Niet iedere Nederlander is blij met de grote vluchtelingenstroom die op ons afkomt. Begrijpelijk. Het gaat meestal om mensen met een andere cultuur en andere gewoonten. Terroristische aanslagen verhogen het vertrouwen in de buitenlandse medemens evenmin. En we hebben al genoeg problemen in Nederland. Aan de andere kant, het is vreselijk wat er gebeurt in de wereld. Van het oorlogsgeweld zijn onschuldige mensen het eerste slachtoffer.

STEUN RO

Het is nog niet zo lang geleden, kort na de Tweede Wereldoorlog, dat duizenden Nederlanders terugkwamen uit Nederlands Oost-Indië. Na generaties in de Oost stonden zij berooid op de kade in Rotterdam. Vluchtelingen waren zij, met een andere cultuur en andere gewoonten dan die van het koude, grijze Nederland. Daar dachten we aan, toen wij ons aanmeldden voor de tweede Meet & Eat van stichting Present Leeuwarden. De eerste editie in november was een groot succes geweest, volgens de mensen van de stichting. ‘We willen het wederzijds begrip versterken,’ zeiden ze.

Eén wereld. We voelen ons medeverantwoordelijk voor het lot van onze medemensen. Ook voor hen die we niet kennen. Want wat zijn dat nou voor mensen, die asielzoekers? We moeten toegeven, dat we geen idee hebben. Misschien kan zo’n ontmoeting, gezellig om de huiselijke tafel met een smakelijke maaltijd, een tip van de sluier oplichten. Aanmelding staat toch open voor alle mensen in de omgeving?

Commentaar

Op Facebook melden we terloops dat we meedoen aan de Meet & Eat. We krijgen commentaar. Iemand schrijft: ‘Zorg liever voor de eenzame ouderen in Nederland. Jullie linkse goedmensen proberen alleen maar interessant te doen.’ Dat trekken we ons aan, maar we denken dat we voor onszelf mogen uitmaken aan wie we onze medemenselijkheid besteden. Het één sluit het andere niet uit. Dit is precies wat de stichting Present voorstaat: ‘ontdek hoe waardevol het is om samen met vrienden, collega’s of je gezin een ander te ontmoeten en te helpen’. De ene keer vluchtelingen, de andere keer stadgenoten.

Spannend is het. Tot het moment dat we ons melden bij Expo Leeuwarden weten wij niet wie we mee naar huis krijgen. Moslims? Syriërs? Volwassenen of kinderen? Mannen of vrouwen? Wat eten ze eigenlijk? Halal? We hebben zekerheidshalve gekozen voor Hollandse kost.

Meer dan 100 gastgezinnen hebben zich aangemeld en meer dan 400 vluchtelingen. Die leven er al dagen naartoe, vertelt de organisatie – die overigens geheel onafhankelijk werkt van het COA. In een leegstaande hal staan wij in de rij van gastgezinnen die meer dan vier personen kunnen meenemen. Eén voor één koppelen de vrijwilligers van Present Leeuwarden ons aan de kandidaat-eters.

Sambal

En zo zitten we zaterdagavond inderdaad aan tafel, in het gezelschap van drie Eritrese jonge vrouwen en vier kleine kinderen. Allemaal op hun paasbest uitgedost. We spreken met gebarentaal, een heel klein beetje Engels en het Nederlands dat de negenjarige Natnal zich in zes weken eigen heeft gemaakt. Wat voor taal spreken jullie dan? Tigrinya. Oei, dat staat niet in Google Translate. Hoe zijn jullie in Nederland terechtgekomen? Met het vliegtuig. Ah juist. Houden jullie van boerenkoolstamppot met gebakken vis en rundergehaktballetjes? Nou en of, met heel veel Surinaamse sambal. Aha.

De sambal breekt het ijs. Nee, het was geen vliegtuig waarmee ze gekomen zijn. Ze reisden met mensensmokkelaars vanuit Soedan door de woestijn naar Libië en vervolgens de Middellandse Zee over met een oude vrachtboot. In een storm met huizenhoge golven. Nee, ze zijn geen moslims, maar christenen. En ja, in Eritrea is men dol op gepeperd eten.

We koken voor dertien mensen; dochter en schoonzoon eten ook mee. Ontstellende hoeveelheden zout en sambal strooien onze Afrikaanse gasten over het eten. Zelfs de kinderen schrikken er niet voor terug. Hoezo, ‘je moet aandringen, want anders eten ze niet veel,’ zoals de vrijwilligers van Present Leeuwarden zeiden? De boerenkool valt duidelijk in de smaak. Ze drinken er sloten melk bij. Zo leren we hoe de mensen daar eten. De tekeningen in het kinderboekje ‘Mijn eerste woordjes’ helpen het gesprek op gang. We schrijven elkaars namen op een stuk papier.

Nieuwsgierig

Razend nieuwsgierig maakt het ons, dat we eigenlijk maar een paar simpele woorden kunnen wisselen. Waarom is Senayt hier zonder echtgenoot in Nederland? Ze is pas 25 jaar oud en toch al moeder van vier kinderen. Hoe zit dat met haar twee vriendinnen, 21 en 23 jaar oud? Het zijn jongedames zoals we die in Harlingen ook kennen. Kauwgom kauwend, spelend met hun telefoon, gekleed en opgemaakt voor een avondje uit. Maar ze zijn lief en hartelijk voor de kinderen van hun vriendin. Andere cultuur, dat zal best, maar het zijn gewone mensen net als wij. De drie meisjes Nardas (10), Arsem (7) en Meisgen (3) spelen met ons kleinkind Beau (2). Gezellig!

We halen en brengen onze gasten met twee auto’s. We mogen van de beveiliging mee naar de hal, om daar afscheid te nemen. Een ontnuchterend bezoek. Een TL-verlichte beurshal. Panelen die eten en slapen van elkaar scheiden. Een hoek met stinkende chemische toiletten. Aanplakbiljetten in de verblijfsruimte – de bus naar Nijmegen vertrekt morgen om 9 uur, die naar Haarlem om 11 uur. Overal groepjes mensen, die ons vriendelijk toeknikken. Hier en daar zien we andere Nederlanders, die afscheid nemen van ‘hun’ vluchtelingen. Die van ons zwaaien ons na tot we weer buiten staan. Misschien houden we contact via whatsapp.

Eenmaal thuis zoeken we het op. Eritrea, Tigrinya. Politiek, religie, economie. We begrijpen waarom de zeven het land ontvlucht zijn. Dienstplicht voor mannen en vrouwen, vanaf je vijftiende, voor onbepaalde tijd, soms tien, vijftien jaar lang. Meer dan 70% werkloosheid. Lege winkels. Een regering die iedereen die zijn mond roert opsluit, martelt of doodt. Om over vrouwenrechten maar te zwijgen.

Meer op stichtingpresent.nl/leeuwarden

Foto’s Inge van Hesteren

    Gijs schrijft en fotografeert. Zijn artikelen en reportages staan in een landelijke scheepvaartkrant en een aantal motorsportmedia. Online te lezen op zijn weblog en op Reporters Online. Bovendien laat Gijs zich inhuren als schipper met Groot Vaarbewijs, meestal op historische zeilschepen en passagiersschepen.