Onze oorlogsverslaggever sliep ooit een nacht op Gaddafi’s compound, het meest gebombardeerde stukje van Libië.

STEUN RO

Midden in de nacht drijft gierend straaljagergeluid het verzamelde publiek naar één zijde van het veld. Meisjes klimmen op stoelen om de flits van de exploderende bom maar niet te missen. ‘Mensen grijpen elkaar vast’, voorspelde een vaste bezoeker. ‘Als teken van solidariteit tegen de agressie.’ Als een fractie later de zware inslag hoorbaar is, stijgt een afkeurend boegeroep op. Maar een zweem van teleurstelling klinkt erin door. De klap is veraf. Niet op dit verzamelpunt, Bab al Azizia, het ommuurde hoofdkwartier van Gaddafi in Tripoli. De demonstranten, voornamelijk jongeren getooid met groene linten, houden van een uitdaging: wie met de dood flirt, wil haar van dichtbij uitlachen.

Dan maar terug naar de betonnen dansvloer waar strijdmuziek, die niks aan de verbeelding overlaat, uit enorme speakers knalt: ‘We zullen de ratten – luister rebellen – najagen in alle straten en huizen.’ Een groep Afrikanen begint een polonaise waarbij de eerste man de Libische nationale vlag wappert.

Wie denkt dat de twee miljoen inwoners van de Libische hoofdstad angstig onder de keldertrap wachten op de bommen van de NAVO-vliegtuigen heeft het mis. Iedere nacht is het dolle pret voor honderden jongeren op een hoek van een enorm circa 30 hectare groot militaire complex in hartje Tripoli. Tegenover de oude residentie van Gaddafi treedt een waaier aan zangers op en de nationale tv doet rechtstreeks verslag. De plek is niet willekeurig gekozen. De met portretten en spandoeken behangen gevel toont de inslagen door Britse en Amerikaanse bommen uit 1986.

Makkie

De toegang tot dit anders top beveiligde kamp is een makkie. Bagage gaat door de x-ray en militairen fouilleren vlot. Deze avond belooft extra feestelijk te worden door een huwelijksvoltrekking. Gejuich klinkt op als bekend wordt dat de bruidegom uit Benghazi komt, de rebellenhoofdstad. Een mooiere symbolische verzoening is nauwelijks denkbaar en een kolfje naar de hand van Gaddafi, die de problemen in zijn land graag onderling oplost. Midden op het feestterrein dat twee voetbalvelden groot is, kalkt scholiere Ranya (18) teksten op witte vellen waarin de NAVO het moet ontgelden. Ze is bewust levend schild, zegt ze, zittend aan een campingtafeltje ‘Ik doe dit om vadertje Gaddafi te beschermen.’

Mohammed (35) is ook een vaste bezoeker. Hij toont waar ooit zijn tent stond, aan de rand van het veld. ‘Ik was even weg en een raket sloeg vlakbij in.’ Wanneer ik hem confronteer met het hardnekkige gerucht dat onder de grond de bunker ligt van het Libische oppercommando en de aanwezigheid van de demonstranten de NAVO ervan weerhoudt die uit te schakelen, schudt hij zijn hoofd. ’Als je gaat graven, vind je waarschijnlijk een oude raket die de Amerikanen ooit hebben afgevuurd.’

Pal naast het podium staat de tent van de bekendste inwoonster van dit ‘vredeskamp’, mevrouw Fatima, een donkere dame met een zwart-witte hoofddoek. Sinds de eerste dag van de NAVO-bombardementen op 19 maart kampeert ze met haar kinderen op het terrein. Een man prijst haar aan als een voorbeeldvrouw. ‘Ze demonstreert maar stuurt haar kinderen elke dag naar school.’ Fatima nodigt me uit voor een hap van haar avondeten. Als ik aarzel omdat ik wellicht de groente van haar kinderen afneem, wijst ze op de dozen voedingsmiddelen onder een kleed. ‘Van de leider gekregen.’ Zij en haar kinderen heffen een toepasselijk spreekkoor aan: ‘God, Muammar, Libië, meer hebben we niet nodig.’

Moreel verval

In een open witte tent is een doorlopende foto-expositie ingericht over de wandaden van de tegenstanders, de rebellen verenigd in de Nationale Raad voor Transitie en de NAVO. De bebloede lichamen en vernielde huizen spetteren van de wand. Een bezoeker wijst naar een portret van een kindsoldaat die met een machinepis-tool rondloopt. ‘Een teken van moreel verval bij de tegenstanders’, zegt hij afkeurend.

Verderop naast een met lichtjes versierde palmboom vertelt de 23-jarige student Khaled over de psychologische druk van de oorlog. De bommen gaan niet in zijn koude kleren zitten. ‘Mijn ledematen schudden soms en ik kan me niet concentreren.’

Waarom ben je dan midden in de nacht op deze gevaarlijke plek?’ vraag ik. De directe omgeving is zeker tweehonderd keer getroffen. En dat bommen burgers doden blijkt twee dagen later als een misser zeker vijf burgers ombrengt in een ander deel van de stad.‘Muammar was er altijd voor mij. Nu wil ik er voor hem zijn. Zelfs zonder benen zou ik komen.’

Rachma (34), gekleed in een camouflagejas en zandkleurige hoofddoek, heeft een extra drijfveer voor haar komst. Natuurlijks is ze een goede patriot. Maar ze zoekt ook een goede wederhelft. Tot nu toe zonder succes. ‘Ik wijd mijn leven nu maar aan Gaddafi’, grapt ze.

Om vier uur hebben de meeste feestgangers het complex verlaten of slapen in de groene legertenten. Dan valt opnieuw een bom, ergens richting vliegveld. Het laatste clubje dansende jongens prikt hun vingers de donkere nacht in en schreeuwt: ‘God zal jullie vernietigen.’

Tegen vijven uur als de zon opkomt, en ik opstap, zegt een man met een stoppelbaard dat er veel witte duiven op deze plek bivakkeren. ‘Door overdag hoog te vliegen laten ze weten dat er geen vliegtuigen in de buurt zijn. Zelfs de dieren steunen ons.’

    Arnold Karskens is Neerlands meest onafhankelijke en ervaren oorlogsverslaggever. Muckraker. Nachtmerrie voor nazi’s en andere oorlogsmisdadigers. Auteur van tienŒ boeken. Onderzoeksjournalist die nooit ‘nee!’ als antwoord accepteert. Lastig, dwars & gehaat door zijn vijanden, maar Last Man Standing voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.

    Geef een antwoord