Aan wie vertrouw jij je kind nog toe?

STEUN RO

Martine (38):

‘Het leek zo’n goed idee: Lukas, de negentienjarige zoon van een collega, zou de vaste oppas worden van mijn twee zoontjes. Lukas’ moeder en ik lunchten wel eens samen, en dan vertelde ze altijd dat haar zoon zo goed met kinderen was. Hij studeerde activiteitenbegeleiding en kon wel een extra zakcentje gebruiken. Het leek me ideaal. Ik had al vaker een oppas ingeschakeld, maar dat waren altijd jonge meisjes die zich zonder uitzondering nogal overweldigd hadden gevoeld door mijn twee ‘tornado’s’ zoals ik Daniël van vijfeneenhalf en Syl van bijna vier noemde. Een mannelijke oppas? Het leek me perfect.

Al snel werd het vaste prik dat Lukas zo ongeveer om de week op vrijdag of zaterdagavond kwam oppassen. Mijn mannetjes vonden het geweldig: Pizza, tv, en een stoere, grote jongen die ze ‘stiekem’ wat later liet opblijven. Mijn man en ik maakten zelf ook altijd even een praatje met Lukas, we waren echt in onze nopjes met hem. Lukas kwam veel volwassener over dan zijn leeftijd, was beleefd en welbespraakt.

Ik wist het een en ander over zijn thuissituatie. Saskia, zijn moeder, had verteld over de moeizame scheiding van zijn vader en hoezeer de scheiding op de destijds dertienjarige Lukas had gedrukt, vooral omdat zijn vader daarna naar het buitenland was vertrokken, niet meer naar Lukas omkeek en Saskia maar net rond kwam. Daardoor voelde ik me nog beter dat wij Lukas op deze manier financieel een beetje konden steunen. Meestal gaf ik hem dan ook nog een extraatje als hij had opgepast. Wij konden het makkelijk missen, en we gunden het hem graag.

In diezelfde periode begon ik met zindelijkheidstraining met Syl. Overdag was hij zo goed als zindelijk, maar ‘s nachts, of als hij heel druk aan het spelen was, ging het nog wel eens mis. De laatste tijd zelfs steeds vaker, wat ik raar vond. Omdat hij binnenkort met school zou beginnen, leek het me verstandig het wat serieuzer aan te pakken. Net als bij zijn oudere broer destijds, had ik een uitgebreid schema getekend op een groot vel gekleurd papier, en een hele rits kleurige stickers van superhelden aangeschaft die hij mocht opplakken als hij iets op het toilet had gedaan. Toen hij een keer midden in de nacht uit bed kwam omdat hij een grote boodschap moest doen, was ik supertrots. Toen ik hem wilde helpen met afvegen zei hij: ‘Mama, zie je mijn piemie? Hij wordt groooooot, en dan weer klein!

Net als die van Lukas.’

Ik keek naar mijn zoontje. Naar zijn onschuldige, grote ogen die duidelijk maakten dat hij geen idee had dat hij met zijn woorden zojuist mijn hele veilige wereld had laten instorten.

Ik probeerde mezelf te herpakken en vroeg met een geforceerde glimlach, om Syl niet te laten schrikken: ‘He? Wat zeg je nou?’

Syl herhaalde het. Ik veegde snel zijn billen af nam hem mee naar ons bed waar Rob nog een serie aan het kijken was op zijn laptop. Blijkbaar zei mijn blik genoeg, want hij klapte zijn laptop meteen dicht toen ik ons zoontje met een zwaai op het bed zette.

‘Papa… Syl vertelde me net dat hij Lukas’ piemel heeft gezien’ zei ik. Mijn stem was onvast en klonk wel drie tonen hoger dan normaal. Silvan leek het niet te merken, maar ik zag dat Robert’s ogen bijna uit zijn kassen vielen van schrik. ‘Oh?! Eh…. Maar wanneer heb die gezien dan?’ vroeg hij aan Syl. Ik merkte dat hij zo goed en zo kwaad mogelijk probeerde om nonchalant te klinken. ‘Heel goed’ dacht ik. Hoe erg ik ook was geschrokken, ik probeerde om niet te snel conclusies te trekken en ik merkte dat Rob er net zo over dacht. Misschien was Syl gewoon per ongeluk de wc binnengevallen terwijl Lukas aan het plassen was?

Syl reed ondertussen met het Cars autootje dat hij in zijn hand geklemd had over de strepen op ons dekbed. ‘Hij zei dat ik er best aan mocht zitten.’ zei hij, nog steeds druk met zijn autootje… ‘Rob en ik keken elkaar verwilderd aan. ‘En heb je dat gedaan schatje?’ vroeg ik. ‘Heel even, maar ik vond het stom. Hij was heel dik en voelde heel anders dan mijn piemel.’ Is er nog iets anders gebeurd?’ zei Rob nogal bruusk.

‘Hij zei dat ik er ook best aan mocht likken, maar dat wilde ik niet. En het hoefde ook niet persé, zei Lukas. Toen kreeg ik Wokkels en gingen we Spongebob kijken.’

Ik had het gevoel dat ik nauwelijks meer kon ademhalen. Ik zei iets als: ‘Ja, Spongebob kijken is ook veel leuker he.’ Rob en ik brachten Syl naar bed en hij leek zich totaal niet bewust te zijn wat een bom hij had gedropt op ons perfecte, rustig voortkabbelende leventje. In een totale blur van nauwelijks bezworen paniek en ‘het zal toch niet echt…?’  kwamen de zonder te slapen de nacht door. Rob en ik rookten al jaren niet meer, daar zijn we samen mee gestopt toen ik zwanger was van Daniël, maar die nacht zijn we zelfs stiekem naar buiten geslopen om een sigaret te roken uit het verfrommelde pakje uit de keukenla, dat een vriend een maand of drie geleden vergeten was na een etentje.

Zou het? Kon het zo zijn dat Syl het zou verzonnen hebben? Net als zijn denkbeeldige ‘vriendinnetje’ Toetie, met wie hij allerlei avonturen mee maakte en die hem een hoop sterke verhalen vertelde, die toch echt allemaal uit zijn eigen fantasie ontsproten? Ik had geen idee hoe ik dit aan moest pakken, maar de volgende ochtend, toen ik Daniël naar school bracht en we met zijn tweetjes in de auto zaten, vroeg ik zo luchtig mogelijk: ‘Zeg kerel, is er eigenlijk wel eens iets raars gebeurd toen Lukas voor jullie zorgde?’

‘Hoe bedoel je, ‘raar?’’ vroeg Daniel.

Ik vertelde hem in wat afgezwakte bewoordingen wat zijn broertje had verteld en vroeg: ‘Is er wel eens zoiets met jou gebeurd?’

‘Nee’ zei hij. Het was even stil. ‘Maar ik vind Lukas  soms wel raar’ voegde hij er toen aan toe. Ik wilde de woorden wel uit hem trekken, maar ik voelde dat ik dit heel voorzichtig aan moest pakken omdat Daniel anders dicht zou slaan. ‘Raar?’ vroeg ik? ‘Leuk raar? of niet leuk raar?’ ‘Hij wil heel vaak verstoppertje spelen ook als wij daar geen zin in hebben en dan zit hij altijd op dezelfde plek met Sil in de kast..en hij komt mij dan nooit zoeken! Ik moet hem altijd zijn….’

Een ijskoude hand kneep zich samen om mijn maag. ‘Nou zeg. Dat is inderdaad wel raar. Zo werkt verstoppertje toch helemaal niet?’

‘Nee..’ zei Daniel. Zijn kleine stemmetje stierf weg en uit mijn achteruitkijkspiegel zag ik dat hij was afgeleid door de lammetjes waar we langs reden.

Ik zette hem af op school en ik een waas reed ik door naar mijn werk. Vreemd genoeg kwam het geen moment in me op om de politie te bellen. In plaats daarvan vroeg ik mijn bazin of ik even met haar kon praten.  Ik had altijd een goede relatie met haar gehad en ook zij was moeder van jonge kinderen. Terwijl ik haar vertelde wat me was overkomen, stemde haar kalme manier van doen me gerust. Ze stelde voor om mijn contact met Saskia zoveel mogelijk te beperken en contact op te nemen met een vriend van haar man, een klinisch psycholoog die gespecialiseerd was in de behandeling van zeer jonge, nauwelijks verbaal vaardige patiëntjes. Ik besprak het thuis met Rob, en ook hij was het ermee eens dat zowel Daniel als Charlie bij deze man langs zouden gaan voor een intake. Al tijdens het eerste gesprek stelde de psycholoog vast dat er Daniel niets had meegekregen of was onderworpen aan seksueel misbruik. Inderdaad had Lukas hem wel eens gemasseerd, maar dat was beperkt gebleven tot zijn nek en schouders. verdere sessies met hem vond hij op dit moment niet nodig zijn. Zijn zorg lag bij Syl. Aan hem wilde hij meer aandacht geven, onder andere door middel van speltherapie.

De psycholoog vertelde me ook dat hij Lukas wilde ontmoeten en zei dat de jongen behandeling nodig had. En hij stond erop we Saskia zouden vertellen wat haar kind het mijne had aangedaan…

Dat was iets waar ik enorm tegenop zag. Toch wist ik: ik moet dit doen. Het zou onverantwoord zijn geweest om dit gesprek niet te voeren. Hoeveel andere kinderen zouden het slachtoffer worden als ik besloot te zwijgen? Met onze psycholoog oefende ik woord voor woord wat ik zou zeggen. Ik zou vertellen wat Syl ons had gezegd, en haar dan verzoeken om ook contact op te nemen met onze psycholoog.

Helaas verliep het gesprek niet zoals ik had gehoopt. Ik was bloednerveus, en Saskia reageerde als door een wesp gestoken. Syl moet het verzonnen hebben!’ beet ze me toe. ‘Lukas zou nooit zoiets doen. Je hebt het vast verkeerd begrepen!’ Ik deed mijn uiterste best om kalm te blijven en gaf haar het nummer van de dokter. Op het toilet heb ik vervolgens een flink potje staan huilen. Vanaf die dag ontliepen Saskia en ik elkaar op kantoor, maar een week of wat later, hoorde ik wel dat ze een afspraak had gemaakt met onze psych.

Al snel kwam ik overspannen thuis te zitten. Wanneer ik met mijn kinderen was, was ik zo alert als een drugshond. Op mijn hoede voor elk signaal van onherroepelijke, psychische schade. Syl leek me aanhankelijker dan normaal en hij plaste nog steeds regelmatig in zijn broek, maar op de meeste momenten leek hij gewoon zijn oude, vrolijke zelf. De therapie ging ondertussen gewoon door. Tijdens een van die sessies werd Syl ineens woedend  en slingerde hij een mannelijke pop door de kamer. Dat was blijkbaar de doorbraak waarop gewacht werd, want daarna was Syl eindelijk in staat om te praten over wat er was gebeurd, met enkele beperkingen, gezien zijn zeer jonge leeftijd.

Jonge kinderen hebben niet de woordenschat of het cognitieve vermogen om hun trauma’s onder woorden te brengen. In plaats daarvan beelden ze dingen uit. Door spel, door middel van de tekeningen die ze maken of in door hoe ze zich gedragen in de speeltuin. Ze herhalen letterlijk hun trauma’s.

Het viel me op dat Syl tijdens spelen regelmatig iets in de mond van een pop forceerde, was dat een vorm van trauma verwerking. Daarna begroef hij de ‘dader’ – een klein Legomannetje – onder een berg klei. In de weken erop liet het Syl steeds meer van het poppetje onbedekt totdat alleen nog de voeten van het poppetje bedekt waren. ‘Ik zie dat het Legomannetje bijna vrij is,’ zei ik. Syl glimlachte naar me en zei: ‘Ja, dat mag wel, want ik ben nu sterker dan hij.’

Enkele afspraken later, kregen we te horen dat er, voor zover de psycholoog kon beoordelen, er geen penetratie of pogingen daartoe waren gedaan. Voor zowel we konden opmaken, was het gebleven bij wat wederzijds aanraken. Ik heb gevraagd of er problemen zouden kunnen ontstaan als Syl ouder was, maar omdat hij direct behandeld was, leek de psycholoog dat onwaarschijnlijk: ‘Zijn geheugen wordt niet gewist, maar wat er gebeurd is, zal naar de achtergrond verdwijnen.’ Rob vroeg of we hem moesten vertellen wat er wat gebeurd als Syl ouder was, maar tenzij Syl er zelf over zou beginnen, kregen we het advies dat niet te doen: ‘Het zou hem alleen maar in de war maken.’

Lukas hebben we nooit meer gezien, maar een paar maanden nadat ik zijn moeder had ingelicht, kregen we een brief van hem waarin hij vertelde therapie te volgen en dat hij was aangemoedigd om alles op papier te zetten wat hij niet in ons gezicht durfde te zeggen. Hij gaf alles toe en smeekte om vergeving. Rob en ik huilden allebei toen we de brief lazen. Daarna gooiden we de brief in de tuinhaard. We voelden heel sterk de behoefte om ons te ontdoen van de ervaring waar de brief symbool voor stond, en we wilden ook niet terugschrijven. We waren niet klaar om Lukas te vergeven, en we hadden ook geen idee wat voor constructiefs we zouden kunnen zeggen.

Stukje bij beetje werd ons leven weer normaal. Zowel Daniel als Syl gaven op wat voor manier dan ook blijk van enige schade of zelfs maar dat ze zich nog herinnerden wat er was gebeurd, en Rob en ik dealden op onze eigen manier met onze gevoelens rondom wat er was gebeurd. Beiden met behulp van therapie, gesprekken met andere ouders in soortgelijke situaties, en sport als een fysieke uitlaatklep. Saskia nam ontslag en via via hoorde ik dat ze was verhuisd, maar zelf heb ik nooit meer contact met haar gehad. Het is meer dan dertien jaar geleden dat dit allemaal gebeurde, Syl is inmiddels een heerlijke, slungelige puber en Daniel een sportieve jonge kerel. Allebei doen ze het goed op school en voor zover ik weet, wijken ze in niets af van leeftijdsgenoten. Syl heeft inmiddels een stuk of twee, drie vriendinnetjes gehad, al was er nog niets serieus. Als ik te nieuwsgierig word, wijst hij me glimlachend terecht. Ik heb me een tijdlang enorm veel zorgen gemaakt over dat ik een te beschermende moeder zou worden, maar ik heb mezelf gelukkig in de hand weten te houden. Wat ik wel werd, is een moeder die enorm trots is op veerkrachtige zoons. Want nog iedere keer keer als ik verhalen lees over kinderen die zijn misbruikt, realiseer ik me hoe gemakkelijk het anders had kunnen aflopen…

Het is de nachtmerrie van iedere ouder: de dochter van Anoek (41) werd mishandeld door haar vaste gastouder.

‘Toen mijn dochter Mila drie jaar oud was, besloten we een gastouder voor haar te zoeken. Voorheen was ze bij mijn schoonmoeder geweest als wij gingen werken, maar wegens gezondheidsredenen en een steeds actiever wordende Mila werd het oppassen op haar teveel. De keuze om voor een gastouder te gaan, was snel gemaakt. Een vertrouwd, vast gezicht waar Mila een op een aandacht van zou kunnen krijgen, leek me prettiger voor haar dan een kinderdagverblijf waar ze de aandacht moest delen met veel andere kinderen. Omdat we drie volle dagen opvang nodig hadden, een groot deel van de week, wilden mijn vriend Steven en ik er zeker van zijn dat ons meisje in goede handen was.

Via een gastouderbureau  kwamen we in contact met een jonge vrouw: Ik noem haar even ‘Hannah’.  Ze had veel ervaring volgens het gastouderbureau, en werd een afspraak gemaakt om kennis te maken. We vonden haar meteen leuk. Ze kwam zelf eerlijk gezegd nog wat kinderlijk over, maar ze leek lief en erg enthousiast. Tijdens het gesprek vertelde ze dat ze veel van knutselen hield, en dat ze graag buiten dingen ondernam zoals naar het bos gaan om kastanjes te zoeken en daarmee dingetjes te maken met de kinderen waarvoor ze zorgde. Daarbij was ze ook nog eens  enorm flexibel in haar werktijden. Ideaal, dachten we.

Hannah begon niet lang na onze eerste kennismaking, en de eerste tijd leek alles ook echt op rolletjes te lopen. Wel merkte ik dat ze erg veel met opruimen bezig was. Ik dacht dat ze dat deed omdat ze bang was dat wij haar op de rommel zouden aanspreken, en stelde haar gerust door te zeggen dat ik een beetje rommel niet zo’n probleem vond. Dat ik het belangrijker vond dat kinderen vrij kunnen spelen, en dat het niet uitmaakte als er dan eens wat op de grond viel. Hannah keek me aan alsof ik een grap maakte: ‘Echt? Nou, als ik ooit kinderen krijg zou ik niet willen dat ze zoveel troep maakten hoor!’ zei ze.

Ik voelde een klein steekje. Het klonk een beetje als een oordeel. Maar ik liet het maar zo; we zijn tenslotte niet allemaal hetzelfde en ze bedoelde het vast niet slecht. Er leken verder geen problemen te zijn. Toen nog niet.

Niet lang daarna begon Mila ’s ochtends te huilen zodra ze hoorde dat Hannah zou komen. Ik vond dat opmerkelijk; Mila is typisch een kind dat iedereen aardig vindt. Met het meisje dat soms ‘s avonds op kwam passen als Steven en ik een datenight hadden, waren er nooit problemen. Het zat me niet lekker, maar tegelijkertijd wist ik niet goed wat ik ermee moest. Thuisblijven was geen optie. Mijn salaris was hard nodig en het was druk op de zaak; verlof vragen zou niet in goede aarde vallen. Ik heb toen wat vriendinnen met kinderen in dezelfde leeftijd om hun mening gevraagd, en de reacties waren redelijk eenduidig; Mila had de leeftijd om wat eenkenniger te worden, daar zou haar plotselinge ‘verlatingsangst’ mee te maken hebben.Het was gewoon een ‘fase’, was de eensgezinde mening.  Ik vond het nog steeds naar dat Mila zo verdrietig was als ik wegging, maar was enigszins gerustgesteld het idee dat andere moeders dit ook hadden meegemaakt.

Niet veel later was ik onverwacht eerder vrij dan normaal, omdat ik naar de tandarts geweest was. Ik stond in de hal mijn jas uit te doen toen ik Hannah ineens verschrikkelijk hoorde schreeuwen. Mila krijste, van die lange, snikkende uithalen die een kind alleen heeft als ze totaal overstuur zijn. Ik verstijfde helemaal. Ik geloofde mijn oren niet; Wat was er in vredesnaam aan de hand? Hoe kon ze zo schreeuwen tegen mijn kind?

Ik liep de woonkamer binnen. Hannah schrok zichtbaar; ze had me overduidelijk niet horen binnenkomen. Uit haar reactie maakte ik op dat ze niet wist of ik haar had gehoord of niet. Ze leek zenuwachtig en begon wat te sputteren over ingetrapte klei in het tapijt.  Ik raapte een minuscuul stukje blauwe PlayDoh op, kapte Hannah’s geratel af en heb haar zo snel mogelijk de deur uitgewerkt. Het enige waar ik aan kon denken was: ‘Jij moet mijn huis uit, en wel nu’. Hannah was – of deed – verbaasd dat ik zo kortaf deed en vroeg of ze weg wilde gaan, maar ze koos eieren voor haar geld en vertrok. Ik nam Mila, die nog nahikte en rode, bezwete wangetjes had, op schoot. Ik zag dat ze steeds naar haar armpje greep, en toen ik beter keek zag ik daar een stel diepe  nagelafdrukken in staan. ‘Au mama’ huilde ze, haar natte gezichtje verstopte ze in mijn nek. Ik hield haar stevig vast, aaide haar schokkende ruggetje en zei dat Hannah nooit meer terug zou komen. Toen Steven thuiskwam heb ik alles uit de doeken gedaan. Hij was woest, en heeft direct het gastouderbureau ingelicht.

Uiteraard gaven we aan dat we Hannah nooit meer over de vloer wilden, maar we vonden ook dat zij niet bij een ander gezin geplaatst zou mogen worden. De medewerker van het gastouderbureau schrok; ze hadden nooit eerder klachten over Hannah gehad. Ze zou intern overleggen hoe ze dit gingen aanpakken. Ik zou dan geïnformeerd worden welke stappen er werden ondernomen.

De volgende ochtend raakte ik in gesprek met mijn buurvrouw. Omdat het me hoog zat vertelde ik wat er zich had afgespeeld. Zij zei toen dat ze ook haar twijfels had gehad bij Hannah; een tijdje terug had ze haar buiten zien lopen. Mila wilde Hannah een handje geven en de buurvrouw had gezien dat ze op ruwe wijze Mila’s handje had weggeslagen, waarna mijn meisje huilend achter haar oppas aan liep naar de winkel op de hoek… Ze wist nog dat ze het zielig vond, maar kon niet vertellen waarom ze mij niet had ingeseind. Ze dacht dat ze misschien stout was geweest.  Had ze het maar wel gezegd…

Stukje bij beetje probeerde ik uit te vissen wat er was voorgevallen. Soms zei Mila, zomaar zonder enige aanleiding:  ‘Hannah is niet lief’ Mijn hart brak op zulke momenten. Het zette me ook aan het denken over de vele blauwe plekken die ik had gezien… Hannah zei dan dat ze hadden gestoeid of dat Mila nogal wild had gespeeld in de speeltuin, maar was dat wel zo?

Gelukkig wilde mijn schoonmoeder wel weer tijdelijk inspringen als oppas. Zij vertelde me dat Mila vaak erg angstig reageerde. Als ze iets liet vallen, zoals een stukje appel, brood of een bekertje ging ze van ellende meteen onder tafel zitten. Wanneer haar oma vroeg waarom, zei Mila dat ze niet naar ‘balkon’ wilde. Door door te vragen, wist mijn schoonmoeder de puzzelstukjes aan elkaar te leggen. Klaarblijkelijk had Hannah mijn dochter regelmatig voor straf op het balkon gezet. Een kind van drie, alleen, driehoog, op een balkon dat ijskoud was in de winter. Dat verklaarde waarom ze zo vaak verkouden was geweest en waarom haar handjes soms zo koud aanvoelden als ik thuiskwam… hoe kon ze?!

Thuis hebben we alle sloten vervangen. We vonden het een raar idee dat Hannah ons adres had, zeker omdat ze onze sleutel nooit had teruggegeven. Terugvragen via het gastouderbureau bleek onmogelijk; Hannah had ontslag genomen voordat ze haar hadden kunnen aanspreken en ze was totaal onbereikbaar. We hebben getwijfeld om aangifte te doen, maar de hele gang naar het politiebureau met een onzekere uitkomst deed ons twijfelen. Daarbij hebben we niet echt harde bewijzen, al geloof ik zonder meer dat mijn dochter is mishandeld. Wel hebben we besloten om nooit meer met een gastouder in zee te gaan. We durfden het niet meer aan. Na deze ervaring vond ik de controle en transparantie die op een kinderdagverblijf is veel aantrekkelijker.

Een tijdlang heb ik me schuldig gevoeld; ik had Mila serieuzer moeten nemen, haar verdriet niet als fase of eenkennigheid moeten afdoen. Had ik een camera moeten installeren? Iets wat ik nooit zelfs maar heb overwogen, maar als ik nu alles over moest doen, zou ik er geen moment over twijfelen, ondanks het feit dat ik er altijd op tegen ben geweest iemands privacy te schenden zonder dat diegene ervan weet. Nu denk ik: ‘Jammer dan.’ Het belang van mijn kind gaat boven alles.  Mila is inmiddels acht jaar en heeft het er nóg over. Ze zegt dan dat Hannah niet lief was. Het doet me pijn als ik bedenk welke impact deze ervaring op haar heeft gehad. En ik sla mezelf nog spreekwoordelijk voor mijn hoofd: ik dacht dat een bewijs van goed gedrag genoeg zekerheid gaf. Maar dat zegt dus lang niet alles. Je krijgt een VOG als als blijkt dat je gedrag in het verleden geen belemmering vormt voor de uitoefening van een specifieke taak of functie in het heden, maar dat zegt niets over hoe iemand zich nu gedraagt.’

De puberdochter van Christine (44) werd gegroomd en misbruikt door haar bijlesleraar. 

Het eerste wat door mijn hoofd schoot toen mijn dochter na haar geboorte in mijn armen werd gelegd, was: ‘Ik zal je altijd beschermen. Altijd.’ Het feit dat ik die belofte niet waar heb ik kunnen maken, snijdt door mijn ziel.’

Julie was dertien. Een kind nog. Ze dacht dat ze verliefd was, en hij moedigde dat aan. Door te vertellen dat ze speciaal was, dat hij haar mooi vond. Door liedjes voor haar te spelen op zijn gitaar. Hij was degene die haar haar eerste zoen gaf. Iets wat je nooit meer vergeet. Maar anders dan je zou denken hebben we het hier niet over een jongen van haar leeftijd, een klasgenoot of jongen uit de buurt met wie ze al die nieuwe gevoelens veilig kon verkennen. We hebben het over een getrouwde man van midden dertig, haar bijles leraar.

Julie had vanaf de brugklas al moeite met wiskunde, en Mark was, hoewel hij inmiddels een ander beroep uitoefende, afgestudeerd wiskunde docent. Toch had hij zijn ‘oude liefde’ zoals hij het zelf noemde, lesgeven, nooit helemaal los kunnen laten, dus gaf hij bijlessen aan middelbare scholieren. Via Julie’s school had ik goede verhalen gehoord van de resultaten die hij boekte, dus besloot ik Julie twee keer per week een uurtje bijles bij hem te laten volgen.

Er leek geen vuiltje aan de lucht te zijn. De term ‘seksueel roofdier’ was wel het laatste wat in je opkwam als je Mark zag. Hij was meer het type ontwapenende, verstrooide professor met zijn warrige krullen en studentikoze brilletje. Zijn bijlessen gaf hij vanuit een veredeld schuurtje in de tuin van het huis waar hij samen met zijn vrouw woonde. Ik had geen enkele reden, geen enkel buikgevoel, dat alarmbellen bij me liet afgaan.

Wel bespeurde ik, achteraf bezien, na een aantal weken een verandering in Julie. Ze was altijd een makkelijk, meegaand kind geweest. Nu veranderde dat. Ze werd opstandiger, opvliegend zelfs. Ik weet het aan de puberteit. Ik was zelf ook niet de makkelijkste geweest als puber, en ik zei wel eens lachend tegen vriendinnen dat dit blijkbaar mijn ‘straf’ was voor wat ik mijn moeder had aangedaan…

Veel later vertelde Julie me dat toen Mark haar bijzondere aandacht begon te geven, ze zich vereerd voelde. Het is pijnlijk makkelijk om een kwetsbaar meisje van die leeftijd in te palmen. Hij zei dat ze speciaal was. Dat ze niet doorhad hoe mooi ze was, en dat ze mannen ‘helemaal gek kon maken’. Bijna elke keer als ik dacht dat ze na het eten nog even met vriendinnen ‘aan het chillen’ was in het parkje vlakbij, zat ze in de auto bij Mark, die steeds dwingender werd. Hij vroeg of ze wel eens iets met jongens deed, bepaalde welke feestjes ze kon bezoeken en met wie ze wel en niet mocht omgaan. Pas later begreep ik dat de opstandigheid en woede die ze soms naar mij uitte, in werkelijkheid paniek en angstaanvallen waren die voortkwamen uit het dubbelleven dat ze leidde. Mark heeft haar misschien nooit fysiek gedwongen om seks met hem te hebben, maar de psychische manipulatie was des te groter. Het idee dat hij met zijn vieze handen aan mijn meisje heeft gezeten, doet me ineenkrimpen. Voor zover ik weet heeft er geen penis in vagina – penetratie plaatsgevonden, maar Julie heeft me wel verteld dat ze ‘alles daaromheen’ met Mark heeft gedaan. Wat ik ook zo afschuwelijk vindt, is dat ze ergens nog steeds denkt dat ze verliefd op hem was en het allemaal zelf wilde. Er kwam pas een einde aan toen Mark haar – in haar woorden – ‘dumpte’.

Op een middag kwam ze in tranen thuis. Ik schrok, sloeg mijn armen om haar heen en vroeg wat er was gebeurd terwijl ze haar gezicht in mijn nek verstopte, net als toen ze nog een klein meisje was. In haar naïviteit vertelde ze me dat er een melding was geweest bij de politie, over Mark. Blijkbaar was er een ander stel ouders dat het verdacht vond dat Mark zo vaak contact had met hun dochter buiten de bijlessen om….Ondanks dat Mark was verhoord, werd hij niet vervolgd. Tegen Julie had hij gezegd dat de politie ‘niets had om hem op te pakken’ maar dat hij ‘geen zin had in gezeik’ en dus geen contact meer wilde. Onbegrijpelijk dat hij dit allemaal gewoon tegen Julie vertelde, maar ik denk dat hij dacht dat hij onoverwinnelijk was omdat de politie blijkbaar niet genoeg bewijs had. Stukje bij beetje kwam het verhaal eruit. Ik wist niet wat ik hoorde en verweet mezelf dat ik niets had gemerkt.  Het liefst wilde ik naar Mark toegaan en hem aanvliegen, maar Julie smeekte me om dat niet te doen. Ook  wilde ze niet naar de politie. Het is nog steeds niet te verteren dat hij zomaar weg komt met wat hij heeft gedaan, maar hoewel het extreem moeilijk was besloot ik de wens van mijn dochter te respecteren. Ik wilde haar de emotionele lijdensweg van een aangifte met bijbehorend verhoor niet aandoen, al heb ik later via via wel begrepen dat zijn vrouw bij hem weg is gegaan en Mark het huis uit heeft gezet, Misschien dat de brief die ik haar zonder Julie’s medeweten heb geschreven daar wel aan bij heeft gedragen…

Wat Julie betreft:  ze is inmiddels bijna zestien, maar lijdt nog steeds aan angstgevoelens en een laag zelfbeeld. Zowel zij als ik zitten in therapie. Ik loop bij een lotgenotengroep van ouders met kinderen die met seksueel misbruik te maken hebben gehad, en bij een psycholoog om met mijn schuldgevoelens om te leren gaan. Als alleenstaande ouder moet ik een hoop ballen in de lucht houden, maar dat ik alle rode vlaggen heb gemist is iets dat ik mezelf moeilijk kan vergeven. Het idee dat ik iemand betaalde, dacht dat mijn kind in goede handen was, terwijl ik haar in werkelijkheid overleverde aan iemand die misbruik van haar maakte, zal de rest van mijn leven op me blijven drukken.’

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
v.b.groenewoud@gmail.com'
Freelance Journalist. Ik schreef voor o.a. LINDA., Viva, Grazia, Flair, Veronica Magazine, Margriet, VROUW, Oh! Magazine, Nieuwe Revu, Story, de Telegraaf, Psychologie Magazine, Marie Claire, Cosmopolitan en als (web)content creator voor o.a. VODAFONE en Sanoma Marketing Partnerships. Voor mijn volledige profiel: zie LinkedIn. $twitter.xrptipbot.com/Vivscontent