Was die Nashville-actie nu een terloopse oprisping van een paar naïeve huis-tuin-en-keukentheologen? Of legt het document de diepere driften van christelijke hardliners bloot? Arjan Baan, één van de initiatiefnemers in Nederland: “Het beangstigende van deze tijd vind ik dat we bedwelmd worden door Babylon. Dat christenen zich over twintig jaar achter het oor krabben en roepen: hoe hebben we in vredesnaam homoseksualiteit in onze kerken toegelaten?”

STEUN RO

In veel kerken is het gemakkelijker een rommelmarkt organiseren dan bidders vinden, zegt evangelist Arjan Baan met een ernstig gezicht. Al ruim acht jaar lang roept hij vanuit stichting Heart Cry zijn mening over het geestelijk klimaat in Neêrlands kerk de wereld in. Sommige leiders roepen terug. Anderen stoppen hun oren toe. En er zijn ook duizenden volgelingen. Jongelui, die zeggen te verlangen naar gemeenschap, ‘fellowship’, ‘koinonia’.

In reformatorisch Nederland kennen ze hem wel, Arjan Baan. Dat is die arminiaan van Heart Cry. Die activist. Man van het ‘overwinningsleven’. Charismaticus. Perfectionist. Om etiketten zit de geestelijk vader van Heart Cry niet verlegen. Dominees en andere leidslieden uit de rechtervleugel van de gereformeerde gezindte (de meest orthodoxe hoek van christelijk Nederland) hadden de enthousiaste bekeerling al snel in het vizier van hun theologisch geschut, toen in 2006 de stichting Heart Cry werd opgericht. En schieten moesten ze, want die Arjan kon met zijn clubje weleens een vervelende parasiet worden op hun kerkelijke erven. Met zijn beweging verlangde de evangelist uit Sliedrecht naar een ‘opwekking’ in kerkelijk Nederland en in dat kader riep hij kerken – vooral reformatorische – terug. Terug naar de Bijbel, welteverstaan. In de rechtse hoek preekten ze Jezus wel, zei hij, maar achter een vitrineglas. De mensen konden er niet bij. Het was tijd voor een nieuwe reformatie, een reveil, een opwekking.

Incidenteel
Het echte wildplakken begon in 2007, toen Baan tijdens een interview in het Friesch Dagblad de vraag ‘Zondig jij nog?’ beantwoordde met: ‘Incidenteel’. Dat vonden veel christelijke voormannen te ver gaan. Te midden van hordes boze bijbelgordelaars klommen ook de christelijk-gereformeerde dominees Cornelis Pieter den Boer en Arnold Huijgen in hun pen en schreven ‘een stigmatiserende publicatie’. Hun conclusie: Heart Cry is arminiaans. Dat betekent zoveel als: ze deugen niet.

Die storm is in de loop van de jaren wat tot bedaren gekomen. Ultrarechts en -links krijgen om verschillende redenen nog steeds een nare theologische bijsmaak van de stichting, maar op het snijvlak van het evangelisch en reformatorisch christendom kunnen veel gelovigen zich prima in het gedachtegoed van Heart Cry vinden. Ze bezoeken conferenties in Ambt Delden, ‘geestelijke groei’-avonden her en der in het land of volgen een twee jaar durende cursus aan bijbelschool Filadelfia in Langbroek.

Nu is de kompasnaald van Heart Cry door de jaren heen wel wat van richting veranderd, legt Baan uit. Van een ietwat puberale drift de biblebeltchristen uit zijn geestelijke winterslaap wakker te rammelen, verlegde de stichting haar accent naar ‘geestelijke toerusting van ware gelovigen’. Heart Cry wil ‘geen religie maar relatie’.

In een visiedocument schrijft Heart Cry dat kerken zich nauwelijks meer druk lijken te maken om het Lam van God, maar vooral bezig zijn met beleidsplannen, activiteiten, liturgische vernieuwing en het adopteren van nieuwe liedboeken. Gaat u, net als uw reformatorische criticasters, niet een tikje kort door de bocht?
“Hmm… Waar heb je dat gelezen? Op de website? Kijk, we zijn nu een paar jaar verder. Als beweging zijn we gebalanceerder geworden, denk ik. In het begin waren we meer profetisch, waarschuwend. Nu zijn we veel meer bemoedigend, toerustend. Maar, als de Here ons nieuwe dingen duidelijk maakt, lopen we er niet voor weg om die in liefde te benoemen.”

Makkelijk roepen vanaf de zijlijn. Maar waar staat Heart Cry zelf dan precies?
“Je kunt ons het best typeren als een bijbelgetrouwe refogelische beweging. We willen staan op de schouders van de Reformatie, maar geven ook ruimte aan accenten die ná die opwekking zijn gelegd. Denk aan de Great Awakening en het Réveil. Visies die hieruit opbloeiden willen we opnemen in ons gedachtegoed.”

Zitten mensen van Heart Cry qua geloofsvisie een beetje op één lijn?
“Het is belangrijk de kern van het Evangelie voor ogen te houden en Gods woord, vanuit de relatie, te gehoorzamen én heilig te leven. Het gaat niet alleen om de rechtvaardiging, maar ook om de heiliging. Daarnaast is er een hele serie vraagstukken, zoals Israël, de doop, de eindtijd, charismata en noem maar op, waar door de eeuwen heen verschillend over is gedacht en dus ook bij ons. Met uitzondering van de typisch postmoderne vraagstukken, zoals homoseksualiteit, de rolverdeling tussen man en vrouw, het christelijke huwelijk. Daarover hebben we ons heel duidelijk uitsproken. Jongelui waarderen dat, zo’n Bijbelse visie.”

Bijbelse visie? Bepaalt Heart Cry wat Bijbels is en wat niet?
“Ik neem aan dat je als christen de Bijbel van kaft tot kaft gelooft en dat je jouw visie voortdurend met de Schrift wilt onderbouwen. Dat is tenminste wat wij verlangen te doen.”

En dat doen jullie zonder sociologische, historische, culturele of theologische bril?
“Natuurlijk, je staat in een bepaalde traditie. Maar het probleem van de kerk in deze tijd is dat alles maar gerelativeerd wordt. Als het gaat om homoseksualiteit, moet je die ruimte niet willen nemen. Het gaat volkomen in tegen de rode draad van de Bijbel om dat goed te keuren. In zo’n geval vind ik dat kerkelijke relativisme een zonde.”

Maar biedt u dan nergens een beetje ruimte voor interpretatie? Als Heart Cry het zegt, dan is het zo.
“Nee hoor, zeker-r-r niet. Als het gaat over kleding of bijvoorbeeld hoofdbedekking, dan zeggen wij: daar kun je verschillend over denken. Een aantal zusters heeft bij onze conferenties steevast een gesluierd hoofd.”

Maar dat vindt u te ver gaan.
“Nou, nee. Ik denk ook dat dat Bijbels is. Maar we laten elkaar er vrij in. De een doet het wel, de ander niet. Het gaat erom dat we kuis en ingetogen door het leven gaan, dat we elkaar niet seksueel prikkelen en tot zonde verleiden.”

Uitonderhandeld
Afijn, hoofdbedekking is als discussiestuk in een goed deel van de Nederlandse kerk al lang en breed uitonderhandeld, want hoedjes en sluiers horen niet meer bij onze cultuur, in tegenstelling tot de context waarin Paulus zich begaf, ergo: af die hoed.

Zo gaat het ook met het thema homoseksualiteit in de kerk. Nu hot en happening, straks heeft niemand het er meer over.
“En dát – (stemverheffing) en dát – (extra stemverheffing) en dát vind ik nu het beangstigende van deze tijd, dat we bedwelmd worden door Babylon, dat christenen zich over twintig jaar achter het oor krabben en roepen: ‘Hoe hebben we in vredesnaam homoseksualiteit in onze kerken toegelaten?’ Het is de postmoderne mens, de tijdgeest, we leven in de tijd van Richteren. Ieder doet wat goed is in zijn eigen oog.”

Denkt soms niet hardop: Arjan, je zit er gruwelijk naast?
“Gruwelijk naast… gruwelijk naast… Nee, dat niet. Ach, ik ben soms misschien wel wat kort door de bocht. En ik geef toe: in onze begintijd waren we weleens wat eenzijdig. We hebben bepaalde thema’s teveel vanuit één hoek belicht. Maar goed, een profeet moet soms aan de andere kant van de boot gaan hangen om het schip te wenden.”

Bent u een profeet?
“Nee, maar de Here geeft mij wel vrijmoedigheid om een bepaalde scheefgroei in kerken onder de aandacht te brengen. Ik ben vooral een evangelist.”

In uw jargon: welk verlangen voor de kerk hebt u nog in uw hart?
“Dat er meer profeten opstaan. Ik ben een groot voorstander van de vijfvoudige bediening, waarin apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars een plaats krijgen. De waarschuwende profeet, die de kerk terugroept naar Gods Woord, wordt meestal monddood gemaakt. Een man als dr. W. Aalders, dát was zo’n profeet. Hij wees op de tijdgeest. Nu hij overleden is, gaat de kerk hem misschien serieus nemen. In een interview in het Reformatorisch Dagblad zei hij eens dat gezapigheid de diepste oorzaak van de crisis in de kerk is. En zo is het. Hij zei: ‘We moeten geshaket worden.’ In lijn met zijn nalatenschap wens ik iedereen een schokkende ervaring toe.”

Vergeving
Dit artikel bevat delen uit een interview dat in mei 2014 in opinieblad 
De Nieuwe Koers is gepubliceerd. Kort na publicatie stuurde Arjan Baan een open brief aan de predikanten en leden van de Gereformeerde Gemeenten, waarin hij vergeving vraagt voor de houding van Heart Cry ten opzichte van deze kerk. Hij schrijft: ‘We zijn niet altijd op onze plaats geweest, ook niet richting de Gereformeerde Gemeenten. We hebben ook moeten leren, door schade en schande, dat we niet boven de kerken staan maar alleen de taak hebben te wijzen op de noodzaak van bekering, een levende relatie met God en een juiste houding binnen de gemeenten waartoe we behoren. De balk en de splinter wijzen ons op onze eigen zonden. We vragen u in het licht van Daniël 9 om vergeving.’ 

In gelijkende bewoordingen vraagt Baan kort na de storm van Nashville opnieuw vergeving, nu voor ‘de harde kanten en onduidelijkheden in de Nashville-verklaring.’ ‘Dit hebben wij zo niet bedoeld.’

Publiceert als journalist en essayist onder andere in NRC, Trouw, De Groene Amsterdammer, OneWorld en het AD. Bij Uitgeverij Ten Have verschijnt in 2022 zijn boek Moeder van 40.000 kinderen, over armoede en de noodzaak om die snel en volledig uit te bannen. Werkt ondertussen aan zijn debuutroman.