30 jaar geleden verdween de toen 18-jarige Maarten Visser spoorloos op de vulkaan Osorno in Chili. Zijn moeder hoopt nog altijd op een verklaring.

STEUN RO

Loes: “Ik wil weten wat er met mijn zoon gebeurd is… Ik kan niet geloven dat Maarten dood is. Wat is een dood kind? Dat moet je zien om het te kunnen bevatten. Het leven is wel doorgegaan. Het gaat goed met mijn andere kinderen en ik heb prachtige kleinkinderen gekregen. Dat zijn positieve dingen. Maar het verdriet zit nog hoog. Één van mijn kleinzoons is vernoemd naar Maarten. De eerste jaren kon ik zijn naam niet over mijn lippen krijgen. Ik noemde hem ‘kleine Maarten’. Toch heb ik nooit gedacht: waarom overkomt dit ons? In elk gezin gebeuren dingen. Dat is onontkoombaar. Ik wil alleen weten wát er is gebeurd. Zolang ik dat niet weet, kan ik het niet loslaten.

Maarten was achttien toen hij eindexamen deed aan het gymnasium. Hij was een intelligente, lieve, betrokken jongen. Hij wilde op reis, naar India. Wij vonden het een beetje gevaarlijk. Een kennis werkte bij een bootmaatschappij die voer op Zuid Amerika. Hij vroeg of Maarten niet op een boot wilde werken. Het klonk als een leuk idee. Maarten maakte de overtocht naar Brazilië, en begon vanaf daar zijn reis. Wekelijks schreef hij lange brieven over wat hij meemaakte en wat hem raakte. Over de klassenverschillen in Brazilië, en het dictatoriale regime van Pinochet in Chili. Hij vond het vreselijk en onbegrijpelijk. Ook schreef hij over zijn toekomstplannen. Hij twijfelde. Zou hij doorgaan met sport of werd het de politiek? Ook schreef hij altijd dat ik me geen zorgen moest maken. Het ging goed met hem. Een paar weken na zijn verdwijning kwam zijn laatste brief. Hij had besloten om Russisch te gaan studeren. Hij wilde vrede brengen in de wereld.

Twaalf december 1985, de dag dat Maarten verdween, zat ik in Nederland zijn brieven te organiseren in een plakboek. Voor later. Ik heb niets gevoeld. Natuurlijk maakte ik me altijd een beetje zorgen. Zoals iedere moeder zich zorgen maakt om haar kind: als er maar niets gebeurt.

Op 24 december stonden er twee agenten voor de deur. We waren de tuin aan’t ophogen en druk in de weer met kruiwagens en zand. Ik dacht dat ze kwamen klagen over overlast. De agenten vroegen of ze binnen mochten komen en of we even wilden gaan zitten. Paulus, mijn man, wist meteen: het is mis. Ze vertelden dat ze bericht hadden gekregen van Buitenlandse Zaken dat onze zoon vermist was in Chili bij de vulkaan Osorno. Dat kan niet! Was mijn eerste reactie. Ik was positief. Dit komt goed. We gaan hem vinden. Dat gevoel heb ik jaren gehouden. Na zeven jaar. Na twaalf jaar. Ik kon het niet accepteren.

Diezelfde dag zijn we naar Chili vetrokken. De zus van een goede kennis woonde in Santiago. Zij zou ons ophalen van het vliegveld. Iemand heeft kaartjes geregeld en iemand heeft onze koffers gepakt. Het gebeurde allemaal in een roes. Tien uur later kwamen we aan in Santiago. Op het vliegveld stond een kerstman en er klonken kerstliedjes. Overal stonden soldaten met geweren. Ik vond het een vreselijke plek. Zo onwezenlijk. De zus van onze kennis bracht ons naar het Hilton. Nog meer kerstsfeer en vrolijke mensen. Ik kon het niet aan. Die nacht logeerden we bij haar. De volgende dag gingen we met een klein vliegtuigje naar Puerto Montt, het dorpje vlakbij de Osorno. De consul had een helikopter geregeld om naar de hut aan de voet van de vulkaan te gaan, waar Maarten voor het laatst gezien was. Toen we rond de vulkaan cirkelden, wees hij naar beneden en bleef maar herhalen hoe gevaarlijk het wel niet was. Ik tuurde naar beneden in de hoop een glimp op te vangen van Maarten ‘s kleding. Bij de hut aangekomen, vertrok de helikopter met de consul. Wij brachten kerstmis door met de kok en zijn hulpjes. We sliepen in het stapelbed waar Maarten geslapen had en aten droge rijst. Het voelde alsof we in een verkeerde b-film waren beland.

De volgende ochtend gingen we op pad. Bij iedere bocht hoopte ik Maarten te vinden. Na uren en uren lopen zijn we gestopt. Bij de sneeuwgrens. Daar hebben we stenen gezocht en een kruis gemaakt van de bamboestokken die ik bij me had ter ondersteuning. Het kruis is ondertussen al vier keer vervangen. Er staat nu een stalen kruis met Maarten ‘s volledige naam en contactgegevens, gemaakt door lokale Chilenen.

Die eerste keer zijn we een dag of tien gebleven. In Nederland hebben we een dienst gehouden voor Maarten. Maar van ‘afsluiten’ was geen sprake. Toen begon het pas. Zoeken naar Maarten werd mijn levenswerk, en dat is het nog steeds. We gaan ieder jaar terug naar Chili, naar Puerto Montt en verblijven altijd in hetzelfde hotel. Vandaar uit maken we dagtochten naar de Osorno, en bezoeken mensen in de buurt. In het begin hebben we grote zoekacties opgezet met lokale reddingswerkers en boswachters. Zelfs de Paters uit de buurt zochten mee, te paard. We gingen met foto’s de deuren langs, bezochten gevangenissen, deelden pamfletten uit en zochten dagenlang op de Osorno. Ik kon bijna niet meer weggaan. Ik moest blijven zoeken. Iedere dag dacht ik: morgen vind ik hem! En op een bepaalde manier heb ik die overtuiging nog steeds.

Ook thuis in Nederland ben ik altijd doorgegaan met zoeken. Ik schrijf brieven en onderhoud contacten met de lokale bevolking, met gidsen, met paters, met politieposten en met alle mogelijke instanties en organisaties die iets voor ons kunnen betekenen.

Ik heb in de loop der jaren contact gehad met verschillende helderzienden. Ze hadden allemaal een ander verhaal. De ene zag hem in een dorp in de buurt. De ander zag hem in een helikopter vervoerd worden naar een kamp 700 kilometer verderop. We hebben ieder spoor onderzocht. Met behulp van lokale paters hebben we het dorp gevonden, en een jongen die sprekend op Maarten leek. Maar hij was het niet. En ook het kamp hebben we gevonden, Colonia Digninad, een extreem rechts gesloten samenleving. Met heel veel moeite hebben we contact gekregen met inwoners. Het leidde allemaal tot niets. Paulus had vanaf het begin moeite met de helderzienden. Hij ging erin mee voor mij. Ze kwamen vaak met bizarre details en dat gaf hoop. Eentje hoorde het begin van de vijfde symfonie van Beethoven. Tatatataaa… Dat zong Maarten altijd als hij de trap af kwam. We hebben ook meegewerkt aan een programma met medium Robert ten Broeker, die later werd ontmaskerd als charlatan. Sindsdien staan we minder voor open voor die benadering.

Er zijn grofweg twee theorieën over wat er gebeurd is met Maarten. Hij is uitgegleden en gevallen in een spleet. Dat is een reële mogelijkheid. Alleen, volgens de gidsen wordt er van vermiste mensen vroeg of laat altijd iets terug gevonden. Een kledingstuk, een hoed, een bril, een schoen, botten… Van Maarten is nooit meer iets vernomen. Het idee dat hij helemaal alleen in een spleet heeft gelegen, wetende dat niemand hem zou vinden, is te afschuwelijk. Ik kan er niet aan denken. De andere mogelijkheid is dat hij is opgepakt tijdens een razzia. De Osorno was in die tijd een gebied sensible. Er zaten spionnen uit Argentinië en er werden razzia’s gehouden. Dit hoorden wij pas jaren later. Zuid Amerikanen vertellen wat je wilt horen, maar geven geen informatie over dingen waar je niet naar vraagt. Dit spoor is ook te vreselijk om waar te zijn. Mijn kind ontvoerd en gemarteld. Hoe kun je daar ooit vrede mee krijgen?

Twee jaar geleden zijn we met de hele familie naar Chili geweest: kinderen, partners en kleinkinderen. Iedereen kent het verhaal. Nu waren we allemaal samen op de plek en kon iedereen het met eigen ogen zien. Ik had koperen klokjes meegenomen, voor ieder eentje. Die hebben we aan het kruis gehangen. Het helpt om de ervaring te delen. Ik probeer kracht te putten uit de positieve dingen. Ik heb achttien volle jaren kunnen genieten van Maarten. En zijn verdwijning heeft goede dingen teweeg gebracht. Er is veel meer aandacht voor de veiligheid van toeristen op de Osorno. Er hangen nu waarschuwingen in alle talen, en wandelen zonder gids wordt ten strengste afgeraden.

Maar er vrede mee hebben? Nee. Misschien is het mijn lot om nooit te weten wat er gebeurd is. Maar ik blijf hopen. Maarten is altijd in mijn gedachten. Ik praat erover als mensen ernaar vragen. Ik wil niemand belasten met mijn verdriet. Gelukkig heb ik nooit het gevoel gehad dat ik er niet over mocht praten. Familie, vrienden en kennissen zijn er altijd voor ons geweest, en ook in Chili hebben we heel veel lieve vrienden gemaakt. Maarten is de rode draad in mijn leven. Zijn verdwijning voelt nog steeds onwerkelijk. Het is als de dag van gister dat ik hem aan de telefoon had. Zes december 1985. Hij belde voor Sinterklaas. Nog steeds slaat mijn hart over als de telefoon gaat. Het zou mij niet verbazen als Maarten nog leeft. Je weet maar nooit…”

De zus van Maarten, Fifi Visser maakte een prachtige documentaire over de verdwijning van Maarten.

De film is te zien op youtube. https://www.youtube.com/watch?v=7m4e6-DM_NA

 

De artikelen van Anne verschenen eerder in tijdschriften en kranten waaronder Fabulous Mama, Viva, Margriet, Linda en NRC Next. Anne is cultureel antropoloog, uitgever van de Natuurkrant en eigenaar van Uitgeverij 11