De kunstwereld moet ondernemender. Dat vindt de VVD, dat vindt D66, dat vindt eigenlijk de hele Tweede Kamer. Maar hoe krijg je dat gecombineerd met de ‘intrinsieke waarde’ waar het volgens de laatste twee ministers van cultuur ook over moet gaan? De Raad voor Cultuur heeft nu, in antwoord op een vraag van minister Ingrid van Engelshoven uit maart vorig jaar, een oplossing gevonden. Naast een aantal andere regelingen die het belastingregime voor kunstenaars moeten verzachten, pleit de Raad voor een ‘revolving fund’. Dat is een fonds dat één keer geld kost, en daarna zichzelf bedruipt.

STEUN RO

In het stuk dat vandaag, donderdag 28 februari, uitkwam, stelt de Raad dat het nog steeds sappelen is in de kunstsector. Natuurlijk zijn er een paar clubs die het goed doen, zoals in de filmwereld en de blockbustermusea. ‘De museumsector zag bijvoorbeeld zijn eigen inkomsten spectaculair stijgen,’ stelt de Raad, ‘onder meer door een toenemend aantal bezoekers, waaraan ‘blockbusters’ en een groter gebruik van de Museumkaart hebben bijgedragen. Hierdoor zijn sommige tentoonstellingen aantrekkelijke kandidaten voor sponsoring en groeien internationale, vermogende vriendenkringen.’

Succes en grote namen trekken geld aan. Dat is al jaren bekend. Maar niet alle kunst is direct succesvol, of hoe dan ook winstgevend: ‘In de regel weten kunstenaars, creatieven en culturele instellingen instrumenten als crowdfunding en leningen nog niet goed in hun financieringsmix in te passen, ook omdat men van project naar project gaat en dus vaak niet verder komt dan het opstellen van een kostenbegroting op projectniveau.’

Maar toch zullen ze moeten, want substantieel meer geld van de overheid gaat er niet komen. Behalve dan die 80 miljoen die het huidige kabinet teruggeeft van het door Halbe Zijlstra c.s. ontvreemde kapitaal van 280 miljoen. Ondernemerschap is dus het toverwoord: geld halen uit de markt. Maar die markt, die ook uit particuliere gevers bestaat, zit niet echt te springen om geld te geven aan armlastige kunstenaars, die door opeenvolgende politici zijn afgeschilderd als afhankelijke nietsnutten.

Hefboom