Sinds begin 2013 is er in Qatar een niet-officiële ambassade van de Taliban gevestigd. Half maart zijn de VS en de Taliban al twee weken met elkaar in discussie in Doha, de hoofdstad. Aan de ene kant van de tafel zit de in Afghanistan geboren Amerikaanse ‘speciale gezant van de VS voor verzoening in Afghanistan’ Zalmay Khalilzad. Tegenover hem, Mullah Abdul Ghani Baradar. In 2010 wanneer hij wordt gevangen genomen door de Pakistanen is hij de effectieve nummer twee van de Taliban. Na 8 jaar laten de Pakistanen hem in oktober 2018 vrij omdat hij volgens zowel hen als de Afghaanse regering kan helpen bij het zoeken naar een oplossing voor Afghanistan. In januari stellen de Taliban hem aan het hoofd van hun politiek bureau in Doha met als taak te onderhandelen over de terugtrekking van de VS en de NAVO uit Afghanistan.

STEUN RO

“Mijn tijd hier is goed gebruikt. We hebben vooruitgang geboekt en we hebben uitvoerige besprekingen gevoerd om het eens te worden over moeilijke en ingewikkelde kwesties,” vertelde een goedgemutste Zalmay Khalilzad op 12 maart. Zijn tegenspeler reageerde al even opgetogen: “Deze reeks gesprekken heeft aanleiding gegeven tot gedetailleerde discussies over twee kwesties: de terugtrekking van alle troepen uit Afghanistan en het voorkomen van schade aan andere mensen op Afghaanse grondgebied. Op beide gebieden is vooruitgang geboekt.”

Optimisme?

Het optimisme van de twee ‘partners in crime’ zou ons haast doen vergeten dat het hier gaat over het eindeloze Afghaanse moeras, waar al vier decennia lang een politieke crisis heerst, oorlogen gevoerd worden en menselijke tragedies dagelijkse kost zijn.

Men kan zich de vraag stellen of dat optimisme ook gedeeld wordt door de Afghaanse bevolking of het Afghaanse leger.

Volgens een voorzichtig tellen van het Amerikaanse Watson Institute hebben er in de 18 jaar die de oorlog al duurt zo’n 150.000 Afghanen (inclusief militairen en Talibanstrijders) en 7500 buitenlanders (NAVO-militairen, huurlingen, ngo-medewerkers, journalisten…) het leven verloren. Een recent rapport van de Verenigde Naties stelt dat 2018 het meest moorddadige jaar voor de burgerbevolking is geweest. Er vallen 3804 doden, waarvan 927 kinderen. Daar zijn de ‘indirecte sterfgevallen’ niet eens bij meegerekend. Dat zijn de mensen die sterven door de vernielingen die de oorlog met zich meebrengt waardoor ze geen toegang meer hebben tot voedsel, water, medicijnen, elektriciteit…

Het cijfer loopt iedere week verder uit. Vrijdagnacht 22 maart worden bij een luchtaanval van de ‘internationale coalitie’ in Kunduz in het noordoosten van het land, 13 leden van een familie gedood, 10 ervan zijn kinderen. Op 11 maart, in de provincie Badghis in het noordwesten van het land, sneuvelen begin maart zo’n vijftig Afghaanse militairen onder herhaalde aanvallen van de Taliban. Aan de andere kant van het land, in de gevoelige zuidelijke provincie Helmand, vallen begin maart, ook weer bij een aanval van de Taliban tegen een legerbasis, veertig slachtoffers. In totaal verliezen volgens de internationale pers tijdens de eerste week van maart meer dan 120 militairen het leven op de vele fronten van Afghanistan.
Het jaarlijkse intensieve voorjaarsoffensief van de taliban is dan nog niet eens begonnen. Dat wordt verwacht voor april. Wanneer de lente zich aankondigt.

Diplomatie op twee fronten

De Taliban zijn in Doha duidelijk meer diplomatisch en minder dodelijk. Donald Trump wil graag de Amerikaanse troepen terugtrekken uit Afghanistan. Op zijn aansturen is in Qatar een dialoog tussen de Verenigde Staten en de Taliban begonnen. Volgens een aantal buitenlandse hoofdsteden zal die dialoog als onvermijdelijk gevolg hebben dat de Taliban aan de (gedeelde) macht zullen komen in Kaboel. Een situatie die velen onrustig maakt.

De Russische Federatie is maar al te beducht voor een dergelijk scenario. Dertig jaar geleden heeft het zich pijnlijk moeten terugtrekken uit het land. Rusland spaart dan ook niet zijn inspanningen om de mogelijke negatieve gevolgen van een terugkeer van de Taliban naar Kaboel te milderen.

Eind 2017 richt de Russische speciale gezant voor Afghanistan Zamir Kabulov het ‘Moscow Process for political settlement in Afghanistan’ op. Het doel is om door middel van forums, gespreksrondes, conferenties, ronde tafels en dies meer op neutraal gebied belanghebbenden bij elkaar te brengen die het “vreedzaam over de contouren van het Afghanistan van morgen willen hebben”. De Afghaanse regering neemt niet deel aan die gesprekken. Niet alleen omdat de Taliban niet met haar wil praten maar ook omdat ze zelf niet aanwezig wil zijn.

Begin februari organiseert Rusland in het luxueuze President Hotel in Moskou een werksessie met een vijftigtal deelnemers, waaronder een grote Afghaanse delegatie. Daarbij een tiental Taliban-gezanten en de vorige Afghaanse president Hamid Karzai. De huidige Afghaanse president Ashraf Ghani bekritiseert die bijeenkomst fel. Volgens hem is het een belediging die bedoeld is om zijn autoriteit en de Afghaanse staat te ondermijnen.

Trump’s pacificatieprojecten

Het geduld van Donald Trump wordt zwaar op de proef gesteld door de onvoorspelbaarheid van zijn Noord-Koreaanse vriend. In zijn pogingen om Kim Jong-un te overtuigen het Koreaanse schiereiland te ‘denucleariseren’ wordt hij geconfronteerd met wat meer en meer op een flop begint te lijken. De Amerikaanse regering wil door het stimuleren van de dialoog met de Taliban in Doha graag wat ‘succes’ boeken in haar ambitieuze Aziatische pacificatieprojecten. Als er daarvoor wat gegokt moet worden op de goede bedoelingen van de Taliban, dan moet dat maar. In tegenstelling tot Donald Trump hebben de Taliban echter geen haast. De huidige patstelling doet hen geen pijn. Integendeel, de haast van de VS geeft hen meer kansen om de voorwaarden voor die pacificatie meer in hun voordeel te doen neigen.

Het ziet er naar uit dat Trump op zijn minst evenveel zal moeten afzien op het zeer complexe Afghaanse schaakbord. Naast de Taliban zijn er nog veel andere (binnenlandse en regionale) partijen die deelnemen aan het spel. Er zullen permanent aanpassingen en verduidelijkingen nodig zijn in een draaikolk van tegenstrijdige belangen, van agenda’s die verenigbaar zijn zoals vuur met water en waar vertrouwen een betekenisloos woord is. Het strategische spel zal slim, sluw en voorzichtig moeten gespeeld worden. Dat zijn niet onmiddellijk adjectieven die geassocieerd worden met de huidige Amerikaanse diplomatie.

Ondertussen wacht de Afghaanse bevolking nog steeds op het resultaat van de parlementsverkiezingen van oktober 2018 – verkiezingen die ook al drie jaar op zich lieten wachten. De presidentsverkiezingen van april zijn ook alweer uitgesteld tot in juli. De Afghanen ondergaan in wanhoop de bemoeienissen van zoveel ‘belanghebbers’ die weinig of zelfs geen oog hebben voor hun hachelijke situatie en grote behoeften. Er rest hen voorlopig niets anders dan dagelijks weer opnieuw de doden, vermisten en gewonden tellen. Zoals ze dat helaas al veertig jaar doen.

Francis Jorissen woont in het midden van nergens ergens in Frankrijk, nieuwsgierig, schrijver en free-lance journalist, activist, would-be wereldreiziger en geïnteresseerd in Rusland, de landen die ooit behoorden tot wat men toen 'Het Oostblok' noemde en het Midden-Oosten