Dat de Koerden in Turkije het beter hebben dan een decennium terug, zullen weinigen ontkennen. Na drie decennia hevige strijd tussen de PKK en het Turkse leger, is sinds maart vorig jaar een staakt het vuren van kracht. Toch klinken er steeds meer kritische geluiden van binnen de Koerdische beweging over het AKP-beleid van de afgelopen jaren.

STEUN RO

“Het klopt dat de Koerden in Turkije in de afgelopen tien jaar meer rechten hebben gekregen, maar de moeders in Roboski hebben de afgelopen twee jaar onafgebroken gehuild,” verwoordt dakdekker Imdat Kaya de tweeslachtigheid van veel Koerden. Met ‘Roboski’ doelt Kaya op een bombardement van het Turkse leger van twee jaar geleden, waarbij 34 Koerdische burgers om het leven kwamen. Ze waren bezig met het smokkelen van goederen tussen Irak en Turkije toen twee F16 straaljagers van het Turkse leger ze onder vuur namen. Hoe het precies heeft kunnen gebeuren is tot op de dag van vandaag onduidelijk.

Diepgeworteld wantrouwen

De Nederlandse journaliste Fréderike Geerdink deed onderzoek naar het bombardement. Haar boek ‘De jongens zijn dood’, komt in februari uit. Ze vertelt over de reden van het diepgewortelde wantrouwen van Koerden ten opzichte van de Turkse staat: “In het bestaande rechtssysteem kennen Koerden simpelweg niet dezelfde rechten als Turkse burgers. Men probeert al sinds 2010 een nieuwe grondwet te schrijven, maar in de grondwetscommissie zaten alleen maar partijen met eenzelfde Turks-nationalistische visie. Dat geldt trouwens ook voor het denkraam van het merendeel van de Turkse bevolking. Roboski zou daarom zo weer kunnen gebeuren.”

Toch is de positie van Koerden in Turkije het afgelopen decennium onmiskenbaar verbeterd. De strijd tussen het Turkse leger en de PKK kostte de afgelopen dertig jaar meer dan 40.000 mensenlevens. Met name de jaren ’90 in het zuidoosten waren zeer gewelddadig. Nu is de strijd gestaakt en onderhandelt de Turkse veiligheidsdienst MIT met de gevangen PKK-leider Abdudullah ”¶calan over vrede en een duurzame beslechting van het conflict.

“Onterechte angst”

De onderhandelingen vinden plaats achter gesloten deuren en worden volgens velen bemoeilijkt door het dominante nationalistische denkraam in de politiek en in de samenleving. Onterecht, volgens Didem Akyel-Collinsworth, onderzoeker van de International Crisis Group: “We hebben gezien dat na iedere controversiële stap, de gevreesde reactie van het electoraat uitbleef. Dat betekent dat het Turkse electoraat minder bang is voor meer rechten voor Koerden dan tien jaar geleden en dan veel politici denken.”

Collinsworth bekritiseerde ook de pro-Koerdische BDP, die zich volgens haar niet altijd genoeg distantieert van politiek geweld: “Te weinig hoor ik BDP-politici zeggen dat ze geweld afkeuren en geen eigen onafhankelijke staat willen. Als ze dat zouden zeggen geven ze een signaal af: zowel naar hun eigen achterban, als naar het Turks-nationalistische deel van Turkije, waarin de angst voor het uiteenvallen van het land en de uitroeping van een onafhankelijk Koerdistan toch nog altijd sterk aanwezig is.”

PKK-sentiment

Ailla Firat, persoonlijk adviseur van BDP-leider Sellahatin Demirtas, legt uit dat de BDP vaak moet schipperen tussen het sentiment dat de eigen achterban voor de PKK koestert en wat de regering en het Turks-nationalistische deel van de natie willen horen: “Haast iedereen in het zuidoosten is wel een familielid, vriend of kennis verloren in de strijd. Bovendien zien velen de stapjes voorwaarts die gezet zijn als een verdienste van de PKK. Daar kunnen BDP-politici niet aan voorbijgaan.“

“Daarnaast krijgen we in de Turkse media heel weinig aandacht en is de aandacht die we krijgen enorm subjectief. De Koerden zijn altijd de agressors en de terroristen die een gevaar vormen voor de Turkse natie. Dat is enorm frustrerend, maar er is weinig aan te doen. Soms worden onze politici ook wel eens moe van het onbegrip en de vooroordelen, waartegen ze steeds maar weer moeten vechten,” vervolgt Firat, terwijl hij op de historische stadsmuren van Diyarbakir aan zijn koffie slurpt.

Trucjes

In het democratiseringspakket van oktober vorig jaar kregen de Koerden weer enkele nieuwe rechten toebedeeld. Zo werd onderwijs in het Koerdisch onder bepaalde voorwaarden toegestaan en kwam er een einde aan het verbod op de letters ‘q’, ‘w’ en ‘x’, die wel in het Koerdische, maar niet in het Turkse alfabet voorkomen. “Maar in de tussentijd onderging ook het kiesstelsel een wijziging, die het voor de BDP moeilijker maakt meer politici in het Turkse parlement te krijgen. En de structurele ongelijkheden blijven bestaan. Zulke trucjes helpen natuurlijk niet om het wantrouwen bij de Koerden weg te nemen,” besluit Firat.

Veel Koerden vatten de maatregelen dan ook op als een manier om het onderhandelingsproces aan de gang te houden. Vanaf zijn werkplek die de Istanbulse buitenwijk Sefaköy overziet, vol Koerdische migranten die met de hoop op een beter leven naar de metropool togen, overpeinst Imdat Kaya: “De AKP heeft de Koerden meer rechten gegeven, maar de motivatie daarvoor lijkt niet zuiver democratisch te zijn. Het stelde uitbreiding van de eigen machtspositie altijd voorop. Dat maakt dat Koerden altijd wantrouwend zullen blijven. En wantrouwen is geen goede voorwaarde voor vrede.”

Tan Tunali studeerde Politicologie en Internationale Betrekkingen in Amsterdam en Istanbul. Hoewel half-Turks ontluikte zijn interesse in Turkije pas tijdens zijn studie. Na talloze academische papers over het Turkse buitenlands beleid, de Koerdische kwestie en het moderniseringsproces, is het nu tijd om journalistiek te bedrijven: Reizen, praten, onderzoeken en nog meer reizen, praten en onderzoeken.