“Zijn ze daar in Den Haag helemaal gek geworden, ze gaan ons allemaal ziek maken!” is een veelgehoorde reactie op de aankondiging van “gecontroleerde verspreiding” van het coronavirus COVID-19 door Mark Rutte. Reden om eens te kijken of dat echt zo is, of dat er toch iets anders achter zit.

STEUN RO

“Goed, een groot deel van Nederland zal dus verplicht ziek moeten worden van Rutte”, tweette iemand na de toespraak van de minister-president op maandag 16 maart. “Wetenschappelijk juist, moreel volstrekt verwerpelijk” vond een ander van de gedachte om het virus zich “gecontroleerd” te laten verspreiden, om zo een onhanteerbare vloedgolf van ernstig zieken te vermijden en langzaamaan groepsimmuniteit op te bouwen. Gevoegd bij de vele, elkaar tegensprekende berichten, waarschuwingen en adviezen van hele en halve deskundigen van allerlei slag uit binnen en buitenland wordt het er allemaal niet duidelijker op. Laten we daarom proberen om in grote lijnen helder te maken of het beleid zoals Rutte dat aanzegde, redelijk en mogelijk effectief is.

Dat beleid rust op twee pijlers. De eerste is het zo goed mogelijk bijsturen van de golf van besmettingen, om zo kwetsbare mensen te beschermen en onhandelbare pieken te voorkomen. De tweede is het doen ontstaan van een natuurlijke bescherming tegen COVID-19 in de vorm van groepsimmuniteit.

Gecontroleerd

In beide gevallen zit een gemene angel in het woordje “gecontroleerd”. De werkelijkheid is dat er eigenlijk geen sprake is van controle. Alle maatregelen die tot nu toe genomen zijn, waar dan ook, hebben de verspreiding van het virus nauwelijks in de weg gestaan. Zelfs in China is niet duidelijk of het voorlopige uitdoven van de coronagolf aan de draconische bestrijdingsmaatregelen aldaar ligt, of toch aan iets anders. Vooralsnog gedraagt het virus zich op wereldschaal als de Australische bosbranden van de afgelopen maanden. Hier en daar lukt het om wat bij te sturen, even verderop vlamt de boel achter ieders rug om ineens weer op.

Daarmee staan beleidsmakers voor een duivels dilemma. Erkent Rutte op de tv ten overstaan van het hele volk ruiterlijk en naar waarheid dat de regering nauwelijks greep op de gang van zaken heeft, dan is de kans groot dat de nou-gaan-we-allemaal-dood paniek toeslaat en zijn de rapen pas echt gaar. Daarom dus maar dat woordje “gecontroleerd”, dat ook de brandweer hanteert als ze een gebouw dat ze niet kan blussen laat uitbranden, en alleen probeert om overslaan van het vuur te voorkomen. Een leugentje om bestwil.

De meeste invloed hebben de instanties, inclusief de gezondheidszorg, nog op het vertragen en bijsturen van de verspreiding van het virus. Het doel van vertraging is om te voorkomen dat artsen en ziekenhuizen overspoeld worden door een torenhoge golf van ernstige ziektegevallen, met middeleeuwse toestanden met in de ziekenhuisgangen creperende zieken tot gevolg. De sluitingsmaatregelen die tot nu toe genomen werden hebben vooral hierop effect. Bijsturen van de verspreiding bestaat vooral uit het uit de wind houden van kwetsbare groepen. Dat is het eerste doel van de adviezen om afstand van elkaar te houden, goede hygiëne te betrachten en contacten met kwetsbare mensen tot een minimum te beperken. Dat die kwetsbaren daardoor onvermijdelijk in een soort isolement terechtkomen, is een nare, maar hopelijk tijdelijke prijs.

Groepsimmuniteit

Dan die gedachte aan groepsimmuniteit, die tot veel verontwaardigde reacties leidt. Ook hier zet de term “gecontroleerde verspreiding” veel kwaad bloed. Het wekt de indruk dat bepaalde groepen welbewust en opzettelijk worden opgeofferd ten behoeve van andere, maar dat is onzin. De werkelijkheid is ook hier dat de regering helemaal niet kiest voor een of andere vorm van verspreiding, maar gewoon moet aanzien hoe het virus tussen alle geboden en maatregelen door toch zijn eigen gang gaat. Ook een door nogal wat paniekeerders voorgestane verregaande “lockdown” gaat daar bij een virus dat zo besmettelijk is als het coronavirus geen verandering in brengen. Het zou volledige isolatie van alle gezinnen voor een lange periode vereisen, en dat is zelfs in een autoritair land als China niet haalbaar. Mensen moeten toch tenminste eten en drinken, en allerlei voorzieningen als ziekenzorg, energie, riolering en afvalverwerking moeten doorgaan. De grens waarbij het middel erger wordt dan de kwaal komt al heel gauw in zicht.

Het ontstaan van groepsimmuniteit is dus helemaal niet iets waar de regering op kan aansturen, het virus verspreid zich langzamer of sneller toch wel. Ze kan er alleen maar op hopen en vertrouwen, en ondertussen proberen om door afremmen de meest kwetsbaren zo veel mogelijk buiten schot te houden.

Natuurlijk schild

Groepsimmuniteit ontstaat wanneer in een bevolking zo veel mensen eerst besmet en daardoor immuun geraakt zijn, dat het virus zo weinig kans heeft om nog een onbeschermd individu tegen te komen, dat vrijwel niemand meer ziek wordt. Omgekeerd zitten niet-immune individuen in een grotendeels geïmmuniseerde omgeving ook redelijk veilig. Al die geïmmuniseerde groepsgenoten om hen heen vormen een natuurlijk schild waardoor het virus in kwestie ze maar zelden kan bereiken.

Dit artikel lees je gratis. Als het bevalt kun je onderaan een kleine bijdrage doen, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven

De truc is dat een virus niet overspringt van mens op mens, maar dat alleen zijn nakomelingen dat doen. Die moet een virus, als het zich eenmaal in je lichaamscellen gevestigd heeft, dus eerst maken – en daarbij richt het allerlei schade aan: je bent ziek. Maar als je immuun voor een virus bent, komt het je cellen niet in en gaat het roemloos ten onder. Je kunt dan dus ook niets overdragen, behalve op dezelfde manier als een deurknop. Bijvoorbeeld door handen schudden met een besmettelijke en daarna met een bevattelijke persoon. Gelukkig overleven virussen zo buiten het lichaam meestal niet erg lang.

Vaccins

Er heerst een merkwaardig misverstand dat groepsimmuniteit alleen kan ontstaan door vaccinatie. Dat is niet zo. De verdediging van je lichaam tegen virussen bestaat uit zogenaamde antilichamen, cellen die elk een specifiek virus onschadelijk kunnen maken. Maar je lichaam kent lang niet alle virussen die er zijn, en zeker geen nieuwe, zoals dat wat COVID-19 veroorzaakt. Tegen zo’n nieuwkomer gaat het pas antilichamen ontwikkelen als het hem voor het eerste tegenkomt. Soms is dat, vooral bij toch al verzwakte mensen, te laat. Ze worden heel ernstig ziek of gaan zelfs dood.

Met vaccins, meestal verzwakte of dode versies van delen van een ziekmakend virus, kunnen we een kennismakingsrondje houden. Een vaccin maakt mensen net ziek genoeg om hun immuunsysteem in het geweer te laten komen om afweerstoffen tegen de onbekende ingespoten indringer te gaan maken. Als het echte virus er dan ooit aankomt, kent je lichaam het al en wordt het genadeloos afgemaakt. Door vaccinatie kun je dus groepsimmuniteit “kweken” vóórdat een virus daadwerkelijk de kop opsteekt. Is er geen vaccin, zoals nu, dan ontstaat de groepsimmuniteit eenvoudig door echte besmettingen, met alle ellende van dien. Dat is het verschil.

Hoe snel groepsimmuniteit echt een verschil gaat maken, hangt vooral af van de besmettelijkheid van het virus in kwestie. Hoe besmettelijker het virus, hoe hoger het benodigde percentage geïmmuniseerde mensen. Een klassieke kinderziekte als mazelen is blijkbaar zo besmettelijk dat bijna ieder oppervlakkig contact met een drager “raak” is. Daardoor ontstond tegen mazelen spontaan nooit een effectieve groepsimmuniteit. Bijna ieder kind liep de ziekte binnen een paar jaar op, ondanks dat verreweg de meeste mensen in de omgeving de ziekte al gehad hadden en dus immuun waren. Pas sinds met behulp van vaccinatie bijna honderd procent immuniteit afgedwongen wordt, is er sprake van effectieve groepsimmuniteit voor de enkelingen die nog vatbaar zijn. Zo besmettelijk lijkt het coronavirus waar we nu mee te maken hebben, gelukkig niet te zijn. Men schat dat een immuniteit van een procent of  zestig volstaat, maar niets is zeker.

Fraai is het allemaal niet, en van veel controle is ook geen sprake, maar de Nederlandse insteek om zo veel mogelijk te vertragen en zwakkeren uit de wind te houden is verre te prefereren boven de aanvankelijke cynische aanpak van de Britse regering om, met een beroep op de zegeningen van groepsimmuniteit, gods water over gods akker te laten lopen. Temeer omdat nog helemaal niet vaststaat of die verhoopte groepsimmuniteit er ook echt komt. Helaas kan ons lichaam wat het kan leren ook weer vergeten. Tegen de meeste ziektes ben je maar een beperkte tijd immuun, dat is een van de redenen voor herhalingsprikken als je bijvoorbeeld na jaren naar een risicogebied reist. Duurt de immuniteit maar heel kort, dan biedt een strategie van bewuste grootschalige besmetting dan ook alleen maar nadelen. Wat dat betreft is het niet zo mooi dat er uit China verhalen komen over mensen die na hersteld te zijn opnieuw ziek werden van het coronavirus. Als die verhalen maatgevend zijn, vervliegt ook de hoop op een vaccin, en blijven alleen nog niet bestaande geneesmiddelen en behandelmethoden voor mensen die al ziek zijn over. In dat geval staat ons nog heel wat te wachten.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
rik.smits@peptalks.nl'
    Taalkundige, schrijver, vertaler en wetenschapsjournalist @rik_smits_ @RikSmitsAuthor