Het taboe op kernenergie is met deze verkiezingen grotendeels verdwenen. Vooral rechtse partijen zijn ervan overtuigd dat we de uitstoot van CO2 alleen voldoende omlaag krijgen met nieuwe kerncentrales. Maar zijn die wel veilig? En zijn ze de miljardeninvestering waard?

STEUN RO

‘Het is schoon, het is efficiënt en je hebt altijd energie.’ Met die woorden pleitte PVV-voorman Geert Wilders tijdens het RTL Verkiezingsdebat op 1 maart voor kernenergie. Hij kreeg onder andere bijval van demissionair minister-president Mark Rutte. Als we onze klimaatdoelen (in 2030 49 procent minder CO2-uitstoot dan in 1990 en in 2050 zelfs 95 procent minder) willen halen én in onze energiebehoefte willen voorzien, hebben we ook kernenergie nodig. Rutte: ‘Je kunt niet uit met zonnepanelen en windmolens.’

Aan de linkerkant van het politieke spectrum zien ze dat anders. SP-lijsttrekker Lilian Marijnissen noemt de discussie over kerncentrales ‘een beetje verspilde energie’. Kijkend naar de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen die meedoen aan de aankomende Tweede Kamerverkiezingen zijn de meeste partijen dát in ieder geval met haar oneens. Op een paar uitzonderingen na (BIJ1, Lijst Henk Krol, DENK en 50PLUS) heeft vrijwel iedere politieke partij in ieder geval wel iets te melden over het wel of niet inzetten van nucleaire energie.

De verdeling is grofweg zoals je hem zou verwachten. VVD, CDA, D66, ChristenUnie, SGP, PVV, Forum voor Democratie en ook de nieuwe partijen JA21 en Volt zijn voor en willen investeren in kernenergie, PvdA, GroenLinks, de nieuwe partij Splinter, SP en de Partij voor de Dieren willen geen nieuwe kerncentrales. ‘Kerncentrales zijn geen optie voor het duurzaam opwekken van energie’, aldus GroenLinks in het partijprogramma. Fractievoorzitter Jesse Klaver ging er tijdens het RTL Verkiezingsdebat wat harder in: dat kerncentrales het halen van de klimaatdoelen dichterbij brengen noemde hij ‘de grootste leugen van deze verkiezingscampagne’.

Eén probleem, meerdere oplossingen

De discussie over kernenergie speelt eens in de zoveel jaar op. Al bij de verkiezingen in 1952 en 1956 zijn er partijen die het inzetten van kernenergie ter tafel brengen. Met name de PvdA wil de mogelijkheden verkennen, maar waarschuwt ook voor de risico’s. Na de verkiezingen van 1971 komt het kabinet met een plan voor een totaal van 35 kernenergiecentrales, die in het jaar 2000 operationeel moeten zijn. Een jaar later ontstaan er grote twijfels over het plan en vanaf 1974 laait de discussie flink op. Met grofweg de linkerkant van het politieke spectrum die tegen is (de PvdA is dat inmiddels ook) en de rechterkant die voor is.

Veel is er sinds die tijd niet veranderd in de discussie. Behalve dan dat de klimaatproblemen veel duidelijker zijn geworden en het oplossen ervan een stuk meer prioriteit heeft gekregen. De energiebehoefte is ook fors toegenomen: in 2013 was het Nederlandse elektriciteitsverbruik volgens het CBS zestien keer hoger dan in 1950. Sinds 2013 bleef het gebruik van elektriciteit nagenoeg gelijk. Wel neemt naar verwachting de vraag naar elektriciteit de komende decennia weer toe, bijvoorbeeld door elektrische auto’s.

Bij het opwekken van elektriciteit kunnen windturbines en zonnecellen een grote rol spelen. Maar je hebt ook manieren nodig om stroom te produceren als het dagenlang niet waait en de zon het grotendeels laat afweten. Hiervoor zijn er vier opties, vertelt Wim Turkenburg, energiedeskundige en emeritus hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. ‘We kunnen inzetten op aardgasgestookte energiecentrales, waarbij we de CO2 afvangen en opslaan onder de grond.’ In Nederland gebeurt dat sinds 2004 in lege aardgasvelden op zee. Turkenburg vervolgt: ‘Elektriciteit opwekken door duurzaam gewonnen biomassa te stoken kan ook, al moet je daarbij ook de vrijkomende CO2 onder de grond opslaan. Het bouwen van kerncentrales is de derde optie. Tot slot kunnen we inzetten op centrales die draaien op groene waterstof, gemaakt uit zonne- en windenergie. Je moet daarvoor een grote voorraad waterstof opbouwen voor dagen waarop de zon nauwelijks schijnt en het niet waait.’

Dat opslaan van zonne- en windenergie in waterstof is niet makkelijk. De opgewekte elektriciteit uit zon en wind wordt gebruikt om watermoleculen te splitsen in zuurstof en waterstof. Wanneer je die twee op een later moment weer bij elkaar brengt, ontstaat er water én energie. Tot het zover is kan de waterstof worden opgeslagen in zoutlagen onder de grond. ‘Er zitten veel haken en ogen aan’, zegt Turkenburg. ‘Bij het omzetten van de elektriciteit naar waterstof, het transport, de opslag en het omzetten van waterstof naar elektriciteit gaat tot tweederde van de energie verloren. Je hebt dan drie keer zoveel windmolens en zonnecellen nodig.’

Een dure oplossing dus. Hetzelfde geldt voor kernenergie. De kosten van een moderne kerncentrale, die drie miljoen huishoudens van elektriciteit kan voorzien, worden geschat op 8 tot 10 miljard euro. Maar als je niet alleen aardgas maar ook biomassa afwijst – zoals onder andere de SP, de Partij voor de Dieren en GroenLinks doen – ontkom je er volgens Turkenburg niet aan een van de twee te kiezen.

Uit computermodellen van de Universiteit Utrecht komt in dat geval kernenergie als beste uit de bus. ‘De meerkosten bij alleen zon, wind en groene waterstof lopen al snel op’, zegt Jan Leen Kloosterman, hoogleraar reactorfysica aan de TU Delft. Hij onderzoekt de ontwikkeling van duurzame nucleaire reactoren. ‘Daarnaast zijn de benodigde investeringen in het huidige energienetwerk ook niet gering. Wil je energie uit zon en wind opslaan, dan moet je ervoor zorgen dat er op de piekmomenten waarop je het opwekt veel meer elektriciteit door het elektriciteitsnetwerk kan stromen dan nu het geval is.’

Extra tijd

Kloosterman ziet in kernenergie de oplossing, in ieder geval voor dit moment. Als we nu puur op zon en wind inzetten en tegelijkertijd afstappen van fossiele brandstoffen, zijn we volgens de hoogleraar te laat en kunnen we in de toekomst niet meer voorzien in onze elektriciteitsbehoefte. ‘We hebben extra tijd nodig om alternatieven verder te ontwikkelen, zoals de opslag in waterstof, maar ook kernfusie. Die tijd kun je kopen door eerst één generatie nieuwe kerncentrales te bouwen. Met twee of drie van die centrales kun je dertig procent van de energiebehoefte opvangen. Al haal je daar de klimaatdoelen die voor 2030 gesteld zijn niet mee. Het bouwen van een kerncentrale duurt met alle vergunningsaanvragen zo’n tien tot vijftien jaar.’

De huidige regeringspartijen zien ekernenergie als onderdeel van de toekomst Met name de VVD en CDA zien het als onderdeel van de energiemix, waar ook zon en wind bijhoren. ‘We blijven investeren in zonne-energie, duurzame biomassa en energiebesparing’, aldus het CDA in het verkiezingsprogramma. ‘Voor de periode na 2030 is kernenergie een optie.’

Maar is die optie wel veilig? Een forse minderheid van de burgers vreest nucleaire rampen: één op de drie is bang dat kerncentrales niet veilig zijn. Die angst is deels ingegeven door grote kernrampen uit het verleden, waaronder die in het Japanse Fukushima, waar deze maand tien jaar geleden een kerncentrale werd getroffen door een tsunami. De straling die daarbij vrijkwam leidde echter tot nul doden. Wel stierven er duizenden Japanners tijdens de evacuatie van het gebied rondom de kerncentrale, bijvoorbeeld ernstig zieken die een plotseling vertrek uit het ziekenhuis niet overleefden. Kloosterman: ‘De centrale in Fukushima was een van de oudste ter wereld. Bij nieuwe generaties kerncentrales is het risico nog veel kleiner.’

Als we in de toekomst verder willen met kernenergie, moeten we ervoor zorgen dat er geen kennisgat ontstaat, vindt hij. De SP en de Partij voor de Dieren zijn tegen nieuwe kerncentrales, en als het aan deze partijen ligt gaat die in Borssele – de enige in Nederland – ook zo snel mogelijk dicht. De centrale, die 3 procent levert van de elektriciteit die Nederlands jaarlijks verbruikt, moet volgens de huidige planning tot 2033 open blijven. Al wil de provincie Zeeland die sluiting uitstellen. ‘Als Borssele eerder sluit raken we een heleboel ervaring kwijt’, zegt Kloosterman. ‘Die ervaring op het gebied van nucleaire veiligheid, bedrijfsvoering en toezicht hebben we hard nodig als de nieuwe kerncentrales klaar zijn.’

Toekomst met thorium

Bouwen en in de tussentijd inzetten op de ontwikkeling van alternatieven is volgens Kloosterman de beste route. Een van die alternatieven, de zogenoemde gesmoltenzoutreactor, komt ook terug in de programma’s van diverse partijen. Vooral de PVV en Forum voor Democratie willen meer onderzoek naar dit type reactor, en ook D66 en GroenLinks zeggen dergelijk onderzoek te willen steunen.

Als een gesmoltenzoutreactor eenmaal draait maakt hij zijn eigen splijtstof (zie kader) en levert hij ook veel minder kernafval op dan een reguliere kerncentrale, zegt Turkenburg. Bij de huidige kerncentrales is dat afval een probleem. Het afval van de centrale in Borssele wordt naar een fabriek in Frankrijk gebracht en voor 95 procent in Franse centrales hergebruikt. De overige vijf procent wordt verwerkt en verpakt. Daarna wordt het opgeslagen in Zeeland. Zelfs na bewerking blijft het nog 10.000 jaar radioactief.

Een nieuwe generatie kernreactoren, waar de TU Delft onderzoek naar doet, brengt de radioactieve tijd van afval terug tot 300 jaar. Aanzienlijk korter, maar nog steeds moet dat afval ergens opgeslagen worden. ‘Je zou schachten kunnen boren in rotsformaties en het daarin kunnen opslaan’, zegt Turkenburg. ‘In Finland maken ze al zo’n opslagplaats.’

Maar hoe minder radioactief afval, hoe beter natuurlijk. De potentie van thorium, waar bij zowel (vooral) rechtse als (in mindere mate) linkse partijen hoop op gevestigd is, is groot, al is die technologie nog lang niet zo ver. In China, dat in 2018 omgerekend zo’n 3 miljard euro investeerde in thoriumkerncentrales, moeten de eerste gesmoltenzoutreactoren in 2030 operationeel zijn. Als die deadline al gehaald wordt. ‘De Nederlandse politieke partijen die nu weglopen met thorium zien de ontwikkelingen op dit vlak veel te optimistisch in’, zegt Kloosterman. ‘Ook als je er nu volop in investeert, duurt het nog een paar decennia voordat je er grootschalig energie uit kunt halen.’

Dat is voor het oplossen van het klimaatprobleem te laat. Direct beginnen met het bouwen van reguliere kerncentrales dan maar, zoals regeringspartijen VVD en CDA bijvoorbeeld willen? Volgens Turkenburg ligt dat economisch lastig. Energiebedrijven durven de hoge investeringen die gepaard gaan met de bouw van kerncentrales niet aan. ‘Er is alleen interesse als er bijvoorbeeld veel subsidie door de staat wordt gegeven of het energiebedrijf lange tijd een hoge vergoeding krijgt per geleverd kilowattuur.’

Een makkelijke oplossing voor het klimaatprobleem en energievraagstuk is er simpelweg niet, benadrukt Kloosterman. Ook kernenergie is geen heilige graal. ‘Maar we hebben het wel hard nodig.’

Kader: thorium en gesmolten zout

In huidige kerncentrales worden in zogenoemde lichtwaterreactoren uranium- of plutonium-atomen gesplitst door er neutronen op af te schieten. Per kilo uranium levert dat genoeg energie op om bijna 7000 huishoudens een jaar lang van stroom te voorzien. In een gesmoltenzoutreactor kan ook uranium en plutonium worden gesplitst, maar het gebruik van thorium als grondstof is aantrekkelijker. Dit scheikundige element is vooral een afvalproduct uit de mijnbouw, maar kan in de reactor worden omgezet in uranium. Kloosterman: ‘We halen ieder jaar genoeg thorium uit de grond om de hele wereld veertig jaar van elektriciteit te voorzien.’

Om thorium om te zetten in uranium wordt het eerst opgelost in gesmolten zout en daarna bestraald met neutronen. Het geproduceerde uranium is daarna te splijten, wat energie oplevert. ‘In potentie is dat een hele duurzame energiebron’, zegt Turkenburg. ‘Om de centrale op te starten heb je een kleine hoeveelheid uranium nodig. Maar zodra het proces eenmaal loopt, maakt de centrale zijn eigen splijtstof. We hebben ook meer dan genoeg thorium op aarde. We kunnen er duizenden jaren mee doen.’

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
    Freelance journalist Nick Kivits (1984) schrijft voor Reporters Online over technologie, internet en de wetenschap.