geen energie voor.

Snikheet

Dan worden we aangesproken door een andere Irakees, Ahmed, die een jong meisje in zijn armen heeft. Twee minuten later zitten we in zijn UNHCR-tent, samen met zijn vrouw Fara (28) en zijn vier jonge dochtertjes Nargis (6), Nur (5), Zainab (3) en Fatima (1).

Ahmed (35) uit Irak met drie van zijn dochters, voor zijn tent in het vluchtelingenkamp. Foto Yvonne Witte

Ook in hun tent leven en slapen ze op matrassen op de grond. In de tent is het warm. Het kan op Lesbos veertig graden worden in de zomer. Afgelopen winter was het er koud, en nat. De familie is hier al acht maanden. Naast de matrassen ligt een grote stapel kleren voor de kinderen. De vier meisjes zijn vies. Ze gedragen zich stuurs. Ze lijken alle vier opgezette buiken te hebben, door ondervoeding. In de voortent is een kleine keuken gemaakt, maar er zijn geen levensmiddelen.

De vier meisjes zijn vies. Ze gedragen zich stuurs. Ze lijken alle vier opgezette buiken te hebben

De familie komt uit Tikrit. Het is een stad ten noorden van Bagdad waar Sadam Hussein in zijn paleizen woonde, maar die in 2014 door IS werd ingenomen. Tijdens hun bezetting vermoordden zij maar liefst 1700 mannen tijdens hun bezetting. Veel inwoners sloegen in die tijd op de vlucht.

De 35-jarige Ahmed is ingenieur, zijn vrouw is arts, vertelt hij. Ahmed geeft aan dat zijn vader in Irak door IS werd gedood. Ze zijn gevlucht, omdat Ahmed zelf ook werd bedreigd. ‘Het was daar te gevaarlijk voor me.’ Nu leven ze in Moria, uitzichtloos, in een tent.

Irakese vluchtelingen in een tent van de UNHCR. Kinderen leven in het vluchtelingenkamp Moria op Lesbos in onhygiënische en onveilige omstandigheden. Foto Yvonne Witte

Als we Ahmed vragen wat hij vindt dat er moet gebeuren, vraag hij of Nederland hem niet kan helpen. ‘Ik heb vier kinderen die hier niet kunnen blijven. Het is hier niet goed voor ze. Als Nederland mij toe zou laten, heb ik eenmaal in jullie land geen hulp meer nodig. Dan zorgen we wel voor onszelf.’

Als Nederland mij toe zou laten, heb ik eenmaal in jullie land geen hulp meer nodig

Gelukkig is er voor de dochters van Ahmed en Farah inmiddels wel onderwijs. Twee van hen gaan dagelijks naar school. Fatima laat trots het kralenkettinkje zien dat ze er heeft gemaakt.

Littekens

Dan stapt een jongen de tent van Ahmed binnen. Het is een vriend van de familie, Ali, een typische millennial, met een modieus kapsel. Maar hij kijkt verdrietig. Ali is 19 en is in de asielprocedure gescheiden van zijn familie geraakt. Zijn familie is inmiddels verplaatst naar een opvangkamp in Athene, waar het leven wat draaglijker zou zijn. Maar omdat Ali volwassen is, moet zijn status apart worden beoordeeld. Nu leeft hij in het gevaarlijkste gedeelte van het kamp, waar de alleenstaande mannen zijn ondergebracht.

Ali (19) uit Irak is gescheiden geraakt van zijn ouders tijdens de asielprocedure. Hij leeft in het gevaarlijkste gedeelte van het kamp, bij de alleenstaande mannen. Als we hem spreken, laat hij de verwondingen zien, nadat hij eerder die dag werd beroofd van zijn telefoon. De Griekse politie op het kamp zegt hem niet te kunnen helpen. Foto Yvonne Witte

Ali laat de littekens zien die hij op zijn rug heeft. Hij heeft ze opgelopen, terwijl hij door drie bewoners eerder deze dag werd beroofd van zijn mobiele telefoon. ‘Het is hier niet veilig’, zegt hij. Het zijn vooral de mannen die alleen in Moria wonen, gescheiden van gezin of familie, die zich misdragen. Ali verwijt ze niet eens zoveel. Het zijn volgens hem niet per definitie criminelen, maar simpelweg mannen die het wanhopige bestaan in het vluchtelingenkamp niet goed aankunnen.

Ali laat de littekens zien die hij op zijn rug heeft. Hij is eerder deze dag beroofd van zijn mobiele telefoon

De onveilige situatie is er volgens hem ook, omdat de openbare orde in het kamp door de politie niet goed wordt gehandhaafd: ‘Ik ben na de beroving naar de poort gelopen en heb een agent verteld wat me is overkomen. Maar hij zei dat hij me niet kan helpen. Als hij er werk van maakt, raakt hij zelf in gevecht met de inwoners van het kamp, antwoordde hij.’

De bewoners van Moria hebben hun levens gewaagd om weg te komen van de oorlog in hun land. Maar nu ze Europa hebben bereikt, kan de overheid hier hun veiligheid niet eens garanderen.

Laag

We verlaten de tent, trekken onze schoenen aan, en nemen met gemengde gevoelens afscheid van Ahmed en zijn familie, en van Ali. Voor hun tent ligt een overvolle vuilnisbak met afval. Voor de volgende tent zit een man in een djellaba, in het zicht van de kleine meisjes, te prevelen. Het beeld van de man is in schril contrast met de moderne levensstijl van de Irakese familie. De tegenstelling tussen Afghanen en Arabieren is ook een oorzaak voor de ruzies die regelmatig op het terrein ontstaan.

Voor een tent zit een man in een djellaba, in het zicht van de kleine meisjes, te prevelen. Foto Yvonne Witte

Een paar terrassen lager klinkt gezang. Afrikaanse bewoners zijn bezig met een kerkdienst, zittend op een paar stoelen, onder een geïmproviseerde luifel. In de verte zien we de zee. Een paar kilometer verderop de Turkse kust. De vluchtelingen in Moria zijn na hun overtocht nooit verder gekomen dan de bizarre leefomstandigheden in dit kamp. Er vinden geen aanslagen plaats, er zijn geen gifgasaanvallen. Maar veel beter dan in het oorlogsgebied dat ze zijn ontvlucht, hebben ze het hier niet.

Kader: Spanningen op het eiland

Begin juli waren er nog rellen in Moria. Vluchtelingen die te horen hadden kregen dat ze werden uitgezet naar Turkije stichtten brandjes. Kort daarna schoot een boer een 16-jarige asielzoeker neer, omdat hij de vluchtelingen niet meer op zijn land wilde hebben dat aan het kamp grenst. De jongen overleefde. De boer is aangehouden en aangeklaagd. Maar de burgemeester van Moria heeft zijn bevolking opgeroepen de man te ondersteunen. De inwoners van Lesbos hebben het zwaar te verduren door de aanwezigheid van de refugees. Al was het alleen maar omdat de toeristen het na de invasie van hun eiland door vluchtelingen lieten afweten. Eerder dit jaar stierf een mannelijke vluchteling die uit protest in een elektriciteitsmast was geklommen en werd geëlektrocuteerd. Dat meldde Artsen zonder Grenzen, dat niet lang daarna zelf uit protest haar werk in het kamp stopte, omdat ze zich niet meer kon verenigingen met de inhumane omstandigheden waaronder de mensen moeten leven. Een opmerkelijke beslissing voor een organisatie die juist is opgericht om mensenlevens te redden.

De gebeurtenissen zijn tekenend voor de spanningen die er op het eiland zijn sinds de vluchtelingencrisis in 2015 op zijn hoogtepunt was. Tot die tijd was Moria een doorgangskamp met redelijke voorzieningen voor de tienduizenden vluchtelingen die vanuit Turkije met rubberboten Lesbos wisten te bereiken. In 2016 werd dit het eindstation voor de vluchtelingen die hier al waren, of nog aankwamen. Ze werden niet meer toegelaten tot de EU. Het was de bedoeling dat zij naar Turkije terugkeerden, om daar te worden opgevangen, via de zogenaamde Turkije-deal.

Inmiddels is Moria het lelijke gezicht van die overeenkomst geworden. Waar het ooit was bedoeld voor 2000 vluchtelingen, wonen er volgens de Ngo’s nu zo’n 9000. Er komen wekelijks namelijk nog steeds tientallen vluchtelingen met boten aan op Lesbos. De massale overbevolking van het kamp leidt tot frustraties bij de wanhopige bewoners, en tot geweld. De vluchtelingen die hier zijn ondergebracht, kunnen letterlijk geen kant meer op. Ze zijn veilig voor het oorlogsgeweld, maar de pas naar een minder ellendig leven in een Europees land is ze afgesneden.