Na ISIS op zoek naar nieuwe redders

ISIS is verslagen, maar allerminst onschadelijk gemaakt. Niet alleen zitten haar strijders nog verborgen in tunnels, grotten en slapende cellen; doordat soennieten zich haar grootste slachtoffer voelen, blijven ze gevoelig voor groepen en politici die zich voordoen als hun redders. Door Judit Neurink in Erbil, Hawija, Mosul

“De soennitische revolutie is dood,” beweerde de 24-jarige sjeik die ik onlangs in een van de dorpen van Hawija interviewde. Hawija speelde een belangrijke rol bij het ontstaan van de soennitische opstand tegen de sjiitische regering in Irak – en de opkomst van de islamitische terreurgroep ISIS.

Voor de islamitische terreurgroep ISIS Irak binnentrok, werd in de soennitische steden van Irak maandenlang gedemonstreerd tegen de manier waarop de regering in Bagdad soennieten discrimineerde. ISIS wist in de protestbeweging te infiltreren, en haar zwarte vlag dook steeds vaker op. Toen het Iraakse leger daarom besloot hard op te treden, leidde dat alleen maar tot meer steun voor de soennitische revolutie – iets wat ISIS goed kon gebruiken om haar regime te vestigen.

Sinds december heet ISIS officieel verslagen te zijn in Irak, maar niets is minder waar. Haar strijders hebben er nog tunnels, ziekenhuizen, bomfabriekjes. Ook in grote delen van het buitengebied van Hawija waarin zo’n vijfhonderd dorpen liggen, zijn haar leden nog actief. Deze week doodden zij een stamhoofd van de Al-Obeidistam. De veiligheidsdiensten krijgen in de strijd tegen ISIS nu steun van teruggekeerde dorpelingen, die hebben moeten ervaren dat de groep haar beloftes voor een beter leven niet kon nakomen.

Iraakse vlag

Hoewel teruggekeerde soennieten vol trots de onder ISIS verboden Iraakse vlag weer uithangen, is hun positie in Irak er door de terreurgroep bepaald niet op vooruitgegaan. In feite zijn zij de grootste verliezers. Alleen in het Hawija-gebied zijn onder ISIS zevenduizend doden gevallen. Nog vijfduizend mensen worden vermist. Kijk naar de sjeik, die zijn vader en enkele ooms verloor aan ISIS, en zijn studie petrochemie moest opgeven om zijn vaders functie als stamhoofd en bemiddelaar over te nemen. Veel dorpelingen troffen na terugkeer hun huis in puin aan – omdat ISIS het had gebruikt en de coalitie het bombardeerde, of omdat zij zich bij ISIS aansloten en hun dorpsgenoten het vernielden als signaal dat ze niet meer welkom zijn.

Vrijwel iedereen verloor iets aan ISIS – geliefden, werk, studie, bezit. Een hele bevolkingsgroep verpauperde. De schade in heroverd gebied is zo groot, dat het vele jaren gaat duren voor de soennitische gemeenschap weer terug is op het niveau van voor ISIS, stelt Rasha al Aqeedi vast, “en dat was al niet ideaal.”

Al-Aqeedi komt zelf uit Mosul, en heeft als researcher aan het Al Mesbar Studies and Research Center in Dubai de opkomst en neergang van ISIS op de voet gevolgd. Haar conclusie is dat soennieten na ISIS op alle fronten hun macht kwijtraakten; economisch, geografisch en politiek.

Een belangrijk gevolg van de ISIS-jaren is, zegt ze, “dat het vertrouwen in de soennieten is gebroken. Ze zijn nu ieders kwade pier.” Dat een relatief klein aantal soennieten besloot met ISIS te werken, heeft repercussies voor de hele groep. Duizenden zijn maanden na de bevrijding van hun steden nog steeds ontheemd. Duizenden gezinnen zijn gebroken omdat de mannen, al dan niet terecht, gevangen zitten voor lidmaatschap van een terreurgroep.

Demografie

Er is sprake van een demografische verandering; ontheemden kunnen niet terug omdat ze geen geld hebben om hun huizen die in puin liggen te herbouwen. Duizenden anderen zijn opgesloten in speciale kampen en zullen nooit meer welkom zijn in hun eigen woonplaats of regio. “Dat versterkt de aantrekkingskracht van terroristische groepen,” waarschuwt Al-Aqeeda. “Mensen zullen zich uit wanhoop aansluiten, om een nieuw huis te bouwen ter vervanging van hetgeen ze verloren.”

Ontheemden speelden ook al een belangrijke rol bij de opkomst na 2003 van eerst Al Qaida in Irak, en daarna ISIS. In Hawija hoor ik van dorpelingen dat vooral mensen die zich vanwege de Amerikaanse jacht op Al Qaida bij hen hadden gevestigd, met ISIS heulden.

In een ander ISIS-bolwerk, Talafar, waren soennitische Turkmenen die door sjiitische plaatsgenoten uit hun huizen waren verdreven, een dankbaar doelwit voor Al Qaida’s werving. Net als Arabische inwoners uit Makhmour, Rabbia en Sinjar, die vluchtten toen Iraakse Koerden hun gebieden na 2003 inlijfden. Velen kwamen naar Mosul, maar konden daar niet integreren en kwamen in plaatselijke kampjes terecht – alweer: klaar voor werving door radicale moslims.

“In mijn eigen buurt in Mosul bouwde een familie ’s nachts een huis op een leeg stukje land. Ze vertelden dat ze verdreven waren uit hun huizen en dat de overheid niets had gedaan. Ze woonden daar, en plots ging de criminaliteit in de buurt omhoog.” Dit voedde de negatieve gevoelens op alle niveaus, zegt ze, en iedereen was boos op de overheid.

Grote schaal

“En nu het op zo’n grote schaal gebeurt, met duizenden die ontheemd zijn, zal dat de onvrede ook weer vergroten. Dan heb je een perfect recept voor nog een terroristische opstand. Misschien niet noodzakelijkerwijs door een islamitische organisatie, maar een beweging die zich minder op de sharia-wetten en meer op sociale gerechtigheid richt, is net zo beangstigend.”

De problemen komen niet alleen van buiten. “ISIS is erin geslaagd de soennitische gemeenschap op te breken, helemaal tot op het niveau van de familie,” zegt Al-Aqeeda. “Je hebt families waarvan een lid zich aansloot, terwijl de rest fel tegen was. Vanwege dat ene lid worden ze de stad uitgezet. Die families zullen zich niet snel herstellen.”

Ze spreekt over het stigma, dat zij nog lang zullen dragen. “Er is sprake van schuld door associatie,” stelt ze vast. “Iedereen die een familielid of zelfs een vriend heeft die zich aansloot bij ISIS, is verdacht. Waar gaan die mensen naartoe? Families die schuldig zijn verdienen straf, maar zij die niets van doen hadden met de schuld van hun zoon of dochter… Dit is collectieve straf die de wonden nog zal vergroten.”

Verzwakt

Je hoeft alleen maar rond te kijken in heroverde steden om te concluderen dat de soennieten verzwakt uit de strijd zijn gekomen. Politiek gezien zijn ze nog afhankelijker geworden van de overheid, die echter iedereen die de ISIS-bezetting uitzat beschouwt als dader, en geen haast maakt met het herstellen van hun salarisbetalingen. De regering weet dat soennieten geen vuist kunnen maken omdat ze politiek te verdeeld zijn: tussen de uitersten van samenwerken met de sjiieten in Bagdad, tot streven naar een eigen soennitische regio.

Die laatste stemmen zijn weliswaar verstomd na de sancties die Bagdad de Koerden oplegde vanwege hun referendum over afscheiding van Irak, maar niet verdwenen. De gedachte achter de soennitische revolutie is nog springlevend: het gaat om macht die soennieten na de Amerikaanse invasie van 2003 – naar de overtuiging van velen ten onrechte – is ontnomen.

Daarom ook zegt Rasha al-Aqeeda dat ze geen soenniet in Irak vertrouwt, die zich niet uitspreekt voor eenheid, verzoening en toenadering tot de sjiieten en de Koerden. “ISIS heeft duizenden vermoord, maar dat negeren ze. Ze praten alleen over de misdaden van de Hashed-milities.” De sjiitische milities die ingezet zijn om met het Iraakse leger ISIS te verdrijven, zijn berucht om hun wraakacties.

Veel soennieten kunnen de vraag wie de grootste vijand van de Iraakse soennieten is – ISIS of de regering – nog steeds niet eerlijk beantwoorden, zegt ze. “Ze leggen de schuld voor het ontstaan van ISIS bij Iran, of bij oud-premier Maliki. Buiten zichzelf. Zolang ze niet toegeven wat er werkelijk gebeurd is, en dat ze zich daar geen raad mee weten, zie ik de situatie niet snel beter worden.”

Mijn gekozen waardering € -

Judit Neurink is schrijver en journalist die vooral schrijft over Irak en het Midden-Oosten