Gaat de democratie de euro redden? Jeroen Dijsselbloem mijmert voor de badkamerspiegel.

Sta je daar met je bosje bloemen, op de stoep, voor een dichte deur. En je had nog wel zo'n mooi cadeau meegenomen. Oké, ze moest zelf een beetje meebetalen aan die kaartjes voor het bal, maar hé, het is crisis, wat had je gedacht… Nee, ik snap die teleurstelling van Jeroen Dijsselbloem wel. Die ondankbare honden op Cyprus, met hun ouchi tegen zijn reddingsplan.

Of zou Jeroen toch een klein beetje teleurgesteld zijn in zichzelf, als ie al tanden poetsend voor de spiegel mijmert over de voorbije eurotop… Hoe kon hij als voorzitter meegaan met het verbitterde sentiment van Angela, die al huiverde voor de volgende woeste koppen in Bild? Hoe kon hij, van dezelfde partij die meerdere leningen boven de honderd miljard aan Griekenland – ondanks af en toe wat losse flodders van Ronald in de kranten – trouw gesteund had, nu voor een luizige vijf komma acht (!) miljard gokken met het vertrouwen van spaarders in heel Europa ?

Moeras

Want dat was exact wat ze gedaan hadden en diep van binnen wist hij het. Diep van binnen wist hij dat het allemaal wel leuk en aardig is, om het morele gelijk aan je kant te hebben – moesten de hardwerkende Heinrich und Inge me daar ook nog eens foute Russische miljardairs uit het moeras trekken – maar uiteindelijk telt het resultaat. En dat zou zomaar kunnen zijn dat iedereen slechter af is, als het vertrouwen in de euro zelf kapot gaat, als het doemscenario van bankenruns in de zwakke eurostaten bewaarheid wordt.

Niet alleen de Russische maffia, ook de gewone man werd geraakt, want het vervelende van de gewone man is dat hij overal woont. Van Heinrich bestaat ook een Cypriotische variant.

Euforie

Dat ze het depositogarantiestelsel achteloos omver hadden geschopt, de alpha en omega van het vertrouwen in de financiële sector, op hetzelfde moment dat ze werkten aan een Europese bankenunie, ai – het was typisch zo'n actie die op het moment zélf heel goed voelt maar waar de wroeging je euforie pijnlijk snel inhaalt, ongeveer zoals je bij een huiselijke ruzie dat fraaie porseleinen bord (haar lievelings, há…) stukgooit tegen de muur.

Zo was hij eigenlijk niet, en hij drukte net iets te hard met de borstel op zijn tandvlees.

Ze hadden het nog met typische eurospeak een spaardersheffing genoemd om te doen of het depositogarantiestelsel überhaupt niet ondermijnd werd, maar daar waren hooguit enkele media ingetuind. Hij mocht dan wel geen econoom zijn, rekenen kon ingenieur Jeroen als de beste, en honderdduizend min zesduizendzevenhonderdvijftig is geen honderdduizend, zo stelde hij in het kale badkamerlicht vast.

Middelvinger

Damn. Brak die tandenstoker ook nog af.

De minister sliep slecht om de volgende dag hardnekkig te F5'en op GeenStijl, tot het verlossende bericht kwam. Het Cypriotische parlement stak de middelvinger op. Nog nooit had hij zo van die vinger gehouden. Een herkansing. Jeroen greep naar zijn mobieltje en toetste Poetins nummer in, die kon die vijf komma acht met gemak ophoesten. Nood breekt wet, dacht hij hardop, de moralist in zichzelf vervloekend. Pats! Eindelijk schoot dat stukje hout tussen zijn tanden los.

(Misschien gaat de democratie de euro wel redden. Ik hoop het. Ik droom het. En een ding weet ik zeker: andersom ziet het er een stuk somberder uit.)

Journalist en columnist. Schrijft over alwat voor zijn pen komt, van Haagse politiek tot terrorisme. Beukt er graag op los met de filosofenhamer. Classicus en volgeling van Dionysus, liefhebber van spot en ironie, slaat nooit een cappuccino af.

Geef een reactie