Christenen in Pakistan moeten valse aanklachten wegens godslastering met de dood bekopen. De discriminatie is alom: ‘Ook al heb je een opleiding, je eindigt met een bezem in je hand.’

STEUN RO

Het echtpaar Shahzad Masih (26) en Shama Bibi (24) werkte tot 4 november op een steenfabriek in Chak 59, Kotradha Kishan, provincie Punjab. Modder wordt hier in vormen gestampt en in hoge ovens in bakstenen omgezet. Op de vroege ochtend roept de financieel manager het stel bij zich en sluit ze met een smoes op in een kamer. Kort daarna marcheert een menigte van zo'n 2000 mensen afkomstig uit zes omliggende dorpen het terrein op. Ze sleuren de man en vrouw naar buiten en slaan ze met stokken en vuisten. De politie is met vijf man aanwezig en kan niks uitrichten, maar vraagt evenmin versterking aan.

Wanneer het stel op de grond ligt worden ze aan hun voeten naar de oven gesleept. De man is waarschijnlijk reeds dood ,want zonder enige beweging verdwijnt hij in een vlammenzee.

Advocaat Nadeem Anthony die het verhaal in de stad Lahore vertelt, maakte deel uit van een onderzoeksteam naar de dood van het tweetal. Hij zegt: 'De vrouw verzet zich als ze de hitte voelt. Waarna de menigte haar toch in het vuur werpt. Ze is levend verbrand en was bovendien vijf maanden zwanger.' Hij toont een zakje met flinterdunne botresten, het enige wat overbleef.

Koranverbranding

De volkswoede was georkestreerd door radicale moslims in de omgeving. De vrouw, moeder van vier kinderen, zou de koran of delen daarvan hebben verbrand. Die zouden hebben gezeten in spullen van haar overleden vader, een man die amuletten maakten. De advocaat: 'Onderzoek wijst uit dat er helemaal geen koranverbranding was. De reden van de hetze was een ruzie tussen de familie en een moslimmedewerker, die uitliep op een drama.' Inmiddels zijn zestig mensen gearresteerd maar of het tot daadwerkelijke vervolging komt, betwijfelt hij. Een maand later is nog steeds geen politierapport opgesteld. 'Het lijkt wel of justitie de zaak willen laten versloffen.'

Niks in Pakistan

De zaak van de steenfabriek is een voorbeeld in een reeks zware vervolgingen van de twee miljoen christenen in het overwegend islamitische Pakistan, met 180 miljoen inwoners. 'Christenen zijn hun leven niet zeker en worden makkelijk aangeklaagd', vertelt een priester die alleen anoniem zijn verhaal durft te vertellen aan een lange tafel ergens in Oost-Pakistan. 'Als christen moet je oppassen met wie je praat en wat je zegt, het kan altijd verkeerd worden geïnterpreteerd. Als je geen moslim bent, dan ben je niks in Pakistan.'

De discriminatie is gelegaliseerd door de blasfemie-wetten uit 1984. Die komen uitsluitend moslims ten goede. De priester: 'Als iemand een bijbel verscheurd of een kerk in brand steekt, wordt hij niet vervolgd.'

De haat tegen christenen verergerde na de terroristische aanvallen op 11 september 2001 in de Verenigde Staten en de Amerikaanse aanval op Afghanistan een paar maanden later. Christenen worden nu eenmaal met het westen geassocieerd. In september 2013 bereikte de terreur een hoogtepunt door een aanval in de noord-westelijke stad Peshawar waarbij 140 kerkgangers werden vermoord en er 161 gewond raakten. De priester: 'Op zondag staan nu bij de kathedraal gewapende wachten en de straat is afgesloten uit angst voor aanslagen.'

Twistgesprek

Wie hardop kritiek levert op de blasfemie-wetten, riskeert de dood. Zo werd op 2 maart 2011 Shahbaz Bhatti, minister voor Minderheden en het enige christelijk lid van het Pakistaanse kabinet, in zijn auto in Islamabad door militanten vermoord. De daders worden gezochten onder aanhangers van de taliban, aan al-Qaida gelieerde groepen als Lashkar-e-Jhangvi en de soennitische extremistische Tehreek-e-Taliban.

Straatbeeld, Lahore

In de afkeer participeren gewone burgers overigens net zo hard mee. De Joseph Colony, een christelijke enclave in Lahore, werd op 9 maart 2013 door zo'n drieduizend mensen bestormd. 170 huizen en twee kerken werden verbrand. De inwoners waren een dag eerder gewaarschuwd door de politie, die verder niet ingreep toen de menigte op vrijdag de verlaten huizen plunderde. Ook hier was de aanleiding een twistgesprek tussen een christen en een moslim, waarop de hele gemeenschap werd gestraft. De daders van de brandstichting zijn nog altijd niet vervolgd, maar de bewuste bewoner Sawan Masih is in maart ter dood veroordeeld voor godslastering.

Hachelijk

Het zijn niet alleen de radicale mullahs die al rijdend in auto's met op het dak luidsprekers die oproepen tot geweld tegen christenen. Ook langs officiële weg wordt de situatie van christenen steeds hachelijker. In oktober dit jaar bevestigde het gerechtshof in Lahore de doodstraf voor Asia Bibi uit het Oost-Pakistaanse dorp Ittanwali wegens blasfemie. Zij is de eerste vrouw veroordeeld tot de doodstraf in Pakistan. Volgens haar islamitische buren zou ze tijdens een ruzie over het aanraken van water de naam van Mohammed onheus hebben gebruikt.

Hekserij

Munir Masih (40 en Ruqiya Bibi (35) waren ook slachtoffer van valse beschuldigingen. Ze wonen even buiten Lahore, maar komen voor het gesprek over naar het centrum. Ze vertellen dat ze samen met nog vier families de enige protestanten zijn in het moslimdorp. Wanneer de jongste van vijf jaar in december 2008 terugkeert van school, wordt ze in de straat lastig gevallen door een buurjongen die haar schoolspullen afpakt. Als de vader verhaal haalt, ontstaat er een ruzie en arresteert de politie de buurman. Die klaagt daarop de christelijke vrouw aan voor blasfemie. Ze zou een koran in haar huis gebruiken voor hekserij. De verdachtmaking is voldoende voor arrestatie en in eerste aanleg wordt het stel veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf. In de gevangenis worden de twee iedere maand vier- of vijfmaal geslagen door bewakers en medegevangenen. Al die tijd moeten ze op de grond slapen terwijl ze nauwelijks eten krijgen. Als de vrouw na vier jaar in hoger beroep wordt vrijgesproken, is ze een wrak. De man heeft anderhalf jaar vastgezeten.

Christen-echtpaar Shahzad Masih en Shama Bibi, waarvan de vrouw in november levend werd verbrand

Tijdens hun afwezigheid is het huis ingenomen door de buren die de aanklacht begonnen. 'Ze zeiden: als we het huis terugwillen, worden we vermoord.' Het stel woont daarom in een huurhuis. De man is zijn vaste inkomen verloren en overleeft als los werkman: 'De ene dag werk, de andere niet'. De vrouw kan door de slechte behandeling in de cel geen naaiwerk meer doen. Hun kinderen kunnen ze niet naar school sturen omdat geld ontbreekt. Wat ze van de moslims vinden durven ze niet hardop te zeggen, uit angst. Maar ze weten zeker dat ze werden vervolgd omdat ze christenen zijn. 'Er is geen andere reden.'

 

Bezem

Gevraagd naar de toekomst van minderheden als christenen haalt de priester in Oost-Pakistan zijn schouders op. 'Toekomst? In Pakistan moet je hoop hebben. Maar het kwaad wordt via de schoolboeken ingespoten bij de jeugd. De geschiedenis wordt uitsluitend beschreven vanuit de visie van Mohammed.' Christelijke kinderen durven vaak niet naar school uit angst voor slaag.

Dat houdt christenen in een achterstandssituatie. Daarbij krijgen ze moeilijker een baan. 'Ook al heb je een opleiding, je eindigt toch met een bezem in je hand. Ze voelen zich Pakistaan, maar worden niet zo behandeld.'

    Arnold Karskens is Neerlands meest onafhankelijke en ervaren oorlogsverslaggever. Muckraker. Nachtmerrie voor nazi’s en andere oorlogsmisdadigers. Auteur van tienŒ boeken. Onderzoeksjournalist die nooit ‘nee!’ als antwoord accepteert. Lastig, dwars & gehaat door zijn vijanden, maar Last Man Standing voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.