Dankzij een potige zwemjuf lukte het de zoon van Miloe van Beek niet om zijn zwemdiploma B te halen. Het frustreert haar mateloos, tot ze ontdekt dat het diploma vooral dient als pronkstuk voor haar als ouder.

STEUN RO

Facebook staat er vol mee: druipende kinderen die trots hun vers behaalde zwemdiploma omhoog houden. De begeleidende tekst luidt meestal ‘in the pocket’ ‘yeah’ of ‘trots’. Ik snap dat. Wie week na week in een stinkend, snikheet zwembad zit, tussen 234 andere mopperende ouders een dreinend kind moet droogwrijven en geheel gekleed zeiknat wordt wegens het net op de verkeerde plek bij de douches staan, kijkt reikhalzend uit naar het verlossende afzwemmoment. Toen mijn zoon na ruim anderhalf jaar zijn A-diploma kreeg, was ik niet alleen opgelucht maar ook zo trots dat mijn hart bijna uit elkaar knalde. Ik kon niet wachten om de foto van hem met diploma op Facebook te plaatsen.

Misthoorn

Er lag nog één kleine hobbel tussen mijn zoon en diploma B: een plastic kleed met een gat erin dat zeven meter van de kant te water wordt gelaten. Dat gat was bij de lessen voor A nooit een probleem geweest, dus maakte ik me geen zorgen. Over drie maanden zouden we met één kind verlost zijn van het wekelijkse uurtje chloorhappen.

Het was dan ook even schrikken toen hij na twee zachtaardige badmeesters werd ingedeeld bij juf H: een potige zwemlerares met een stem als een misthoorn. Zoon raakte bij les twee in ademnood en kwam in paniek boven. Juf H. was onverbiddelijk en stuurde hem direct terug het water in. Nog een keer moest hij door het gat. Hij weigerde en bleef huilend aan de kant staan. Mijn moederhart brak en mijn zoon besloot nooit meer een voet in het zwembad te zetten.

Ik regelde lessen op een andere dag, bij zijn vorige meester. Maar als mijn zoon iets niet wil, dan wil hij ook echt niet. Oeverloze discussies voerden we elke week op de parkeerplaats van het zwembad, in de kleedkamer, onder de douche. Het kostte iedereen zoveel energie dat we stopten en het twee maanden later, na een zomervakantie vol zwemplezier, opnieuw probeerden. Hij dook in het water, maar zwom niet door het gat. En mocht als enige van zijn groepje niet afzwemmen. Het zwembad deed heel enthousiast een ander voorstel: hij mocht in zijn eentje afzwemmen voor een certificaat. Natuurlijk weigerde hij.

Gefrustreerd tikte ik een mail. Over juf H. en hoe ze alles had verpest. Over de diplomagarantie die bij het ruim 700 euro kostende pakket zat. 'Laat het los', zei mijn man. 'Hij zwemt prima, niemand vraagt nog om dat diploma.' Maar het bleef me dwars zitten. Alle kinderen zwemmen door het gat. Alle kinderen halen B. Waarom die van mij niet?

Zo eigenen we onszelf de prestaties van onze kinderen toe

Een paar dagen later keek ik naar de eerste echte voetbalwedstrijd van mijn zoon. Hij sjokte over het veld. Staarde naar de lucht. De tegenstanders maakten goal na goal. Net als de andere ouders langs de lijn wilde ik roepen: 'Kom op, pak die bal, meelopen, rennen, schieten!' Maar ik beet mijn tong af. Het is hem niet aan te zien, maar hij is gek op voetbal. De druk moet alleen niet te hoog worden. Als hij wordt gecommandeerd of gedwongen, is daar ineens de faalangst die ervoor zorgt dat hij acuut stopt. Ik betrapte mezelf erop dat ik het, net als veel ouders, niet genoeg vind als mijn kind plezier heeft in een sport of op school. Er moet worden gepresteerd. Een diploma gehaald.

Prestatiegericht

Maar waarom? Omdat kinderen dan worden voorbereid op de maatschappij, die ook prestatiegericht is, zei laatst iemand tegen mij. Ik denk wij ouders stiekem het gevoel hebben dat dat doelpunt, dat hoge cijfer of dat zwemdiploma onze eigen prestatie is. Mijn kind, dat ik heb gemaakt en opgevoed, dat ik dus eigenlijk zelf ben, zwemt door het gat. Scoort een doelpunt. Is de beste van de klas. Liken jullie het even op Facebook? Zo eigenen we onszelf de prestaties van onze kinderen toe.

Op het voetbalveld besloot ik dat het prima is om trots te zijn op mijn kinderen, maar nog liever wil ik dat ze trots zijn op zichzelf. Want daar heb je pas echt wat aan in de prestatiemaatschappij.

 'Hoef ik echt nooit meer naar zwemles mama?' vroeg mijn zoon onlangs.

'Nooit meer.'

'Mag ik dan wel alleen van de glijbaan? En in de zee zonder bandjes?'

'Ja.'

'Maar ik ben niet door het gat gegaan en ik heb niet mijn diploma.'

'Nee maar ik heb gezien dat je het hebt geprobeerd. Je hebt gedoken, terwijl je het eigenlijk niet durfde. Jezelf overwinnen is meer waard dan honderd diploma’s.'

    Miloe van Beek is twaalf jaar freelance journaliste en zes jaar moeder. Ze heeft nog nooit een roze wolk gezien, ze past niet in het perfecte plaatje en is chronisch chaotisch. Schrijft rauwe, eerlijke, licht ironische stukken over alle aspecten van het moederschap. Daarnaast schrijft ze verhalen die van ondernemers mensen maken.