Vorig jaar verloren Jop de Vrieze en Zvezdana Vukojevic hun zoontje Mikki vlak voor de geboorte. Inmiddels zijn ze weer zwanger en schrijven ze over hun ervaringen en levenslessen. Episode 16, over de laatste loodjes.

STEUN RO

‘Don’t push your luck’, had een van onze gynaecologen gezegd. Er was in agenda’s gekeken en zo gepland dat de gynaecoloog die ons al die maanden zo fantastisch begeleid heeft dienst zou hebben. En dus stond vanochtend om vijf uur de wekker en meldden we ons om half zeven in het ziekenhuis, krap negenendertig weken op weg.

De nacht was gebroken door jouw onrust en mijn zeehondenhoest. Panisch duwde je je buik heen en weer omdat je hem niet voelde. Misschien is ie al dood! Je wilde mij wakker maken, maar vlak voordat je een poging daartoe ondernam viel je in slaap en juist toen begon hij aan zijn boksuurtje.

De jongen van achter de balie leidde ons naar de verloskamer waar het vandaag allemaal gaat gebeuren. Vrijwel dezelfde als toen. De verpleegkundige schreef ‘Welkom Zvezdana en Jop!’ op het whiteboard. ‘Dat deden ze de vorige keer niet zo’, zei je. ‘Toen was er ook niet echt een sfeer voor vrolijke uitroeptekens,’ antwoordde ik.

De afgelopen dagen waggelden we als twee kippen zonder kop door het huis. Jij was vooral bezig met ordenen, opruimen en klaarzetten van spullen in huis, ik met het zoveel mogelijk afronden van al het werk dat ik nog heb lopen.
Gisteravond zat ik nog oude foto’s van de camera te wissen, om plaats te maken voor wat straks komen gaat. Foto’s van onze vakantie in IJsland, de enige reis die we maakten met Mikki in jouw buik.

Die reis staat nog altijd symbool voor de onschuld, de romantiek van het verwachten, die niet lang daarna plaatsmaakte voor de keiharde werkelijkheid. Nog een paar uur, als alles goed gaat, dan is deze bizarre, intense fase van zevenentwintig maanden achter de rug. Dan zijn we gewoon twee ouders met een hulpeloos kind.

Ik kan het haast nog niet bevatten.

Hoe de komende uren zullen zijn, dat kunnen we ook nog niet bevatten. Aan de ene kant kunnen we niet wachten om onze tweede zoon straks in onze armen te hebben, aan de andere kant hebben we geen idee hoe zwaar het gaat zijn.
De afgelopen weken stelden we samen met de gynaecoloog en de psycholoog een bevalplan op. We besloten onze familie pas wanneer de bevalling achter de rug is laten weten of ze direct welkom zijn, omdat we misschien alles eerst even met zijn drietjes tot ons door willen laten dringen.

De psycholoog staat ook standby, vermeldde ik er de afgelopen dagen steevast bij aan wie ik vertelde dat het bijna gaat gebeuren. Om alvast een reserve in te bouwen, het enthousiasme te temperen. Niets is nog zeker en zelfs als alles goed gaat, is niet alles weer goed.

Van ouders met een vergelijkbaar verhaal hoorden we hoe verscheurd je kunt raken in die eerste dagen. Zoveel liefde voor je tweede kind, die je ook aan de eerste had willen geven. Hoe graag je hen samen zou laten spelen.
Hoe moeilijk je soms om kunt gaan met opgeluchte reacties.

Bij de psycholoog hadden we het er afgelopen week nog over. Over je vader, die destijds niet wilde langskomen om Mikki te zien in het ziekenhuis, omdat hij bang was een hartaanval te krijgen. Toen je probeerde hem te overtuigen zei hij: ‘ik had een levende kleinzoon verwacht.’ Je schoot uit je slof: ‘Ja, ik had ook heel iets anders verwacht, maar dit is het.’

We weten niet goed wat het met ons als ouders van Mikki zal doen, als hij straks wel als een van de eersten zijn tweede kleinzoon zal komen bewonderen. Mikki had net zozeer recht op zijn aandacht, zijn liefde. Het gemis zal blijven, misschien zelfs groter worden, als zijn broertje er is.

Gebroken vliezen

Een uur geleden kwam een verloskundige kwam binnen en deelde mee dat ze je vliezen zou gaan breken. Je schrok. Zo snel al? ‘Ja, ik ga ik eerst voelen, als het al kan gaan we ze meteen breken.’ Terwijl ze bezig was, liep je steeds roder aan. Je lip begon te trillen, tranen welden op. Even was je terug in de tijd en nam de radeloosheid je over.

Ze nam even pauze om je op adem te laten komen. Even later stroomde er een klein beetje vruchtwater op het matje onder je. Erna hielden we met betraande ogen elkaars handen vast. ‘Ik weet niet wat ik heb hoor’, zei je. ‘Dat weet ik wel’, zei ik, ‘en het is volledig normaal dat je daarvan in paniek raakt.’

Nu is de rust weergekeerd. Jij zit op bed, smeert nog even je benen in met lotion, het inmiddels vertrouwde geluid van de snelle hartslag van onze kleine klinkt.
Achter de gordijnen aan de andere kant van de kamer stond ik destijds, op het meest hartverscheurende moment van mijn leven, toen ik mijn ouders vol trots de naam onthulde van onze overleden zoon.
Nog een paar uur, dan sta ik daar weer.

De hele serie teruglezen?

1: Gefriemel
2: Zombies
3: Anders onder controle
4: Doorgetrokken streep
5: Kompas
6: Kikker
7: Rugzakje
8: Polsbandje
9: Vaderrol
10: Rekensom
11: Redecho
12: Heks
13: Pianomuziek
14: Grote broer
15: Oscar

Lees de apotheose: 

Hij maakt geluid