Nederlandse innovaties tillen de voedselproductie wereldwijd op een hoger plan. Nee. De verkoop van de modernste technologie helpt de concurrentie niet in het zadel, stelt Ruud Huirne, directeur bij de Rabobank. ‘Onze landbouw is alweer bezig met de volgende vernieuwing.’

STEUN RO

De groeiende wereldbevolking en de stijgende welvaart hangen als een zwaard van Damocles boven onze planeet. In 2050 zal de wereldbevolking zijn gegroeid van 7 naar 9 miljard inwoners. Het gemiddeld besteedbaar inkomen ligt tegen die tijd ook een stuk hoger. Om tegemoet te komen aan de vraag naar voedsel van gezondere en welvarender mensen, moet de wereldwijde voedselproductie met minstens 60 procent groeien, heeft de Rabobank berekend. Voor de bank die wereldwijd leidend is in food en agri is dat geen reden om in de stress te schieten. Integendeel. De Rabobank ziet juist volop kansen. In zowel de biologische als de gangbare landbouw. Niet alleen aan de primaire kant, maar in heel de keten. Nergens is dit zo sterk als in Nederland. Ruud Huirne, directeur Food & Agri, noemt Nederland de kraamkamer van de wereldwijde landbouwinnovaties. ‘We kennen in Nederland traditioneel korte lijnen tussen bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen.’

Ruud Huirne heeft niet één toekomstvisie. Wat betreft kansen voor de Nederlandse food- en agrisector houdt hij er maar liefst drie vergezichten op na. Want kansen liggen er als het gaat om efficiëntie, een effectievere keten en bij de doelen van het voedsel.

De eerste twee thema’s zijn niks nieuws. Toch?

‘Het zijn inderdaad thema’s waar de landbouw al decennia aan werkt, maar dankzij innovaties kan er nog meer worden geproduceerd met minder input. We kunnen nog meer halen uit onze grondstoffen en dieren. We kunnen meer produceren met minder energie, kunstmest en chemische middelen. Afval- en reststromen zijn nog beter te hergebruiken.

En als het gaat om de voedselketen dan liggen de plek van productie en die van de toekomstige consument niet per definitie bij elkaar in de buurt. Bij alle schakels tussen grond en mond valt nog veel te verbeteren. Transport, verwerking, opslag en bewaring kunnen allen bijdragen aan deze efficiëntieslag en vooral beter op elkaar aansluiten.’

Maar wat bedoelt u met de doelen van het voedsel?

‘In de hele keten wordt het voedsel zelf sturend. In de toekomst wordt gekeken naar de doelen van voedsel en naar de wensen van verschillende doelgroepen: sporters, ouderen, patiënten en mensen met gevoeligheden voor bepaalde ingrediënten vragen allemaal ander voedsel. In de toekomst ontstaat er voor iedereen een persoonlijke Schijf van Vijf.

Sport, gezondheid en leeftijd spelen daarin een belangrijke rol, maar ook kwesties als ondervoeding en obesitas. Want niet alleen telt de wereld bijna een miljard inwoners die vrijwel niks te eten hebben, ook ondervoeding veroorzaakt momenteel nog één op de drie kindersterftes; terwijl slechte voeding ook anderhalf miljard obesitaspatiënten veroorzaakt.’

Hoe kan een klein land als Nederland iets betekenen binnen dit soort wereldomvattende kwesties?

‘Ik zou zeggen: Juist Nederlandse food- en agribedrijven kunnen iets betekenen. Want als het om innovaties gaat, is Nederland de kraamkamer. Er zijn wel twintig soorten innovaties. Zelf vind ik big data de belangrijkste.

Met big data kan de hele keten van grond tot mond beter op elkaar inspelen. De specifieke consumentenvraag wordt kortgesloten met de rassenkeuze. Innovaties en startups spelen hier nu al op in. Want big data kan worden gebruikt in de precisielandbouw waar de nieuwste technische innovaties als drones met gps en voercomputers het volledige groeiproces van plant en dier bewaken.’

Klinkt als toekomstmuziek

‘Nu al zitten trekkers, percelen en stallen vol sensoren. Er komt steeds meer informatie, van weersomstandigheden tot en met de wens van de consument. Computers schrikken niet meer van enorme ladingen gegevens, maar er is nog veel onontgonnen terrein.

Neem de genenkaarten van planten en dieren. ‘Daar is ontzettend veel informatie uit te halen over productie en resistentie die uitstekend te gebruiken is voor veredeling. Nog los van een techniek als biotechnologie.’

Biotechnologie is wereldwijd een behoorlijk controversieel thema.

‘Nog wel. Maar de voordelen maken deze innovaties onmisbaar. Bovendien hoeft niet altijd direct te worden ingegrepen in het DNA. Gentechnologie levert immers niet alleen transgene voordelen, de genenkaarten an sich geven ook veel inzicht over de aanleg van gewassen en dieren en hoe daarop in te spelen met voeding, medicijnen, bemesting en management. Je kunt groeiprocessen aan alle kanten corrigeren en zelfs aan de voedingswaarde en de houdbaarheid van het product werken. Op niet al te lange termijn kan biotechnologie zelfs producten als vlees en melk ontwikkelen, zonder dat daar nog dieren voor nodig zijn.’

Hoe kan het dat Nederland zo’n grote rol speelt als het gaat om landbouwinnovaties?

‘We kennen hier traditioneel korte lijnen tussen het bedrijfsleven, de overheid en kennisinstellingen. Deze Gouden Driehoek wordt nog eens versterkt door onze open cultuur. We zitten in dit kleine land dicht op elkaar, kijken telkens over de heg en dat levert een uitstekende voedingsbodem vol kansen. Dit leidt tot innovaties die zich over de hele wereld verspreiden.’

Nederland bouwt zelfs actief innovatiecentra in opkomende markten in China en Afrika. Brengen we onze concurrentiepositie niet in gevaar door onze voorsprong te verkopen?

‘Het is alleen maar goed dat Nederlandse vindingen worden gekopieerd in het buitenland. Dat is gunstig voor de wereldwijde voedselproductie en de internationale agrosector. In Nederland zijn we intussen alweer bezig met de volgende ontwikkeling.  Kijk bijvoorbeeld naar de energieleverende kas en de melkrobot. Jaren geleden werd stellig gezegd: ‘het kan niet’. Nu draait het. En het wordt geëxporteerd.

Intussen werken we in Nederland aan tal van nieuwe innovaties rond bijvoorbeeld big data. Zo blijft de Nederlandse landbouw z’n voorsprong behouden. Die voorsprong moeten we er wel in houden, want op kostprijs kunnen we het internationaal niet winnen.’

© Marc van der Sterren

Lees ook het interview met Clara van der Elst, Rabobank International: ‘De wereld schreeuwt om eiwitten’

Over Marc van der Sterren

Marc van der Sterren is agrarisch journalist met speciale aandacht voor internationale landbouw en een focus op Afrika. Check zijn weblog Farming Africa en volg @Farming_Africa voor updates. 

Beeld: Rabobank Nederland

Marc van der Sterren is freelance journalist en blogger. Hij schrijft, fotografeert en maakt radio en tv. Hij is breed geïnteresseerd, met landbouw, natuur en milieu als specialisatie. Hij is de enige agrarisch journalist van Nederland met als specialisatie Afrika. Maar ook is hij ingevoerd in de lokale berichtgeving over politiek-maatschappelijke ontwikkelingen. Zoals de jeugdzorg.