Nooit geweten dat ik een traantje zou voelen opwellen om het lot van een 17e eeuwse Raadspensionaris. Toch gebeurde dat op vrijdag 21 december, bij de première van ‘1619, maak het kort…’.

STEUN RO

Met dit slotdeel zet auteur Erik Snel een kroon op zijn trilogie over de Tachtigjarige Oorlog. Was deel 1 (1600, slag bij Nieuwpoort) vooral een vrolijke opeenstapeling van knullige misverstanden, die hij samen met regisseur Victorine Plante fijn in beeld bracht, in deel twee en drie was ook ernst gewenst. Die kwam er, en met het laatste deel is er zelfs chemie aan toegevoegd.

Chemie is altijd lastig als je theater maakt dat ook een publiek van jongvolwassen pubers moet kunnen overleven. Chemie vereist namelijk kwetsbaarheid en het laatste dat je wilt zijn in een zaal vol 300 kolkende hormoonbommen, is kwetsbaar. Wil je dat doorstaan heb je hulp nodig van een ijzersterk script, een consequente regie en collega’s waarop je kunt bouwen. De twee acteurs Boris van Bommel en Jilles Flinterman werken samen in dit slotdeel toe naar een grote climax. Van kwetsbaarheid. Als respectievelijk Johan van Oldenbarnevelt en Maurits van Nassau maken ze een vriendschap voelbaar die in deel 1 en 2 alleen nog maar suggestie was.

Principes

Van Oldenbarnevelt moet dood en Maurits moet dat vonnis bekrachtigen, maar ze hebben er geen van beiden (logisch eigenlijk) heel veel zin in. Maar ja. Principes. Dit zijn mannen die geen macht meer hebben over de volkswoede.