Hoe komt het eigenlijk dat mensen zo genieten van schoonheid en waarom is vrijwel alles in de natuur zo verpletterend mooi?

STEUN RO

Waarom vinden we een verstild dobberende knobbelzwaan het toppunt van ingetogen elegantie? Waar heeft de morphovlinder die oogverbindend blauwe vleugels voor nodig? Waarom is het bijna onmogelijk om je blik los te scheuren van een gespierd tijgerlijf in actie of rozen in volle bloei, zonsondergangen in goud en paars, bulderende watervallen, imposante bergmassieven of vers besneeuwde landschappen?

Waarom is eigenlijk vrijwel alles in de natuur van zo’n verpletterende schoonheid? Zo veel en zo divers? Wetenschappers, kunstenaars en filosofen breken daar al eeuwenlang hun hoofd over. Volgens Nobelprijswinnaar en natuurkundige Steven Weinberg is de natuur zelfs ‘mooier dan strikt noodzakelijk’. Hm…dat staat nog maar te bezien.

Over smaak valt niet te twisten

Natuurlijk, de naakte molrat is nu niet bepaald moeders mooiste. Ook de blobvis heeft duidelijk niet vooraan gestaan toen de beeldige buitenkanten werden uitgedeeld. En tijdens een reis door Congo merkte mijn reisgenoot bij het zien van de eerste maraboe treffend op: “Getver, die vogel ziet eruit alsof iemand hem al eens heeft opgegeten, vervolgens uitgebraakt en daarna nog maar eens op de barbecue heeft gelegd…”

Maar Shakespeare schreef niet voor niks beauty is in the eye of the beholder: reken maar dat naakte molratten, blobvissen en maraboe’s hun soortgenoten wel degelijk mooi vinden!

Alles heeft zijn schoonheid

Over smaak valt inderdaad niet te twisten, want dan kun je wel aan de gang blijven. Zelfs een duizendjarige linde -voor velen een majestueus meesterwerk van de natuur- is in de ogen van sommigen niks meer dan een groen ding dat in de weg staat en vieze vlekjes achterlaat op de lak van onschuldig geparkeerde auto’s… Weer anderen zien juist schoonheid in dingen die de meeste mensen lelijk vinden.

Zoals Ricky, die in de film American Beauty een video laat zien van een plastic tasje dat met de wind speelt (en andersom) en daarbij verzucht: ‘Soms is er zo veel schoonheid in de wereld, dat ik er bijna niet tegen kan. Alsof mijn hart zal bezwijken…’

Waarschijnlijk had Confucius meteen begrepen waar Ricky op doelde, want volgens deze Chinese wijsgeer ‘heeft alles zijn schoonheid, alleen ziet niet iedereen dat’.

Schoonheid uit chaos

Geen twee sneeuwvlokken op de wereld zien er onder een microscoop exact hetzelfde uit. Elk vlokje volgt zijn eigen geniale bouwplan, de een nog prachtiger en uitbundiger dan de ander. En dat is nog maar één nauwelijks te bevatten voorbeeldje van natuurlijke schoonheid, waaruit je kunt afleiden dat in het universum buitengewoon creatieve krachten aan het werk zijn…

Ruim een eeuw vóór de allereerste verbluffende Hubble-foto’s schreef de Amerikaanse natuurvorser John Muir (1838-1914) al: ‘Zie de aarde als een grote dauwdruppel, gevlekt en gestippeld met continenten en eilanden, vliegend door de ruimte samen met de sterren, zingend en stralend als één geheel: het hele universum is een eeuwige storm van schoonheid!’

Mysterieuze, donkere materie

Hoe dicht Muir daarmee bij de waarheid zat, werd onder meer zonneklaar tijdens het open college over het universum, dat professor Robbert Dijkgraaf een paar jaar gleden gaf voor De Wereld Draait Door.

Het eindeloos uitgestrekte zwart waarop onze melkweg is geschilderd, fungeert als een geheimzinnig, levend canvas voor ontelbare zonnestelsels. Op dit moment weten we nog vrijwel niets over de mysterieuze, donkere materie die alles in het heelal met elkaar verbindt, maar volgens Dijkgraaf is de wetenschap er helemaal klaar voor om ook híer haar tanden in te zetten…

In afwachting van grootse onthullingen is het wellicht verstandig om voorlopig een simpel uitgangspunt te hanteren: de natuur is mooi omdat de bron van de natuur mooi is. En die bron is het heelal, want dat is de bron van alles, of je nu wel of niet in God gelooft.

Terugkerende mooie oplossingen

Volgens theoretisch bioloog Stuart Kauffman speelt ons creatieve universum graag met chaos en orde. Uit wanorde ontstaan uiteindelijk patronen en structuren, die op een zeker moment weer tot chaos vervallen, om zich vervolgens opnieuw te hergroeperen. Sneeuwvlokken zijn daar een goed voorbeeld van.

Wat ook opvalt, is dat op aarde zowel op micro- als op macroniveau vaak dezelfde mooie oplossingen terugkeren: het meanderen van een rivier ziet er (vanuit een vliegtuig bekeken) exact hetzelfde uit als het kronkelen van de aderen in ons lichaam.

Natuurlijke orde

‘Goede’ vormen en patronen, zoals perfecte cirkels, symmetrie, spiralen en golfbewegingen fascineren, omdat ze ons ergens bekend voorkomen en we instinctief weten dat het ‘goed’ is, want orde leidt tot veiligheid en harmonie, waarin leven kan gedijen.

Maar zijn we het eigenlijk wel zelf, die al die natuurlijke vormen en patronen zo mooi vinden? Of vinden de oeroude, onverwoestbare, vele malen gereyclede (gereïncarneerde?) moleculen waaruit we zijn opgebouwd dat? Zijn het onze eigen bouwstenen die zich als een magneet voelen aangetrokken tot natuurlijke orde?

Zeker is in ieder geval dat wij mensen deel uitmaken van al deze vertrouwde natuurlijke schoonheid, ook al snappen we nog steeds niet precies hoe de vork in de steel zit.

Herkennen dieren schoonheid?

Als een haai een grote school vissen ziet, kan hij dan naast ‘ha, eten!’ tevens denken ‘goh, wat blinken ze mooi zilverachtig en wat zwemmen ze prachtig synchroon’? Sommige wetenschappers achten dat absoluut ondenkbaar en ook menig kunstcriticus is er heilig van overtuigd dat alleen Homo sapiens over esthetisch onderscheidingsvermogen beschikt.

Maar dan hebben ze nog nooit een mannetje satijnblauwe prieelvogel aan het werk gezien.

His home is his castle

Loop in gedachten even met me mee door een willekeurig oerwoud in oostelijk Australië… Kijk, daar zit Ptilonorhynchus violaceus, in onberispelijk, diep blauwzwart verenpak. Hij heeft een open plek in het bos ontdekt waar hij wel wat mee kan. Tenminste, zodra hij die slordige takkentroep heeft opgeruimd. Dus begint hij op energieke wijze een stuk bosbodem van twee à drie vierkante meter vrij te maken van takjes, dode bladeren en ongewenste groeisels.

Pas daarna kan het echte werk beginnen: het bouwen van zijn prieel. Van honderden dunne twijgjes die hij rechtop in de grond steekt, construeert hij twee boogvormige muurtjes met een nauwe doorgang ertussen. Dat wordt de plek waar hij straks met willige vrouwtjes zal paren.

Blauwe dingetjes

Maar dames satijnblauwe prieelvogel stellen hoge eisen: een goed gebouwd prieel alléén vinden ze bij lange na niet indrukwekkend genoeg, het moet wel een beetje mooi gedecoreerd zijn. Liefst met blauwe dingetjes.

Dus is mannetje satijnblauwe prieelvogel wekenlang zoet met het zoeken en verzamelen van blauwe bessen, blauwe bloemen, blauwe kevers en andere blauwe insecten.

Mocht hij in de vrije natuur onvoldoende geschikt decoratiemateriaal vinden, dan vliegt hij desnoods helemaal naar de bebouwde kom voor meer keus: wasknijpers, rietjes, snoeppapiertjes, plastic doppen, stukjes Lego… het maakt niet uit wat het is, zolang het maar blauw is.

Scherp oog voor compositie en detail

Deze vondsten drapeert hij zo kunstzinnig mogelijk rond zijn prieel. Ook daar gaat de nodige tijd in zitten, want de prieelvogel is niet snel tevreden met zijn eigen werk. Tijdens het rangschikken van de blauwe spulletjes doet hij regelmatig een paar stappen achteruit, om vervolgens met de kop scheef zijn composities te beoordelen met een zeer scherp oog voor detail.

En daar heb je het al… die blauwe wasknijper ligt helemaal verkeerd! Goed dat hij het ziet, die gaat hij meteen op een andere plek leggen…

Muurtje verven

Als hij eindelijk klaar met het arrangeren van de blauwe spulletjes (een werkje dat eigenlijk nooit af is), dan zet hij nog even de binnenmuren van zijn liefdesprieel in de blauwe verf. Serieus! De prieelvogel plet een paar blauwe bessen, neemt een rafelig twijgje in zijn snavel dat hij in het blauwe sap doopt, en smeert het vocht op de takjes aan de binnenkant van zijn prieel.

Klaar? Vergeet het maar, want vanaf nu is het voortdurend opletten geblazen. Zodra hij even niet kijkt, springen uit de bosjes geheid andere mannetjes satijnblauwe prieelvogel tevoorschijn, om zijn prachtige blauwe spulletjes te stelen voor hun eigen priëlen!

Kijken kost niks

Maar gelukkig trekt het meesterwerk ook de aandacht van een vrouwtje. Met kritische blik begluurt ze vanaf een tak nieuwsgierig de royaal gedecoreerde liefdesarena… Hij kijkt steels naar haar terug: mooi? Kijk gerust even rond…. Kijken kost niks!

Nadat mevrouw de hele prieeltuin grondig heeft geinspecteerd, velt ze een oordeel. Pas als ze zijn kunstzinnige inspanningen naar volle tevredenheid kan kwalificeren met een dikke voldoende, stapt ze het prieel binnen en laat zich betreden door de kunstenaar.

Om na gedane zaken niet meer terug te keren, want voor haar eieren bouwt ze zelf wel een nest. Haar prieelkuikens brengt ze groot met fruithapjes, die in het oerwoud ruim voorhanden zijn, daar heeft ze geen hulp van een man bij nodig…

Oog voor schoonheid

Volgens Charles Darwin hebben zowel schoonheid zelf als het vermogen om schoonheid te beoordelen alles te maken met seksuele selectie, oftewel hofmakerij en partnerkeuze. Al die prachtige kleuren en fijnzinnige patronen van vlinders, vissen, vogels en andere wezens moeten wel een bepaald doel dienen, wist de grote natuuronderzoeker. Door het bestuderen van baltsrituelen kwam hij tot de conclusie dat uitbundige kleuren en ornamenten bedoeld zijn om de aandacht van vrouwtjes te trekken, die op hùn beurt weer een oog voor schoonheid ontwikkelden. Darwin geeft van harte toe dat het menselijk esthetisch vermogen nog vele malen complexer is, maar dieren waren beslist de trendsetters!

Nodeloos bloedvergieten

Waarschijnlijk was het ooit zo, dat vrouwtjes alleen maar passief afwachtten wanneer twee mannetjes om hen vochten. Daarna paarden ze met degene die als winnaar uit de strijd kwam en dat was dat.

Maar bij al deze gevechten vloeide misschien meer bloed dan gezond was voor de soort, dus gooide Moeder Natuur het ook nog over een andere boeg: ze gaf de vrouwtjes het vermogen om schoonheid te beoordelen en daarop (actief!) hun keuze te baseren.

Schoonheid is dus een strategie van de natuur die maakt dat er veel en graag wordt voortgeplant, want dierenvrouwtjes gaan unaniem voor de mooiste mannetjes, waar ze met het meeste plezier naar kijken.

Vogels van het paradijs

De mond van Alfred Russel Wallace zakte open van verbijstering toen hij in de negentiende eeuw de Indische Archipel bezocht en voor het eerst baltsende paradijsvogels zag. ‘Paradijsvogels maken hun naam helemaal waar, ’ schreef Darwins tijdgenoot en collega geestdriftig in zijn dagboek. ‘Deze dieren behoren zonder enige twijfel tot de allermooiste en wonderlijkste levende wezens op aarde. (…) Maar wat is het nut van al deze schoonheid, die niemand ooit zal zien?’

Schoonheid is ook gevaarlijk

Soms lijkt een mooi uiterlijk in flagrante tegenstelling te staan met natuurlijke selectie, oftewel het vermogen om te overleven. Want hoe uitzinniger de kleurenpracht en ornamentale versieringen, hoe moeilijker het wordt om onopvallend (en dus veilig voor roofdieren) door het leven te gaan.

De statige geweien van mannetjesherten zijn louter voor de show, in het dagelijks leven hebben ze er eigenlijk alleen maar last van. Vooral in dicht begroeid bos blijven die onpraktische kapstokken voortdurend overal aan haken…

Maar dat hertengeweien zo overdreven groot werden en pauwenstaarten zo onpraktisch lang, werd juist een kenmerk van kracht en gezondheid: een man die zúlke waanzinnige attributen met zich meezeult en tòch zijn kostje bij elkaar krijgt en vijanden te snel af is, moet wel goede genen hebben, dus die willen vrouwtjes graag als vader voor hun kinderen.

Mooi = sterk en gezond

Daarnaast zijn symmetrie en correcte proporties aanwijzingen voor fysieke gezondheid, vooral op het niveau van celdeling, wat natuurlijk heel belangrijk is. Zwaluwvrouwtjes kiezen altijd voor de mannetjes met de langste staartpunten en vrouwtje zebravink paart alleen met mannen die symmetrisch gekleurde pootbandjes hebben.

Tijdens een Engels onderzoek bleek dat pauwhennen altijd voor het mannetje kiezen met de meeste ogen in zijn staart. Toen biologe Marion Petrie bij diverse mannetjes twintig ogen uit hun staart knipte, zagen de hennen ze prompt niet meer staan.

Pas toen Petrie de missende ogen weer terug in de staarten had geplakt, hadden de zwaar beproefde pauwmannen meteen weer succes bij de vrouwtjes.

De taal van de liefde

Zowel bij dieren als bij mensen dient schoonheid hetzelfde doel (seksuele aantrekkingskracht), dus eigenlijk is het alleen maar logisch dat mensenogen tevens gevoelig zijn voor dierlijke schoonheid. Die uitsloverige pauwenstaart dwingt ook bij ons bewondering af en hetzelfde geldt voor de spectaculaire kleuren van veel vogels, vlinders, koraalvissen en bloemen. Al deze pracht spreekt een universele taal, de taal van de liefde.

Bovendien hebben veel uiterlijke kenmerken ook rechtstreeks met natuurlijke selectie te maken: een symmetrisch, harmonieus lichaam IS ook gewoon de beste manier om een levende machine te bouwen.

Softporno voor apen

Het leven is hard, maar toch zijn we er helemaal op gebouwd om er met volle teugen van te genieten. Moeder Natuur zorgt ervoor dat we de dingen die goed voor ons zijn ook echt heel fijn vinden. Daarom zijn we zo dol op de zoete smaak van fruit, relaxen, zachte aanrakingen en seks.

Al is het ene genot het andere niet. Zo werd mannetjeschimpansees eens de keus geboden tussen een lekkere slok zoet bessensap en plaatjes van opgezwollen vrouwtjesapenkonten, zeg maar het equivalent van de blote borsten en billenkalenders die meestal aan de muur hangen in autowerkplaatsen.

De blote billenplaatjes bleken vele malen boeiender dan het bessensap, en ook plaatjes van stoere, mannelijke alfa-chimps werden mateloos interessant gevonden, ongetwijfeld als rolmodel…

Mooie planten en landschappen

Uiteraard zijn niet alleen dieren mooi. Ook planten kunnen er wat van! Prachige bloemen en felgekleurde vruchten van planten zijn uiteraard eveneens bedoeld voor seks, en moeten bestuivers lokken zoals insecten, en zaaiers, zoals vogels en andere vruchteters annex zaad uitpoepers.

Maar waarom vinden we het ene landschap eigenlijk zo veel mooier dan het andere? Je kunt immers moeilijk seks hebben met een landschap en je kunt het ook niet eten…

Volgens filosofieprofessor Denis Dutton vinden mensen uit alle culturen over de hele wereld allemaal hetzelfde landschap mooi: een grazige, open en zachtjes glooiende omgeving met een paar (liefst al dicht bij de grond vertakkende) bomen, een waterpartij erin en (heel belangrijk!) een pad dat zich richting horizon slingert.

Dit Arcadische landschap is eindeloos vaak geschilderd, gefotografeerd, in kalenders verwerkt en als voorbeeld gebruikt voor de aanleg van golfbanen en openbare parken. Waarom?

Omdat het ons doet denken aan het landschap waarin Homo sapiens ooit het levenslicht zag: de Oost-Afrikaanse savanne gedurende het Pleistoceen. De bomen zien eruit alsof je er makkelijk in kunt klimmen als je door een roofdier achterna wordt gezeten en het slingerende pad nodigt uit tot nieuwe dingen ontdekken.

Dit ideale savannelandschap wordt door vrijwel iedereen instinctief beschouwd als mooi, vertrouwd en idyllisch.

De oorsprong van kunst

De onlangs overleden Dutton had trouwens ook een boeiende filosofie over het ontstaan van kunst. Volgens hem is zowel het maken als bewonderen van kunst bij lange na niet zo’n cultureel bepaald verschijnsel als sommige kunstcritici denken.

Wat opvalt aan de vele Acheulische vuistbijlen die bijna anderhalf miljoen jaar geleden werden gemaakt door Homo erectus (de voorloper van Homo sapiens), is dat deze traanvormige werktuigen kennelijk nooit zijn gebruikt om ook daadwerkelijk iets mee te hakken of snijden, anders waren er wel beschadigingen te zien geweest langs de flinterdun afgeplatte randen…

Dutton vermoedde dat deze ongebruikte gereedschappen, die overal in Azië, Europa en Afrika zijn opgegraven, alleen maar voor ‘het mooi’ zijn vervaardigd door kundige mannen uit de oertijd. Om te laten zien dat ze bekwaam genoeg waren om er –naast de dagelijkse strijd om het bestaan- nutteloze hobby’s op na te houden, zoals het maken van iets moois en symmetrisch.

Wil je mijn vuistbijlen zien?

Duizenden eeuwen lang hebben onze voorvaderen dit soort vuistbijlen uit vuursteen zitten hakken, wat ze waarschijnlijk ongeveer een kwartiertje tijd kostte, maar waar uiteraard ook het nodige vakmanschap voor nodig was.

Deze kunstvorm is door vele tienduizenden generaties beoefend, en de mannen die er echt goed in waren, genoten een hogere status dan mannen die voortdurend op hun eigen vingers sloegen of de vuursteen tijdens het bewerken per ongeluk braken.

‘De kans is dus groot, ’ grapte Dutton, ‘dat oermannen aantrekkelijke vrouwen naar hun grot wisten te lokken ‘om hun vuistbijlen te laten zien’, al bestond er op dat moment nog niet zoiets als taal.

En ná de vuistbijlenperiode verzon Homo sapiens –zoals we toen inmiddels heetten- ongetwijfeld andere manieren om persoonlijke competenties te tonen en daarmee indruk te maken op potentiële partners, zoals bijvoorbeeld moppen tappen, verhalen vertellen, dansen en opvallende kapsels verzinnen.’

Is schoonheid decadent?

Het hoe en wat maakt nog niet eens zo veel uit, maar iets dat goed is gedaan, dwingt bewondering af. Onze passie voor schoonheid zit dus diep in onze genen verankerd en wordt ons niet opgedrongen door de alom tegenwoordige media, zoals cultuurpessimisten graag verkondigen.

De huidige ‘schoonheidsmythe’ zou volgens hen een teken zijn van een decadente, zieke cultuur, maar waarschijnlijk zou Darwin daar toch anders tegenaan kijken.

Dat is ook precies de boodschap die Nancy Etcoff uitdraagt in haar boek Survival of the Prettiest: The Science of Beauty. Daarin borduurt de Amerikaanse psychologe voort op de evolutionaire ontwikkeling van schoonheid: in de loop van miljoenen jaren hadden bewonderaars van schoonheid en de bezitters daarvan meer succes bij het voortplanten dan mensen die er niks om gaven en niks aan deden. Of die het concept ‘schoonheid’ doortrokken tot in het absurde.

Baby’s kijken graag naar mooie mensen

Wij zijn dus allemaal afstammelingen van voorouders die oog hadden voor wat echt mooi is.

In deze moderne tijd wordt schoonheid in intellectuele kringen gezien als iets beschamends, vanwege de vele gephotoshopte en door cosmetisch chirurgen opgepompte rolmodellen waar de media ons tegenwoordig mee om de oren slaan.

Maar de waarheid over schoonheid laat zich niet uitvlakken door ontkenning.

Het is wetenschappelijk bewezen dat zelfs baby’s –in al hun pure onbedorvenheid- langer kijken naar mooie mensen dan naar andere vreemden.

Wie mooi is scoort beter

Verder toont Etcoff aan dat schoonheid het goede in anderen naar boven haalt, waardoor mooie mensen over het algemeen veel vriendelijker en hulpvaardiger worden behandeld dan ‘gewoon’ uitziende mensen. Ze krijgen sneller een baan, verdienen meer en worden zelfs minder streng gestraft als ze een misdaad hebben begaan.

Hierdoor blaken mooie mensen logischerwijs van het zelfvertrouwen, wat hen alleen maar nòg mooier en dus aantrekkelijker maakt.

Dat mensen graag mooi willen zijn, is dus heel begrijpelijk. Want hoe je het ook wendt of keert, onze buitenkant is het eerste wat anderen van ons zien. Voor het waarnemen van innerlijke schoonheid is meer tijd nodig.

En hoe oneerlijk ook: achter een mooi uiterlijk wordt automatisch een mooi innerlijk vermoed, wat natuurlijk lang niet altijd het geval is.

Kunst is sexy

Ook evolutionair psycholoog Nicholas Humphrey bevestigt –meer in het algemeen- dat we schoonheid als goedheid beschouwen: ‘Het vermogen om schoonheid kunnen waarderen zien we als een waardevolle eigenschap van onszelf. We gaan er vanuit dat anderen het in ons kunnen waarderen dat we oprecht iets prachtigs kunnen bewonderen dat volledig buiten onszelf staat.

Als we opgewonden raken over iets dat we mooi vinden –of het nou schilderijen, muziek, woorden of ideeën zijn- reageren we op een dieper niveau op de hand van de maker, een menselijke kunstenaar. Iemand die prachtige dingen kan maken, beschikt ongetwijfeld over hoog ontwikkelde zintuigen, een bovengemiddelde motoriek en misschien ook wel over bovengemiddelde intellectuele en morele vermogens. Zo iemand hebben we graag als partner.’

Kunst is dus in de eerste plaats sexy, en succesvolle kunstenaars zijn al helemaal sexy.

Hetzelfde geldt voor iedereen die goede van slechte kunst kan onderscheiden of een andere kundigheid tot in de puntjes beheerst en uiteraard voor iedereen die gewoon zelf mooi is. Dus je ziet, er is hoop.

Mocht je helaas meer op een naakte molrat lijken dan op een paradijsvogel, zorg dan dat je ergens heel erg goed in wordt, dan ben je evengoed aantrekkelijk!

Geen besef van tijd

Volgens natuurvorser Richard Jefferies zijn ‘de uren waarin onze geest in beslag genomen wordt door de schoonheid van de natuur, de enige uren waarin we echt leven. Hoe langer we temidden van al deze schoonheid kunnen vertoeven, hoe meer we ontrukken aan de onverbiddelijke Tijd.’

Adriaan Kortlandt, een wildonderzoeker in Congo, zag eens een chimpansee naar een spectaculaire zonsondergang staren. ‘Hij vergaapte zich aan de voortdurend veranderende kleuren in de lucht totdat het zo donker werd dat hij zich gauw moest terugtrekken in het bos, zonder onderweg te stoppen om een pawpaw te plukken voor zijn avondeten.’

Dus zelfs chimpansees, die maar al te goed weten dat bij het vallen van de nacht het luipaard op jacht gaat, kunnen zich zó verliezen in de schoonheid van de natuur, dat de tijd even stil staat…

Geraadpleegde bronnen voor dit artikel: The Descent of Man and Selection in Relation to Sex, door Charles Darwin, The Art Instinct – Beauty, Pleasure and Human Evolution, door Dennis Dutton, At Home In The Universe – The Search for the Laws of Self, door Stuart Kauffman, Survival of the Prettiest – The science of Beauty, door Nancy Etcoff, The Illusion of Beauty, door Nicholas Humphrey. 

 

Journaliste met een zwak voor de natuur EN de menselijke natuur. Werkt(e) onder meer voor natuurmagazine Roots, Wereld Natuur Fonds, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten en is mede-auteur van zeven boeken over de natuur.