In tijden van crisis dromen meer mensen dan ooit ervan stinkend rijk te zijn. Maar hoe leuk is dat eigenlijk?

STEUN RO

Het is hét onderwerp van gesprek. Omvallende banken, dalende beurskoersen, gekelderde aandelen. De kredietcrisis domineert al weken het wereldnieuws. Waarom? Omdat het over geld gaat. Hoewel veel mensen zeggen dat geld ze koud laat, is niets minder waar. Terwijl er nog niemand in Nederland aan de bedelstaf is geraakt door de crisis, wordt er over gepraat alsof er een oorlog aan de gang is.

Dat is niet zo vreemd, want geld beïnvloedt ons leven enorm. Tegelijkertijd is praten over geld een gigantisch taboe. We weten eerder hoe het seksleven van de buurman eruitziet dan dat hij vertelt wat hij verdient.

Openhartig

Het was dan ook een hele klus om voor het boek Het eerste miljoen is het moeilijkst twintig miljonairs bereid te vinden openhartig te vertellen hoe ze aan hun geld zijn gekomen, wat ze ermee doen, hoe de buitenwereld op ze reageert, hoe ze hun relaties onderhouden en hoe gevoelig ze zijn voor status.

In het boek staan allerlei verschillende miljonairs, van glamourpoes tot vastgoedkoning, van zweefmiljonair tot filantroop. Vrijwel alle benaderde miljonairs gaven in eerste instantie aan dat geld hen helemaal niet heeft veranderd. Heus, ze waren heel normaal gebleven, van gekkigheid moesten ze niets hebben, ze waren nog precies dezelfde vrolijke, vlotte jongens als vroeger toen ze rond moesten komen van een krantenwijk.

Naarmate de gesprekken vorderden bleek dit totale onzin te zijn. Hoe graag we ook willen dat alles bij het oude blijft, hoe zeer we aangeven gewoon te willen zijn, wie geld heeft is niet meer gewoon.

Dat lijkt de meeste mensen geen enkel probleem. Vraag een willekeurig iemand op straat of hij rijk zou willen zijn en het antwoord is ja.

Natuurlijk, rijk zijn heeft heerlijke consequenties. Zogenaamd Fuck you-money geeft vrijheid, je kunt doen en laten wat je wilt en ook nog eens alles kopen wat je gelukkig maakt. Rijk zijn heeft echter meer gevolgen. Het beïnvloedt de manier waarop je je gedraagt, de manier waarop anderen naar je kijken en de manier waarop je in het leven staat, zo is uit onderzoeken gebleken. Rijk zijn is niet alleen maar fijn.

Armoedzaaiers

Wat is rijk? Dat is al een lastig punt. Alle personen die voor het boek zijn geïnterviewd kunnen zich miljonair noemen en zijn daarmee in de ogen van de gemiddelde Nederlander hartstikke rijk. Zo zullen ze het zelf niet allemaal zien. Voor degenen in het boek die vijftig miljoen bezitten zijn de geïnterviewden met slechts een miljoentje natuurlijk armoedzaaiers. En wie vijftig miljoen heeft en op een feestje naast iemand staat met een vermogen van honderdvijftig miljoen, kan zich plotsklaps weer een kleine jongen voelen.

Volgens de Amerikaanse hoogleraar economie Robert H. Frank in zijn boek Luxury Fever heeft de mens het vermogen zich in elke situatie aan te passen en die als normaal te gaan beschouwen. Hoeveel je hebt telt alleen maar in relatie tot wat anderen hebben. Als je omgaat met andere rijken, wordt hun financiële situatie de norm van waaruit je zelf gaat redeneren.

In de psychologie wordt dit verschijnsel relatieve deprivatie genoemd: de neiging om jezelf niet te beoordelen naar objectieve maatstaven maar jezelf te bezien in vergelijking tot een selecte groep.

Dat kan natuurlijk heel vervelend zijn, want er is altijd iemand te vinden die rijker is dan jij. Grappig genoeg blijken mensen ondanks dat toch welbewust voortdurend hun eigen rijke vergelijkingsmateriaal op te zoeken. Dat is ook een reden waarom de rijken der aarde eigen clubs hebben, elkaar treffen op golftoernooien, lid worden van Rotaryverenigingen, deel uit maken van een zeker establishment.

Aparteling

Ergens is dat wel begrijpelijk,  zeker als je je realiseert dat een rijk persoon in de gewone samenleving altijd een aparteling is. Hij hoeft niet op maandagmorgen tussen alle andere Fiat Panda’s op de A2 in de file te staan en te werken op een TL-verlicht kantoor onder een chronisch chagrijnige baas. Hij kent dat probleem niet en kan er niet over mee praten. Hij heeft zijn eigen sores, maar daar kan de gewone man weer niets over zeggen. Dat kan de miljonair een eenzaam gevoel geven, vandaar dat hij graag omgaat met mensen die in hetzelfde schuitje zitten als hij.

Het gevolg is dat de miljonairs begrip bij elkaar zoeken, zich ‘onder ons’ veilig en begrepen wanen en zich vervolgens gezamenlijk afzetten tegen het klootjesvolk.

Omdat de rijken er in hun eigen wereldje graag bij willen horen, doen velen er alles aan om hun rijkdom te showen. Met name nieuw rijk neigt hiertoe, vaak door middel van uiterlijk vertoon. Een knalrode Ferrari, een horloge ingelegd met diamanten, bontmantels waar een hele nertsenfamilie voor is omgelegd, wie een middagje door de PC Hooftstraat loopt, komt al deze statussymbolen tegen.

Probleem is echter dat statussymbolen veranderen. Was een Mercedes vroeger echt een auto om te laten zien dat je heel goed had geboerd, tegenwoordig rijdt de gemiddelde taxichauffeur in zo’n wagen. De kans is groot dat het met Bentley dezelfde kant op gaat.

Sommige statussymbolen devalueren zelfs zo dat ze eerder bij de armen dan bij de rijken gaan horen. Zo was het enkele eeuwen geleden nog een teken van grote welvarendheid als je te dik was. Wie weldoorvoed oogde, had immers genoeg te eten. Tegenwoordig komt overgewicht meer bij de armere klassen voor en houden de Paris Hiltons in deze wereld juist een wedstrijdje ‘Wie is het dunst’, al dan niet met behulp van een peperdure plastisch chirurg die het overtollige vet graag wegzuigt.

Zakelijk winnen

De hele tijd je rijkdom tonen, je zou er een dagtaak aan kunnen hebben. Opvallend genoeg werken heel veel miljonairs ook nog eens. Terwijl veel gewone stervelingen het als de ultieme droom zien zo rijk te zijn dat ze never never nooit meer hoeven te werken en de rest van hun leven vanaf hun luxejacht over zee kunnen staren, moeten de meeste miljonairs uit het boek hier niet aan denken. Zij zoeken nog steeds risico’s, willen zakelijk winnen.

Dat is biologisch verklaarbaar. Uit onderzoek is gebleken dat mannen die succes hebben meer testosteron aanmaken. Hoe meer testosteron je in je lijf hebt, hoe meer je geneigd bent tot dominant gedrag en dominante mensen zijn vaak weer succesvoller dan niet dominante mensen. Wie rijk is en succes heeft, krijgt dominante trekken. Hij voedt vervolgens zijn succes en zijn testosteronhoeveelheid door de strijd aan te gaan en nog meer successen proberen te boeken.

Dat doet hij ook met een andere redenen: bewijsdrang. Menig miljonair heeft nog een appeltje te schillen met de mensen uit zijn jeugd die destijds riepen dat het nooit wat met hem zou worden.Voor sommigen onder hen is er niets fijners dan in een grote Rolls voor komen rijden bij die reünie van de middelbare school en achteloos tijdens een gesprek met meneer de Boer van wiskunde op hun Breitling van 30.000 euro te kijken hoe laat het is.

Dit is wat in de biologie materieel imponeergedrag wordt genoemd, maar het kan ook immaterieel zijn. Miljardair Steve Fosset die als eerste non-stop de wereld over vloog in een luchtballon en als solozeiler en solopiloot voortdurend in het nieuws wist te komen, leek het wel uit te willen schreeuwen: ‘Kijk eens wat ik allemaal durf en kan!’. Overigens is het met Fosset niet goed afgelopen. Hij raakte tijdens een solovlucht in zijn eigen vliegtuig vermist in Nevada. Onlangs werden zijn botten nog gevonden, aangevreten door wilde dieren. Eromheen lagen, hoe ironisch, talloze bankbiljetten.

Eigenwaarde

Wie rijk is, vergelijkt zichzelf met andere rijken en wil laten zien dat hij het goed heeft gedaan. Veel miljonairs koppelen de hoogte van hun bankrekening aan hun eigenwaarde: hoe meer geld ze hebben, hoe meer zelfvertrouwen ze krijgen. Dat is nogal riskant, want wat gebeurt er met je ego als je je geld verliest?

Daar zijn rijke mensen dan ook extreem bang voor. Sterker nog: iedereen is er bang voor, zoals te zien is aan de reacties op de kredietcrisis. Geld regeert en domineert momenteel het wereldnieuws. Money Talks. Opvallend genoeg zijn het juist de echt rijken die zich de minste zorgen zouden moeten maken. Jan Modaal die zijn spaarcentjes kwijtraakt omdat hij ze op Icesave heeft staan, houdt niets over. Maar als een Ralph Sonnenberg, zoon van de Hunter Douglas-familie, 630 miljoen euro verliest, klinkt dat weliswaar als een hoop geld. Tot we horen dat dat nog geen 60 procent van zijn kapitaal was. Meneer Sonnenberg heeft dus nog heel wat over om er goed van te leven.

Maar er goed van leven, wat is dat eigenlijk? Mensen die plotseling rijk worden zien zichzelf met het probleem geconfronteerd dat ze opeens alles kunnen doen wat ze willen. Het gevolg: ze hebben geen flauw idee wat ze eigenlijk willen en raken lamgeslagen. Dit wordt ook wel het Sudden Wealth Syndroom genoemd. Het lijkt een beetje op Affluenza, een andere rijke mensenziekte waarbij rich kids zo verveeld en blasé raken dat ze helemaal niets meer leuk vinden in hun leven.

Affluenza

Bewijsdrang, affluenza, imponeergedrag, angst om je poen te verliezen, het zijn allemaal verschijnselen waar we niet aan denken als we ervan dromen de lotto te winnen. Maar is veel geld hebben dan echt zo’n vloek?

Natuurlijk niet. Met name de mensen die enig talent voor tevredenheid hebben, maakt geld echt gelukkig. Maar of we echt stinkend- en stinkendrijk willen worden? Het is maar de vraag. Misschien is die hele kredietcrisis in wezen wel een zegen.

 

Arthur Paes verdiende in het vastgoed op zijn 21e al zijn eerste miljoen bij elkaar. Inmiddels is dat heel wat meer geworden, bewoont hij een enorm landgoed in België en mag hij zich koning noemen van een provincie in Ghana.

"Ik ben door het geld een moeilijker mens geworden. Voor anderen bedoel ik, ik ben makkelijker voor mezelf. Dat is onontkoombaar. Als succesvol zakenman krijg je zo veel te maken met oplichters. Mensen die je benaderen met verkeerde ideeën. Dat maakt het voor de echt serieuze mensen lastiger met mij in contact te komen, want ik zeg vaak meteen: ‘Ik heb geen tijd voor flauwekul.’ Vroeger zou ik eerder zeggen: ‘Joh, kom eens langs,’ maar nu wil ik dat niet meer, en zeker niet thuis. Je wordt minder open. Je moet de poorten en de hekwerken letterlijk en figuurlijk hoger laten maken dan vroeger.’

Jacob Gelt Dekker verdiende zijn geld onder meer met de One Hour Photo Shop. Nadat diverse keren kanker bij hem is geconstateerd leeft hij met de dood op de hielen.

"Ik ben volledig zonder liefde grootgebracht. Mijn ouders hadden een slecht huwelijk. Er werd altijd gevochten. Ik was een onzeker kind, ik stotterde, durfde geen contact met leeftijdgenootjes te maken. Op mijn negende ben ik diverse keren seksueel misbruikt door een leraar. Door die jeugd werd ik me al heel snel bewust van mezelf. Ik was namelijk van niemand afhankelijk. Ik had geen vriendjes, had geen ouders, geen gezin dat me ondersteunde. Ik had alleen mezelf. Ik besloot al jong dat ik er zelf wat van moest maken, dat ik mijn eigen macht moest verwerven.

Dat is me gelukt en dat is mooi. Ik heb een prima leven en kan doen wat ik wil. Maar als het klaar is, is het klaar. In januari had ik nog twee hartstilstanden, niet lang daarna kreeg ik een hersenvliesontsteking. Ik dacht echt dat het zo ver was. Dat leidde niet tot grote gedachten.

Het gaat uiteindelijk altijd alleen maar om het nu, om het moment zelf. Je moet niet gaan lijden onder je verwachtingen van de toekomst of aan je teleurstellingen van het verleden. Dat zijn demonen.

Soms vragen mensen me: ‘Hoe heb je zoveel succes kunnen krijgen?’ Ik zeg dan altijd: ‘Het enige wat je van je succes afhoudt, van die pot met goud, zijn je eigen demonen.’ Dat geloof ik heilig. Ik denk dat ik in mijn leven inmiddels bijna al mijn demonen overwonnen heb, dus dan is doodgaan ook niet erg.’

Chris Luken werd rijk door zijn zelfbedachte Hotelbon:

"Ik kom uit een arm gezin maar heb altijd maar één ambitie gehad: rijk worden. Ik wilde deel uit maken van de rijke elite. Dat is me gelukt, al werd er in het begin raar tegen me aangekeken. Ed Nijpels noemde mij altijd De Brutale Man. Zo zijn er meer geweest die best even van me opkeken. Ik zie het zo: het establishment is een tent waar allemaal mensen in staan, lekker te borrelen, aan de champagne nippen, van de kaviaar snoepen. Buitenstaanders horen daar niet bij en laten ze er ook niet in, ze blijven liever onder elkaar. Tja, en dan komt er zo’n menneke als ik die zegt: ‘Linksom of rechtsom, ik wil ook in die tent.’ Dat joch blijft maar aan de haringen trekken, hè, net zo lang tot hij er eindelijk in staat. Natuurlijk noemen ze je dan een brutale vlegel. Daar hebben ze ook gelijk in.

Inmiddels ben ik goed voor zo’n tachtig miljoen euro maar in wezen ben ik nog heel klein. Ik vind dat je pas vanaf een miljard een beetje begint mee te tellen. Ik ben niet ontevreden hoor, ik hoef ook helemaal geen miljard, maar alles onder 100 miljoen is kinderwerk. Ik kan mezelf wel op de borst kloppen en zeggen hoe knap het van me is dat ik zo ver ben gekomen, klap klap klap, maar als ik naar de echt groten der aarde kijk, denk ik: ‘Wat zit je nog te sappelen, Luken."

Bob Crébas is een groot deel van zijn leven actievoerder. Om toch iets te verdienen, start hij een kringloopwinkel, enige tijd later doet hij hetzelfde op internet. Na de verkoop van Marktplaats.nl is hij plotsklaps 80 miljoen rijker.

"De eerste keer dat ik dat geld op mijn bankrekening zag was zo vreemd. Ik ben altijd een beetje verbaasd geweest als ik ergens geld mee verdiende. Tien jaar nadat we onze kringloopwinkel hadden geopend, konden we er echt van leven. Dat was verbijsterend. Wat we toen verdienden? Oh, dat weet ik niet precies, net boven bijstandsniveau zou ik zeggen.’

Die 80 miljoen van Marktplaats hebben me niet alleen maar gelukkig gemaakt. Je krijgt niet minder maar meer geldzorgen. Iedereen weet dat je kapitaal hebt, dus je krijgt iedereen op je dak. Als je niet oppast gaat ieder gesprek alleen maar over geld en ik wil absoluut niet de hele dag met geld bezig zijn. Als ik dat had gewild was ik wel bankier geworden.’

 ‘Het is makkelijker je laatste 15 euro uit te geven dan je eerste miljoen. Als je geen cent hebt, kan je net zo goed alles weggeven, want je hebt sowieso al niks. Op het moment dat je een miljoen verdient, realiseer je je welke weg je hebt afgelegd om dat te bereiken. Nou, dat geld geef je echt niet zomaar weg.’

Harry Mens, vastgoedman en televisiepresentator:

"Ik heb altijd veel verdiend, tot begin jaren tachtig. Ik ging in de projectontwikkeling, maar eigenlijk had ik daar geen verstand van. De rente liep enorm op in een periode van twee jaar. Tegenwoordig hebben mensen al de griep als de rente een procent omhoog gaat, maar toen ging hij van 12 naar 18 procent. Dat was een ramp, op zo’n moment kun je niet snel genoeg je verlies nemen. Dat heb ik niet gedaan, dus op een dag stond ik tien miljoen rood bij de bank. Toen heb ik nachten gehad dat ik stampvoetend wakker werd en dacht: ‘Dit zal mij toch niet gebeuren?’

Ik ben door een aantal moeilijke jaren gegaan. Ik was er niet best aan toe, begon te drinken, raakte de grip kwijt. Op een gegeven moment wist ik: dit is de oplossing niet. Ik besloot terug te knokken. Dat heb ik puur op discipline gedaan. In het begin kon ik nog geen honderd meter hardlopen. Ik ben het gaan opbouwen en na verloop van tijd liep ik de halve marathon. Daardoor ging het ook beter in mijn hoofd en dat was precies wat ik nodig had. Ondernemen is topsport en dus moet je je ook als topsporter gedragen. Daar kwam ik pas echt na mijn veertigste achter, hoor. Tot die tijd ben je, zeker als het je financieel goed gaat, geneigd tot Napoleongedrag. Je denkt dat niets en niemand je wat kan maken.’

Geld geeft status, zeggen ze, maar voor mij betekent het niets. Ik wil onafhankelijk zijn, van alles en iedereen. Een heleboel mensen laten zich leven door de buren en door wat allerlei figuren op 't clubje zeggen. Ze zijn vaak veel meer bezig met hoe het buitengebeuren over hen denkt dan dat ze zelf lol hebben. Daar heb ik geen last van. Ik kan met mijn Bentley stoppen bij een friettent en zeggen: ‘Dubbele portie mayonaise er op.’ Ik ken ook mensen met een Bentley die net zoveel trek als ik hebben in friet, maar doorrijden want ze zouden eens gezien worden met een zak patat. Wat een onzin. Ik trek me van niemand iets aan. Never nooit niet.’

In ‘Het eerste miljoen is het moeilijkst’ staan twintig interviews met tien typen miljonairs. Van glamourpoes tot zweefmiljonair, van rijkeluiskind tot filantroop, van lottowinnaar tot workaholic, allemaal vertellen ze wat geld precies met ze doet. Uitgeverij: Prometheus, ISBN: 978 90 446 1203 5

Verschenen in: Nieuwe Revu

Roos Schlikker begon ooit als financieel journalist maar dat was een vergissing. Nu schrijft ze interviews en reportages over alles behalve stropdassen, volgens collega’s met een voorliefde voor de moderne (stads)mens. Doet mee aan 'Wie is de Mol'. Op Reporters Online publiceert ze columns.

Geef een antwoord