Wolfgang Amadeus Mozart (1756 – 1791) schreef zijn eerste en enige oratorium ‘Betulia Liberata’ (De bevrijding van Betulia), een ‘Azione Sacra in Due Parti’, KV118 al op vijftienjarige leeftijd. Hij componeerde het werk tussen maart en juli 1771 in opdracht van Giuseppe Ximenes, prins van het koninkrijk Aragon. De recente opname van ‘Betulia Liberata’ door Les Talens Lyriques en kamerkoor Accentus onder leiding van de Franse dirigent Christophe Rousset is kleurrijk en levendig.

STEUN RO

De inspiratie voor zijn ‘Betulia Liberata’ moet Mozart, aldus Christophe Rousset, hebben opgedaan tijdens de drie Italië-reizen die hij samen met zijn vader Leopold tussen 1769 en 1773 ondernam. Tijdens die reizen woonde hij in Italië de première bij van zijn opera’s ‘Mitridate, rè di Ponto’ KV87, ‘Ascanio in Alba’ KV111 en ‘Lucio Silla’ KV135.

Boek Judit

Het libretto van ‘Betulia Liberata’ (De bevrijding van Betulia) KV118 is in 1734 geschreven door de Italiaanse dichter Pietro Metastasio in opdracht van Keizer Karel VI. Basis voor het libretto is een vrij gecomponeerd verhaal uit het boek Judit uit het Oude Testament. Het boek Judit bevindt zich in de Griekse bijbel en in de Latijnse bijbel achter de zogenaamde ‘Historische Boeken’ en is slechts uit de tweede hand bekend. Het boek wordt door protestanten en Joden als apocrief beschouwd. (Bronnen: De Bijbel, Willibrordvertaling; wikipedia).

Het boek Judit speelt zich af in Israël. De Noord-Israëlitische stad Betulia wordt belegerd door de Assyriërs van koning Nebukadnessar II onder leiding van de veldheer Holofernes. Deze heeft de watertoevoer naar Betulia afgesneden. De bevolking is wanhopig en verliest de hoop dat de stad zal worden bevrijd. De bewoners van de stad roepen Ozias (Ozìa) en andere leiders op om toe te geven. Die beloven zich over te geven als er binnen vijf dagen geen hulp komt. Maar dan heeft Judit (‘de vrouw uit Judea’), een mooie en diep-religieuze weduwe, een plan om de strijd te stoppen. Op listige wijze slaagt zij erin het vijandelijke kamp binnen te dringen. Zij verleidt Holofernes en voert hem dronken, waarna zij hem in zijn slaap met zijn eigen zwaard onthoofdt. Met haar daad brengt zij het ontzet van haar stad op gang. Judit geeft het hoofd van Holofernes aan haar dienstmaagd die het in een plunjezak verbergt waarin zij eerder eten heeft vervoerd. Judit ontsnapt uit het legerkamp en keert terug naar Betulia. Wanneer de belegeraars van Betulia op de stadsmuur het afgehakte hoofd van hun bevelhebber Holofernes zien staan, raken zij in paniek en slaan op de vlucht.

Tijdloze magie

Dirigent Christophe Rousset en Les Talens Lyriques doen met hun uitvoering levenselixer door de bloedbanen van ‘Betulia Liberata’ stromen, in het libretto (uiteraard) maar ook en vooral in de wijze waarop musici, koor en solisten het (Game Of Thrones-achtige) verhaal van Judit en Holofernes tot leven brengen. ‘Betulia Liberata’ toont de dramatische intensiteit die Mozart al op vijftienjarige leeftijd in zijn muziek wist te leggen én de invloed van zijn vroege ervaringen met opera. Het oratorium werd overigens nooit tijdens Mozarts leven uitgevoerd.

Meteen vanaf de eerste tonen van de ouverture, ‘Parte prima: Overtura’, die puur energie zijn, sta je als luisteraar middenin het strijdgewoel. Het verhaal van de belegering van Betulia, de groeiende wanhoop van de bevolking, de zoektocht naar een oplossing en uiteindelijk de redding van de stad ontvouwt zich vervolgens als een kleurrijke Netflix serie. Drama, thriller, sex, avontuur, de strijd tussen goed en kwaad, bloed dat rijkelijk vloeit, het zit er allemaal in; ook heeft het verhaal een hoofdlijn en een zijlijn (Achior, een generaal van Holofernes, bekeert zich tot het Jodendom). De heldin in dit alles is Judit (Giuditta), prachtig vertolkt door de Italiaanse mezzosopraan Teresa Iervolino. De andere solisten zijn de sopraan Sandrine Piau (Amital), de sopraan Amanda Forsythe (Cabri & Carmi), de tenor Pablo Bemch (Ozìa) en de bas Nahuel Di Pierro (Achior). Ook hun bijdragen mogen er zijn. De ene na de andere indrukwekkende aria komt als in een rit over een adembenemende achtbaan voorbij, krachtig waar nodig, ingetogen als het verhaal daarom vraagt en bij tijden prachtig gedragen op de sterke en beschermende vleugels van het koor. Een fraai voorbeeld van dit laatste is de door Pablo Bemch gezongen aria in het eerste deel, ‘Pietà, se irato sei’ (Ozia, Coro). Maar er zijn er meer, veel meer, veertien in totaal, verdeeld over twee cd’s. Het koor (Accentus) schittert ook als ‘Popoli di Betulia’ (Volk van Betulia) in ‘Oh prodigio! Oh stupor!’, de finale van het eerste deel, en in het magnifieke slot (met solisten) waarin de bevrijding van de onderdrukkers wordt gevierd en God geprezen ‘Lodi al gran Dio che oppresse’. Dit alles wordt meesterlijk begeleid en ondersteund door het robuust spelende Les Talens Lyriques, dat hier als een tot de verbeelding sprekende en daarmee de luisteraar betoverende eenheid van instrumentale kracht opereert. Samengevat: ‘Betulia Liberata’ in de uitvoering door Les Talens Lyriques onder Christophe Rousset laat op fascinerende wijze de tijdloze magie van Mozarts muziek horen. Perfect.

W.A. MOZART: BETULIA LIBERATA
Les Talens Lyriques and Accentus, Christophe Rousset (dir.)

 

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Ex-muziekjournalist. Ruilde in de jaren 90 redactiestoel muziekblad OOR in voor een hangmat in de Amazone.