Na de scheiding eist de ex van Martine (39, arts) volledige voogdij over hun kinderen Tom (13) en Nina (12). In Amerika. Het land waar ze als gezin een aantal jaren hebben gewoond en waar hij nog altijd werkt. Drie jaar geleden heeft Martine haar kinderen gedwongen af moeten staan. “Ik mag ze niet meer zien.”

STEUN RO

“Ik gaf de kinderen een kus. ‘Mama houdt van jullie,’ zei ik. Ik had een koffertje voor ze ingepakt en gaf het aan hen. Tom sloeg zijn armen om me heen. ‘Ik houd ook van jou mama,’ zei hij. Nina had tranen in haar ogen. Om een drama te voorkomen liep ik snel naar de voordeur van mijn zwagers huis. ‘Dag lieverds. Zorg goed voor elkaar.’ Eenmaal buiten voelde ik hoe de tranen over mijn wangen liepen. Is dit écht de laatste keer dat ik mijn kinderen zie? dacht ik. Ze hebben me nog zo hard nodig. Wat staat ze te wachten? Het volgende moment voelde ik een oerkracht in me naar boven komen. Vechtlust. Ik veegde mijn tranen weg. Het heeft geen zin om te huilen Martine, zei ik tegen mezelf. Geef niet op. De kindjes moeten terug naar Nederland.

Eigen leven

‘Wat een leuke vent,’ dacht ik toen ik Kees voor het eerst zag. Ik had tijdens mijn studie een bijbaantje als voedingsassistente in het ziekenhuis en zat op de medium care afdeling met een aantal verpleegkundigen koffie te drinken toen hij binnen kwam lopen. Donker haar, blauwe ogen, 1.93 meter. ‘Ook een kopje koffie?’ vroeg ik. Toen hij naast me kwam zitten bleek hij welbespraakt en charmant. We hadden direct een klik. ‘Mag ik je telefoonnummer?’ vroeg hij toen hij opstond. ‘Geef me de jouwe maar,’ antwoordde ik. Twee weken later belde ik hem op en hadden we ons eerste afspraakje bij de Heinekenhoek op het Leidseplein in Amsterdam. Niet veel later trok ik bij hem in. Het was juni 1999. Hij was 36, ik net 20 en sinds een jaar student geneeskunde.

Onze relatie was gelijkwaardig, maar omdat we allebei in een andere levensfase zaten keek ik wat werk betreft tegen hem op. Hij was intensive care arts en staflid. Een soortgelijke carrière wilde ik ook. We waren veel op zijn zeilboot te vinden en reisden voor congressen de hele wereld over. Ik voelde me gelukkig. Hield van hem. Dus toen hij me tijdens een vakantie in Toscane ten huwelijk vroeg bij ondergaande zon zei ik volmondig ja. Ik was 22 toen we trouwden en inmiddels cum laude afgestudeerd.

Tommie is in 2005 geboren en Nina in 2006. Kees was veel weg voor zijn werk. Zo zat hij een week voor de uitgerekende datum van Tommie nog in IJsland. ‘Ik heb uitgezocht hoe je het snelst weer in Nederland kunt zijn mochten de weeën beginnen,’ zei ik toen hij wegging. Ik had me er inmiddels bij neergelegd dat zijn carrière op nummer één stond. Alles moest altijd wijken voor zijn werk. Toen Nina ruim een jaar later geboren werd was Kees de avond ervoor flink wezen stappen. Terwijl ik al weeën had lag hij zijn roes naast me uit te slapen. Toch nam ik hem dat niet kwalijk. Hij werkt zo hard, dacht ik. Hij heeft ook behoefte aan ontspanning.

De jaren daarna bleek Kees een lieve vader. Hij vond het heerlijk om met de kinderen te ravotten en te knuffelen. Tenminste, als hij er was. En dat was maar zelden. ‘Ik moet naar een lezing in Parijs,’ zei hij toen Nina en Tom één en twee waren. ‘Dan kan ik weer wat extra geld verdienen.’ Het was Kerst. ‘Oké,’ zei ik. Ik was niet van plan om mijn mans carrière een strobreed in de weg te leggen.

Zelf pakte ik in 2008 mijn carrière op. Ik ging als arts in opleiding voor de specialisatie medische microbiologie. De kinderopvang had ik zo geregeld dat de kinderen van zondag tot en met dinsdag bij mijn ouders waren en de rest van de week op het kinderdagverblijf. Ik was er inmiddels helemaal aan gewend geraakt dat ik alles alleen moest doen.

Amerika

In datzelfde jaar waren Kees en ik op een congres in Cancun toen zijn telefoon ging. Hij stond onder de douche en impulsief pakte ik ‘m op. Ik mis je, las ik. En: het is een drukke dag vandaag op het werk. Hè? dacht ik. Welke collega schrijft nu zoiets? Ik besloot het direct aan Kees te vragen. ‘Ze bedoelt gewoon dat ze me mist op het werk,’ zei hij. ‘Niets aan de hand.’

Een paar weken later zag ik weer een sms van dezelfde dame. Dit klopt niet, dacht ik. En veel dingen begonnen op hun plek te vallen. Dat hij niet wilde dat ik de post opende bijvoorbeeld. En dat, als ik dat toch deed, er onverklaarbare boetes qua plaats en tijdstip binnenkwamen. Hij had daar altijd goede excuses voor gehad, maar ik begon nu aan zijn verhaal te twijfelen. Ook de opmerking die hij gemaakt had bij de bevalling van Nina was vreemd geweest. ‘Heb je me wat uit te leggen?’ had hij gezegd toen hij in het geboortekanaal keek en gitzwarte haartjes zag. ‘Komt er een negertje uit?’ Alles viel op zijn plaats: zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten. Na een keiharde confrontatie bleek Kees er inderdaad een minnares op na te houden. Hij bood duizendmaal zijn excuses aan, gooide al zijn charme in de strijd. ‘Het is stom van me Martine,’ zei hij. ‘Het spijt me, het was éénmalig.’ Ik wilde dat zo graag geloven. De kinderen waren nog jong. Ik wilde mijn huwelijk niet laten stranden. Dus ik vergaf hem.

Mooi, uit het oog uit het hart. Dat was het eerste wat ik dacht toen Kees vertelde dat hij een baan had aangeboden gekregen in Amerika. Hij kon in Pittsburgh hoofd van een ziekenhuisafdeling worden, iets dat hij al heel lang graag wilde en wat er in Nederland niet in zat, omdat alle plekken vergeven waren. Zelf dacht ik vooral: dan kunnen we een frisse start maken. En weet ik zeker dat hij die minnares niet meer ziet. Dat dat betekende dat ik mijn studie opnieuw moest doen, omdat Amerika het Nederlandse artsendiploma niet erkent, nam ik op de koop toe. Mijn ouders verklaarden me voor gek. ‘Waarom ga je in Godsnaam je baan opzeggen en je opleiding afbreken om naar Amerika te gaan?’ zei mijn moeder. ‘Je verliest daarmee je onafhankelijkheid. Daarbij zijn al jullie vrienden hier en heb je net je huis verbouwd.’ Ik kon haar geen ongelijk geven. Natuurlijk had ik mijn twijfels. Maar het leek me vooral een uitdaging. En dé manier om mijn huwelijk te redden.

In augustus 2009 zijn we verhuisd. We kwamen in een mooi huis te wonen met preschool en kindergarten voor de kinderen om de hoek. Het was een leuke school, met lieve leraressen. Wel moest ik wennen aan de Amerikaanse cultuur. Het is er heel conservatief. Daarbij zijn de winters heel streng in Pittsburgh. Het kan er ’s nachts rustig -20 zijn. Op dat soort dagen waren er regelmatig ‘snow days’ of ‘two hour delays’.  De kinderen hoefden dan niet of later naar school. Alles om er maar voor te zorgen dat de school niet aangeklaagd kon worden mocht één van de leerlingen buiten onderkoeld raken. Maar dat betekende – als ik weer wilde gaan studeren – dat ik een sociaal netwerk om me heen moest opbouwen. Binnen een jaar kende ik veel mensen. We vingen elkaars kinderen op en hadden het gezellig samen. Nog altijd was ik veel alleen. Kees was continu weg en lag áls hij thuis was te slapen. Toen Nina vier werd en een prinsessenfeest gaf kwam hij niet naar beneden om te kijken hoe het met haar ging. ‘Dit kan niet Kees,’ zei ik tegen hem. Maar dan wist hij het weer zo te draaien dat ik er begrip voor had. In oktober 2011 was hij zoveel van huis geweest dat ik bang was dat de kinderen hem bij wijze van spreken niet meer zouden herkennen. Ik heb een professionele fotograaf gevraagd of ze foto’s van ons gezin wilde maken zodat de kinderen een foto van hun vader op hun kamer hadden. Toch heb ik nooit getwijfeld of ik terug zou gaan naar Nederland. Ik had mijn leven inmiddels opgebouwd in Pittsburgh en het er prima naar mijn zin. Ik deed veel dingen met de kinderen, zoals schoolactiviteiten en skiën bijvoorbeeld. Ik voelde me dan net moedereend met de twee duckjes achter haar aan.

Scheiding

Ik had geen twijfels of Kees weer vreemdging. Misschien naïef, maar Kees had overal een aannemelijke verklaring voor. Totdat hij zich in oktober 2011 weer vreemd begon te gedragen. Hij was er niet met zijn gedachten bij. Konden we voorheen op de spaarzame momenten dat we samen waren nog met elkaar praten en vrijen, nu leek het alsof hij emotioneel niet meer betrokken was. Als ik bijvoorbeeld vroeg of hij me kon helpen bij een artikel voor mijn promotie dan zei hij nee. Ook had hij op het laatste moment een feest afgezegd van zijn beste vrienden in Nederland die vijftig werden. Dus vloog ik voor de zoveelste keer alleen met de kinderen terug. Dat deed ik wel vaker. Zo’n drie à vier keer per jaar ging ik naar Nederland, want ik vond het belangrijk dat ze contact bleven houden met hun opa’s en oma’s. Ook hadden Kees en ik afgesproken dat we terug naar Nederland zouden gaan als de kinderen twaalf waren. Op die manier zouden ze weten waar hun roots lagen. Daarom bezocht ik regelmatig mijn oude basisschool met ze, want waarschijnlijk zouden ze daar bij terugkomst in groep 7 en 8 komen.

Eenmaal weer thuis in Pittsburgh viel het me op dat mijn kleding op andere plekken lag. Dat gebeurde wel vaker als ik weg was geweest. ‘De schoonmakers zijn weer goed bezig geweest hè?’ zei Kees. Wat ik toen nog niet wist is dat hij zijn minnaressen invloog als ik in Nederland was en dan al mijn kleding en badkamerspulletjes ergens anders legde.

‘We moeten met zijn vieren op vakantie,’ zei ik. ‘Ik weet gewoon niet meer wie je bent.’ Hij zei: ‘Oké, laten we naar Disneyworld gaan, want ik heb daar een congres. De kinderen waren door het dolle heen. We hadden een mooie kamer in een luxe hotel. Tijdens onze vakantie viel me op een ochtend op dat zijn laptop nog open stond. Kees sliep. Voordat ik het wist zag ik het ene na het andere mailtje voorbij komen. Hij bleek er meerdere minnaressen op na te houden, over de hele wereld verspreid: Nina in Noorwegen, Valeria in Rusland, Marlène in Oostenrijk, Betsy in Amerika en nog steeds dezelfde Marielle in Nederland. Ook waren er vrouwen in Zuid-Korea en Panama. Allemaal artsen. Het zweet brak me uit. Ik las dat hij gezinnen met ze wilde stichten. Dat ze zich stuk voor stuk afvroegen waarom hij de kinderen nog niet in hun leven had geïntroduceerd. Een compleet dubbelleven. Ik heb de schijn in de vakantie opgehouden voor de kinderen, maar zodra we thuis waren barstte de bom. ‘Ik wil scheiden,’ riep ik. Natuurlijk ontkende hij alles. De gemoederen liepen hoog op. Maar ik wist genoeg.

‘Als je langer dan zes maanden in het buitenland hebt gewoond dan moet je daar een ouderschapsplan opstellen,’ zei mijn Nederlandse advocaat. Kees bleef het onzin vinden. Met tegenzin werkte hij mee. We kwamen overeen dat ik een goede baan moest vinden in Nederland en pas een maand voor aanvang zou verhuizen met de kinderen. Kees mocht de kinderen zien wanneer hij wilde plus hij mocht ze alle vakanties hebben. Het doel was namelijk dat we uiteindelijk allemaal zouden terugverhuizen naar Nederland. Voor mij was het geen optie om in Amerika te blijven. Het arts-assistentschap is daar een 80-urige werkweek. Dat is niet te doen als alleenstaande moeder. Het ouderschapsplan werd bekrachtigd en beëdigd door een Amerikaanse rechter. Per 1 april 2013 vond ik een baan en begin maart verhuisde ik met de kinderen terug naar Nederland. ‘Martine, er is een gerechtelijke deurwaarder aan de deur geweest,’ zei mijn moeder toen ze me belde op mijn werk. Ik woonde tijdelijk bij mijn ouders in, omdat er in ons oude huis huurders zaten. ‘Je wordt aangeklaagd voor kinderontvoering.’ ‘Wat?’ riep ik. ‘Kinderontvoering? Van mijn eigen kinderen? Hoe kan dat? Ik heb toch toestemming gekregen?’ De stress sloeg toe. Ook bij de kinderen. Tommie kreeg acuut last van een astma aanval terwijl hij nog nooit in zijn leven astma had gehad.

Die dag blijkt het begin van ellenlang juridisch getouwtrek. Kees wilde de kinderen terug. Zo veel was duidelijk. En hij was voorlopig niet van plan om terug naar Nederland te komen. In plaats van dat hij rekening hield met de gevoelens van de kinderen begon hij een persoonlijke hetze tegen mij. Ik moest me verantwoorden bij het Internationale Hof voor Kinderontvoering in Den Haag, heb aan allerlei psychische tests moeten deelnemen en we werden allemaal – inclusief mijn ouders – gehoord tijdens rechtszaken in de VS. Kees is invloedrijk en charmant. Daarnaast heeft hij veel geld. Dat zorgde ervoor dat hij de middelen had om me helemaal klem te zetten. Alles gebruikte hij tegen me. Als hij bijvoorbeeld een keertje niet mocht skypen met de kinderen, omdat ze al op bed lagen dan vertelde hij dat hij geen contact met de kinderen mocht hebben. Dat hij de volgende dag wél met ze mocht skypen vertelde hij er niet bij. Ik deugde niet als moeder, mijn ouders waren vreselijke mensen en het onderwijssysteem in Nederland was helemaal verkeerd. Het erge is: hij kan de kinderen helemaal niet hebben. Hij werkt 80 uur per week en heeft geen tijd om voor ze te zorgen. Hij moet nanny’s inhuren. Maar voor hem is het een principekwestie geworden.

Terug naar Amerika

Je zou verwachten dat de rechter daar wel doorheen zou prikken. Dat ze Nederlandse kinderen die inmiddels alweer bijna twee jaar in Nederland woonden niet naar Amerika zouden sturen. Zelf had ik er dan ook geen moment rekening mee gehouden dat het hem zou lukken. Op 16 december 2014 kreeg ik echter een e-mail van mijn Amerikaanse advocaat. ‘I’m sorry,’ schreef ze. ‘You lost the case. The kids have to be back in America before the 5ht of January.’ Ik lag al in bed toen ik het las. Raakte volledig in paniek. Hoe kon dit? Welke rechter haalt nu de kinderen bij hun moeder vandaan? Ze zijn hier geboren, hebben een Nederlands paspoort. Ze hebben niet eens een greencard of social security number voor Amerika. Hoe is het mogelijk? Mijn handen trilden toen ik de mail doorstuurde naar mijn Nederlandse advocaat. ‘Rustig maar Martine,’ mailde ze dezelfde avond nog. ‘Dit vonnis kan niet zo maar ten uitvoer worden gelegd. Dat moet de Nederlandse rechter eerst bekrachtigen in een zogenoemde exequaturprocedure die Kees moet aanvragen.’ Haar mail stelde me enigszins gerust. Het liefst had ik diezelfde avond nog de telefoon gepakt om Kees te confronteren. Hem te zeggen dat hij geen gevoel in zijn donder had en of hij wel wist wat hij de kinderen aandeed. Maar ik wist: het heeft geen zin. Alles wat ik zeg projecteert hij. Waar ben ik mee bezig? Waar ben jíj mee bezig? zegt hij dan. Ik besloot de kinderen nog even niets te zeggen. Wilde ze niet onnodig ongerust maken. En dan, één dag voor het vonnis van de exequatur procedure, krijg ik een ander vonnis onder mijn neus geduwd. Ik krijg zes maanden gevangenisstraf als ik niet voor 4 mei de kinderen aan Kees geef. Plus een forse boete, omdat ik me niet aan het Amerikaanse recht houd. En dat terwijl hij wist dat ik in mijn volste recht stond om de uitspraak van de exequaturprocedure af te wachten. De volgende klap. Ik wist niet wat ik hoorde. Papa wil mama in de gevangenis krijgen. Hoe moest ik dat ooit aan de kinderen uitleggen?  Nog altijd had ik vertrouwen in het Nederlandse rechtssysteem. Dat was van korte duur. De volgende dag werd het vonnis bekrachtigd door de Nederlandse rechter. Uiterlijk 4 mei moesten de kinderen terug. Daartegen ben ik inmiddels in hoger beroep gegaan bij de rechtbank Amsterdam.

Mijn kinderen zitten in Amerika en ik zit hier. Ik mag ze alleen met uitdrukkelijke toestemming van Kees bezoeken, maar ze in geen geval uit Amerika meenemen. Het is niet te omschrijven hoe frustrerend dat is. Ik heb één gesprek gehad met een psycholoog. ‘Dat jij nog op de been bent,’ zei ze. Ik stop mijn emoties weg. Ik kan wel in een hoekje gaan zitten huilen, maar wat heb ik daar aan? Ook wil ik er niet over nadenken dat ik ze misschien écht nooit meer zie. Wel ben ik boos. Heel boos. Hoe kan het zijn dat Nederland twee Nederlandse kindjes naar Amerika laat deporteren? Waarom gaat het Amerikaanse recht boven het Nederlandse? Als ik het hoger beroep verlies dan betekent dit dat alle gezinnen in een soortgelijke situatie hetzelfde kunnen meemaken.

Gisteren had ik Nina aan de lijn. ‘Ik wil helemaal niet in Amerika wonen,’ zei ze. ‘Ik mis je mama.’ Mijn hart brak. ‘Ik mis jou ook schat, zei ik. Mama denkt de hele dag aan jullie.”