In de serie Kort van Stof publiceren toonaangevende schrijvers op onregelmatige basis een nieuw, ongepubliceerd kort verhaal. Deze keer: Mirjam Brandenburg, die in 2012 debuteerde met de verhalenbundel ‘Vondelingen’. In ontroerende, troostende, soms schrijnende verhalen geeft Mirjam Brandenburg de actualiteit een verassend nieuw gezicht.

STEUN RO

©Auteursfoto: Nathalie Dekker

Mirjam Brandenburg (1970) debuteerde in 2012 bij uitgeverij Atlas Contact met de verhalenbundel Vondelingen. In haar verhalen belicht Mirjam, zoals Jeroen Vullings het in zijn lovende recensie in Vrij Nederland stelde, de achterkant van de actualiteit. Verhalen uit het nieuws worden gekanteld en vermenselijkt en laten de lezer verbaasd en ontroerd achter. Mirjam studeerde politicologie en werkt bij de rijksoverheid. Ze is eigenaar van gedichtenwinkel.nl en schreef gedichten voor onder meer Flow en CJP Magazine. Momenteel schrijft ze aan haar tweede boek. Mirjam woont met haar man en twee kinderen in Haarlem.

 

 

DE ONTMOETING

 

Nee, haar leven zou niet direct een andere wending nemen, dat wist ze zelf ook wel. Volgende week stond ze hier waarschijnlijk met dezelfde bezem de haardotten in de hoek te vegen. Stond ze met dezelfde pijn in haar knokkels de hoofdhuid van de vaste klanten te masseren. En zou ze tijdens haar lunchpauze hetzelfde blokje om het winkelcentrum lopen. Maar het zou toch anders voelen, er zou een bepaalde glans over liggen. De mensen zouden het ook aan haar kunnen zien, dacht ze. Haar tred zou lichter zijn, haar huid minder dof en haar boezem pronter. Iedereen zou het zien dat ze iets had meegemaakt, dat er iets was dat haar had opgekikkerd.

Ze wrong zich in een moeizame bocht, achterin de zaak stonden de stoelen en de wagentjes van de kapsters hopeloos dicht op elkaar. “Het is weer mooi geweest, hè Nel” zei haar baas, terwijl hij de lade van de kassa voor de laatste maal die dag dichtschoof. Vroeger stopte hij haar nog weleens een briefje toe aan het eind van haar dienst, maar dat was al jaren niet meer gebeurd. Hij knipte de lichten in de zaak uit, op de tast begaf ze zich naar de keuken waar ze de bezem aan de daarvoor bestemde haak hing en haar mantel van de haak ernaast pakte. In de deuropening wachtte hij haar op. Het vervulde haar altijd met een bepaald soort trots om samen met hem de salon te verlaten. De bel rinkelde guitig toen hij de deur achter hen dichttrok en de boel afsloot. Daarna was hij snel verdwenen, ze staarde naar de achterlichten van zijn zilvergrijze mercedes terwijl ze in haar zakken naar haar sleutel zocht.

In stevige cadans trapte ze zich naar huis, her en der wierp ze een blik in een verlichte woonkamer, vlagen jaloezie als spinnenwebben uit haar schootveld verjagend. Ze had niets te klagen, morgen zou ze Màxima ontmoeten.

 

Eenmaal thuis ontdeed ze zich van haar werkkleding en hees ze zich in haar huispak. Haar kleding voor morgen, een gebloemd tuniek met een paarse legging, lag al klaar. Eigenlijk moest ze een paar kilootjes afvallen en zich een nieuw huiskloffie aanmeten; het velours toonde slijtplekken bij haar knieën en ellebogen, waar de stof het het zwaarst te verduren had. Volgende week zou ze beginnen met afvallen.

Leunend tegen het aanrecht warmde ze een blik tomatensoep op. Vervolgens nestelde ze zich in haar bankstel, in de kuil die zich in de loop der tijd naar haar lichaam had gevormd. Uit de linkerzak van haar huispak viste ze de afstandsbediening. Zonder dat haar ogen van het scherm weken lepelde ze de soep naar binnen. Bij de scène met de traan en de bandoneon hielde ze het zelf ook niet droog, nooit. “Ach kindje, ach kindje” prevelde ze.

Nadat ze de televisie had uitgeschakeld bladerde ze nog wat door de stapel glossy’s die ze door de jaren heen had aangelegd, ze mocht ze meenemen als ze te oud werden voor op de zaak. Màxima uitdagend dansend als student op een salsafeest, Màxima als vriendin van de prins op een jacht van vrienden, als prinses in de koets, als koningin naast haar man op de troon. Ze hoopte dat ze morgen geen broekpak zou dragen, al was ze duizend maal haar koningin, ze had een afkeer van dergelijke excentriekerigheid.  

Ongewoon vroeg lag ze die avond in bed, lepeltje lepeltje met het hoofdkussen van de man die nooit was gekomen. Binnensmonds oefende ze de namen van de prinsesjes, ze zouden er natuurlijk niet bij zijn, maar ze zou, als ze de kans kreeg, even informeren hoe het met ze ging, of ze misschien simpelweg maar de groeten doen.

Nu het grote moment dichterbij kwam, kon ze de slaap niet vatten. Ze wierp zich van haar ene op haar andere zij, haar donzen metgezel in haar armen. Het was belangrijk dat ze zich niet versliep, dat deed ze nooit maar je zult net zien. Ver na middernacht pas was ze in slaap gevallen, met een glimlach rond haar lippen.

 

Langer dan een half uur had ze de volgende ochtend bij de bushalte staan wachten, handtas tegen de borst geklemd, abonnement in de aanslag. Misschien was er een staking, misschien was er een omleiding, ze wist het niet. Uiteindelijk was ze, half struikelend, naar het station gerend. Ze had staan stuntelen bij de kaartjesautomaat en ze was in een trein terechtgekomen die met haar door het landschap was geboemeld. Langs molens, sloten en boerderijen kwamen ze. Op het station in de provinciestad had ze zich tegen de mensenstroom in, tegen beter weten in, naar de Grote Markt begeven. Men veegde er de confetti en de slingers op een hoop.

Mirjam Brandenburg, oktober 2013

 

 

 

RECENSIE VONDELINGEN

AQM Omslag Vondelingen rs

De schrijfster van de debuutbundel Vondelingen, Mirjam Brandenburg, werkt in het dagelijks leven bij de rijksoverheid. Hoewel het leven van een ambtenaar een niet al te bruisend imago heeft, liet Brandenburg zich voor haar verhalen wel degelijk inspireren door haar dagelijkse werkomgeving. In de negen verhalen die Vondelingen rijk is wringt het tussen mens en samenleving, tussen het individu en het stelsel van maatschappelijke conventies, regels en wetten waarbinnen dat individu zich dient te handhaven. En handhaven, daar schort het een beetje aan bij de meeste personages die Brandenburg ten tonele voert. Of beter gezegd: het zijn vaak wat verloren types, die door omstandigheden of verkeerde keuzes de regie over het leven kwijtraken of kwijtgeraakt zijn. De onmacht brengt hen soms tot opmerkelijke daden.?Zo is daar de vrouw die maar geen geschikte echtgenoot kan vinden, en ten slotte haar lot in eigen hand neemt. En de dementerende vrouw die haar huis op orde maakt, omdat ze graag de kleine jongen die als enige van zijn familie een vliegramp heeft overleefd, in huis wil nemen. Of het meisje dat in ‘Burgerlijke ongehoorzaamheid’ indruk probeert te maken op haar vriendje. Daarbij staan wetten in de weg, en praktische bezwaren, en door haar daad valt haar droom in duigen.

De draad kwijt

?In het verhaal ‘Guichelheil’ raakt de West-Friese hovenier Siebe de financiële draad kwijt nadat hij zijn eigen siertuinbedrijf is gestart. De kosten lopen uit de klauwen, en de schulden stapelen zich op, maar Siebe is niet bij machte het tij te keren. Uit angst en schaamte vertelt hij niets aan anderen, zelfs niet aan zijn hoogzwangere vrouw. Terwijl buiten de zomerse hitte tot tropische waarden stijgt en bosbranden woeden aan de horizon, ziet de hovenier zijn eigen toekomst in rook opgaan door een dreigend faillissement. En het lijkt, zo suggereert Brandenburg aan het einde van het verhaal, allemaal nog erger te worden.?Mooi is ook ‘Soft Law’, waarin ambtenaar Werner Leeflang verstrikt raakt in een belachelijk web van regels die verhinderen dat hij zijn zieke kat kan laten behandelen door de dierenarts – net zo’n ‘ambtenaar’ als hijzelf. Intussen wordt er door collega’s druk aan zijn stoelpoten gezaagd, waardoor hij de belangrijke opdracht die hij binnengesleept dacht te hebben, nét aan zijn neus voorbij ziet gaan.

Herkenbaar

Brandenburgs taal, stijl en beelden zijn soms wat erg alledaags, maar haar personages zijn geloofwaardig en hun persoonlijke drama is herkenbaar en invoelbaar. Het zijn echter juist de verhalen waarin de werkelijkheid al te nadrukkelijk om de hoek komt piepen, die het minst overtuigen. Zoals bijvoorbeeld ‘Het schilderij’, over de gevallen bankdirecteur Bert Scheenstra, in wie moeiteloos Dirk Scheringa en zijn DSB-bank te herkennen valt. Op een receptie komt Scheenstra onder anderen Joost Smeets tegen, auteur van het boek De kooi – en wie denkt daarbij dan níét aan De prooi van Jeroen Smit.?Weet de schrijfster aan ‘Dark horse’ – gebaseerd op de auto-aanslag tijdens Koninginnedag – nog een verrassende wending te geven, in het daaropvolgende ‘Finale’, over een lijststrekkersdebat, kun je je al nauwelijks meer andere koppen voorstellen dan de bekende Haagse figuren. In ‘Het schilderij’ is de fictie zo weinig losgezongen van de realiteit, dat het hinderlijk wordt.?Laat Mirjam Brandenburg zich dus vooral laten inspireren door de werkelijkheid, om vervolgens wel dat stapje terug te doen en een waarachtig verhaal te schrijven dat de waarheid ‘liegt’.

Mirjam Brandenburg – Vondelingen?
Atlas Contact, 192 p., € 19,95?

Geef een antwoord