Leerlingen rollen sneller door de kleuterperiode. Maar zijn ze dan ook rijp voor de schoolbanken? ‘Je kunt met een kind een minuut naar letters kijken of een uur, de hersencellen groeien er niet sneller van.’

STEUN RO

In het lokaal van groep 2 klinkt een gezellig geroezemoes. Bijna dertig kleuters vinden hun plek in de kring op de Amsterdamse De Visserschool. Enkele vaders en moeders nemen op de valreep afscheid. De kinderen zijn 5 of 6 jaar oud. Twee van hen deden groep 2 nog een keertje over, vanwege een spraaktaalprobleem. Het jongetje en meisje worden inmiddels begeleid door een logopedist.

Deze zogenoemde kleuterbouwverlenging is niet favoriet bij de Onderwijsinspectie. Bijna 7 procent van de kinderen doet extra lang over de kleuterperiode, zo bleek uit haar Onderwijsverslag 2013-2014. Hierin staat ook dat de effecten van een extra jaar in groep 2 vrijwel nihil zijn op de onderwijsprestaties van kinderen. Enkele onderzoekers concludeerden dat kleuterleerkrachten hun leerlingen wellicht onderschatten en ze daarom laten ‘doorkleuteren’. Sommige scholen hanteren een algemeen beleid en kijken niet goed naar het individuele kind, vulde de inspectie desgevraagd aan.

Niet op De Visserschool, volgens directeur Conny van Egmond. “De tijd dat we Jantje groep 2 lieten overdoen omdat hij nog zo speels was, is voorbij.” Kinderen die in het najaar 6 worden, zijn dan al aan groep 3 begonnen. Mits ze geen problemen hebben. De school volgt met toetsen en observaties zowel de cognitieve als sociaal-emotionele ontwikkeling, licht Van Egmond toe. “Want er wordt in groep 3 wel meer van ze verwacht. Ze kennen de letters en cijfers, kunnen hun naam schrijven en weten om te gaan met uitgestelde aandacht.” Kinderen die dit niet bijbenen, worden in een eerder stadium geholpen door de leerkrachten. “Maar als de kluif te groot blijkt, dan bespreken we met de ouders een extra jaar in groep 2.”

Kinderen centraal

Doorkleuterende leerlingen op De Visserschool doen niet alles over. Nadat de juf om tien voor negen de kring opheft, beginnen de speel- en werklessen. Kinderen gaan hun gang in de  bouw- en huishoek of trekken een spelletje uit de kast. Kleuters die meer aandacht nodig hebben, krijgen nu in themagroepjes van vier of vijf instructies van de juf. In spel- of verhaalvorm worden zo de hele dag door vaardigheden als samenwerken, letterherkenning en zelfstandigheid geoefend. De Onderwijsinspectie is niet leidend bij onze keuze voor doubleren, vertelt Van Egmond. “Ik kies voor het welzijn van de kinderen, zij staan centraal.”

De directeur zegt zich graag scherp te laten houden door partijen als de inspectie, intern begeleiders en orthopedagogen. “Ik ga graag in gesprek, ook met de ouders. Als ouder wil ik net als zij precies weten wat er met mijn kind gebeurt. We verwachten tegenwoordig alle info, de controle en het liefst ook de zeggenschap. Dat kan niet altijd”, lacht Van Egmond. “Maar ik kom er altijd uit met de ouders als het gaat om wel of niet doubleren. Daarvoor is vroegtijdig contact met ouders doorslaggevend. Niet pas als de problemen zich aandienen.” Zelf begon ze in 1987 als kleuterleerkracht. “Toen gaven we geen letter- en cijferonderricht, de kinderen speelden veel. Achteraf gezien was dat wel erg makkelijk. Kleuters vinden die letters en cijfers vaak leuk en als ze er niet blij van worden, bied je ze wat anders aan.”

Scholen overstag

Kleuterleerkracht Ria Wolterbeek van de nabijgelegen Dr. Rijk Kramerschool heeft in haar 38-jarige carrière al veel oudergesprekken gevoerd. “Vaak zien de ouders hun kleuter graag vlot doorstromen. Dan is het soms moeilijk hen ervan te overtuigen dat het kind ongelukkig wordt in groep 3.” De school houdt de 1-oktobergrens aan, de datum waarop kinderen 6 jaar dienen te zijn als ze naar groep 3 gaan. Maar ook hier wordt de ontwikkeling van de kinderen op de voet gevolgd met toetsen en observaties.

Wolterbeek vindt toetsen prima. Om goede resultaten te behalen echter, moeten leerlingen oefenen en dat kost tijd.“ Laat ze in die tijd vrij spelen. Als je kleuters van alles laat proberen en ze te vaak ervaren dat iets niet lukt, haken ze af. Ze moeten wel huppelend naar school komen.” Dat een extra kleuterjaar de prestaties uiteindelijk niet beïnvloedt,  is voor haar niet cruciaal. Zij signaleert gedragsproblemen bij kinderen die te snel gingen. Ze zouden niet lekker in hun vel zitten en soms geen aansluiting vinden bij hun medeleerlingen.

Weerzin

Daarom sloot Wolterbeek zich aan bij Werk- en Steungroep Kleuteronderwijs (WSK). De groep pleit voor kleuteronderwijs dat beter aansluit bij de ontwikkeling van jonge kinderen. Initiatiefnemer Ewald Vervaet denkt ook dat begeleid spel weerzin bij kinderen kan oproepen,. “Leesrijpheid bijvoorbeeld hangt samen met de snelheid waarmee de uitlopers van de hersencellen groeien. Je kunt met een kind een minuut naar letters kijken of een uur, die uitlopers worden daar niet langer van”, aldus de ontwikkelingspsycholoog. Kleuters worden volgens hem te veel van buitenaf ‘ontwikkeld’. Terwijl een kind zelf naar interactie zoekt met zijn omgeving, waarin de leerkracht kan begeleiden. “Het onderwijsbeleid lijkt vooral om rendement te draaien. En ook ouders kunnen de druk opvoeren wanneer hun kind moet doubleren. Soms dreigen ze het van school te halen. Omdat het aantal scholieren afneemt, gaan scholen wel eens overstag. Want minder leerlingen betekent leerkrachten ontslaan, of sluiten.”

Winkeltje spelen

Jagen toetsen en de druk van ouders en inspectie kinderen door hun kleutertijd? Uit een onderzoek van de Algemene Onderwijsbond (AOb) bleek dat 64 procent van de ondervraagde leerkrachten en schoolleiders bang is voor een slechte beoordeling van de inspectie. Een promotieonderzoek aan Universiteit Leiden lijkt eveneens op een gevoel van externe druk te wijzen. José Smeets, ook docent aan de iPabo in Amsterdam, deed onderzoek naar leesvaardigheid en de kleuterperiode. Zij keek of de lengte van die periode invloed heeft op het technisch lezen. Daarvoor observeerde ze kinderen die tussen juli en december jarig zijn. Haar viel op dat een meerderheid op 5-jarige leeftijd doorstroomt naar groep 3. Dus na een relatief korte kleutertijd en ondanks dat de scholen zeiden de 1-oktobergrens aan te houden.

Veel leerkrachten vonden de sociaal-emotionele ontwikkeling doorslaggevend bij deze beoordeling. In de praktijk echter telde vooral de ontluikende leesvaardigheid, ongeacht of de sociaal-emotionele ontwikkeling op peil was voor groep 3. “Dit zijn vaak echt nog kleuters”, zegt Smeets. “Maar de overheid zet in op een korte kleuterperiode, dat bespaart natuurlijk ook kosten”, aldus Smeets. Wel bleek dat hoe jonger het kind was, hoe kleiner de kans om door te stromen naar groep 3. Smeets betrok in haar onderzoek 200 leerlingen van 102 basisscholen door heel Nederland.

Onnatuurlijk

De inspectie meldde in haar Onderwijsverslag dat het aantal jonge leerlingen in groep 3 toeneemt. De kinderen blijven dat jaar iets vaker zitten dan hun klasgenootjes die langer kleuterden. Smeets: “De tendens is er een van verschoolsing. Kinderen moeten klaargestoomd worden voor groep 3. Ik draai het liever om. Groep 3 moet zich aanpassen aan kleuters. Het lijkt alsof we nog een kleuter- en een lagere school hebben. Voor jonge kinderen is het onnatuurlijk om lang aan een tafeltje te zitten. Technisch leesonderwijs bijvoorbeeld, vergt strakke instructies. Maak gebruik van klankgebaren, waarbij de kinderen kunnen bewegen of laat ze vaker buitenspelen. En houd de speelhoek in ere.”

Ook psycholoog Louise Berkhout ziet kinderspel in de verdrukking komen. Ze promoveerde in 2012 op de relaties tussen spel en de psychosociale gezondheid bij kleuters. Die zouden meer ononderbroken moeten spelen in groep 1 en 2, zonder doel door volwassenen bedacht. Fantasiespel ontwikkelt volgens haar sociale vaardigheden en helpt bij het verwerken van indrukwekkende ervaringen.

Smeets, zelf 25 jaar werkzaam in het onderwijs, pleit eveneens voor meer spel in groep 1 en 2. “Geen letterlesjes. Als ze winkeltje spelen, ontdekken ze vanzelf dat letters handig zijn voor een boodschappenbriefje of het naambordje. De letterkennis die ze dan opdoen, krijgt écht betekenis.”

Meer lezen over de manier waarop we betekenis geven? Meld je hier aan.

 

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Hoe geven we zin aan ons leven? Als journalist schrijf en spreek ik hierover met een cultuurwetenschappelijke bril. Twaalf jaar inmiddels onderzoek ik hoe we die typisch menselijke eigenschap om betekenis te geven in de verf zetten. Ik sprak daarvoor met wetenschappers, denkers en andere ervaringsdeskundigen uit verschillende hoeken. Eerst als redacteur op de redactie religie en filosofie van dagblad Trouw. Daarna zelfstandig ook voor andere media als Filosofie Magazine en Vrij Nederland. Ik wijdde er een afstudeeronderzoek aan en schrijf er nu een boek over.   Wil jij weten hoe het zit en mijn onderzoek naar zingeving volgen? Kijk dan even hier en meld je aan voor de nieuwsbrief.