In de vroege ochtend van donderdag 24 december 1992 wordt de bijna vier maanden zwangere Mariëtte Peters (26) vermoord in de slaapkamer van haar huis in het Brabantse Sint Hubert. Het is een van de meest raadselachtige onopgeloste misdrijven, die niettemin heel weinig publiciteit heeft gekregen.

26 jaar later besteedde Opsporing Verzochtaandacht aan deze wat ondergesneeuwde coldcasezaak. Met als meest opvallende conclusie: dat er helemaal geen nieuwe feiten werden  gebracht. En dat de meest relevante vraag niet eens aan de orde kwam: of er bruikbare dna-sporen van de dader of daders zijn gevonden. Een uitzending met een verborgen boodschap?

Sint Hubert is een klein dorp ten oosten van Uden, met iets meer dan duizend inwoners. In de Nimrodstraat, in een twee-onder-een-kapwoning, wonen Mariëtte (‘Jet’) Peters en haar man Bart Bens. Mariëtte was de oudste van drie kinderen, met veel vriendinnen, volgens haar familie “eigenlijk gewoon een heel normale, gezonde meid.” Ze groeide op in een hecht gezin en ging ook toen ze een fulltime baan had nog bijna elke dag langs bij haar ouders. Ze was administratief medewerkster bij een electrobedrijf in Uden. Daarnaast was ze druk met haar eigen huishouden.

Haar man Bart heeft ze leren kennen in buurtdorp Mill. Zijn stem is te horen in de uitzending van Opsporing Verzocht, hij is niet in beeld. Hij zegt over de ontmoeting met Mariëtte: “Je komt elkaar tegen, je raakt aan het praten en gaat vanzelf verder.”