In de serie Kort van Stof publiceren toonaangevende schrijvers een nieuw, ongepubliceerd kort verhaal. Deze keer een verhaal van de Vlaamse Valerie Eyckmans, wier veelbelovende nieuwe roman ‘De dierbaren’ op 6 maart verschijnt.

STEUN RO

Valerie Eyckmans (1977) werkt als freelancejournaliste en copywriter. Ze leverde jarenlang columns en reportages aan bekende dag-, week- en maandbladen. In 2013 debuteerde ze met Verloren maandag, dat genomineerd werd voor De Bronzen Uil. Haar nieuwe roman De dierbaren verschijnt op 6 maart, in Nederland bij uitgeverij Podium en in België bij uitgeverij Vrijdag. Valerie Eyckmans bewijst met De dierbaren opnieuw dat ze met veel humor en een scherpe pen een ogenschijnlijk luchtige roman kan schrijven, waarin zware onderwerpen als pedofilie, scheiding, travestie en vreemdgaan niet worden geschuwd.

–––––

Het geluk van jonge moeders

Lunchpauze. Ze had het gehaald. Ze snakte naar ruimte en stilte, maar voor ze het wist werd ze gesandwicht tussen twee vrouwen, strak in het pak en in het leven. Beiden flinke kanonnen in de reclame, niet meteen de zachtste der sectoren. Beiden sinds kort moeder, herinnerde ze zich. Het was maandag, de moeders hadden hun tong een weekend lang in dada’s en dodo’s gekruld en laafden zich nu aan volzinnen en woordgrapjes. In een efficiënt tempo werden tips uitgewisseld, anekdotes verteld en zorgen gedeeld. Nu en dan werden foto’s getoond. Happiness is a smoking smartphone.

‘Kijk eens. Om op te eten, toch?’

Carrièretijgers tussen negen en vijf, leeuwinnen na valavond.

‘Kan de jouwe al zus en zo? Nee? Oh.’

Er zou een wetenschappelijke studie gemaakt moeten worden van hoeveel gewicht je in één ‘oh’ kan leggen, dacht ze. Een welgemikte ‘oh’ kan dodelijk zijn. Ook op kantoor.

Zelf had ze geen kinderen.

Ze probeerde meermaals dekking te zoeken in de krant die voor haar neus lag, maar werd telkens opnieuw in de loograven van het jonge moederschap gesleurd, waar verwoed werd gestreden met eerste tandjes en eerste woordjes. Smachtend loerde ze naar de weekendbijlage die op een hoek van de tafel lag, ze probeerde haar hand zo te manoeuvreren dat ze de bijlage ongezien naar zich toe zou kunnen schuiven. Het lukte, bijna.

Eén van de jonge moeders klopte haar zacht op haar hand, de bijlage viel op de grond. Nooit gedacht dat ze op drieëndertig nog een corrigerende tik zou krijgen.

‘Sorry. Vervelen we je?’

Ze schudde het hoofd. Zei dat ze het heerlijk vond, zo’n pamperpauze.

De stilte die viel, sprak boekdelen.

De jonge moeders zwegen. Eentje nam de krant. Ze bladerde in één bruuske beweging door naar het beursnieuws. De andere concentreerde zich op haar armtierige salade, die haar moest helpen van de laatste babykilo’s af te raken.

Zij probeerde ondertussen haar tong af te bijten.

De stilte boorde zich in haar buik. Haar honger was over.

‘Weet je wat mijn eerste woordje was?’ vroeg ze tenslotte.

De jonge moeders keken loom op.

‘Sorry’.

De wenkbrauwen ontspanden. Mondhoeken krulden lichtjes.

Ze kreeg de krant en een schouderklopje, en de draad werd opgepikt waar ze hem had laten vallen. Vrolijk zoemden ze verder, over roze mutsjes en wollen jurkjes. Dat heb je met jonge moeders, dacht ze. Ze weten hoe je stoute kinderen moet aanpakken.