Zulke verheven ideeën hadden de bouwcommissies van de twee megakerken in Barneveld niet. Ze wilden ‘gewoon een praktische kerk’, ‘zonder overdreven dingen’. In de beleving van de kerkgangers hebben de gebouwen echter wèl een bijzondere betekenis, ontdekten wetenschappers.

STEUN RO

Het is niet meer als vroeger. Toen stonden hun eenvoudige, bescheiden kerkjes ‘vaak in achterafstraatjes, in stille buurten’. ‘Dikwijls zijn de zware kerken verbouwde garages, stallen, veilinglokalen, afdankertjes van andere kerken’, schreef dr. Anne van der Meiden, kenner van de ‘zwartekousenkerken’, in 1968.

Terwijl in de Randstad de deuren van veel kerkgebouwen noodgedwongen worden gesloten, bouwt de reformatorische bevolkingsgroep tegenwoordig grote, dominante godshuizen. Hoe kan dat? En hoe kunnen deze opvallende bouwwerken in verband worden gebracht met de reformatorische levensbeschouwing, waarin nederigheid hoog genoteerd staat? Deze vragen bracht een onderzoeksteam van wetenschappers in Barneveld.

Twee vlak bij elkaar staande megakerken zijn de boegbeelden van de opvallende kerkbouwdrang in orthodox-protestants Nederland. De Hoeksteen van de gereformeerde gemeente in Nederland en de Adullamkerk van de gereformeerde gemeente Barneveld-Zuid zijn onmiskenbaar aanwezig voor wie Barneveld binnenrijdt vanuit de richting Lunteren. Beide zijn in 2008 in gebruik genomen. Ruimtegebrek in de voormalige kerkgebouwen was aanleiding voor de nieuwbouw.

Groei

‘Een klein aantal groeiende gemeenten in de zogenoemde ‘bijbelgordel’ heeft, naast natuurlijke aanwas, aantrekkingskracht op gelijkgezinden die zich bij deze gemeenten aansluiten’, verklaart onderzoeker Fred van Lieburg. ‘Ze zoeken elkaar op, niet alleen om de kerk, ook om de school, het politieke klimaat in het dorp of om niet (meer) het buitenbeentje in de straat te zijn. Zo leidt groei tot nog meer groei, terwijl andere gemeenten in dezelfde kerkverbanden alleen maar krimpen.’

‘In Barneveld zijn de aantallen zitplaatsen imponerend’, zegt Van Lieburg. ‘2500 in De Hoeksteen, 1400 in de Adullamkerk, uit te breiden tot respectievelijk 3000 en 1800 – want de groei van de streekgemeenten gaat door. Met de bijbehorende parkeerplaatsen leggen de kerkgebouwen ruimtelijk en visueel behoorlijk beslag op de publieke ruimte.’

De wetenschappers maken deel uit van het Biblebelt-netwerk, een groep academici, gelieerd aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, die samen met reformatorische organisaties en andere geïnteresseerde partners de kennis van verleden en heden van de reformatorische gezindte wil bevorderen. Het resultaat van het veldwerk in Barneveld publiceren zij in het boek ‘Vensters op refodomes: Bevindelijk gereformeerden en moderne kerkbouw’.

Heiligheid

De bouwcommissies gingen zakelijk te werk, zo stelden de onderzoekers vast.. ‘Wij hebben geen luxe kerk willen bouwen, maar een kerk die gewoon praktisch en functioneel is. En ja, dat hij een mooie uitstraling heeft, dat is een aardige bijkomstigheid, maar geen doel op zich’, vertelde een commissielid.

De opdracht aan de architect was vooral ‘een opsomming van het aantal zitplaatsen, het aantal zalen, de grootte van de zalen, dat soort zaken’. Aan symboliek en kunst werd geen belang gehecht. De twee geschilderde ramen in de kerkzaal van De Hoeksteen waren een idee van de architect. ‘Ze hadden er van ons niet in gehoeven’, erkent de bouwcommissie ruiterlijk.

De wetenschappers vinden het opvallend dat zij in Barneveld ‘de eer van God’’ niet als motief voor de kerkbouw hebben horen noemen. ‘Dat heeft ons verbaasd. Vreemd, want de gedachte dat al ons handelen in dit aardse leven dient tot Gods eer is juist diep in de gereformeerde traditie verankerd’, zegt onderzoeker Maarten Wisse. ‘Het gaat bij een kerkgebouw niet om datgene wat God voor ons doet, maar om wat wij uit dankbaarheid voor God doen. Die gedachte komt noch in de preken bij de ingebruikname, noch onder de architecten, noch onder leden van de bouwcommissies terug – en dat terwijl we er in onze interviews bijna om gezeurd hebben. We hebben vragen gesteld in de trant van: Goed, er waren plaatsen te weinig, het comfort was niet goed meer, maar, wat was nu datgene waar jullie het allemaal voor deden en doen? Daar kwam nooit dit antwoord op: Tot eer van God. Zelfs toen we doorvroegen naar de zin van een toren, die toch heel karakteristiek naar boven wijst, naar God zou je zeggen, kregen we niet meer te horen dan: Je moet toch kunnen zien dat het een kerk is.’ Wisse ziet daarin een merkwaardig contrast met de wereld van de muziek. ‘Onze volgende netwerkstudie gaat over de kijk van orthodoxe gereformeerden op (kerk)muziek. Reformatorische organisten geven in interviews juist
geregeld aan dat ze hun spel beleven als tot eer van God.’

Comfortabel

De voornaamste functie van de megakerken blijkt uit de inrichting van de kerkzalen: onderdak bieden aan de kerkgangers voor ‘de verkondiging van Gods Woord’, de prediking tijdens de kerkdiensten. Centraal staan daarom de preekstoel en een zichtbaar geopende Bijbel. Dat laatste object bewerkt bij kerkgangers een besef van ‘de aanwezigheid van God’, analyseerde het onderzoeksteam. Het geeft de kerk ‘heiligheid’, ondanks de praktische en functionele insteek van de bouwcommissies. Zo vertelde een commissielid de wetenschappers over die ene keer dat hij iets moest ophalen in de kerk: ‘Dan liep ik op klompen, ik durfde daarmee niet de kerk in. Ik zette de klompen, net als ik thuis doe, voor de deur. In de kerk wordt Gods Woord gebracht. Het is eerbied en achting voor de Heere, die dan in je hart zit.’

De Hoeksteen heeft 10,5 miljoen euro gekost. Voor de grond werd een miljoen euro betaald, de bouwkosten bedroegen 9,5 miljoen euro. Al kon 1,5 miljoen euro bespaard worden door zelfwerkzaamheid van de gemeenteleden en geschonken materiaal en diensten, eenvoudig kan de megakerk niet genoemd worden. ‘Alleen al door de grootschaligheid en de kwaliteit van het materiaal heeft De Hoeksteen een luxe uitstraling’, aldus Van Lieburg.

Veel reformatorischen kiezen in het dagelijks leven voor goed en stevig, voor degelijke meubels en auto’s? Is er een verband? ‘Dat lijkt me wel’, meent Van Lieburg. ‘De bouwcommissies wilden bijvoorbeeld met kleurstelling en verlichting rust, warmte en huiselijkheid in de kerken realiseren. Je moet ook onder het Woord comfortabel zijn. Op ‘fijne banken’ kunnen de hoorders gemakkelijker zitten luisteren, stil en rustig, met zicht op de preekstoel.’

    Freelance journalist, onder andere werkzaam voor AD Amersfoortse Courant en Reformatorisch Dagblad, ruim 35 jaar ervaring in regionale dagbladjournalistiek op Veluwe en in Gelderse Vallei (Barneveldse Krant), schreef samen met fotojournalist Brand Overeem 'Geloven op de Veluwe' (1997).