Ondanks hun slechte reputatie zijn sofisten wel mooi de uitvinders van de kunst der retorica, waar ook Moszkowicz’ slotpleidooi weer bol van stond. Wie waren deze mannen?

STEUN RO

In misschien wel zijn laatste pleidooi als advocaat gooide Bram Moszkowicz z’n verbale talenten volop in de strijd. Och arme, hij huppelde als ware digibeet zonder computer en smartphone door het leven en daarom had hij zo’n zootje van z’n administratie gemaakt, betoogde hij voor de tuchtrechter

Ik ga het hier niet hebben over die administratie en alle missers die Moszko ongetwijfeld begaan heeft, sterker nog, ik ga hier niet beweren dat hij wel of juist niet voorgoed geschorst moet worden. Het gaat mij dit keer om zijn enorme retorische talent, dat ik slechts één keer live heb mogen aanschouwen, maar dat ervan af spatte. En vergeef me het bruggetje, bij zijn slotbetoog moest ik weer eens denken aan de klassieke retorica met haar elementen logos, ethos en pathos.

In de wetenschap dat hij de serieuze verwijten aan zijn adres niet met argumenten (logos) kon weerleggen, gooide Bram het op zijn karakter (ethos). Zo van heren rechters, het was geen sluwe opzet, maar slechts slordigheid van een ouderwetse heer van stand, genadeloos voorbij gezoefd door de techniek. Natuurlijk beloofde hij beterschap (heus edelachtbare, ik ga op cursus bij Scheidegger) en met gevoel voor drama bracht hij die derde, o zo glibberige peiler in stelling, de emotie (pathos): “Mijn lot ligt in uw handen.”

Traditie

Of ie het beseft of niet, Moszkowicz staat in een lange traditie. Want de retorica is mede in de rechtspraak ontwikkeld door de sofisten, de meesters van de verbale manipulatie.

Wie waren deze mannen?

In het Griekenland van de vijfde eeuw voor Christus, die als een Verlichting avant la lettre beschouwd kan worden, brachten de sofisten ethiek in het middelpunt van het filosofische debat. Het ontstaan van de sofistiek wordt meestal in verband gebracht met de ontluikende democratie, waar het politieke succes afhing van overredingskracht in de volksvergadering, zodat retorische vaardigheid het belangrijkste wapen van de burger werd. Sofisten trainden (rijke) jongeren hoe zij in het debat medeburgers voor hun standpunt konden winnen.

Zoals gezegd was ook het karakter van de Griekse rechtspraak van belang. Het was namelijk vooral zaak om aannémelijk te maken tegenover de rechters (of de jury) waarom de verdachte die ene misdaad wel of niet gepleegd zou hebben. De eerste beginselen van de retorica werden ingezet bij juridische processen op Sicilië, en zo werd al snel duidelijk dat “het woord een machtig heerser” is, zoals de bekende sofist Gorgias het uitdrukte.

Plato’s kritiek
Hoewel sophistês oorspronkelijk een neutrale term voor deskundige was, heeft vooral de felle kritiek van Plato voor de negatieve bijklank gezorgd die het woord nog steeds heeft. In Plato’s dialogen gaat Socrates de pretenties van de sofisten te lijf, die in zijn ogen de moraal corrumpeerden door met retorische trucjes schijn voor waarheid te verkopen, in ruil voor flinke sommen geld. Pas in de negentiende eeuw kwam hun rehabilitatie, vooral dankzij de Britse historicus Grote, die in de sofisten de voorlopers van de moderne liberalen zag.

De beroemdste sofist was evenwel Protagoras. Hij onderwees zijn leerlingen “zowel het beheer van hun eigen zaken, als het spreken en handelen in politieke aangelegenheden”, tenminste zo staat het in de dialoog die Plato naar hem vernoemde. Belangrijkste onderdeel van het lesprogramma was de retorica: hij leerde de jongelingen dat elke zaak twee kanten heeft en hoe je het zwakke argument kan laten zegevieren over het sterke.

Dit uitgangspunt kent een fundament in Protagoras’ moreel en kentheoretisch relativisme, zoals dat doorklinkt in zijn uitspraak: “de mens is de maat van alle dingen”. Elke mening is waar voor degene die deze mening erop na houdt, al betekent dat nog niet dat alle meningen even nuttig zijn. Zoals het de kunst is van de arts om de juiste behandeling voor de patiënt te vinden, zo is het de kunst van de redenaar om het volk van de juiste wetten te overtuigen, met als (smeer)middel de retorica.

Incest

Dat relativisme kwam niet uit de lucht vallen. Het contact met andere volkeren had de ogen van de Grieken geopend, bijvoorbeeld toen ze ontdekten dat incest helemaal geen taboe was voor de Egyptenaren, waar broer en zus met elkaar konden trouwen. Sommige sofisten, zoals Antiphon en Callicles, trokken de conclusie dat moraal niet meer is dan conventie of afspraak (nomos), die je alleen maar hoeft te volgen in zoverre die niet strijdig is met de eisen van de natuur (physis), ofwel het eigenbelang. Een soort recht van de sterkste.

Andere sofisten erkenden het relatieve karakter van de moraal, maar meenden dat een goed functionerende samenleving toch niet zonder kan, en kozen partij voor nomos. Protagoras illustreerde dit met een briljante mythe over het ontstaan van de samenleving. Om te voorkomen dat ze opgepeuzeld werden door de wilde dieren, gingen de mensen zich organiseren in samenlevingen. Maar helaas ontbrak het nog aan dikê, de politieke deugd van de rechtvaardigheid, zodat de mensen nu elkáár de hersens insloegen. Bijna zou de mensheid uitgestorven zijn, tot oppergod Zeus ingreep en alle burgers een stukje dikê en aidôs (zeg maar respect, zonder de hiphop-associaties die er tegenwoordig aan kleven…) meegaf.

Protagoras liet zien dat ook in zijn eigen tijd, in het ontwikkelde Athene, iedereen voortdurend bezig was om de ander te socialiseren, door middel van opvoeding, onderwijs, wetgeving, met als doel om de boel een beetje bij elkaar te houden – om het even anachronistisch uit te drukken. Het enige wat hijzelf pretendeerde, was dat hij net dat beetje kon toevoegen wat iemand tot een excellente burger maakt. En daar was genoeg vraag naar, ook al lag zijn tarief op het niveau van een investment banker uit the City.

Ondanks die populariteit werd Protagoras op zeker moment zelf aangeklaagd, en wel toen hij zei dat “hij niet wist of de goden bestonden, noch hoe ze eruit zagen, omdat daarvoor het onderwerp te onduidelijk en het menselijk leven te kort was”. Een standpunt dat we tegenwoordig betitelen als agnosticisme, en dat als het toppunt van redelijkheid wordt gezien, maar niet in het Athene van die tijd.

Schipbreuk

Op de vlucht leed deze sofist en agnosticus schipbreuk en verdronk…

Tot slot nog een mooi staaltje van manipulatie, waar Moszkowicz misschien nog iets aan heeft, mocht ie straks noodgedwongen een nieuwe carrière als coach van jonge pleiters overwegen. Protagoras daagde ooit een leerling voor het gerecht omdat die hem nog niet betaald had voor de cursus. Hoho, antwoordde de leerling, de afspraak was toch dat ik pas hoef te betalen als ik mijn eerste proces zou winnen? Aldus geschiedde…

Journalist en columnist. Schrijft over alwat voor zijn pen komt, van Haagse politiek tot terrorisme. Beukt er graag op los met de filosofenhamer. Classicus en volgeling van Dionysus, liefhebber van spot en ironie, slaat nooit een cappuccino af.

Geef een antwoord