Even voorstellen: Annemarie de Gee

Met trots presenteren we op A•Quattro•Mani een nieuwe columniste: de talentvolle schrijfster en theatermaakster Annemarie de Gee (1987). In 2011 debuteerde ze met de verrassende en gewaagde verhalenbundel ‘Kamermensen’. Vanaf januari 2014 neemt ze elke maand in haar column de lezers mee op het kronkelige pad dat leidt naar haar tweede boek, een weg van vreugde en frustraties.

Kamermensen draaide helemaal om één ruimte, een hotelkamer. Misschien komt dat wel door mijn theaterwerk, dat ik voor één heel duidelijk decor heb gekozen waartegen zich allerlei verschillende dingen kunnen afspelen. Het zijn kleine voorstellingen op zich, die elkaar versterken en iets over elkaar zeggen als je ze achter elkaar leest. Sommige verhalen zijn gebaseerd op ervaringen uit mijn eigen leven, maar de verhalen die puur en alleen zijn ontstaan vanuit wat die begrenzing losmaakte in mijn fantasie, vind ik zelf het interessants. Het jezelf moeilijk maken levert heel veel materiaal op. En strijd. Omdat ik geen idee had wat ik nog meer moest in die kamer. Dat werkt goed voor mij.’

‘Wat ik fijn vind aan schrijven, is dat ik het verhaal kan opschrijven zoals ik het zelf het liefste wil hebben. Als toneelschrijver ben je afhankelijk van veel meer invloeden en meningen – alleen de casting en de keuze voor de regisseur drukt al een enorme stempel op wat je maakt. Met schrijven hoef je geen concessies te doen aan wat anderen vinden. Je hebt veel meer macht dan in het normale leven.

Tegelijk ervaar ik – en daar heb je de strijd weer – taal ook als iets onhandigs. Het is heel lastig om op een goede manier iets te omschrijven wat we allemaal wel kennen, liefdesverdriet bijvoorbeeld. Je vervalt zo snel in clichés. Ik zie het als een uitdaging om met taal een gevoel op te wekken. Maar de beperking ervan, de onmogelijkheid om iets precies zo te zeggen als je het bedoelt, ervaar ik ook heel sterk. In dat opzicht is muziek veel eenduidiger: je wordt geraakt of niet. De momenten waarop het wel lukt, ja, dáár doe je het voor.’

‘Er zit wel een zekere rode draad in mijn werk en in de kunst die ik mooi vind. Een voorbeeld is de film La Grande Bellezza. De film laat op een ingetogen, liefdevolle manier de zinloosheid van het bestaan zien. Dit lijkt een tegenstelling, maar is het wat mij betreft niet. De hoofdpersoon leeft in Rome en is, weliswaar passief, op zoek naar iets. Het feit dat niets werkelijk zin heeft beangstigt hem, maar stelt hem tegelijkertijd in staat vrij te zijn. Ik deel die visie: voor mij ligt de weg naar een waardevol leven in de acceptatie dat het betekenisloos is. Op die momenten zie ik plotseling de schoonheid van alles.

Ik vind het heel interessant om te onderzoeken wat mensen tegenhoudt om een keuze te maken, om bewust te leven en een bepaalde weg in te slaan. Hier gaat mijn roman ook over, en Kamermensen natuurlijk ook. Iedereen zit vast in zijn eigen kamer, met zijn eigen muren en een eigen uitzicht op wat er misschien mogelijk is, maar wat hij niet durft of niet kan. Het zou veel makkelijker zijn om de deur uit te lopen.

Ergens uit breken en of dat wel of niet mogelijk is, daar gaat het in mijn werk vaak over, ook in mijn toneelstukken. Een keuze maken is misschien uiteindelijk wel vrijer dan wanneer je alle opties maar open houdt en daardoor niet kiest. Het is een vraagstuk dat ook een rol speelt in mijn generatie. We kunnen de hele wereld over reizen, we kunnen alles worden, alles kan. Er zijn zo veel keuzes en dat maakt lui en ook angstig, vreemd genoeg. Ik wil anderen graag overtuigen dat het zin heeft om een keuze te maken, en dan maakt het misschien nog niet eens zo veel uit wát je dan kiest. Maar niet kiezen leidt tot een leeg bestaan.’

‘Mijn roman wordt een mozaïekroman, over een aantal mensen die een zeetocht gaan maken op een boot. Het boek wordt iets subtieler dan Kamermensen. Eerder vervreemdend dan absurd. De verhalen in Kamermensen waren erg plotgedreven, met soms een thrillerachtig element erin. De roman wordt stiller. Dat past me beter nu; ik wil meer over leegte schrijven dan over reuring.’

‘Met mijn column wil ik een inkijkje geven in hoe het is om in deze tijd  een jonge schrijfster te zijn, zowel artistiek gezien als in praktisch opzicht. Er gaapt een groot gat tussen het daadwerkelijk schrijven van je boek – alleen, verstild –en wat er in de buitenwereld gebeurt, met de recensies, borrels, fotografen. Schrijvers zijn niet voor niets schrijver en geen podiumartiest; ze willen eerder observeren dan deelnemen. Het is heel leuk om voor te dragen en over je boek te praten, als mensen het gelezen hebben. Dan reis ik wel naar Lutjebroek, ook al zitten er maar drie mensen in de zaal. Maar meestal is dat niet het geval.

Ik geef ook schrijfles en vindt het leuk om te vertellen hoe je dat doet: een boek schrijven. Daar zal mijn column ook over gaan: hoe verzin je wat er in je boek moet komen, tegen welke frustraties loop je aan tijdens het schrijven. Mensen die zelf schrijven moeten het dus ook beslist gaan lezen!’

Het werk van Annemarie de Gee verschijnt bij uitgeverij Atlas Contact.

Lees ook de recensie van Kamermensen en het verhaal 'Een man alleen' in Kort van Stof.

 

Mijn gekozen waardering € -

Geef een antwoord