Over een jaar of tien bestaat circa 70 procent van de huishoudens in Nederland uit een of twee personen. De interesse voor kleiner wonen neemt toe.

Een bank, een eettafel, een kledingkast en een bed staan er al in haar nieuwe huisje. Enkele verhuisdozen moeten nog worden uitgepakt. Over een paar dagen gaat Nadia (26) over naar een van de 28 zogeheten ‘opstapwoningen’ die deze maand in Nijkerk als tijdelijke huisvesting in gebruik worden genomen. Ze zijn klein: slechts 39 vierkante meter. ‘Maar in m’n eentje heb ik ook geen groot huis nodig’, zegt Nadia.

Op de begane grond is een woonkamer met vide, een keuken, een badkamer, een ruimte voor boiler en wasmachine en berggelegenheid. Boven bevindt zich een aparte slaapkamer. ‘Die is zelfs ruimer dan thuis bij mijn moeder, waar ik tot nu toe woonde. Dit wordt mijn eerste eigen huisje. In totaal is het wel kleiner dan ik in m’n hoofd had, maar ik vind het zo lekker compact.’

Nadia, die vier jaar als woningzoekende stond ingeschreven, behoort tot de zeven jongeren die voor een opstapwoning zijn geselecteerd. Jonge vluchtelingen met een verblijfsvergunning (statushouders) bewonen zeven andere woningen. Aan beide categorieën worden de huisjes voor maximaal vijf jaar verhuurd. De overige woningen zijn bestemd voor ‘spoedzoekers’, personen met een ‘dringende woonvraag’. Die mogen er hooguit twee jaar wonen.

‘De energiezuinige woningen met zonnepanelen en een lage huurprijs zijn bedoeld als opstap naar nieuwe, eigen woonruimte’, licht wethouder Harke Dijksterhuis toe. ‘Bewoning is aan een termijn gebonden, zodat de huisjes beschikbaar blijven voor nieuwe woningzoekenden. Er is immers veel vraag naar huisvesting voor eenpersoonshuishoudens.’

Net-Niet-generatie

Bouwbedrijf Heijmans, dat de woningen ontwikkelde, presenteert ze als een antwoord op twee vraagstukken. ‘Het tekort aan goede tijdelijke huurhuizen en de troosteloze aanblik van leegstaande terreinen.’ De huisjes zijn volgens Heijmans heel geschikt voor ‘pauzelandschappen’. ‘Ieder kent ze wel. Die verborgen plekken in of aan de rand van binnensteden, met een hek er omheen, waar al jaren niks mee gebeurt.’

Met het concept, dat de naam ‘Heijmans ONE’ kreeg, hadden de ontwerpers allereerst de ‘Net-Niet-generatie’ op het oog. ‘Goed opgeleiden: tussen de 25 en 35 jaar, eerste baan, alleenstaand, de wereld aan hun voeten. Ze verdienen vaak te veel voor sociale huur, te weinig voor vrije-sectorhuur. Een financiering krijgen voor een huis is erg moeilijk, maar ook niet even wenselijk.’

Bart Dopper van vastgoed-adviesbureau Stec Groep herkent dat. Hij deed voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onderzoek naar klein wonen. ‘Vooral hoogopgeleide jongeren besteden hun geld liever aan reizen, cursussen, festivals, restaurants en uitgaan dan aan een dure auto of een groot huis. Ze leven flexibel, vaak alleen en wisselen gemakkelijk van baan. Zeker in steden is wonen op een klein oppervlak voor hen geen belemmering.’

Dopper neemt die ontwikkeling met name waar in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, studentensteden en steden met een historisch centrum zoals Alkmaar, Leiden en Nijmegen. ‘Ten koste van de kwaliteit hoeft het niet te gaan. Die wordt niet alleen bepaald door de woonoppervlakte. Als je slim inricht, kun je heel veel met weinig vierkante meters.’

Structurele verschuiving

De voorkeur voor klein wonen groeit volgens Dopper. ‘Er lijkt sprake van een structurele verschuiving. Werd er tot de financiële crisis in 2008 juist steeds groter gebouwd, de gemiddelde inhoud van nieuwbouwwoningen neemt de laatste jaren af. Vooral in het huursegment, zeker in West-Nederland, maar ook in de koopsector.’

Dat zet zich in de toekomst waarschijnlijk door, neemt Dopper aan, onder meer als gevolg van de stijgende vierkante-meterprijzen en forse groei van het aantal eenpersoonshuishoudens, vooral door vergrijzing. ‘Over een jaar of tien bestaat circa 70 procent van de huishoudens in Nederland uit een of twee personen. De groei van het aantal huishoudens tot 2040 betreft voor 80 procent eenpersoonshuishoudens. Het automatisme om bij te bouwen voor gezinnen (in VINEX-wijken) is dus niet overal in Nederland de beste oplossing. Voor kleinere huishoudens moet meer worden gebouwd. Dan is ook doorstroming mogelijk, bijvoorbeeld van ouderen in een te grote gezinswoning. Eenpersoonshuishoudens behoeven relatief minder woonruimte en hebben bovendien een kleinere beurs om een grote woning te kunnen betalen. Er komt meer vraag naar kleine woningen, vooral op plekken die een- of tweepersoonshuishoudens aantrekkelijk vinden: stedelijk gebied, dicht bij voorzieningen en goed bereikbaar.’

Vooral grote gemeenten zien in klein wonen een permanente oplossing voor een structurele vraag op de woningmarkt, aldus Dopper, onder meer om specifieke doelgroepen als starters en ouderen te kunnen huisvesten. Leegstand van kantoren en fabrieken kan er ook mee worden aangepakt. Grote woningcorporaties hebben vaak al beleid als het om klein wonen gaat. ‘Die zijn doorgaans actief in de grotere steden, waar de druk op de betaalbaarheid het grootst is.’

Voordelen

Klein wonen lijkt zeker een uitkomst voor corporaties, stelt USP Marketing Consultancy, marktonderzoeksbureau voor bouwen en wonen. ‘Ze kunnen ermee tegemoet komen aan de grote (maar soms tijdelijke) vraag naar woonruimte van bijvoorbeeld studenten, spoedzoekers of vluchtelingen’, zegt onderzoekster Lisan van den Heerik.

Het bureau vroeg ruim 350 huurders, als onderdeel van een breder onderzoek, naar hun mening over klein wonen. ‘Een op de tien is echt geïnteresseerd om daar in de toekomst voor te kiezen. Nog een grote groep huurders zegt wellicht belangstelling te hebben. Prijs, afmetingen, indeling en locatie zijn elementen waarover men met name twijfelt. Die zaken bepalen mede de daadwerkelijke interesse. Niet elke locatie komt in aanmerking. De aanwezigheid van faciliteiten speelt een grote rol.’

De grootte van de woning is voor de huurders het voornaamste nadeel van klein wonen, aldus Van den Heerik. ‘Gemiddeld wensen ze 87 vierkante meter. De vraag is in hoeverre oppervlakte doorslaggevend is. Huurders zien namelijk zeker de vele voordelen van klein wonen, in het bijzonder de lage kosten en het makkelijk kunnen verplaatsen van de woning.’

Tiny houses

De gemeente Nijkerk en Woningstichting Nederland noemen de opstapwoningen in hun publiciteit ook wel ‘tiny houses’. Ook elders gebruiken bestuurders en politici die term als algemene aanduiding voor kleine woningen voor alleenstaanden en starters op de woningmarkt. Marjolein Jonker, projectleider van stichting Tiny House Nederland, plaatst daar een kanttekening bij. Tiny houses zijn óók klein, maar voor het overige een heel ander woontype.

‘De behoefte aan kleine woonvormen neemt toe naarmate er meer kleine huishoudens zijn. Het helpt als er tijdelijk flexibele kleine woningen worden geplaatst op locaties waar de druk het hoogst is. Zulk maatwerk is mooi’, aldus Jonker. ‘Voor een tiny house kiezen mensen echter bewust. Niet omdat ze geen andere woning kunnen vinden, maar omdat ze innerlijk gemotiveerd zijn om anders te wonen dan standaard en zelf hun woonomgeving vorm willen geven: duurzaam en schuldenvrij, met meer verbinding met de natuur en anderen die dezelfde waarden delen.’

De tiny house-beweging, in Amerika ontstaan, neemt genoegen met genoeg. ‘Hoeveel ruimte heb je nodig om prettig te kunnen leven zonder overtollige ballast?’ Tiny House Nederland, in 2016 opgericht, is een vrijwilligersorganisatie die wonen in tiny houses voor meer mensen mogelijk wil maken. Uit enquêtes onder de achterban blijkt dat ‘tiny-housers’ kunnen worden getypeerd als over het algemeen hoogopgeleid, met een baan en een aardig inkomen, een hoog zelfbewustzijn en liefde voor natuur en milieu. Jonker, die zelf in Alkmaar 20 vierkante meter bewoont, schat dat er ondertussen in Nederland zo’n 150 in particulier opdrachtgeverschap gebouwde tiny houses staan.

Clusters

Eddie (47) is nog op zoek naar een eettafel, maar verder heeft hij zich reeds geïnstalleerd in zijn huisje in Nijkerk. ‘Met deze plek als voorlopige oplossing voel ik me gezegend.’ Wegens echtscheiding woonde hij enkele maanden in een recreatiepark en bracht hij noodgedwongen vele nachten in zijn auto door. ‘Dit is meer dan genoeg voor mij. Ik ben hier toch vooral om te slapen. De woning is slim gebouwd, de ruimte is goed benut.’

De gemeente Nijkerk begeleidt Eddie bij het zoeken naar nieuwe woonruimte. Ook andere spoedzoekers, waarvan sommigen volgens wethouder Dijksterhuis een ‘rugzakje’ hebben, krijgen bijstand. ‘We hebben wel voorgeselecteerd op zelfredzaamheid.’ De opstapwoningen staan in clusters van vier: een jongere, een statushouder en twee spoedzoekers. ‘Met zo’n gemêleerde samenstelling willen we stimuleren dat men omziet naar elkaar. Vrees dat de woningen op den duur een probleemwijk worden, hoeft er niet te zijn.’

De gemeente Nijkerk wacht de ervaringen van en met de bewoners nog even af, maar kijkt volgens Dijksterhuis al wel rond naar locaties voor meer opstapwoningen. Directeur-bestuurder Peter Toonen van Woningstichting Nijkerk juicht dat toe. ‘Het grote succes nu is dat we 28 mensen kunnen helpen. Er reageerden echter 114 starters en jongeren. De meesten moesten we dus teleurstellen. Dat is minder leuk. Die moeten langer wachten op een huis. Elke maand komen er wel woningen beschikbaar, maar de vraag is veel groter dan we kunnen huisvesten. We verdelen de schaarste.’

Help onafhankelijke journalistiek mogelijk maken en steun de auteurs van Reporters Online!
Freelance journalist, onder andere werkzaam voor AD Amersfoortse Courant en Reformatorisch Dagblad, ruim 35 jaar ervaring in regionale dagbladjournalistiek op Veluwe en in Gelderse Vallei (Barneveldse Krant), schreef samen met fotojournalist Brand Overeem 'Geloven op de Veluwe' (1997).