Koerdische rebellen gebruiken de bergen van Noord-Irak als uitvalsbasis voor een oorlog met de buurstaten. Een nieuw regionaal conflict ligt op de loer in een van de grootste spanningsgebieden ter wereld. Nu al een hoofdpijndossier voor Obama.

STEUN RO

Een groep Koerdische vechters slingert zich tegen een berghelling omhoog. De Nederlandstalige Hawraman Karimi (38) stapt mee. Jarenlang vocht hij totdat hij gewond raakte en in 1998 naar Nederland vluchtte. Zijn strijdlust lijkt niet verminderd. ‘Waneer ik onze mensen zie sterven in de gevangenis, vergeet ik mezelf.’ Hij werkt in een rubberfabriek in Hellevoetsluis maar nam een half jaar verlof op. In het hoofdkwartier in de buurt van de stad Sulamaniya geeft hij onderricht aan rekruten van de verzetsbeweging Komala.

De socialistische beweging heeft in haar strijd om autonomie van de Koerdische provincies in Iran sinds de oprichting in 1969 drieduizend leden verloren, zegt hij. ‘Momenteel is Komala vooral ondergronds en politiek actief.’

Aangekomen op de bergtop wijst hij naar zijn geboorteland in de benevelde verte. ‘We willen onafhankelijkheid met een eigen regering en parlement. Zelf beslissen hoe we leven.’

Op een vlak terrein krijgen de rekruten schietles. Ze mikken op een schietschijf. Ook vrouwen trainen mee. Mehnaz (24) draagt bewust geen hoofddoek. Ze zegt dat ze zich in Iran behandeld voelde als tweederangsburger. ‘Er is geen vrijheid zoals hier in Noord-Irak.’ Kwestan (18) vertelt dat vrouwen in het huidige Iran niet kunnen beslissen met wie ze trouwen en geen recht hebben op werk. ‘Daarom heb ik Iran verlaten en me aangesloten.’

Guerrillagebied

Een handvol Koerdisch rebellengroepen vecht momenteel voor de onafhankelijkheid van het volk dat in 1923 bij de Akkoorden van Lausanne verdeeld werd over Turkije, Irak, Iran en Syrië. En allemaal gebruiken ze Noord-Irak als uitvalsbasis.

Smalle paden leiden tot de Qandil-bergen. ‘Zelfs Saddam Hoessein is het nooit gelukt het gebied te veroveren’, vertelt de Koerdische gids Roj Welat. Met uitschieters tot 3.000 meter dienen de pieken in het noordoosten van Irak als een ideaal guerrillagebied; ontoegankelijk voor grote legers en prima schuilplaats voor kleine gevechtsgroepen.

De bemodderde fourwheeldrive rijdt een vallei in en stopt bij de puinhopen van huizen. Op 25 september bombardeerden Turkse vliegtuigen het dorp ‘Bredda’. Resten van stenen, meubilair en daken liggen verspreid. ‘Ze willen niet dat er burgers in deze bergen leven. Zodat het een no-mansland wordt en Koerdische guerrilla’s hier niet kunnen leven.’

Het Turkse leger valt vanuit het noorden aan, op zoek naar strijders van de Koerdische Arbeiders Partij PKK die voor autonomie van Oost-Turkije vechten. De strijd is verhevigd na 3 oktober toen bij een Koerdische aanval op een grenspost zeventien Turkse militairen omkwamen. De peshmergas, zoals de Koerdische opstandelingen zich graag noemen, worden nu achtervolgd tot diep in Irak. Volgens de gids is dit bombardement echter geen vergelding, maar een strategie om de Koerdische Autonome Regio in Noord-Irak (twee keer Nederland) te vernietigen.

Even verderop rolt landbouwer Ali Ahmad Hamad (35) aarde vast op het platte dak van zijn huis. Bij het laatste Turkse bombardement liep hij schade op. ‘Het is de derde keer dat ik mijn huis herstel.’ Voor hem komt het gevaar tevens uit het oosten, uit buurland Iran. ‘Ook de Iraniërs beschieten dit dorp.’

Voor de komende Amerikaanse president Barack Obama vormen de Koerdische groepen in een van de politiek meest turbulente gebieden van de wereld een hoofdpijndossier. Soms zijn ze vriend en soms zijn ze vijand. De Koerden van Noord-Irak hielpen de Amerikanen bij de invasie van Irak in 2003. De Koerden van Turkije daarentegen ondermijnen met aanslagen een van zijn trouwste NAVO-bondgenoten. Een derde groep, de Iraanse Koerden, moet hij paaien als hij tot een de omverwerping van het streng islamitische regiem van de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad besluit.

Gezeten op een rotsblok in de Qandil-bergen is het voor Biryar Gabar (34), lid van de Partij van het Vrije Leven van Koerdistan, Pjak, niet de vraag óf, maar wannéér, de VS-aanval op Iran begint. ‘De VS vechten al in Irak en Afghanistan dus de kans bestaat dat ze ook in Iran beginnen.’ Wel betwijfelt de besnorde Koerd of zijn volk, dat bestaat uit geharde gedisciplineerde vechters, zich opnieuw zo gemakkelijk achter de VS schaart. ‘Wij vechten een vrijheidsstrijd. De VS hebben geen strategie voor de Koerden.’

Geen alternatief regime

Bahman Aliyar (48) lid van het Centraal Comite van Komala, de verzetsgroep die ook tegen de Iraanse regering vecht, zegt op zijn hoofdkwartier in de buurt van Sulamaniya dat zijn groep geen wapens of geld heeft ontvangen van de Verenigde Staten. ‘Wij accepteren hun hulp als ze die willen geven.’ Volgens Aliyar hebben de VS nog niet besloten wat ze met Iran gaan doen. ’Probleem is dat er geen alternatief bestaat voor het regime. Er is geen krachtige oppositiepartij.’

Wel denkt hij dat Obama ‘een grote fout’ zou maken de regering van Teheran te verjagen zonder hulp van Koerdische partijen. ‘Iran is met 80 miljoen inwoners veel groter en sterker dan Irak met 25 miljoen inwoners. Als de VSt de Koerden negeren, krijgen ze grotere problemen dan in Irak.’

Buiten toont een gids het verwoeste hospitaal in het dorp Lawsja. Er vielen vorig jaar twee bommen. ‘Het Rode Kruis weet hiervan. Maar kan er niks tegen doen.’ Hij wijst op het morbide spel dat nu nog met de Koerden wordt gespeeld. Amerikaanse onbemande spionage-vliegtuigen doorkruizen de hemel boven de Qandil-bergen. ‘De informatie gaven ze door aan de Turken die het weer doorgeven aan Iran. Zo vallen bommen op onze schuilplaats terwijl wij tegen het Iraanse regime vechten.’ Hij toont ijzeren onderdelen van een bom. ‘Als dit een burger raakt dan snijdt dat het hoofd of been af. Dit doen ze met de Koerden.’

    Arnold Karskens is Neerlands meest onafhankelijke en ervaren oorlogsverslaggever. Muckraker. Nachtmerrie voor nazi’s en andere oorlogsmisdadigers. Auteur van tienŒ boeken. Onderzoeksjournalist die nooit ‘nee!’ als antwoord accepteert. Lastig, dwars & gehaat door zijn vijanden, maar Last Man Standing voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.

    Geef een antwoord