De overheid maakte onlangs cijfers bekend over misdrijven door asielzoekers in 2018. Zorgwekkende cijfers, maar minstens zo zorgwekkend is de manier waarop wij vervolgens om wensen te gaan met de kale getallen. De ophef over ‘moordende asielzoekers’ was groot (31 stuks!), maar is die ophef wel terecht?

STEUN RO

Laat ik om te beginnen ook maar eens met cijfers komen. In 2018 werden volgens het gezaghebbende moordatlas.nl op de kop af nul asielzoekers veroordeeld voor moord. Nul. Er werden wel twee statushouders veroordeeld voor moord. Het moordcijfer in Nederland schommelt door de jaren heen zo rond de 150 slachtoffers per jaar.

Diffuus

Iedereen die iets weet over geregistreerde misdaadcijfers zal moeten erkennen dat het een behoorlijk diffuus gebied is, waar zonder duiding eigenlijk niet veel over te zeggen valt. Het is een tombola van registraties die weinig tot niets zegt over de verhalen er achter. Een voorbeeld uit de praktijk? De dader van een overval op een kroeg wist van acht mensen aan de bar buit te maken, in de registratie kwam dit voorval terecht als acht overvallen. Ik bedoel maar.

In dit geval maakte de overheid cijfers bekend over geregistreerde misdrijven van mensen die in asielzoekerscentra zitten. Onder het kopje ‘overige’ waren een aantal ernstige misdrijven gezet. Pas na aandringen van de Telegraaf kwam de minister op de proppen met de specificatie: onder meer tientallen zedendelicten (waaronder vier verkrachtingen) en 31 gevallen van moord/doodslag.

Rechtbank-verslaggever, laat zich betalen voor tweets uit de rechtszaal via @realtwitcourt.