Lara (40) was de eerste 30 jaar van haar leven ontevreden. Ze voelde zich altijd anders, buitengesloten en boos. Ze vluchtte voor die gevoelens in drank en eten. Per toeval kwam ze in aanraking met een zelfhulpgroep. Sindsdien is haar leven 180 graden gedraaid.

STEUN RO

“Het grote verschil met toen en nu? Vroeger haatte ik het leven en iedereen erin. Mensen waren lastige objecten die tussen mij en het eten in stonden. Ik had negatieve oordelen over alles en iedereen en geloofde ook echt in wat ik dacht. Nu kan ik relativeren en lachen om mijn soms bizarre gedachten. Ik vind het leven leuk en ben ontzettende blij met de relaties die ik heb. Ik heb geleerd te focussen op de positieve dingen in het leven. Vroeger was dat precies omgekeerd.

Mijn vroegste jeugdherinneringen zijn negatief. Ik vond mijn kleuterjuf stom en de meisjes in mijn klas ook. Op de basisschool precies hetzelfde. Ik had altijd het gevoel dat ik anders was, en dat ik er niet bij hoorde. Ik herinner me de gymlessen waarbij de leraar altijd iemand uitkoos om een oefening voor te doen. Toen iedereen geweest was, behalve ik, begon hij weer opnieuw. Nu begrijp ik dat het per ongeluk gebeurde, maar toen niet. Ik wist zéker dat hij mij expres oversloeg. Ik was woest. Terugkijkend begrijp ik dat onder die woede, pijn en onzekerheid zat. Waarom werd ik overgeslagen? Was ik niet goed genoeg? Bij mij sloegen die gevoelens en angsten meteen om in woede. Ik wilde er niets een meer bij horen. Zij waren stom.

Hetzelfde gebeurde bij de kabouters, op ballet… Ik voelde me anders, hoorde er niet bij en de boosheid volgde als vanzelf. Thuis ging ik zoveel mogelijk mijn eigen gang. Mijn zus was explosief en zocht de confrontatie op met mijn ouders. Ik trok me meestal ongemerkt terug op mijn kamer. Ik zocht ook geen steun bij mijn ouders als ik verdrietig was. Als mijn moeder me een knuffel wilde geven, dacht ik: flikker op en laat me met rust! Met mijn zus maakte ik vooral veel ruzie. Ik keek tegen haar op en voelde me het kleine, dikke zusje. Dik was ik toen nog helemaal niet. Maar ik voelde het wel zo.

De focus op eten was er van jongs af aan. Als ik even de kans kreeg, pakte ik dingen weg uit de keuken. De adventkalender met kerstmis was binnen een dag leeg, net als de buit met Sint Maarten. Ik was grenzeloos. En oneerlijk. Want ik zei altijd dat ik het niet gedaan had. Kennelijk voelde ik dat mijn gedrag niet normaal was. Mijn gewicht werd een obsessie, toen een jongen op school zei dat ik een ‘dikke reet’ had. Ik was twaalf en wist het zeker: ik was dik en móést afvallen. Ik ging in de weer met 20+ kaas, rijstwafels en andere dieetbagger.”

Dat ik vreetbuien had, en me depressief voelde, hebben mijn ouders nooit geweten.

“Lang hield ik het nooit vol. Ik ging er alleen maar meer door eten. Het gevolg was dat ik  begon aan te komen. Ik woog mezelf stiekem op de weegschaal als mijn ouders beneden waren. Vaak schrok ik zo van wat hij aangaf, dat ik totaal in paniek raakte. Ik nam me voor niet meer te snoepen en maakte schema’s in mijn agenda met hoeveel ik de komende weken af ging vallen. Maar het lukte nooit. De middelbare schooltijd was heel dubbel. Zolang ik onder de mensen was, voelde ik me okay. Maar als ik alleen was, dan zakte ik weg.

In mijn eentje op mijn kamer voelde ik me ellendig. Ik had vreetbuien en obsessieve zelfmoordgedachten. Één keer heb ik daadwerkelijk in het medicijnkastje van mijn ouders gekeken om te zien wat erin zat. Maar iets in mij verzette zich. Ik weet nog goed dat ik dacht: dit is belachelijk! Toch bleef de wens om dood te zijn. Om te vluchten voor dat gevoel, zorgde ik dat ik zo min mogelijk alleen thuis was. Ik rende van de ene afspraak naar de andere. Daarbij begon ik steeds meer te vreten en dat koste geld. Ik was druk met allerlei baantjes. Ik paste op, werkte in de supermarkt en maakte schoon. Het merendeel ging op aan eten en snoep. Ik was altijd blut.

Vaak leende ik geld van mijn moeder. Zij deed er niet moeilijk over. Ik betaalde altijd terug, en ze dacht dat ik gewoon een gat in mijn hand had. Dat ik vreetbuien had en me depressief voelde, hebben mijn ouders nooit geweten. Ze kwamen amper meer op mijn kamer. Dat was een donker hol met trash metal posters en doodshoofden aan de muur en teksten als ‘fuck the world’ op het plafond. In die periode begon ik ook met blowen en drinken. Op mijn 14e werd ik voor het eerst goed lam. Ik dronk zoveel dat ik hele stukken van de avond kwijt was en ontzettend moest overgeven. Not a pretty sight!

Met mijn hard rock vrienden bezocht ik heavy metal bands en stortte me dan vol overgave in de slam pit vooraan bij het podium, waar mensen op elkaar beuken en rammen. Ik zat vaak onder de blauwe plekken, maar so what? Ik vond het stoer. Het lijkt misschien raar dat ik weg kon komen met dergelijk destructief gedrag. Maar ik hield veel voor mijn ouders verborgen en veel mensen met wie ik omging waren ook ‘apart’. De ene had zelfmoordgedachten, de ander vreetbuien en sommigen dronken minstens zoveel als ik. We voelden ons allemaal klote. Ik dacht dat het erbij hoorde. Pubergedrag…

Ondertussen rolde ik vrij gemakkelijk door school. Het idee dat ik niet goed genoeg was, zat zo vast in mijn hoofd. Ik zou ze eens laten zien dat ik wel kon leren! In die zin gaf het minderwaardigheidsgevoel een functionele drive om te presteren. Na mijn eindexamen ging ik studeren. Natuurlijk vond ik mijn medestudenten stomme kakkers, en al had ik wel wat vriendinnen, ik begon mezelf steeds meer te isoleren. De vreetbuien werden ook steeds groter. Ik at hele broden, zakken chips, kaas, chocolade… Ik nam me elke dag voor het niet te doen, en het magische moment was het begin van GTST. Dan ging de supermarkt dicht en had ik het ‘gehaald’. Meestal ging ik een uur later alsnog naar de avondwinkel.”

Als ik terug kijk was ik gewoon altijd ontevreden…

“Tijdens mijn studie kreeg ik een relatie met de jongen waar ik al jaren verliefd op was. Ik had al die tijd gedacht: als hij me maar leuk zou vinden, dan komt alles goed. Maar toen ik hem eenmaal had, werkte het niet. Ik was te ziek. Ik wilde alleen maar eten. Ik werkte overdag en at ’s avonds. Ik duwde hem steeds verder weg en tegen het eind van mijn studie maakte ik het uit. Toen ging het snel bergafwaarts. Als ik terugkijk, was ik gewoon altijd ontevreden. Als ik A had, dacht ik gelukkig te worden van B. Had ik B, dan was ik ook niet blij. Dus wilde ik C, maar als C het ook niet bleek te zijn, wilde ik terug naar B, of door naar D? Het was gewoon nooit goed.

Op mijn 26e had ik mijn eigen droom-appartement en de baan die ik altijd al wilde hebben. Maar nog steeds was ik doodongelukkig. Ik had eetproblemen, dronk te veel, had paniekaanvallen en allerlei dwangmatige, neurotische trekjes. Ik maakte me obsessief zorgen of ik het gas wel uit gedaan had, of ik móést ineens naar buiten als ik ergens was. Ik begon me te realiseren dat het allemaal niets te maken had met de omstandigheden. Die negatieve gevoelens zaten in mij. Ik had hulp nodig. Via de huisarts kwam ik bij een psycholoog, die me na een tijdje doorstuurde naar een instituut.

Uiteindelijk kwam ik terecht bij een psychiater. Ik ben in therapie geweest en heb medicijnen gekregen. Ik heb veel inzicht gekregen in hoe ik in elkaar zit en kreeg allerlei goed bedoelde adviezen. Ik kreeg ademhalingsoefeningen tegen eetbuien en het advies slablaadjes in de chips-zakken te doen… Het hielp allemaal even maar niet structureel. Ik was ondertussen wel gestopt met drinken. Ik mocht dan rare persoonlijkheidstrekken hebben, een alcoholist konden ze me niet noemen!

Als gevolg werden de vreetbuien alleen maar erger. Ik werd dikker en dikker. Ik vond het vreselijk. Voor mezelf had ik de grens getrokken bij 100 kilo. Dan zou ik er een eind aan maken en ik wist precies hoe. Ik heb dat nooit aan mijn psychiater verteld. Het was een privé-besluit. Mijn uitweg. De laatste keer dat ik op een weegschaal stond woog ik 97 kilo. Toen vond ik het programma…

Ik liep er bij toeval tegenaan op Internet. Ik dacht dat het een grap was. Anonieme Overeters. Ja hoor!? Maar toen las ik iets over bodemloze trek en altijd honger hebben. Dat heb ik, dacht ik. Ik heb áltijd honger! Zo had ik het alleen nog nooit onder woorden gebracht. Op de eerste bijeenkomst viel mijn mond open van verbazing. Ik hoorde mensen dingen zeggen die ik al mijn hele leven voelde, maar waar ik geen woorden voor had. Het stuk van mezelf dat ik niet wilde zien en waar ik me zo voor schaamde, lag hier gewoon op tafel. Er werd over gepraat, en zelfs om gelachen. Er was zoveel herkenning. Deze mensen waren net zoals ik!

Die eerste meeting was tien jaar geleden. Sindsdien is mijn leven totaal veranderd. Ik heb geleerd mijn aandacht te vestigen op het positieve en het negatieve deel van mijn brein te accepteren en zoveel mogelijk te negeren. Het zal nooit helemaal weg gaan en waar het  vandaan komt weet ik niet. Ik vind dat ook minder belangrijk. Ik focus liever op hoe ik er beter mee om kan gaan. Het oude patroon ken ik nu wel: ik ben anders, ik hoor er niet bij, ze sluiten me buiten, zij zijn stom. Ik weet waar die manier van denken toe leidt: op het laatst haatte ik iedereen. Ik snapte überhaupt niet dat mensen het leven leuk vonden. Ik dacht altijd: moet dit? Het voelde of iedereen een handleiding van het leven had gekregen, behalve ik.

En dat is precies wat het 12-stappen programma van Anonieme Overeters mij heeft gegeven: een handleiding voor het leven. Het helpt mij te accepteren wat ik moeilijk vind en te  focussen op de goede dingen. Het lege gevoel dat altijd bij mij was, is helemaal verdwenen. We doen het samen, ik ben niet meer alleen. Ik heb geen vreetbuien meer en draag maat 38. Ik heb bijzondere vriendschappen gesloten in het programma en een geweldige sponsor gevonden, die mij door de moeilijkste tijden heen helpt en bij wie ik altijd terecht kan. Ik heb eindelijk het gevoel dat ik erbij hoor. In het begin voelde ik dat alleen in de groep, daarna ook bij mijn zus en een paar vriendinnen. Nu voel ik het in het hele leven. Ik heb het goed met mijn ouders en mijn zus, ik heb een fijne vriendengroep om me heen verzameld, een leuke baan, een lieve vriend en ik doe leuke dingen in mijn vrije tijd. Natuurlijk voel ik me ook nog wel eens rot of heb ik negatieve gedachten, maar ik weet nu dat ik het kan ‘uitzitten’ en dat het weer over gaat. Ik doe eindelijk mee met het leven en ik vind het nog leuk ook!”

Wist je dat:
– Meer dan 165.000 mensen in Nederland hebben last van een eetprobleem
– Vaak (maar niet altijd) begint een eetprobleem met een dieet
– 95% van de mensen met een eetprobleem heeft ook andere psychische klachten zoals
depressie of angstklachten
– Bij meer dan 60% van de mensen met een eetprobleem wordt een persoonlijkheidsstoornis
geconstateerd
– Mensen met een eetprobleem wachten gemiddeld 3,5 jaar voor ze hulp zoeken
– Een eetprobleem duurt gemiddeld 6-7 jaar, met een spreiding van een half jaar tot
een tiental jaren
– De kans op terugval is aanzienlijk. Bij ongeveer 25% van de patiënten is het
eetprobleem chronisch
– Eetproblemen gaan vaak gepaard met ontkenning en gevoelens van schaamte

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
De artikelen van Anne verschenen eerder in tijdschriften en kranten waaronder Fabulous Mama, Viva, Margriet, Linda en NRC Next. Anne is eigenaar van Uitgeverij 11