John Chau geloofde dat het zijn doel op aarde was om het woord van God naar een eiland te brengen dat hij beschouwde als “Satans laatste bolwerk”: North-Sentinel.

STEUN RO

De Sentinelezen, de jager-verzamelaars die Noord-Sentinel-eiland in de Andaman-eilandenketen bewonen, worden beschouwd als een van de laatste ongecontacteerde volkeren op aarde; hun hele stam wordt verondersteld enkele tientallen mensen te tellen. Chau wilde hen bekeren tot het christendom. Maar het verhaal van de ‘Amerikaanse Robinson Crusoe’ liep vreselijk mis op het eiland Noord Sentinel.

De mensen op het eiland zijn nog onaangetast door de moderne wereld, en weten niets van de buitenwereld of geavanceerde technologie. Ze worden meestal gewelddadig, en beginnen degenen aan te vallen die het eiland proberen te bezoeken. Als we de berichten mogen geloven, leeft de Sentinelese stam al meer dan 50000 jaar op het eiland zonder enig contact met de buitenwereld. En daarom is de toegang voor bezoekers ten strengste verboden.

In de afgelopen 200 jaar hebben buitenstaanders verschillende keren geprobeerd het eiland te bezoeken, wat vaak slecht afliep (voor beide kanten). Er is maar bar weinig bekend over de Sentinelezen en hun levensstijl. Wat we wel zeker weten, is dat ze niet veel om gezelschap geven. En dat hebben ze duidelijk uitgedrukt, zelfs zonder een gemeenschappelijke taal.

Martelaar of malloot?

“Heer, is dit eiland Satans laatste bolwerk waar niemand uw naam heeft gehoord of zelfs maar de kans heeft gehad?”

Dat is wat Chau schreef in zijn dagboek nadat hij vluchtte, en zijn kayak kwijtraakte, in de tweede poging de Sentinelezen te bereiken. De derde poging werd hem fataal.

En juist deze quote laat zien hoe sterk de jongeman in zijn ‘missie’ geloofde.

All Nations, de evangelische organisatie die Chau opleidde, beschreef hem als een martelaar. Het “voorrecht om het evangelie te delen heeft vaak hoge kosten met zich meegebracht”, zei Dr. Mary Ho, de leider van de organisatie, in een verklaring. “We bidden dat de opofferende inspanningen van Johannes te zijner tijd eeuwige vrucht zullen dragen.”

“John Allen Chau is geen martelaar”, reageerde een Twitteraar, en vatte daarmee het heersende sentiment op sociale media samen. “Gewoon een domme Amerikaan die dacht dat de stammen ‘Jezus’ nodig hadden, terwijl de stammen al jaren in harmonie met de natuur leefden zonder inmenging van buitenaf.”

Maar hoe kwam het dan zover dat John Allen Chau, 26, geboren in Vancouver, Washington zijn leven wilde riskeren om contact te maken met de Sentinelezen? Op instagram leek hij best ‘normaal’..

Verteerd door passie

Hij werd opgevoed door een Chinese vader, een psychiater, en een Amerikaanse moeder, een advocaat, met twee broers en zussen. Als kind werd hij verteerd door twee passies die steeds meer met elkaar verwoven raakten: avontuur in de buitenlucht, en Jezus Christus.

Chau groeide op in een christelijk gezin, en zijn familie lijkt lid te zijn geweest van de Assemblies of God, een internationale Pinksterkerk. Hij ging naar de Vancouver Christian High School, een hechte school met slechts 90 studenten in zeven klassen.

Een zendingsreis naar Mexico tijdens de middelbare school was bijzonder vormend voor Chau. Toen hij terugkwam, hield hij een korte homilie over zijn ervaringen. ‘We kunnen niet lauw zijn,’ betoogde hij, zenuwachtig heen en weer schuivend maar met overtuiging sprekend. “We moeten weten hoe we ons geloof moeten verdedigen.”

“Als we onze wereld in gaan, zijn er mensen die gewoon tegen ons komen, en ze zullen vragen hebben, en ze zullen argumenten hebben … We kunnen niet zomaar onvoorbereid naar buiten gaan. We moeten weten wat we geloven en waarom we het geloven.”

Het lijkt onvermijdelijk dat Chau’s persoonlijkheid – godvrezend, outdoors liefhebber, en geobsedeerd door zichzelf tot het uiterste te drijven – aangetrokken zou worden tot missionaris zijn.

De Joshua Project-inzending over de Sentinelezen – die Chau inspireerde om zijn dodelijke reis te maken – beschrijft hen als “extreem geïsoleerd” en merkt op dat de Indiase regering de toegang tot Noord Sentinel verbiedt. De website stelt voor te bidden voor de Indiase regering om christenen toe te staan “het vertrouwen van de Sentinelese mensen te verdienen” en “onder hen te leven”.

Het zegt ook dat de Sentinelezen “moeten weten dat de Schepper God bestaat, en dat Hij van hen houdt en de prijs voor hun zonden heeft betaald”.

En zo begon John Chau’s avontuur …

Het dodelijke avontuur

In 2015 en 2016 maakte Chau reeds vier reizen naar de Andaman-eilanden. Hij legde contacten in de plaatselijke christelijke gemeenschap, maar bezocht Noord Sentinel niet tot aan de reis die hem fataal werd.

Chau’s meeslepende dagboek van zijn laatste dagen toont een verraderlijke reis waarin hij door lokale vissers werd geholpen het nabijgelegen eiland te bereiken.

‘S Nachts reisden ze in een kleine vissersboot naar het eiland en ankerden op een kleine honderd meter van de kust, waar de niets-vermoedende stam in hutten woonde, en probeerde Chau ze vervolgens drie keer te benaderen.

De eerste poging benaderde hij met cadeautjes in hand en al hymnes zingend de mensen op het strand, die al snel vijandig reageerden. De respons was een pijlenregen. Met zijn bootje wist John snel weg te komen

De mannen – “ongeveer 1.80 meter lang met gele pasta op hun gezicht”, schreef Chau na de tweede poging op 15 november 2018 – reageerden boos toen hij probeerde hun taal te spreken en “aanbiddingsliedjes” voor hen te zingen.

“Ik schreeuwde: ‘Mijn naam is John, ik hou van je en Jezus houdt van je'”, schreef hij in zijn dagboek. Een van de jongeren vuurde een pijl af die zijn waterdichte bijbel doorboorde.

“Jullie denken misschien dat ik gek ben in dit alles, maar ik denk dat het de moeite waard is om Jezus aan deze mensen te verkondigen”, schreef hij in een laatste briefje aan zijn familie op 16 november, kort voordat hij de veiligheid van de vissersboot verliet om de stamleden op het eiland nogmaals te ontmoeten. “God, ik wil niet dood”, schreef hij.

Hij besloot dat hij zijn volgende poging zou doen zonder dat het vissersvaartuig in de buurt zou drijven. Alleen verschijnen zou de Sentinelezen misschien wat comfortabeler maken, dacht hij. “En als de nadering ‘slecht’ zou verlopen, zou dat de vissers besparen om ‘van mijn dood te getuigen’.”

Zijn dagboek maakt duidelijk dat hij niet dood wilde, maar de mogelijkheid accepteerde. “Ik denk dat ik levend nuttiger zou kunnen zijn”, schreef hij, “maar aan U, God, geef ik alle eer van wat er ook gebeurt.” Hij vroeg God om “ieder van de mensen op dit eiland die mij proberen te vermoorden” te vergeven – vooral “als ze daarin slagen”.

Kort na zonsopgang op 16 november, de laatste dag dat hij levend werd gezien, vroeg John Chau de vissers om hem alleen af te zetten. Hij kende de risico’s; maar de mensen van North Sentinel waren verdoemd en hij was vastbesloten hen te redden.

Hij sloeg nog een keer uit naar de kust, en keerde nooit meer terug. De vissers getuigden later dat zij zagen hoe de Sentinelezen Chau op het strand begroeven.

Maar waarom houden de Sentinelezen dan niet van bezoekers?

Op een nacht in 1771 voer een schip van de Oost-Indische Compagnie langs Sentinel Island en zag lichten aan de kust glimmen. Maar het schip was op een hydrografische onderzoeksmissie en had geen reden om te stoppen, dus de Sentinelese bleef bijna een eeuw ongestoord.

Dit totdat een Indiaas koopvaardijschip genaamd de Nineveh op het rif aan de grond liep. 86 passagiers en 20 bemanningsleden wisten zich een weg naar het strand te zwemmen en te spetteren. Ze zaten daar drie dagen bij elkaar voordat de Sentinelezen blijkbaar besloten dat de indringers hun welkom hadden overschreden – een punt dat ze maakten met bogen en pijlen met ijzeren punt.

In de daaropvolgende jaren werden er meerdere contactpogingen gemaakt, die allen slecht afliepen.

Tot 1880 werd de stam dan ook bewust alleen gelaten. Totdat een jonge officier van de Royal Navy – genaamd Maurice Vidal Portman – de leiding kreeg over de Andamanen en Nicobaren. Portman zag zichzelf als antropoloog, en in 1880 landde hij op Noord Sentinel met een grote groep marineofficieren, veroordeelden uit de strafkolonie op Great Andaman Island en Andamanese spoorzoekers.

Ze vonden alleen haastig verlaten dorpen; de mensen lijken de indringers te hebben zien aankomen en zijn naar schuilplaatsen verder landinwaarts gevlucht. Maar een bejaard echtpaar en vier kinderen moeten achterop zijn gebleven, en Portman en zijn zoektocht hebben hen gevangengenomen en naar Port Blair gebracht, de koloniale hoofdstad op het eiland Zuid-Andaman.

Al snel werden alle zes de ontvoerde Sentinelezen ernstig ziek en het bejaarde echtpaar stierf in Port Blair. Portman besloot op de een of andere manier dat het een goed idee was om de vier zieke kinderen op het strand van North Sentinel af te zetten, samen met een stapeltje cadeautjes. Wat er is gebeurd is onduidelijk, maar zou het antwoord kunnen zijn op de bovenstaande vraag.

Het incident van John Chau heeft de discussie over bescherming voor relatief ongecontacteerde groepen zoals de Sentinelezen zeker weer aangewakkerd. Pandit – een antropoloog die het eiland meerdere keren heeft bezocht, zonder te zijn vermoord of succesvol contact te hebben gemaakt – heeft gepleit om ze met rust te laten.

Volgens de inmiddels gepensioneerde antropoloog hebben de Sentinelezen duidelijk gemaakt dat ze geen contact willen en het prima alleen doen.

Indiase functionarissen blijven het eiland bezoeken voor periodieke tellingen (de laatste was in 2011).

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Hedwig is een zeventalige Belgische auteur. Zij vertoeft graag in het Midden-Oosten en brengt daar verslag van de huidige stand van zaken. Haar favoriete onderwerpen zijn dan ook Iran, Syrië, en de Koerdische kwestie. Daarnaast schrijft Hedwig over allerhande onderwerpen die zij zelf interessant of bizar vindt. Denk daarbij aan kwesties in de Europese politiek, geschiedenis en True Crime. Naast de gebruikelijk Europese talen (Nederlands/Frans/Engels/Duits), spreekt Hedwig vloeiend Turks, Koerdisch en Perzisch. Momenteel verdiept zij zich ook in de Arabische taal. Je kunt haar e-mailen en terug vinden op twitter. Ze schrijft sporadisch over de verschillende Koerdische partijen op haar eigen engelstalige blog.