In het onderzoek van de Oostenrijkse historici K. Taschwer en T. Scheer zijn nieuwe archiefstukken gevonden waar uit blijkt dat de kerk bewust betrokken was in het wegsluizen van nazi’s.

STEUN RO

In het bekende werk van Phillippe Sands “De Rattenlijn” wordt de relatie tussen Otto Wächter en nazi-bisschop Alois Hudal aangehaald. Hudal stond aan het hoofd van de naoorlogse rattenlijn via het Vaticaan. Inmiddels zijn er meer namen opgedoken die door zijn organisatie naar Latijns-Amerika zijn geholpen: massamoordenaars als Franz Stangl, Adolf Eichmann, Hans Fischböck (werkkampen) en de Slager van Riga Edward Roschmann. Onder hen waren ook Nederlandse nazi’s die door Hudal werden geholpen. Eén ervan was Maria Sassen. Maria was de oudste zus van de bekende Kriegsberichter Willem Sassen. Willem werd bekend vanwege de opgenomen gesprekken met Adolf Eichmann over de Endlösung in Buenos Aires. Over Maria is veel minder bekend. Dat betekent echter niet dat ze voor Willem als nazi onderdeed. Integendeel. Ze was zo belangrijk voor het nazi-regime dat Hudal voor haar in de bres sprong.

Top agente

Maria Sassen was van huis uit al gegrepen door het nationaalsocialisme en het pro NS-Vlaamse activisme. Na de val van Frankrijk voerde ze als sympathisant van het Vlaams nationalisme al haar eerste heldendaad uit. Uit Franse concentratiekampen redde ze de weggevoerde Vlaamse activisten die uit voorzorg waren gearresteerd en afgevoerd. De Vlaamse dichter Ward Hermans roemde haar inzet in een gedicht. Bij de hereniging van alle voormannen van het Vlaams Nationaal Verbond werd ze op het podium als een heldin gehuldigd, waaronder August Borms en Reimond Tollenaere. Ook de Duitse bezettingsautoriteiten zagen in haar een groot symbool. Ze werd door de Duitse geheime dienst gerekruteerd en moest talrijke cursussen doorlopen. Hoofdthema was de soepele integratie van de bezette gebieden in het Duitse Rijk. Ondertussen droegen ook haar andere broers en zussen, Francine, Alfons, Georgette, Johanna en de bekende Kriegsberichter Willem Sassen hun steentje bij. Allen schreven, rapporteerden of spraken voor de Duitse propaganda machine. Het nazisme droop letterlijk van de familie af.

Halverwege de oorlog werd Maria door het Reichssicherheitshauptamt (RSHA) ingezet als geheim agente. Er was een glansrijke carrière voor haar weggelegd. Samen met bekende verraadsters als Helene Louise ten Cate Brouwer, Peekema Dibbets, Dod Nanning of Maria Kapteijn, trad ze toe tot de spionnenelite van nazi-Duitsland. Tot het einde van de oorlog berichtte ze over gezagsondermijnende organisaties, personen en hulporganisaties als het Rode Kruis. Haar droom viel in duigen toen het nazirijk uitviel.

De vlucht

Na Dolle Dinsdag (5 september 1944) bracht ze haar moeder en zus op en duikadres in Hillesheim onder. Zelf vertrok ze naar Berlijn, waar ze orders kreeg om zich aan te sluiten bij de nazi-ondergrondse. De zogenoemde Wehrwolf-organisatie. Na de oorlog werd ze voor zowel de Belgische als Nederlandse justitie voor verraad gezocht. In een onderschepte briefwisseling tussen een geestelijk familielid en de familie Sassen werd het duikadres in Duitsland achterhaald. Op 10 oktober 1946 werd Maria daar door de geallieerde opsporingsdiensten gearresteerd. Haar hechtenis duurde niet lang:

Op de een of andere manier weet zij uit detentie te ontsnappen en wordt ze drie jaar later in Oostenrijk opnieuw gevonden. Maria is met haar partner, de Duitser Rolf Burk, ondergedoken en uiteindelijk in Oostenrijk beland. In Lindau woont namelijk zijn vader. De opsporingsinstanties blijven Maria op het spoor. Op 17 januari 1949 heeft Maria zich met Rolf Burk in Pfunds bij Landbeck (Tirol) schuldig gemaakt aan diefstal met inbraak. Niet veel later vinden ze Burk. Hij ligt dan in het ziekenhuis in Innsbruck. Opnieuw weten Maria en Burk te ontsnappen. Dit keer is Rome de eindbestemming.”

Oostenrijk

Maria vluchtte samen met haar partner Rudolf Burk, een Duits-Ecuadoraanse textielhandelaar. Via de naziondergrondse beweging beschikte hij over belangrijk contacten die hij aanwendde om te kunnen ontsnappen. Zo kreeg Maria via de Oostenrijkse vluchtelingenhulporganisatie (Assistenza Austriaca) ondersteuning. Aan het hoofd hiervan stond bisschop Hudal. Assistenza Austriaca ving in Italië niet alleen vluchtelingen, ontheemden en staatslozen op. Zijn organisatie werd ook als dekmantel gebruikt voor de Roomse rattenlijn. Op zijn hulp konden talloze nazi’s die naar Oostenrijk en Italië waren uitgeweken, waaronder Burk en Maria Sassen, rekenen.

Italië

In de Italiaanse hoofdstad werden ze in hun levensonderhoud voorzien van geld uit het fonds van Hudal (Assistenza Austriaca). In afwachting van hun tijdelijke identiteitsdocumenten werden ze op diverse onderduikadressen ondergebracht. Maria probeerde ondertussen onder de valse naam Hendriks bij verschillende Zuid-Amerikaanse ambassades visa aan te vragen. Die op hun beurt de Nederlandse ambassade informeerden. Hierdoor wist de Nederlandse justitie dat ze inmiddels zich in Rome bevond. In september 1949 werd aan de Italiaanse autoriteiten haar uitlevering gevraagd. Daar werd niet snel op gereageerd. Ook statenlozen werden niet zomaar uitgeleverd. De Nederlandse ambassadeur beklaagde zich over de traagheid en onwilligheid van de lokale instanties om Maria uit te leveren. Het duurde te lang en hoe langer gewacht werd, des te groter was de kans dat ze kon ontsnappen.

Aan boord

Zoals gevreesd werd konden Maria en Burk ontkomen. Op 15 juli 1950 bereikten Maria en Burk op een document van het Rode Kruis Ecuador. Officieel was Burk tijdens de overtocht aan de gevolgen van kinderverlamming overleden. Zijn in scene gezette overlijden was nodig om andere voortvluchtige nazi’s naar Ecuador te loodsen. Waaronder Maria’s broertje Alfons Sassen en later ook haar zus Georgette. Zij kwam met haar partner, de Maastrichtse NSB-burgemeester Louis Peeters. Vele anderen zouden door zijn bemiddeling volgen. Zowel van die van Burk als Peeters…

Otto Wächter

Maria kreeg hulp vanuit dezelfde organisatie als de Oostenrijker Otto Wächter. Deze oorlogsmisdadiger werd in Rome geholpen door het duo Hudal en de Duitse dokter Willi Marchesani. Het was Marchesani die Maria voordroeg als trouw katholiek die steun nodig had. Volgens de aangetroffen documenten uit het Hudal-archief ontving Maria in de maanden augustus, september en oktober 1949 een toelage. Via Hudals netwerk werden de Rode Kruispapieren geleverd waarmee de bekende nazi’s in Genua of Bari aan boord van passagiersschepen konden aanmonsteren. Schäfer werd echter ziek en haalde nooit zoals zijn kameraden als Stangl, Fischböck of Eichmann Latijns-Amerika.

Laat ze gaan

In 1951 wilde Maria een Nederlands paspoort aanvragen bij het consulaat in Quito. Toen er aan het ministerie van Justitie werd gevraagd wat er met Maria Sassen moest gebeuren, luidde het antwoord: (19 februari 1951): “Als het enigszins mogelijk is ware betrokkene in Ecuador te laten. Wij doen alle moeite om personen aan te zetten tot emigratie. Het zou vreemd zijn om juist minder gewenste lieden weer naar Nederland terug te halen.”

Dit standpunt werd op een breed vlak gedeeld. J.D.G. Goedhart van het tribunaal van ’s-Hertogenbosch berichtte aan directeur-generaal hoofd van de Politie Den Haag inzake M.J.J. Sassen: “Moge ik u berichten dat overbrenging van deze vrouw naar Nederland mij absoluut onverantwoord voorkomt. Zij is berecht bij verstek, dus voor haar berechting is zij niet meer nodig. Helaas was zij bij de instructie in haar zaak niet aanwezig, zodat ik mij ten aanzien van de dagvaarding zeer grote beperkingen heb moeten opleggen. Gezien het karakter van haar strafzaak geloof ik dat zelfs het rijk afgezien van de kosten van overbrenging meer gediend is met afwezigheid van deze juffrouw, die een voortreffelijke spionage en contraspionage opleiding deelachtig werd aan de Skorzeny A-Schule-West in Zorgvliet, terwijl bovendien haar relaties aan het Reichssicherheitshauptamt het SS-Hauptamt en bij de Abwehr op zeer hoog niveau lagen. Ook het bedenkelijke gemak waarmee deze juffrouw na de bevrijding de wereld rondreisde, heeft mij bevreemd. Concluderende moge ik UHEG adviseren geen enkele stap te ondernemen deze jongelui (Willem, Alfons en Maria) naar Nederland over te brengen. Het ware voor Nederland te hopen dat zij in het aan politieke omwentelingen steeds zo rijke Zuid-Amerika voldoende mogelijkheden vinden hun ambities af te reageren zodat Nederland daarvan verder gespeend moge blijven. Allen hebben mi de Nederlandse nationaliteit verloren.”

Nazi tot het einde

Hudal bleef niet alleen contact houden met Maria. Zowel Hudal als de naar Argentinië uitgeweken Willem Sassen schreven voor Der Weg of De Schakel. Een blad dat door uitgeweken nazi’s werd opgezet om het nazidom hoog in het vaandel te houden en om voortvluchtige kameraden van raad en daad te voorzien. Via de uitgeverij hiervan stonden de uitgeweken nazi’s en hun heimat in contact elkaar. Net als Willem bleef zijn oudste zus Maria steevast de nazi-ideologie hoog houden. Pas bij het overlijden van Maria in 1997 werden de foto’s van Hitler en Mussolini van de muren gehaald.

Bovenstaande foto is afkomstig uit het archief van het Pontifical Institute Santa Maria dell Anima, Rome, Hudal, doos 26, betreffende de aanbeveling van Maria Sassen aan Hudal door Marchesani. Tijdens het onderzoek van K. Taschwer en T. Scheer is deze info met betrekking tot de Roomse Rattenlijn opgedoken.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
tarzanvanlimburg@gmail.com'
    Botman is een onafhankelijke non-fictie auteur betreffende de volgende onderwerpen Tweede Wereldoorlog geschiedenis, inlichtingendiensten, biografieën over collaborateurs en spionnen, Koude Oorlog, huurlingen in Afrika en Indonesië, onafhankelijkheidsstrijd RMS, clandestiene operaties MI6 en CIA. Alle informatie is verkregen door intensief archief onderzoek, interviews en privécollecties. Inmiddels zijn er over deze onderwerpen vier non-fictie boeken bij Uitgeverij Aspekt verschenen: De intriges van de gebroeders Sassen (2013), De Tarzan van Limburg (2019), Beruchte Collaborateurs op vrije voeten (2020) en De Nederlandse Rattenlijn (2021), plus een aantal artikelen in de Alkmaarse Courant, De Morgen, Het Nieuwsblad, Het Parool en de Oud Hagenaar.