Onderzoek naar Jorge Zorreguieta en zijn betrokkenheid bij gedwongen verdwijningen betekent een lang traject aflopen. Een tussenstand voor mijn lezers. ‘Wie jaagt moet niet de fanfare vooruit sturen.’

STEUN RO

Drie weken zitten er weer op. Vanavond vertrekt het vliegtuig richting Koerdistan, want ook daar is mijn aanwezigheid gewenst. Nog vlug wat telefoontjes. Niet alleen als afscheid. Vooral om mijn terugkeer aan te kondigen.

Een lijst met namen ben ik bij dit bezoek afgelopen. Soms tot ver in de provincie Buenos Aires, wat uren reizen in overvolle treinen betekent. Wachten op obscure perrons waar wanden vol zijn gespoten met zwarte graffiti. Mensen ontmoeten die niet willen praten. Mensen die wel willen praten, maar geen verhaal hebben. En mensen die mij overladen met namen, zodat ik de volgende dag opnieuw de trein moet nemen, of de metro, of de bus.

Fanfare

Probleem bij onderzoeksjournalistiek is dat alle informatie als een gemetselde muur in elkaar voegt. Eén steen eruit halen lukt niet. En informatie vrijgeven halverwege het traject is niet slim. 'Wie jaagt moet niet de fanfare vooruit sturen', luidt mijn credo. Dus weinig namen noem ik, zolang het net rond Jorge Zorreguieta niet is gesloten. Uw begrip hiervoor.

Zo heb ik met een man ontmoet, kort grijs haar met grijs poloshirt, werkzaam op het Ministerie van Landbouw aan de Paseo Colón. Totdat hij in 1976 wordt ontvoerd en 18 dagen vastzit en gemarteld in een detentiecentrum. We ontmoeten elkaar in San Telmo, zeg maar de Amsterdamse Jordaan van Buenos Aires. In een restaurant vertelt hij over wat de kersverse onderstaatssecretaris van Landbouw Jorge Zorreguieta aantreft als hij in april 1976 aantreedt. “Het merendeel van het personeel was lid van de ATE, de linkse vakbond voor ambtenaren. Het stamde uit de tijd van Juan Perón.”

Tigre

In die dagen barst het departement uit zijn voegen, overal worden extra stoelen aan bureau's gezet omdat er steeds vaker met statistieken wordt gewerkt en computers niet voor handen zijn. “De oogst van uien, graan, alles moest per provincie worden opgeteld.” De sfeer op het departement vóór de staatsgreep van 24 maart 1976 noemt hij prettig. Er is een 'club de empleados- een gezelligheidsvereniging voor het personeel' dat uitjes organiseert naar het vakantieoord 'Tigre', net boven Buenos Aires, waar 'asado' de Argentijnse barbecue de dag van spelletjes en drinken afsluit. “In de dictatuur is dat direct gestopt. Dergelijke bijeenkomsten werden als verdacht bestempeld.”

Wanneer we in de bibliotheek de 'memorias- jaarboeken' zoeken tussen 1976 en 1983, de jaren van de dictatuur, vertelt de bibliothecaresse dat er geen bladen en kranten aanwezig zijn uit die periode.

Zijn die er nooit geweest of is de inventaris geschoond?

'Een goede vraag,' pareert ze.

In de kaartenbak met auteurs levert een zoektocht onder de naam 'Zorreguieta' niets op. Hoewel hij als onderstaatssecretaris en staatssecretaris verschillende speeches heeft afgestoken zijn die niet terug te vinden op zijn eigen departement. Een verrassing? Nou, nee. Veel sporen van diens verleden zijn gewist.

Mijn gesprekspartner concludeert: “Ik denk dat Zorreguieta wist van de ontvoeringen maar dat daar geen papieren bewijs voor is.” We geven ons niet gewonnen. We zien een nieuw spoor. En dat lopen we nu na.

Golpe civil

Niet ver van het Congres spreek ik met Vicente Muleiro, schrijver van het boek El golpe civil' -de burgerstaatsgreep. Daarin rekent hij af met de veronderstelling dat het uitsluitend de militairen waren die de staatsgreep van 24 maart 1976 organiseerden en orkestreerden. Met op de achtergrond een goedgevulde boekenkast zegt hij: “Lang is de rol van de burgers in de regering genegeerd. Daarom spreek ik van een militair-civiele coup. Die burgers vormden de economische en intellectuele basis. En zonder twijfel behoorde Jorge Zorreguieta daarbij. Hij reisde in de dagen naar steden als Bahia Blanca om de reden uit te leggen. Dat Argentinië op het punt stond economisch in elkaar te klappen. En de marxisten de schuld hadden.”

Was Jorge Zorreguieta belangrijk voor de junta?, vraag ik.

Muleiro: “Hij werkte samen met de groep die de economische blauwdruk van de staatsgreep ontwierp. We praten over de voorbereiding en de uitvoering van de coup op het eerste niveau.”

Op mijn vraag of de rol Jorge Zorreguieta strafbaar is, antwoordt Muleiro: “Het zal niet makkelijk zijn hem veroordeeld te krijgen.” Maar hulp en inzet uit Nederland is altijd welkom, voegt hij toe “In Nederland zouden mensen zich moeten realiseren dat Argentinië meer is dan alleen Máxima.”

Het is een fijn gesprek. Als onderzoeker hoop je dat zo iemand zegt: “De arrestatie van Zorreguieta. Ach, het is een kwestie van een paar maanden.” Helaas, zo werkt het niet.

Botten strelen

Onderzoeksjournalistiek in Argentinië geeft je alle redenen om af te haken. Mensen die hun afspraken niet nakomen? Breek me de bek niet open! Angst onder de mensen? Het land kent een lange historie van staatsgrepen! Veel mensen zullen nooit het achterste van hun tong laten zien. Puur uit lijfsbehoud. Wie zegt dat de regering van Presidente Cristina Kirchner niet in een debacle uitloopt en extremisten opnieuw de macht grijpen? Het verzamelen van dossiers over tegenstanders is even wijdverspreid als in de jaren voor de staatsgreep van 1976. Bijltjesdag sluit niemand uit. Wat journalistiek werken lastig maakt.

In Nederland zouden mensen zich moeten realiseren dat Argentinië meer is dan alleen Máxima

– Vicente Muleiro, auteur

Maar prachtige ontroerende momenten weerhouden me ervan te stoppen. Bijvoorbeeld als je hoort hoe een dochter haar ontvoerde en verdwenen vader terugvindt. Decennia wist ze niet waar hij was. Nooit een emotionele band kunnen opbouwen tot zijn overblijfselen door een forensisch team worden gevonden. Eindelijk ziet ze hem terug, als skelet. En streelt en streelt lang zijn botten. Dat beeld beklijft, dat verzeker ik u.

Zo'n 9.000 mensen zijn officieel vermist in de 'smerige oorlog'. Zo'n 1.200 overblijfselen zijn gevonden, voornamelijk in de provincie Buenos Aires. Daarvan zijn er tot nu toe 570 geïdentificeerd. De verwerking van het drama staat nog maar aan het begin.

Liquidaties

Ik spreek met oud-werknemers van het Nationaal Landbouw technologisch instituut INTA. Ooit de werkgever van zo'n 5000 mensen, waarvan er direct na de staatsgreep 800 zijn ontslagen. Zeker vier zijn verdwenen. Over de verantwoordelijkheid voor dit instituut na de staatsgreep bestaat geen misverstand.

INTA is: 'a cargo de la Secretaria de Agricultura – wordt geleid door het secretariaat van landbouw,' zegt Zorreguieta zelf in een interview in een landbouwblad uit die tijd en dat een contact me opstuurt.

“Hij was een man van gewicht,' verzekert een oud-werknemer een uur treinen uit de hoofdstad. “Zonder mensen als Zorreguieta hadden de militairen niks kunnen klaarmaken op Landbouw. In een donkere woonkamer aan een tafel met opengeslagen kranten bevestigt hij dat Zorreguieta van alles op de hoogte was, “ook van liquidaties”. De man geeft me interessante namen en zal nog eens zijn archief doorspitten.

Het laatste telefoontje is naar Jujuy, in het verre noorden. Ik beloof dat ik bij het volgende bezoek langs kom.

Dit jaar is het jaar van Jorge Zorreguieta.

 

Arnold Karskens is Neerlands meest onafhankelijke en ervaren oorlogsverslaggever. Muckraker. Nachtmerrie voor nazi’s en andere oorlogsmisdadigers. Auteur van tienŒ boeken. Onderzoeksjournalist die nooit ‘nee!’ als antwoord accepteert. Lastig, dwars & gehaat door zijn vijanden, maar Last Man Standing voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.

Geef een antwoord