De Nederlandse gemeenschap in Máxima’s geboorteland verwacht geen knalfeest op de dertigste april. Gebrek aan financiën, de afstand tot Buenos Aires en de doordeweekse werkdag verminderen de animo.

STEUN RO

De grootste groep oranje-aanhangers voor kroningsdag moet komen uit de Nederlandse kolonie in Tres Arroyos. Daar mag zo'n tien procent van de 60.000 inwoners bogen op Nederlandse wortels. Aan de honorair-consul Ida van Mastrigt (73), grijskrullend haar en perfecte beheersing van het Nederlands na 62 jaar in den vreemde, ligt de desinteresse in ieder geval niet. Gestationeerd vijfhonderd kilometer ten zuiden van de hoofdstad Buenos Aires, pendelt ze iedere week naar de ambassade voor overleg voor haar Oranje-vereniging. Maar of er veel landgenoten afreizen voor het festijn is de vraag. “Vroeger regelde de ambassade transport met bussen. Maar of dat nu gebeurt met alle bezuinigingen is de vraag. Ook is feest door de week, op een dinsdag.”

'Dank u'

De verminderde belangstelling is de consequentie van vroeger regeringsbeleid. De 5000 gulden jaarlijkse subsidie voor Nederlandse les is in de jaren tachtig jaren gestopt aan 60 kinderen. De meeste nazaten spreken nu alleen een paar woordjes als “goedemorgen” en “dank u”.

Even later stapt haar fors gebouwde neef binnen. Behalve de taal is alles Nederlands aan hem: de nonchalante manier van zitten, het snoepen uit de schaal stroopwafels. “Ik weet niet of ik word uitgenodigd en bovendien heb ik teveel werk.” De boerderij gaat voor. De nazaten van de eerste Friese en Groningse boeren die in 1889 die tot 1954 het beloofde Latijns-Amerikaanse land binnengingen, hebben de streek doen uitgroeien tot een welvarende streek waar in zacht golvend landschap nu de soyaplanten kniehoog staat. Ida van Mastrigt: “Geen Argentijnse gemeente telt zoveel auto's per inwoner als Tres Arroyos.”

Ik denk niet dat ik ga. Je hebt een uitnodiging nodig en er is veel onveiligheid.

Lucas van der Velde

Maar de band met “Holanda” is weg. Lucas van der Velde, een man van rond de vijftig jaar, zegt voor zijn 'boerenplaats' net buiten de stad schudt zijn hoofd. “Ik denk niet dat ik ga. Het is ver. Je hebt een uitnodiging nodig en er is veel onveiligheid.” Hij is bang dat dieven achter zijn rug inbreken en de veestapel meenemen. Criminaliteit is een groot probleem in dit land (67 maal Nederland) met 41 miljoen zielen.

Zondagmorgen vertelt Wim Prinzen (70) voor de gereformeerde kerk 'Iglesia Reformada' dat hij evenmin naar Buenos Aires afreist voor de viering. 'Een aantal jaren geleden, in 2006, hebben we de koningin hier gehad. Dat was een mooie ervaring. Maar we leven niet zo erg meer mee met Nederland. We hebben onze manier van leven hier.”

De kerkdienst binnen wordt al jaren in het Spaans gehouden. Dominee Maly spreekt in ieder geval geen woord Nederlands. Zelfs de liederen worden in het het wit gesausde hal gezongen in de Argentijnse landstaal.

Ploegen en eggen

Een paar straten verderop, op de school 'Collegio Holandés', gesticht in 1913, spreekt nagenoeg niemand van de 700 leerlingen een woord 'Holandés'. Al verraden achternamen als 'Verkuyl' de wortels. Gevraagd in de vierde klas lagere school steekt een kleinzoon van een van de stichtende vaders van de kolonietrots  zijn hand op. “Hola is hallo.”  Veel verder dan "si is ja" gaat zijn woordenschat niet.

Naast de kerk en de school vormt de coöperatie ALFA, opgericht in 1938, een van de peilers van de Nederlandse migrantengemeenschap. Maar de 35 man personeel zijn inmiddels allemaal Argentijn. Alleen bij de bedrijfsleidster Elba herinnert haar achternaam 'Zijlstra' aan vroeger. De 117 leden leveren jaarlijks de omzet is 150.000 ton aan granen als gerst die voor een deel wordt geleverd aan de lokale bierbrouwerij Quilmes. Vrachtwagen rijden af en aan langs enorme metalen silo's, net buiten de stad. Volgens consul Ida van Mastrigt heerst nog wel de Hollandse mentaliteit. “Terwijl de Nederlander ploegt, egt, ploegt egt en dan zaait, doet de Argentijn dat het liefste alles op één en dezelfde dag.' De noeste instelling heeft de Nederlanders tot voorbeeldburgers gemaakt. “En zonder subsidie of krediet”, benadrukt Van Mastrigt, die als tienjarig kind naar Argentinië emigreerde. In haar tuin staat een oranje molen. Een camera is gemonteerd in de voordeur van het consulaat. “Vijf jaar geleden ben ik overvallen: met een revolver in mijn nek.” Een familie belt aan. Ze spreken geen woord Nederlands maar hebben recht op een paspoort. “Studeren in het buitenland of reizen naar de Verenigde Staten maakt een Nederlands paspoort veel eenvoudiger.” Dat dan weer wel.

De rondwarende Haagse bezuinigingsdrift treft ook de Vaderlandse handelsposten op deze wereld. Eind deze maand maart sluit ze haar conslulaat. Al hoewel de ambassade in Buenos Aires uitdrukkelijk laat weten dat er nog “gesprekken gaande” zijn. Als een van de oudste van de 340 Nederlandse honorair-consuls wereldwijd moet ze sowieso stoppen vanwege haar leeftijd, 72. “Jammer, want ik heb het druk. Vorige maand was hier het wereldkampioenschap zweefvliegen. Veel Nederlandse deelnemers spraken geen Spaans. Ik regelde alles tot bustickets aan toe.” Het emaille bord aan de gevel met de twee leeuwen en de tekst 'Je Maintiendrai' moet er dan af.

En zo verdwijnt Nederland definitief uit Tres Arroyos. “Bij de volgende generatie herinneren alleen de blauwe ogen en het blonde haren aan hun voorouders,” zegt ze met een zweem van nostalgie. Maar voor 30 april hoopt ze in ieder geval nog op één bus vol landgenoten die afreist naar de verre hoofdstad Buenos Aires.

Arnold Karskens is Neerlands meest onafhankelijke en ervaren oorlogsverslaggever. Muckraker. Nachtmerrie voor nazi’s en andere oorlogsmisdadigers. Auteur van tienŒ boeken. Onderzoeksjournalist die nooit ‘nee!’ als antwoord accepteert. Lastig, dwars & gehaat door zijn vijanden, maar Last Man Standing voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.

Geef een antwoord