Hij schopte de hond van de buurvrouw, bedreigde haar met de dood en leidde een comfortabel leventje van het geld dat hij verdiende met aandelenhandel. En op 28 februari 1986 schoot hij de Zweedse premier Olof Palme een kogel in de rug. Wie was Christer Andersson?

Met zijn statige vroeg-twintigste-eeuwse appartementsgebouwen lijkt Hälsingegatan een straat zoals vele in de Stockholmse wijk Vasastan. Halverwege staat een relatief jonge en spuuglelijke Montessorischool en op het eind huist een begrafenisondernemer naast een Italiaans restaurant. De bewoners behoren tot de gegoede middenklasse en stemmen overwegend conservatief. Nummer 19 is een hoekpand met sierlijke, ellipsvormige, gietijzeren balkons. Het crèmekleurige gebouw, verrezen in 1904, telt 25 appartementen. Die kosten vandaag de dag een smak geld. In januari 2017 ging een van de driekamerflats voor een miljoen euro van de hand.

Misschien was het wel de driekamerflat waarin vroeger Christer Andersson woonde. Heel wat politiemensen zijn ervan overtuigd dat deze man op 28 februari 1986 de Zweedse premier Olof Palme vermoordde. Gevraagd naar zijn verdachtenlijstje zette Ulf Åsgård, in de jaren negentig de voornaamste profiler van Zweden, Andersson op één “en daarna komt er niemand”.

Zo gewoon is Hälsingegatan dus niet. Maar om Andersson op te sluiten ontbreken er twee details: het moordwapen en de man zelf. Andersson pleegde in 2008 zelfmoord, juist toen de politie op zijn deur stond te bonken.

Schrijver en journalist. True crime, misdaadverhalen, media, politiek en muziek.