Al zijn er nog zo veel geavanceerde machines die ons het werk uit handen nemen, mensen werken tegenwoordig 70% harder dan een eeuw geleden. Een onthutsende kosten-baten analyse van koortsachtige activiteit versus eindeloos niksen en de vergeten voordelen van rust en herstel.

STEUN RO

‘Luiheid bestaat niet! Luiheid is een lui woord voor iets anders’, schrijft Remco Campert. Hiermee raakt de grote schrijver een uiterst gevoelige snaar in hardwerkend Nederland. Luiheid wordt door de meeste mensen beschouwd als iets slechts, een zonde zelfs. Wie lui is, onttrekt zich aan werk en dan moeten anderen harder werken. Psychiater Herman van Praag definieert luiheid als ‘onvermogen, dan wel onwil tot planmatig leven en weerstand om doelgerichte activiteiten te ondernemen.’ Maar is dat altijd slecht? Misschien denken wij in dit digitale tijdperk, waarin zelfs kinderen onder de tien het drukdrukdruk hebben, wel veel te lichtvaardig over het nut van niksen…

Zoöloge Joan Herbers onderzoekt al dertig jaar hoe wilde dieren hun tijd en energie precies verdelen. Daarbij is ze inmiddels tot de verbazingwekkende conclusie gekomen dat vrijwel alle diersoorten op aarde ruim tweederde (!) van hun leven doorbrengen met niksen. Oftewel: met zitten, liggen, dommelen, uitrekken, slapen of wachten tot er een hapklare snack voorbij komt. Volgens Herbers heeft de wetenschap zich in de vorige eeuw veel te eenzijdig bezig gehouden met wat dieren doen, en te weinig met wat ze niet doen. Jammer, want niksen heeft bij dieren vaak net zulke belangrijke redenen als actief gedrag…

Wie lui is, verbrandt immers minder calorieën dan wie de hele dag in gestrekte draf over de savanne jakkert. Zo heb je langer profijt van een maaltijd. Ben je toevallig een herkauwer met meerdere magen, dan zul je noodgedwongen vele uurtjes in ledigheid moeten doorbrengen ten behoeve van je spijsvertering. Sommige dieren luieren om warm te blijven, anderen doen het juist om oververhitting te voorkomen. En uiteraard geldt zowel voor roof- als prooidieren de camouflagevuistregel: hoe minder lawaai en beweging je maakt, hoe minder ongewenste aandacht je trekt.

Excuus

Omdat de natuur altijd een goed excuus heeft voor luiheid, kijken wetenschappers tegenwoordig anders naar de dierenwereld dan een paar decennia geleden. Biologen focussen minder op groots en meeslepend baltsgedrag en spectaculaire snelheidsrecords, en verleggen hun aandacht steeds vaker naar het niks doen van dieren. In de natuur gebeurt nu eenmaal alles met een reden. En wat blijkt? Of ze nu nectar verzamelen, een prooi achterna zitten, een partner zoeken of hun kinderen grootbrengen, dieren zoeken altijd naar de minst vermoeiende manier om taken te verrichten.

Een hommel die op een veldje bloeiende guldenroede stuit, spendeert rustig 100 seconden aan elke afzonderlijke, nectarrijke bloem. Wilgenroosjes produceren echter heel wat minder nectar en zijn daarom slechts een tankbeurt van 2 seconden per bloem waard. De hommel moet relatief meer vliegen om dezelfde hoeveelheid nectar te verzamelen, vandaar de tijdslimiet per bloem.

En wat te denken van broedparasieten zoals de koekoek of de Afrikaanse wida’s, die hun eieren in de nesten van andere vogels leggen en daarna zelf hard wegvliegen? Kan het nòg luier? Tja… De koekoek wordt nog lang niet met uitsterven bedreigd, dus hij doet kennelijk toch iets goed. Overigens wordt tweederde van de eieren die broedparasieten bij een andere vogelsoort onder de veren schuiven, net zo hard weer uit het nest geknikkerd door oplettende gastouders. Maar een derde komt wel degelijk tot volle wasdom, zonder dat pa en ma koekoek er ook maar een minuut van hun tijd aan hoefden te spenderen.

Rotweer

Een andere vorm van functioneel niksen is de winterslaap die veel dieren houden. Verstandig! ’s Winters is er immers niks te eten, het is rotweer, niemand heeft zin om te paren en buiten wemelt het evengoed nog steeds van de roofdieren, dus waarom zou je je warme hol verlaten?

Naast de overbekende winterslaap is er de veel minder bekende zomerslaap of aestivatie. Zo zie je in snikheet Spanje vaak trosjes zomerslapende slakken met z’n allen bij elkaar zitten op een paaltje of agaveblad: zo ontsnappen ze aan de hitte die uit de grond komt. Om onnodig vochtverlies van hun weke lijfjes te voorkomen, sluiten ze de ingang van hun slakkenhuis af met een speciaal membraam, het epifragma. In dit ‘deurtje’ zit een klein gat waardoor de slak kan blijven ademen.

Naast het maandenlange winter- en zomergesnurk zijn er bij dieren natuurlijk ook nog andere vormen te vinden van verregaande ‘weerstand om doelgerichte activiteiten te ondernemen’. Zo slaapt de luiaard vijftien uur per dag en hij beweegt zó weinig, dat twee verschillende algensoorten zich permanent in zijn vacht hebben gevestigd. Dit passieve hangplantbestaan blijkt buitengewoon nuttig voor de luiaard: dankzij zijn superslome bewegingspatroon wordt hij zelden opgemerkt door roofdieren.

Nijlpaard

Andere luiwammessen zijn de koalabeer, die als gevolg van zijn weinig voedzame eucalyptusdieet zo’n 20 uur per etmaal slaapt, en het nijlpaard, dat alleen ’s nachts een uurtje of vijf graast en de overige 19 uren van het etmaal in het water ligt te niksen. Daarbij slapen nijlpaarden ook gewoon onder water, met dichtgeklapte oren en neusgaten. Elke vijf minuten rijzen ze met hun dikke lijf slapend en wel naar de oppervlakte voor een teug zuurstof, om daarna weer in diepe rust onder de waterspiegel te zakken.

Zelfs dieren die altijd bekend stonden als (hyper)actief en werklustig, blijken een stuk luier dan we altijd dachten. Zo werd bijvoorbeeld lange tijd aangenomen dat het leven van spitsmuizen een niet-aflatende race tegen de klok was. Maar inmiddels weten we dat spitsmuizen 68% van hun tijd maar wat uit hun spitse neusjes zitten te eten.

Stel je ook vooral niet te veel voor bij het zogenaamd onvermoeibare klussen van bevers: ook zij komen hooguit vijf uur per etmaal buiten voor het verzamelen van voedsel en reparaties aan hun dam. In de overige 19 uur doen bevers het vooral heeeel rustig aan.

Of neem de beweeglijke kolibries, die met zestig vleugelslagen per seconde lijken stil te hangen voor de bloemen waaruit ze nectar zuigen. Deze miniatuurvogeltjes verbranden vliegend meer calorieën per gram lichaamsgewicht dan enig ander dier dat ooit door de wetenschap is bestudeerd. Maar biologen komen er nu pas achter dat kolibries zo’n 80% van hun tijd bewegingloos op een tak zitten en verder de hele nacht slapen.

Hoge pet

Van de ijver van mieren en bijen hebben we ook een hoge pet op, maar mieren werken maar 20% van hun tijd. Verder doen ze eigenlijk weinig. Rustig afwachten tot je misschien ergens nodig bent vinden mieren ook een heel nuttige bezigheid. Volgens entomoloog Gene Robinson hebben we onszelf volledig op het verkeerde been gezet door bij sociale insecten alleen maar naar het grote geheel te kijken. ‘Pas nu we individuele bijen en mieren merktekens geven, weten we dat elke mier of bij ook heel veel vrije tijd heeft’, aldus Robinson.

Zo hebben honingbijen altijd een leger in ruste paraat, dat bestaat uit lanterfantende soldaten die pas van hun luie abdomen komen als er echt iets ergs gebeurt. En ook de andere bijen en mieren sparen zo veel mogelijk hun krachten voor belangrijke taken die in de toekomst misschien moeten worden verricht, zoals het ontdekken van nieuwe voedselbronnen, overuren tijdens het oogsten of het opsplitsen van de kolonie. Je weet maar nooit waar het goed voor is, dus daarom is de beroepsbevolking in elk mieren- of bijennest altijd vele malen groter dan strikt noodzakelijk.

Recent onderzoek toont trouwens aan dat ook sociale insecten het zich niet kunnen permitteren om energie te verspillen aan onbelangrijke activiteiten. Elke mier en elke bij wordt geboren met een vaste hoeveelheid energie die ze aan hun kolonie kunnen besteden. Die hoeveelheid heeft niks te maken met het voedsel dat ze eten. Eigenlijk zijn mieren en bijen net batterijtjes: als ze een beetje zuinig aan doen, kunnen ze een jaar of nog langer mee. Maar bij non-stop rennen en draven zijn ze al na twee weken ‘op’. Hoe harder ze werken, hoe sneller ze doodgaan.

Onder zeil

Apen blijken ook al niet de energieke oerwoudacrobaatjes waar we ze altijd voor hielden. De meeste gaan elke nacht twaalf uur lang onder zeil en houden zich driekwart van de dag vooral bezig met hang- en zitkunst voor gevorderden. Zo herinnert primatenkenner Frans de Waal zich hoe hij in Brazilië al voor dag en dauw was opgestaan voor het bestuderen van de zuidelijke spinaap. Klokslag 7 uur meldde hij zich met een collega in het apenbos, in de vaste overtuiging dat het dagelijkse voedselzoeken elk moment kon beginnen… Maar hij had net zo goed kunnen uitslapen, want dat deden de spinapen ook: pas om elf uur ‘s morgens werd de eerste aap wakker. ‘Tegen die tijd viel ik zelf zowat in slaap’, aldus De Waal.

Kortom, dieren weten wel wanneer ze hun rust moeten pakken. Dat is meer dan de meeste mensen van zichzelf kunnen zeggen. Zodra wij een middagdip voelen opkomen, gieten we meteen een kop sterke koffie naar binnen. Als het te warm is om te werken gaat de airconditioning aan en als het te koud is, gooien we gewoon de verwarming een graadje hoger. Vergeleken met dieren besteden Westerse mensen twee tot vier keer zo veel tijd aan werk, vooral als je alle huishoudelijke en familietaken en sociale verplichtingen er bij optelt. ‘Door de huidige informatietechnologie is in de Verenigde Staten de productiviteit alleen al de afgelopen vijfentwintig jaar met 70% (!) toegenomen, terwijl het oorspronkelijk toch de bedoeling was dat we juist tijd zouden uitsparen’, verzucht professor Warren Bennis. Toch zijn we allemaal harder en langer gaan werken en daar hebben we onze welverdiende rust voor ingeleverd, want de 24/7 wereldeconomie slaapt nooit.

Terwijl het nu juist zo heilzaam is om regelmatig te niksen en je eens lekker te vervelen! Vooral voor kinderen hebben verveling en niks doen belangrijke vormende eigenschappen. ‘Als mensen leren om uit zichzelf te putten en zichzelf bezig te houden, dan is de behoefte om je te begraven in werk om emoties te ontvluchten minder groot. De leegte die daarmee gepaard gaat, wordt dan minder angstaanjagend en de drang om jezelf gerust te stellen door het opstapelen van activiteiten vermindert’, stelt de Franse psychologe Etty Buzyn in haar boek ‘Papa, maman, laissez mois temps du rêver!’. Kinderpsychiater Roger Teboul is het roerend met Buzyn eens: ‘Het niet-actief zijn stimuleert het verlangen en het onafhankelijk denken. Het zet aan tot het nemen van initiatieven, het niet langer alles verwachten van anderen of volwassenen.’

Genie

Gertrude Stein (1874-1946) wond er ook geen doekjes om: ‘Het kost ontzettend veel tijd om een genie zijn, want je moet heel vaak niksen, echt urenlang helemaal niets doen!’ Volgens Stein zijn de slimste mensen vaak luie mensen. Mensen die altijd zoeken naar manieren om onder vervelende klussen uit te komen of het zichzelf gemakkelijker te maken en zo geweldige uitvindingen doen, wereldliteratuur schrijven of werkelijk vernieuwende kunst maken. Uit luiheid en niksen komen de mooiste dingen voort, want pas dan komt het aanhoudende gebabbel van innerlijke stemmen in ons hoofd eindelijk tot rust, en krijgt ware creativiteit een kans.

Voor menig overbelast mensenhoofd betekent stilstand dus allesbehalve achteruitgang. Integendeel. Stilstand is juist efficiënt, omdat je daarna veel sneller vooruit komt. Ons onderbewuste werkt stukken beter naarmate we meer tijd uittrekken om te niksen. 

Dat voldoende rust tot meer creativiteit en productiviteit leidt, is al door vele wetenschappers bewezen. Het is zelfs zichtbaar in MRI-scans. De dorsolaterale prefrontale cortex is het meest actief tijdens bewust nadenken. Dit geavanceerde deel van onze hersenen gebruiken we om te analyseren en berekeningen te maken. Pas bij totale ontspanning valt de prefrontale cortex stil. Ons brein schiet dan in een meer ‘primitieve’ staat van zijn, waarin gedachten en sensaties kunnen opkomen zonder meteen te worden gecontroleerd, beoordeeld of gecensureerd. Mensen die weten hoe ze moeten mediteren kennen deze gezegende rust in de kop maar al te goed. Dit is ook precies het doel van meditatie: het ontstijgen van het innerlijk geklets in de prefrontale cortex en het bereiken van een weldadige geestelijke rust, die nieuwe energie en goede ideeën oplevert.

Slapeloosheid

Door aanhoudende spanning raken we uiteindelijk ook lichamelijk overbelast en ontregeld. Zo kwam de Amerikaanse arts Matthew Edlund er door twintig jaar onderzoek achter dat veel van zijn patiënten die klaagden over slapeloosheid in feite leden aan een chronisch gebrek aan rust. Edlunds laatste boek ‘The Power of Rest: Why Sleep Alone is Not Enough’ deed dan ook heel wat stof opwaaien in de Verenigde Staten.

‘Mensen zijn geen machines’, stelt Edlund. ‘Wij bouwen onszelf steeds opnieuw op, we vernieuwen onze lichamen en hersenen met nieuwe cellen. Machines kunnen dat niet, wij wel. De cellen van onze hartspier vervangen zichzelf in zo’n hoog tempo, dat we in feite elke drie dagen een vernieuwd hart hebben. De huid van ons gezicht wordt elke twee weken ververst en onze darmcellen elke twee dagen. Een wandeling door de natuur levert ‘s nachts tijdens de slaap nieuwe hersencellen op in onze hypocanthus, een belangrijk geheugengebied.’

Helaas nemen de meeste mensen hun chronische vermoeidheid voor lief en zien ze het als een logisch bijverschijnsel van de hectiek van het moderne leven. Maar volgens Edlund is dat nergens voor nodig. ‘Onze harten, hersens en centrale zenuwstelsel zijn gewoon zo overprikkeld dat we niet eens meer weten hoe het voelt om werkelijk uitgerust, verfrist en verkwikt te zijn. Mensen die wel genoeg rust nemen, presteren beter op het werk en zijn gelukkiger. Bovendien hebben ze een mooiere huid en blijven ze beter op gewicht dan mensen die zichzelf onvoldoende rust gunnen.’ Oscar Wilde had dus gelijk toen hij schreef: ‘Rond het veertigste levensjaar heeft iedereen het gezicht gekregen dat hij verdient.’

Celvernieuwing

Edlund onderscheidt in zijn boek vier verschillende soorten rust: fysieke rust, geestelijke rust, sociale rust en spirituele rust. Televisiekijken is volgens Edlund passief rusten. Dat levert ook wel enige celvernieuwing op, maar ons brein wordt toch voortdurend bezig gehouden door het programma-aanbod. Daarom kosten sommige ruststanden in onze hersenen toch meer energie dan het uitvoeren van simpele taakjes waarbij we ongestraft kunnen wegdromen, zoals bijvoorbeeld afwassen of aardappels schillen.

Voor voldoende mentale rust is het belangrijk dat we zo min mogelijk verschillende taken tegelijk uitvoeren, zoals sms’en tijdens het autorijden of tv kijken tijdens het eten. Daarmee zitten we onze hersens dwars, die liever op één ding tegelijk focussen. Sociale rust betekent tijd doorbrengen met vrienden of een praatje maken met collega’s. Volgens veel wetenschappers zijn prettige contacten minstens zo belangrijk voor je overleving als stoppen met roken of afvallen als je veel te dik bent. Seks valt volgens dokter Edlund ook onder sociale rust.

Met spirituele rust doelt hij op meditatie. Mensen die mediteren zijn aantoonbaar gezonder dan mensen die dat niet doen. Uit hersenscans blijkt dat meditatie zorgt voor letterlijke uitbreiding van het brein, met dikkere en vettere frontale lobben. Dat is mooi, want daar huist ons concentratievermogen. Daarnaast leidt meditatie tot meer grijze massa in het middenbrein (waar ademhaling en bloedcirculatie worden geregeld) en in de al eerder genoemde prefrontale cortex, waar ons actieve geheugen en onze spiercoördinatie worden gestuurd. Overigens blijkt uit hersenscans dat bidden hetzelfde heilzame effect op ons brein heeft als mediteren.

Krachtslaapjes

Waarom zouden we eigenlijk niet veel vaker een dutje doen overdag? Van genieën als Leonardo Da Vinci, Albert Einstein en Thomas Edison is bekend dat ze graag midden op de dag een uiltje knapten ten behoeve van hun creatieve processen. Bij de NASA denken ze er inmiddels ook zo over. Uit hun eigen onderzoeken is overduidelijk gebleken dat krachtslaapjes overdag tot aantoonbaar betere resultaten leiden. Piloten die overdag 40 tot 45 minuten sliepen, verbeterden hun prestaties met 34% en hun waakzaamheid zelfs met 54%!

Sommige onderzoekers menen dat de middagdut vooral niet langer dan 20 tot 30 minuten moet duren, omdat je anders de rest van de dag groggy blijft. Maar anderen bestrijden dit en menen dat een siësta van 1 á 2 uur net zo nuttig is en dat je snel genoeg weer wakker bent als je meteen een kop koffie drinkt na het ontwaken. Uit onderzoeken aan de Harvard Medical School blijkt dat een dutje van een half uur er vooral voor zorgt dat je prestaties niet slechter worden aan het eind van de dag door information overload, terwijl een heel uur of anderhalf uur slaap dezelfde mentale verkwikking oplevert als een hele nacht slaap.

Misschien denk je nu: ik kan toch moeilijk een middagdutje inlassen op kantoor. Maar is dat wel zo? Zonder extra slaap overdag neemt je hersenactiviteit af gedurende de dag. Dit komt in feite neer op ‘grijs verzuim’: je bent dan wel fysiek aanwezig, maar je aandacht is er niet meer bij… Hoe aantrekkelijk is dat voor werkgevers?

Spijbelen

Bij veel bedrijven wordt slapen op het werk helaas nog steeds beschouwd als spijbelen. Toch wordt er heel wat afgedut op het werk. Het gebeurt alleen stiekem, op de wc of in de eigen auto tijdens de lunchpauze. Gelukkig komt er steeds meer aandacht voor de uitputtingsverschijnselen van de hedendaagse rat race. In de Verenigde Staten wordt jaarlijks de Sleep At Work Day gehouden: een initiatief van Bill Anthony, directeur van het Centrum voor Psychiatrische Rehabilitatie aan de Universiteit van Boston.

Volgens Anthony wordt er in Amerika massaal stiekem geslapen op het werk en wordt dit amper opgemerkt door collega’s en werkgevers, simpelweg omdat die daar te moe voor zijn. ‘Het is echt een epidemie’, aldus Anthony. ‘Terwijl bedrijven er juist hun voordeel mee kunnen doen als ze werknemers een middagdutje gunnen. Dat levert immers een hogere productiviteit, meer werkplezier en een betere gezondheid op onder hun personeel.‘ Steeds meer progressieve bedrijven moedigen middagslaapjes juist aan en faciliteren die ook met speciale rustruimtes in het bedrijfsgebouw, zoals Google, Nike en Union Pacific.

Misschien heeft Remco Campert uiteindelijk toch gelijk als hij zegt dat luiheid niet bestaat, maar gewoon een lui woord is voor iets anders, dat we nu pas beginnen te doorgronden. In ieder geval kunnen de workaholics en controlefreaks onder ons nog heel wat leren van verstandige dieren!

Image by edmondlafoto from Pixabay

Journaliste met een zwak voor de natuur EN de menselijke natuur. Werkt(e) onder meer voor natuurmagazine Roots, Wereld Natuur Fonds, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten en is mede-auteur van zeven boeken over de natuur.

Comments are closed.