Het festivalseizoen is weer in volle gang. En niet alleen jongeren dompelen zich onder in de partyroes. Fien (59) feest net zo hard mee met haar zoon en dochter. “Mijn eerste ecstasy kreeg ik van hen. Dat was wel grappig, maar toch ook een beetje eng.”

STEUN RO

“Een dag voordat ik met mijn kinderen naar Mysteryland zou gaan, scheurde ik mijn enkelband. Ik was teut met mijn slipper in de tramrails blijven hangen. Maar ik wilde per se mee, dus ging ik op krukken, een ecstasypil in mijn beha. Bij de ingang werd ik opgepakt, mijn kinderen en hun vrienden waren al naar binnen. Ik barstte in huilen uit. Moest ik dan nu in mijn eentje met de taxi terug naar huis? Gelukkig kwam mijn dochter terug om me te redden. ‘Mijn moeder verheugt zich hier al maanden op,’ zei ze tegen de beveiliging. ‘Ze heeft krom gelegen om met ons naar dit festival te kunnen.’ En omdat ze het zo’n bijzonder verhaal vonden, mocht ik toen toch mee naar binnen.”

“De eerste keer dat ik naar een dancefestival ging, was ik meteen verkocht. De sfeer, de saamhorigheid, de goeie muziek, de leuke mensen. Het was één grote roes. En dat ik er met mijn kinderen was, maakte het nog specialer. Het was ook hun eerste festival, en ik had de kaartjes betaald. Oud voelde ik me helemaal niet, ik hoorde er helemaal bij. Mensen vonden het juist leuk dat ik er was. ‘Wat chill, ben jij de moeder?!’ zeiden ze. En: ‘Ik wou dat ik zo’n moeder had.’ Vaak geloven ze niet dat ik al bijna zestig ben; ik zie er dan ook jong uit voor mijn leeftijd. Mijn dochter en zoon vinden het te gek dat ik mee ga, samen met hun vrienden hebben we al een hele rij feesten bezocht. Mysteryland, Edit, Pleasure Island, Volt – Awakenings staat nog op mijn lijstje. Ik ben ook eens mee geweest naar een hardstyle feest waar ik een hele avond heb staan hakken. Maar dat was niet zo mijn ding, weken later had ik nog spierpijn. Mijn lichaam trekt dat niet meer. Het publiek was ook anders, kaal, met tattoos en blote basten, maar wel erg lief. Dat komt natuurlijk door de pilletjes, maar ik voelde me toch heel veilig.”

Bedrijfsarts

“De band met mijn kinderen was altijd al goed, maar sinds de scheiding van hun vader, nu tien jaar geleden, is die alleen maar hechter. Ik ben hun moeder, maar ook hun vriendin en ze staan altijd voor me klaar. Toen ik een burn-out had, ging mijn dochter mee naar de bedrijfsarts. En op de dag dat ik mijn ontslag kreeg, kwam mijn zoon naar me toe met de bus, omdat ik zelf niet in staat was om auto te rijden. Zij zijn mijn steun en toeverlaat en vertellen mij op hun beurt alles. Natuurlijk hebben we wel eens ruzie, maar we zijn altijd open en eerlijk naar elkaar. Ook over drugs, dat hoeft voor mij niet stiekem. Ze zijn oud en wijs genoeg om daar verstandig mee om te gaan. Mijn eerste ecstasy kreeg ik van hen, dat was wel grappig, maar toch ook een beetje eng. Ik wil mezelf niet verliezen. Liever neem ik wat pep, dan kan ik de hele nacht doortrekken en ben ik de volgende dag toch niet zo brak. Ik snuif het niet, maar los het op in wat cola. ‘Mam, jij nog een slokje pepsi?’ vragen mijn kinderen dan. Maar ik doe het rustig aan. Ik voel me verantwoordelijk voor mijn kinderen en hun vrienden, ben degene die alles in de gaten houdt, die de Bob is en hen veilig terugbrengt. Hoewel ik ook wel eens snuifjes pep heb staan uitdelen. ‘Mijn schoonmoeder, de dealer,’ grapte de vriend van mijn dochter. Best wel erg, eigenlijk. Drugs gebruiken met je kinderen, ik zal het niet snel tegen andere ouders durven zeggen. Maar ze zijn volwassen, net als hun vrienden, allemaal goeie mensen met banen en relaties. Ik vertrouw erop dat ze hun grenzen kennen. Ze komen graag op de afterparty’s die ik thuis geef, en die lopen nooit uit de hand. Iedereen betaalt vijf euro, ik zorg voor sapjes, fruit en ijsjes, dat is al zo’n beetje traditie. Supergezellige feestjes zijn het, die zo tot de volgende dag kunnen duren.”

Flapperen

“Ik ben inmiddels verslaafd aan techno, al heb ik er wel aan moeten wennen. Erop dansen heb ik geleerd van mijn zoon. ‘Je danst stom, mam,’ zei hij. ‘Sta niet zo met je handen te flapperen!’ Maar ja, ik kom uit de tijd van Barry White en de Bee Gees, daar danste je heel anders op. Mijn zoon heeft voorgedaan hoe het wel moet en na een tijdje oefenen, kon ik met goed fatsoen de dansvloer op. Want ik wil mezelf en mijn kinderen natuurlijk niet voor paal zetten. Daarom zorg ik ook altijd dat ik mijn hoofd erbij hou en maar een heel klein beetje drugs gebruik. En dat ik niet in een minirokje geforceerd jong ga staan doen op zo’n festival. Voor we gaan, komen mijn dochters altijd met een paar setjes naar me toe en dan kleden we ons samen aan. Meestal draag ik strakke zwarte jeans, All Stars en een T-shirt – wel vlot en stoer, maar niet buitenissig of sexy. Ik ben tenslotte gewoon moeder. Een moeder die het supercool vindt dat ze dit met haar kinderen kan delen. Die dat ziet als een cadeautje en van plan is er nog lang van te genieten.”

“Vrienden van mijn eigen leeftijd vinden het wel leuk dat ik dit doe, ‘Fien van de festivals’, noemen ze me, maar ze zouden zelf nooit meegaan. Ze vinden me hoogstwaarschijnlijk ook erg apart. En ik ben dan ook geen saaie tut van zestig. Ik ben wie ik ben: hoe gekker, hoe leuker.”