Kliniek van de dood

Hitler liet in een kliniek in Waldniel, vlak over de grens bij Roermond, 549 mensen met een verstandelijke beperking doden, onder wie 99 kinderen. De slachtoffers krijgen een eerbetoon, in de vorm van een gedenkteken. Andreas Kinast (51) schreef een boek over de horrorkliniek.

WALDNIEL – Op bezoek bij oma in Bayern zag Andreas Kinast als kind de foto van een onbekende en beetje vreemd ogende man. “Dat is Onkel Beppo”, vertelde oma. “Waar is hij nu?”, wilde de jongen weten. “Och”, zei oma, “Beppo is er niet meer. Hij is weg. Zij zijn allemaal weg.”

De vreselijke waarheid vertrouwde oma haar kleinkind niet toe. Die ontdekte Kinast pas later. Oom Beppo had een geestelijke beperking. Hij werd slachtoffer van het zogeheten T4-programma van de Nazi’s, dat erop gericht was om alle burgers met een beperking te doden. Hitler streefde de genetische zuiverheid van het Germaanse volk na. Mensen met bijvoorbeeld het syndroom van Down moesten zijn rassenwaan bekopen met de dood. Oom Beppo werd vergast.

Donker verleden
Tien jaar geleden werd Kinast, een bankmedewerker in Kempen, onverwacht deelgenoot van dit tragische hoofdstuk uit de Duitse geschiedenis. Dagelijks reed hij voorbij de oude kliniek in Waldniel. Na de oorlog deed het gebouwencomplex dienst als school voor kinderen van Britse militairen die in de buurt waren gelegerd. Dat hoorde hij van zijn collega’s op kantoor. Zij fluisterden hem tevens toe dat het vervallen complex een donker verleden kent. ‘Het heeft iets met de oorlog te doen’. Het fijne ervan wist niemand hem te vertellen. Zijn nieuwsgierigheid was gewekt. Via archieven en andere bronnen ontdekte Kinast dat 549 mensen, onder wie 99 kinderen tussen 1941 en 1943 de dood vonden in de kliniek. Onschuldige burgers, net als oom Beppo.

Tot 1941 werden mensen met een geestelijke beperking vergast door de Nazi’s. Dat leidde tot protest van de katholieke kerk, waarop Hitler zogenaamd een stop uitvaardigde. Het doden ging echter gewoon door, zij het minder opvallend.
“Er gingen teveel mensen in één keer dood. Dat viel op”, vertelt Kinast. “Voortaan kregen ze patiënten het slaapmiddel luminal toegediend dat bij veelvuldig gebruik longontsteking kan veroorzaken. Met de verstikkingdood tot gevolg. Of bewoners stierven van de honger. De leefomstandigheden waren miserabel.” Waldniel gold als een van de grootste klinieken in het Duitse Rijk waar artsen in opdracht van Hitler zonder pardon het doodvonnis tekenden van onschuldige onderdanen. Ouders moesten hun kinderen met een beperking onderbrengen in een van de circa dertig zogeheten Kinderfachabteilungen. “Hier zou goed voor ze gezorgd worden. Volgens schattingen vonden 120.000 mensen de dood in de klinieken, onder wie vijfduizend kinderen.”

Longontsteking
Zeven jaar werkte Kinast aan zijn boek dat in 2011 verscheen en dat inmiddels drie keer is herdrukt. Historische feiten koppelt hij aan getuigenverslagen. Zo is op een foto Ally Banzerus te zien, een vierjarig meisje met het syndroom van Down, op schoot bij haar moeder. De twee stralen van geluk (zie foto). ‘Lasset mich der letzten schönen Tage noch freuen’, staat te lezen op de achterkant van de foto. ‘Laat me de laatste mooie dagen nog gelukkig zijn’. In 1943 bezoekt moeder haar dochter in Waldniel. Ally is sterk vermagerd en haar gezicht zit vol uitslag. Haar bezorgde moeder probeert een afspraak te maken met de hoofdarts, staat te lezen in een brief die Kinast boven water haalde. Met onder de brief de mededeling van de kliniek dat Ally op 2 juni 1943 is gestorven aan longontsteking.
“Er moeten mensen van geweten hebben”, concludeert de auteur. “De doodaktes moesten immers worden opgemaakt. En dat waren er heel veel in korte tijd. Wat er precies gebeurde in de kliniek, dat zullen buitenstaanders niet geweten hebben. Wel dat het er goed mis was.”

Artsen
De meeste artsen van de Kinderfachabteilungen zijn na de oorlog niet vervolgd. Wel Hermann Wesse, de baas in Waldniel. Hij werd in 1947 tot levenslang veroordeeld. Zijn voorganger, Georg Renno, ontsprong de dans. Vlak voor zijn dood op 97-jarige leeftijd gaf hij een interview aan een journalist in Oostenrijk waar hij woonde. Berouw toonde hij niet.

“Voordat Renno naar Waldniel kwam, werkte hij in een kliniek in Hartheim. Daar zijn 18.000 gehandicapten vergast. De journalist schreef er een boek over, met als titel ‘Ik voel me niet schuldig’. Dat zegt genoeg. Autoriteiten wilden Renno vervolgen, maar telkens ontsprong hij de dans, zogenaamd omdat hij te ziek was. Hij werd 97 jaar.”
Ook de meerdere van Wesse, Hans Aloys Schmitz, is nooit veroordeeld. Hij trad als getuige op in het proces tegen Wesse. Schmitz was inmiddels hoofd van een psychiatrische kliniek in Bonn. “Waarom er zo weinig artsen zijn vervolgd? Duitsland had ze na de oorlog hard nodig. Daarna kwam het Wirtschafswunder. Men wilde dat zwarte hoofdstuk uit de geschiedenis liever achter zich laten.”

Gedenkteken
Na de sluiting van de school in 1996 kocht een investeerder de voormalige kliniek, die sindsdien steeds verder in verval is geraakt. “Hij dacht het gebouw met winst te kunnen verkopen”, vertelt Kinast. “Opknappen kost zeker veertig miljoen euro. Daar waagt zich niemand zich aan.”
Een kruis op het kerkhof Waldniel-Hostert herinnert aan de gruweldaden. Daar komt volgend jaar een nieuw, groter gedenkteken bij. Het monument zal bestaan uit drie gekleurde kogels van gegoten aluminium die verspreid over het kerk komen te staan. De kogels, met een doorsnee van 1,80 meter, staan symbool voor kinderspeelgoed. Verder komt er een bijna twee meter hoge muur met daarin aangebracht messing naamplaten van alle 549 slachtoffers.

Onderzoek
Een groep wetenschappers, historici en professoren doet nog altijd onderzoek naar de euthanasie-methoden van de Nazi’s. Twee keer per jaar houden ze een conferentie. In 2014 bezochten ze Waldniel, waar Kinast een rondleiding voor ze verzorgde.

“De deelnemers aan de conferentie vonden dat er een gedenkteken moest komen. Dat hebben ze toen in een brief geschreven aan allerhande instanties en politici, onder wie bondskanselier Angela Merkel. Zo is het balletje aan het rollen gekomen.”
De nieuwsgierigheid van Kinast mondde uit in een levenswerk. Het was niet zijn bedoeling om er een boek over te schrijven. Hij wilde alleen weten wat er binnen de muren van de kliniek was gebeurd. Iemand van de Landschafts Verband Rheinland, een regionale organisatie die onder andere psychiatrische klinieken en scholen voor kinderen met een beperking beheert, spoorde hem aan zijn bevindingen op te schrijven.
“Ik dacht, een beetje pers en dan kan ik dat hoofdstuk afsluiten. Maar toen begon het pas. Mensen in Waldniel waren blij dat ik de geschiedenis had opgeschreven. Ik kreeg steeds meer informatie. In de herdrukken heb ik het boek telkens een beetje geactualiseerd. Mensen benaderen me met vragen over familieleden, van wie ze vermoeden dat ze zijn gestorven in een van de Kinderfachabteilungen. Dat zal wel de rest van mijn leven duren.”

Mijn gekozen waardering € -