Opgeruimd leven, daar streeft Caroline Griep naar. In ieder opzicht. Dat delen het nieuwe hebben is komt haar goed uit.

STEUN RO

'Hoi Caroline,

Saskia, 0,7 km bij jou vandaan, zoekt een djellaba.

Heb je die te leen?'

Ik druk op de knop ‘Nee, die heb ik niet’. Net als ik geen broodbakmachine, katrol en scooterhelm heb. En nee, ook geen robotzwembadschoonmaker (midden in de stad?) of holprofielfreeskop (een wat?).

Omdat ik in een schoenendoos zonder bergruimte woon, heb ik niet veel spullen. In ieder geval geen grote dingen die ik maar een of twee keer per jaar gebruik. Behalve een strijkplank. Maar af en toe heb ik wel iets nodig. Een ladder om de kattentrap te repareren bijvoorbeeld. Of een beamer omdat ik een cursus ga geven. Daarom heb ik me aangemeld bij Peerby. Net als tientallen mensen bij mij in de buurt. Dagelijks sturen we elkaar mails met verzoekjes.

Duizenden spullen

Het blijkt te werken. Daan Weddepohl van Peerby vertelt me dat in Amsterdam 85 procent van de oproepen tenminste één aanbod krijgt, in de rest van Nederland is dat 72 procent. De gemiddeld responsetijd is een half uur, in Amsterdam vaak maar enkele minuten. ‘In de overgrote meerderheid van de gevallen wordt er ook daadwerkelijk iets geleend. Het gaat nu nog om duizenden spullen per maand, maar dat aantal groeit exponentieel.’ Weddepohl verwacht dat het over een jaar om honderdduizenden spullen gaat en over twee jaar om miljoenen. Ik zie het al voor me. Straten vol mensen die voortdurend spullen van het ene naar het andere huis brengen, dat wordt nog een fenomeen op zich…

Het nieuwe hebben

Delen is het nieuwe hebben. Dat vind ik wel wat. Al is het alleen maar omdat ik de puissant rijke zakenman Marcel Boekhoorn ooit hoorde zeggen: ‘Als je niet kunt delen, kun je ook niet vermenigvuldigen.’ En ook al weet ik best dat uitlenen, tenzij met rente, waarschijnlijk niet tot zijn succesvolle verdienmodel behoort, geeft delen me toch een ‘rijk’ gevoel.

Downsizen

Downsizen vind ik ook fijn. Door mijn schoenendooshuis dus. Na mijn verhuizing had ik nog maar de helft van mijn spullen over. Geen aftandse meubelen meer die ik om sentimentele redenen niet wegdeed. Geen dozen vol schoolrapporten, uitnodigingen, geboorte- en trouwkaartjes. Geen kapotte apparaten, die ik toch nooit meer zou gaan/kunnen repareren, zoals de eerste cassetterecorder die ik voor mijn tiende verjaardag kreeg. Geen cursus Indonesisch met twintig cassettebandjes, die ik nooit gedaan heb.

Opgeruimd huis, opgeruimd hoofd

Weggeven

Om spullen die ik niet meer wil te lozen, ben ik sinds kort lid van een paar FB-groepen ‘Ik geef weg Amsterdam’ (bijna 2.500 leden) en ‘Buurtbazaar’ (200 leden). Kledingmiskopen, nooit gedragen schoenen, boeken, speelgoed, zelfs haarverf in de verkeerde kleur, na het plaatsen van een foto op internet verlaat het meestal binnen een dag het huis. Lukt dat niet, dan gaan kleren en schoenen naar de bak van het Leger des Heils en andere dingen naar de kringloopwinkel.

Proberen het te verkopen op Marktplaats kan natuurlijk ook, dat zou lucratiever zijn, maar eerlijk gezegd ben ik daar te lui voor. Geen zin in onderhandelen, goed verpakken en opsturen, dan geef ik het liever weg.

Delen is het nieuwe hebben. Stiekem hoop ik dat de kosmos ziet hoe goed ik bezig ben en me er ooit voor zal belonen…

Caroline Griep is freelance journalist. Onlangs verscheen haar boek 'Lieve Facebook-vrienden, ik heb borstkanker'.