Eind vorige eeuw werd de laatste wilde otter in ons land doodgereden. Begin deze eeuw werd deze spectaculaire diersoort opnieuw vrijgelaten in de Nederlandse natuur. Nu dreigt de provincie Zuid-Holland zijn otters weer te laten barsten wegens ‘te weinig draagvlak’: leden van de Statencommissie Duurzame Ontwikkeling vinden fatsoenlijke beschermingsmaatregelen namelijk onnodig. Lang leve de politiek.

STEUN RO

‘Elke keer als er over otters wordt gepraat, krijg ik een brok in mijn keel dat zich amper weg laat slikken. Want we zijn ze kwijt in Nederland. De allerlaatste wilde otter is in 1989 in Friesland doodgereden. Toch mogen we dit prachtdier nooit vergeten, want waterrijk Nederland was zíjn land. Eeuwenlang heeft hij in onze meren, sloten en rivieren zijn modderglijbanen gemaakt, zijn jonkies zwemles gegeven en zijn vis gevangen. Zo mooi als het hier was, zag hij het nergens in heel Europa. Maar te vaak hebben we hem het leven onmogelijk gemaakt. Aan het begin van de twintigste eeuw hadden arme boeren het gemunt op de ‘gemeene vischrover’, en zijn waterdichte bontjas leverde wel zeventig gulden op. Middenin de oorlog, in 1942, werd de otterjacht voorgoed verboden. Maar daarna kregen we de PCB’s en zware metalen in het water: die hoopten zich op in de otter en misvormden zijn voortplantingsorganen. Steeds meer auto’s gaven ons onze vrijheid, maar sneden otters (en heel veel andere dieren) de pas af, zodat zíj niet meer vrij door Nederland konden lopen. Nu het dus te laat is, zuiveren we met dure installaties ons water, wordt er door de overheid aan een ‘natte as’ (verbindingsweg voor waterdieren) door heel Nederland gedacht en zijn alle ogen gericht op het otterfokstation in Groningen. In Friesland zoekt een eenzame rietwerker nog steeds naar sporen, want je weet maar nooit… misschien komen de otters op een dag uit eigen vrije wil terug?’

Goed in alles wat ze doen

Deze droevige overpeinzing schreef ik precies een kwart eeuw geleden in het natuurboek De Seizoenen Geschilderd. Met tranen in mijn ogen, want ik ben dol op otters. Een leuker dier bestaat namelijk niet. Otters zijn ontzettend goed in alles wat ze doen: jagen, hollen (24 km per uur), zwemmen en vooral…spelen, dollen, keten!

Sinds het uitsterven van de otter is er nogal wat veranderd. Door strengere Europese milieuwetgeving is de waterkwaliteit in Nederland enorm verbeterd. Farmaceutische en petrochemische fabrieken langs de Rijn -waaronder het beruchte Duitse BASF- mochten hun chemische afval niet meer zomaar in de rivier lozen. Eindelijk was onze Nederlandse delta niet langer het gore afvoerputje van heel petrochemisch West-Europa!

Hoewel het autoverkeer bepaald niet minder druk is geworden, zorgde het schonere water ervoor dat Nederland toch weer een geschikter otterland werd. In 2002 werden dan ook –na jaren van voorbereiding en onderzoek- 31 buitenlandse otters uitgezet in de Overijsselse Weerribben en Friesland.

Jaarlijks sneuvelt een derde

Op dit moment leven er in ons land ongeveer 160 wilde otters, allemaal afstammelingen van die 31 buitenlanders. Dat lijkt heel wat, maar toch groeien de aantallen bij lange na niet hard genoeg. Inteelt ligt op de loer en voor de tweede keer uitsterven ook. Pas wanneer 500 otters Nederland als vaste visstek hebben, kun je spreken van een levensvatbare populatie. Het streefdoel is dat ons kikkerlandje in de toekomst weer zo’n duizend otters telt.

Nu hun voorplantingsorganen niet langer tot enge gezwellen worden vervormd door kwik en andere chemische zooi in het water, planten ze zich ijverig voort. Er komen dus steeds meer otters bij, maar helaas wordt jaarlijks minstens een derde van het totale aantal weer doodgereden.

De oplossing voor deze tragische verkeersongevallen is niet al te ingewikkeld, maar vergt wel financiële investeringen: er moeten rasters worden geplaatst langs de wegen waar de meeste slachtoffers vallen, waardoor otters die willen oversteken vanzelf naar tunnels worden geleid die onder deze autowegen door lopen. Niet alleen de otters houden zich braaf aan deze verkeersregels, ook andere wilde dieren maken dankbaar gebruik van zulke tunnels. Zeker geen overbodige luxe dus, als je bedenkt dat er dagelijks zo’n 30.000 wilde dieren sneuvelen op ons asfalt.

Bestuurlijke desinteresse

Vanuit Overijssel en Friesland hebben de otters zich op eigen initiatief verspreid naar andere waterrijke en dus aantrekkelijke delen van het land, waaronder ook de Nieuwkoopse Plassen in Zuid-Holland. In januari 2014 berichtte Natuurmonumenten juichend dat na 40 jaar afwezigheid eindelijk weer de eerste levende otters in de Nieuwkoopse Plassen waren gesignaleerd. In april 2015 werd duidelijk dat ze daar ook jonkies hadden gekregen.

Vanuit de Nieuwkoopse Plassen kunnen otters zich verder zuidwaarts uitbreiden via de Reeuwijkse Plassen richting Krimpenerwaard, Alblasserwaard en de Biesbosch. Als ze daar tenminste de kans voor krijgen, want Provinciale Staten van Zuid-Holland zet namelijk een dikke streep door dit hoopvolle toekomstbeeld.

Tot grote ontsteltenis van natuurorganisaties blijkt bij commissieleden van dit provinciale overheidsorgaan domweg ‘geen draagvlak’ te zijn voor het aanleggen van ottertunnels waarlangs de dieren zich kunnen verspreiden. Toppunt van ironie: die tunnels zijn om te beginnen hard nodig op het meest beruchte doodrijpunt de provinciale Uitweg, waar in 1976 de allerlaatste Zuidhollandse otter het leven liet.

Overigens zijn otters niet alleen goede vissers en vakkundige loltrappers, maar tevens ‘natuur-thermometers’ voor een heel gebied. Waar otters kunnen leven, zit het ook met de rest van de natuur wel snor. Daarmee is deze diersoort meteen ook het levende bewijs dat overheidsgeld voor de natuur goed is besteed en zijn vruchten afwerpt.

Otters ‘buitenproportioneel’ duur?

Totdat de Ford Mondeo van Henk en Ingrid eraan komt met 100 kilometer per uur. Op de Uitweg zijn inmiddels al meerdere otters gesneuveld die van plan waren om verder uit te breiden naar het zuiden. Ze hebben tunnels nodig onder die weg, en snel een beetje graag! Maar ja, dat kost drie ton. En daar is dus geen draagvlak voor bij het merendeel van de provinciale bestuurders, die duidelijk niet geplaagd worden door enige visie, ook al zitten ze in de Statencommissie Duurzame Ontwikkeling.

Dit kan kennelijk zomaar. Ondanks de hoogdravende beloften van ‘een compleet natuurnetwerk in Zuid-Holland inclusief de ecologische verbindingen’ in de provinciale begroting 2016 voor het programma Groen, Waterrijk en Schoon, waar op pagina 22 overduidelijk staat geschreven dat de biodiversiteit behouden dient te blijven en waar mogelijk versterkt moet worden.

In de praktijk blijkt het merendeel van de commissieleden echter niet achter het eigen provinciale beleid te staan en al evenmin achter de Europese natuurwetgeving, die stelt dat alle EU-lidstaten verplicht zijn om hun otters te beschermen. In 2016 besteedt Zuid-Holland ruim 200 miljoen euro aan onderhoud en investeringen aan wegen. Slechts een luttele 0,15% van dat bedrag is nodig om die wegen ook voor otters en vele andere wilde dieren veilig te maken, maar de huidige commissieleden vinden dat ‘buitenproportioneel’.

Dat wordt dus weer een belastinggeldverslindende rechtszaak.

Journaliste met een zwak voor de natuur EN de menselijke natuur. Werkt(e) onder meer voor natuurmagazine Roots, Wereld Natuur Fonds, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten en is mede-auteur van zeven boeken over de natuur.