Vragen en twijfels over het christelijke geloof moeten niet genegeerd worden, meent ds. Jan Offringa. In tientallen kerken in Nederland wordt zijn boek ‘God is niet te vangen’ in gesprekskringen behandeld. Moderne gelovigen vinden er (h)erkenning in.

STEUN RO

‘Jan, ’t was een mooie dienst, maar je denkt toch niet dat ik er nog iets van geloof dat Jezus uit de doden is opgestaan.’ Jan Offringa kreeg het op paasmorgen bij het uitgaan van de kerk van een bezoeker te horen. ‘Ik heb toen heel relaxed gezegd: Dan geloof je het toch een tijdje niet! Maar ik vroeg er wel meteen bij: Wat geloof je er dan niet van? Zo maak je die oude plaatjes en geloofsbeelden bespreekbaar.’

Menig predikant is er volgens hem huiverig voor, maar Offringa, voorganger van de protestantse gemeente De Voorhof in Kesteren (Betuwe), raadt het zijn collega’s wel aan. ‘Vraag gericht door op de twijfels en de vragen van mensen. Dat is een belangrijke les die ik als dominee door de jaren heen heb geleerd. Als je die dingen niet boven tafel krijgt en benoemt, gaan ze onderhuids een eigen leven leiden. Op den duur leidt dat vaak tot een geleidelijk weggroeien van kerk en geloof, of tot een breuk die abrupt lijkt maar dat veelal niet is.’

Misschien, veronderstelt Offringa, durft de dominee het nog wel aan, maar deinzen gemeenteleden zelf er voor terug. ‘Ze denken wellicht: Ben ik geen ketter? Mag ik dat wel denken? Geeft het geen gedoe? Gaat het niet vertekend de gemeente in: Pietje gelooft dit of dat niet meer, Marietje heeft nu zo’n rare gedachte… Daarom is het van wezenlijk belang dat een kerkgemeenschap een ‘machtsvrije dialoogruimte’ is waarin in vertrouwen en los van enige dwang met elkaar over het geloof kan worden gesproken.’

Veranderend geloof

Met veertien theologisch geïnteresseerde gemeenteleden in Kesteren ging Offringa uitvoerig in dialoog over hun twijfels en vragen en hun veranderend geloof door de jaren heen. Met elk van hen besprak hij een thema dat hun interesse heeft: de almacht van God, het lijden in de wereld, de persoon van Jezus, de dood, de Bijbel, wonderen, verantwoordelijkheid en vrije wil, de kerk, de moderne wetenschap, toekomstverwachtingen, de islam.

Offringa bracht in het gesprek in wat er speelt in de moderne theologie. ‘Vroeger was het ‘zo is het, geloof dat nu maar’, nu is er veel meer dynamiek. Als Jezus ‘menselijker’ wordt, is dat geen kaalslag, maar komt er ruimte voor een nieuw denken over zijn persoon en werk. Als je de Bijbel niet meer als onfeilbaar ziet, ontstaat er een nieuwe relatie hoe je dan wel met dat boek omgaat.’

Kabaal

De gesprekken, waarin de deelnemers hun geloofsontwikkelingen koppelden aan hun levensverhaal, zijn gebundeld in het boek ‘God is niet te vangen’. Offringa ziet het als een tegenhanger voor alle aandacht die kerkverlaters krijgen. ‘Die vertrekken soms met veel kabaal. Het gaat mij om de blijvers in de kerk, die ook niet stil zijn blijven staan. De meeste gesprekspartners zijn opgevoed met de vaste set geloofsregels uit het protestantisme van weleer. Ze groeiden er langzaam maar zeker van weg, gingen zelf nadenken en beproefden nieuwe concepten. Als twijfelaar willen ze niet te boek staan. Ze zijn door de twijfel heen, ze hebben een nieuwe weg gevonden.’

‘God is niet te vangen’, uitgegeven door Skandalon in Vught, heeft al bij enkele tientallen gesprekskringen in het land op tafel gelegen. Offringa is er blij mee. ‘De verhalen bieden een reëel beeld van het denken en doen van moderne gelovigen. Een grondige bezinning op wat we in deze tijd werkelijk geloven, kan menigeen verder helpen. Te veel kerkgangers zijn stilzwijgend afgehaakt en via de achterdeur verdwenen omdat ze in de kerk geen gehoor vonden of dachten te vinden voor hun vragen of twijfels of voor hun andere visie. Het is de grote uitdaging voor de kerk om een plek, een geloofsgemeenschap te zijn waar mensen zowel met anderen verbonden zijn als individueel mogen denken en leven. Een veelkleurige kerk, geen koekoek één zang meer.’

MH17

Zo’n twintig leden van de gereformeerde Ontmoetingskerk in Vriezenveen (Twente) hebben vier avonden aan ‘God is niet te vangen’ besteed. Wim (68): ‘De gemiddelde leeftijd lag boven de 60. De meeste deelnemers waren betrokken gemeenteleden met theologische interesse die niet of minder vastgeroest zitten aan traditie en dogma’s, maar juist de wil hebben om daarvan los te komen. Daardoor herkenden ze veel in het boek.’

‘Er is behoefte aan nieuwe theologische inzichten’, aldus Wim. ‘Zoals onze ouders en de kerk ons het geloof hebben bijgebracht paste bij de tijd van toen, maar de oude antwoorden voldoen niet meer en er liggen ook nieuwe vragen. Het moet en kan ook op een andere manier, maar welke? Daarover hebben we met elkaar gesproken. Een van de onderwerpen was de almacht van God. Het traditionele beeld van een strenge straffende God en alles wat daar bij hoort, is niet meer ons godsbeeld.’

Jan (65): ‘De wijze waarop Offringa met zijn gemeenteleden in gesprek gaat, zet tot verder nadenken aan. Dat had ik sterk bij het hoofdstuk ‘God grijpt niet in’ over Gods almacht. Velen hebben rust gevonden in het geloof dat God alles bestuurt en regeert. Maar had Hij dan de MH17 niet een zetje kunnen geven om een vliegramp te voorkomen? Kun je wel in zo’n God van willekeur geloven? Moet je niet zeggen dat veel gebeurtenissen mensenwerk zijn, waarin God echt niet de hand heeft?’

Niet defensief

De kerk moet wel op hedendaagse geloofsvragen en twijfels ingaan, meent Wietske (58). ‘Als die niet bespreekbaar worden gemaakt is het lastig om je nog in de kerk thuis te voelen. De kerk zou juist steun moeten bieden om een nieuwe begaanbare weg te vinden.’

Offringa bepleit een ‘open model van geloven’. ‘De vragen en twijfels buitenhouden lukt toch niet. De kerk kan beter het gesprek aangaan met de tijd waarin we leven. Ze moet zich niet defensief opstellen tegenover wetenschap en cultuur. Tegen de kerken zeg ik: Pak de goede dingen op, maar ren niet blindelings overal achteraan en ga niet klakkeloos mee met de tijdgeest. Ga in alles een open en kritische dialoog aan. Je hoeft het niet met alle nieuwe inzichten eens te zijn, maar zoek het gesprek met deze tijd en blijf dat doen.’

    Freelance journalist, onder andere werkzaam voor AD Amersfoortse Courant en Reformatorisch Dagblad, ruim 35 jaar ervaring in regionale dagbladjournalistiek op Veluwe en in Gelderse Vallei (Barneveldse Krant), schreef samen met fotojournalist Brand Overeem 'Geloven op de Veluwe' (1997).