Het gaat zelfs met de derde generatie niet-westerse allochtonen in Nederland niet erg goed, maar dat ligt niet aan de cultuur, zei het CBS. Maar dat zei het eigenlijk helemaal niet.

STEUN RO

Het was verontrustend nieuws dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in zijn op 21 november verschenen Jaarrapport Integratie bracht: de achterstand van kinderen en zelfs kleinkinderen van niet-westerse immigranten is veel hardnekkiger dan gehoopt. Maar, haastten de Haagse statistici zich eraan toe te voegen, dat lag niet aan hun culturele achtergrond. Het lag aan de sociaaleconomische situatie waarin ze verkeerden. “Een deel van de verschillen verdwijnt als we corrigeren voor inkomen”, lichtte een woordvoerder toe, en ze verwachtte dat er nog minder verschil zou overblijven als er ook gecorrigeerd kon worden voor opleidingsniveau. Maar zo staat het niet in het rapport.

Vreemd land

Dat rapport is, voor wie de moed heeft om zich door het vrijwel onleesbare “personen met een zus of zo achtergrond”-jargon te worstelen, behoorlijk duidelijk. Niet-westerse allochtonen doen het gemiddeld op zo ongeveer alle denkbare fronten stukken slechter dan westerse allochtonen en autochtone Nederlanders. Ze verdienen door de bank genomen minder, hebben minder maatschappelijke contacten buiten de eigen kring, draaien minder mee in het verenigingsleven, hebben minder opleiding, zijn veel vaker werkloos of op een uitkering aangewezen, zijn minder gezond en komen relatief vaak met de politie in aanraking. Dat is op zichzelf niet heel verrassend, migranten moeten nu eenmaal per definitie hun weg zien te vinden in een nieuw en aanvankelijk vreemd land, zodat ze het moeilijker hebben dan mensen die hier geboren en getogen zijn. Maar dat zouden allemaal verschijnselen van voorbijgaande aard moeten zijn, en dat blijkt bij zeer veel niet-westerse allochtonen in Nederland niet of nauwelijks het geval.

Twee dingen springen eruit. Het eerste is dat kinderen van niet-westerse allochtonen heel veel vaker met de politie in aanraking komen dan anderen, en dat daar bij de tweede generatie, de eerste die in Nederland geboren is, geen enkele verbetering in komt. Dat is een overduidelijk signaal dat een veel te groot deel van die generatie met meer dan één been buiten de maatschappij staat en blijft staan, wat ook weer voor het lot van hún kinderen doet vrezen. Het tweede is dat niet-westerse allochtonen aanzienlijk slechter presteren op de eindtoets in groep acht van de basisschool, en dat het verschil met westerse allochtonen en autochtone Nederlanders maar heel langzaam kleiner wordt. Grof gezegd lijkt het erop dat pas de vierde of vijfde generatie zich op dat vlak niet meer negatief zal onderscheiden. Een veeg teken, want de eindtoets voorspelt vrij goed wat iemands kansen zijn op toekomstig maatschappelijk succes.

Nieuwe stroom

Dat is het bedroevende resultaat van een halve eeuw grootschalige immigratie uit voornamelijk Turkije, Marokko, Suriname en de Antillen en het door Nederland gevoerde integratiebeleid. Inmiddels komen er belangrijke nieuwe groepen niet-westerse allochtonen het land binnen, een stroom die eerder nog zal toenemen dan afnemen. Je zou dan ook denken dat het CBS bij de presentatie alle hens aan dek zou roepen om te voorkomen dat we opnieuw zo’n drama over onszelf en die nieuwe immigranten afroepen. Maar in plaats daarvan schoot het instituut in de het-ligt-niet-aan-de-cultuur-kramp: door te corrigeren voor inkomens- en opleidingsverschillen zou blijken dat bijna alles aan dat soort sociaaleconomische factoren te wijten was. Dat was niet alleen strijdig met het eigen rapport, maar ook een foute manier van met correcties omgaan. Eentje die nodeloos het vertrouwen schaadt in de betrouwbaarheid van grondig uitgevoerd statistisch onderzoek.

Wegpoetsen

Corrigeren doe je om verschijnselen die niet relevant zijn maar wel een vertekend beeld veroorzaken uit onderzoeksresultaten te filteren. Denk bijvoorbeeld aan inflatie. Als je wilt weten hoeveel duurder een glas bier nu echt is dan in 2001, heeft het weinig zin om een caférekening uit 2001 naast eentje van gisteren te leggen. De euro van destijds had immers een heel andere waarde, alle valuta lopen mettertijd leeg door inflatie. Het biertje dat toen 1,25 euro kostte was daarom niet twee keer zo goedkoop als het glas waar je nu 2,50 voor betaalt. In euro’s van 2001 kost dat biertje nu ongeveer 1,95 – het is wel flink duurder, maar van een  prijsverdubbeling is geen sprake. Dingen middelen is vaak ook zo’n correctie: het vaste  termijnbedrag dat je aan je gasleverancier betaalt is je werkelijke maandelijkse gasverbruik gecorrigeerd voor seizoensinvloeden.

Maar het CBS doet in dit rapport iets anders. Het corrigeert voor factoren die de kern van de zaak juist wél raken. Dingen als inkomen en opleidingsniveau. Dan ben je niet bezig om storende ruis weg te poetsen, maar ben je aan het bepalen wat de invloed van zo’n factor is op het geheel: Wat verandert er als je verschillen in opleiding gladstrijkt? Dat is een legitieme vraag en ook met de werkwijze is niks mis, maar door zoiets een correctie te noemen zet je iedereen wel op het verkeerde been. De voorlichter die riep dat het vanwege die correcties “dus” niet aan de cultuur lag, was daar blijkbaar ingetrapt.

Allochtoontje

Ze had ook niet goed gelezen, want het rapport stelt juist dat de gevonden verschillen maar voor een klein deel aan inkomens- en opleidingsverschillen te wijten zijn. Andere factoren spelen een belangrijker rol, zoals “de mate waarin thuis de Nederlandse taal wordt gesproken of tijd wordt besteed aan schoolse vaardigheden.” En, sterker nog, je presteert als tweede of derde generatie niet-westers allochtoontje verreweg het best als je één autochtone ouder hebt. Het ligt dus wel degelijk aan de cultuur.

Of, misschien beter: het ligt aan vastzitten in je cultuur, aan isolement. Aan je heil zoeken in een diasporagemeenschap die zich bang afwendt van de maatschappij waar je nu deel van moet uitmaken, maar die zo anders in elkaar zit dan je gewend bent en in veel opzichten een loopje neemt met alles wat je heilig is. Een maatschappij waarin je je altijd de mindere voelt omdat je je zelfs maar nauwelijks verstaanbaar kunt maken. Die angst maakt dat je maar liever je oren laat hangen naar zelfbenoemde autoriteiten uit eigen kring, die de waarden uit het thuisland dat geen thuis was zeggen te bewaren. En die als trots vermomde angst draag je dan over op je kinderen.

De les van het CBS-rapport voor de overheid is al even duidelijk: voorkom koste wat kost dat isolement, zet alles op alles om nieuwkomers perfect Nederlands te leren en heel praktisch wegwijs te maken in hun nieuwe maatschappij en de normen en waarden daarvan. Vergeet in vredesnaam het gezeur over die prachtige eigen cultuur, daar zorgen mensen zelf wel voor. Assimileren is de boodschap, assimileren.

rik.smits@peptalks.nl'
    Taalkundige, schrijver, vertaler en wetenschapsjournalist @rik_smits_ @RikSmitsAuthor