COLUMN // Een uit zijn slaap gehouden Braziliëcorrespondent buigt zich over een ethisch vraagstuk: mag je klagen over het lawaai van rondvliegende kogels als je eigen leven geen gevaar loopt?

STEUN RO

Ik slaap al een paar nachten slecht. Dat komt door de schietpartijen die zich tegenwoordig op hemelsbreed tweehonderd meter van mijn flat afspelen.

Ik woon in een jaren zestig-portiekflat in een volksbuurt in de binnenstad van Salvador, in het noordoosten van Brazilië. Mijn flat ligt op een heuvel die aan drie kanten omsloten wordt door achterstandsbuurten die zelfs door de bewoners zelf favela genoemd worden – en in Salvador wil dat wat zeggen.

In een van die buurten is het de afgelopen weken avond aan avond raak. Rivaliserende drugsbendes strijden er al een jaar of tien om de macht, maar sinds vorige maand is een aantal om hun wreedheid bekend staande bendeleiders terug van weggeweest. Dat was voor sommige buurtbewoners reden om te vertrekken; onder hen mijn nieuwe buren. Een van hen is militair politieagent; de favela waar hij opgroeide is voor hem niet langer veilig. Toen ik hem een paar avonden geleden in het trappenhuis tegenkwam moest hij lachen als een boer met kiespijn. ‘Ik wist niet dat je het pief-paf-poef daar beneden hier op de heuvel ook kan horen.’

Ik lig in mijn bed, mijn ogen open in het donker, en luister naar de nachtgeluiden. Harde, scherpe knallen: kogels. Een ander, holler geknal: rotjes die afgestoken worden om het geluid van de schietpartij te maskeren. Honden trappen daar niet in en slaan alarm. Daar heb je de politiesirenes, zometeen komt de ambulance.

Alex Hijmans (1975) is internationaal correspondent en schrijver. Zijn standplaats is Salvador, de derde stad van Brazilie, waar hij in een volksbuurt woont en verder kijkt dan voetbal, samba en zogenaamde Wirtschaftswunderen. Hij schrijft, net zoals weleer voor de papieren De Pers, journalistieke reportages en persoonlijke columns. Met veel beeld en altijd met de blik van een local.