De foto’s die twee Nederlandse journalisten dertig jaar terug op een begraafplaats in Bogota namen, waren de sleutel in de zoektocht naar de lichamen van vermisten van de bestorming van het Paleis van Justitie.

STEUN RO

BOGOTA, 6 November 2015 – Vandaag was het dertig jaar geleden dat een groep van vijfendertig bewapende M-19 guerrilla’s het Paleis van Justitie in Bogota overnam. Zij wilden de aanwezige opperrechters dwingen om ter plekke een rechtszaak te voeren tegen de toenmalige president, Belisario Betancourt en zijn minister van defensie, omdat zij het vredesverdrag zouden hebben verbroken. De staat reageerde hierop door het leger in te zetten, die het Paleis binnenvielen met tanks, ondanks de smeekbedes van onder andere in het Paleis aanwezige opperrechter Alfonso Reyes Echandia om een dialoog aan te gaan met de guerrilla’s. Er werd een bloedbad aangericht waarbij meer dan honderd mensen omkwamen, waaronder bovengenoemde opperrechter. Dertien mensen, vooral medewerkers van de kantine, werden voor het laatst gezien toen zij levend het paleis verlieten. Elf daarvan bleven langdurig vermist.

De gebeurtenissen van die dag zijn altijd een punt van discussie geweest in Colombia: was de reactie van de staat buitenproportioneel, of hadden de M-19 leden het over zichzelf afgeroepen door geweld te gebruiken bij het innemen van het Paleis? Vandaag bood voor het eerst een president van Colombia zijn excuses aan voor wat er gebeurd is, en beloofde zich ervoor in te zetten om ook de restanten van de acht overgebleven vermisten te vinden – afgelopen maand werden namelijk de restanten van drie van de elf vermisten geïdentificeerd, en een sleutel in die identificatie waren de foto’s die twee Nederlandse journalisten maakten.

Om te weten wat het verhaal hierachter is, moeten we terug naar dertig jaar geleden, naar een ochtend op in januari 1986.

Kunstnares Jira Yaya schildert vermiste Irma Franco. Beeld: Eline van Nes
Kunstnares Jira Yaya schildert vermiste Irma Franco.
Beeld: Eline van Nes

‘Die klootzakken van het Paleis’

Twee en een halve maand na de bezetting liepen de Nederlandse journalisten Harry van der Aart en Jan Thielen een begraafplaats in het zuiden van Bogota op. Ze hadden een tip gekregen dat er daar wekelijks op zaterdagochtend lichamen gedumpt werden. Het zou om doden gaan die nooit geïdentificeerd waren: verdrinkingen, ongelukken, moordslachtoffers. Thielen en Van der Aart waren in Bogota om sfeerreportages over het geweld in de stad te maken.

Het was een koude ochtend – Bogota heeft op 2.600 meter zeker geen tropisch klimaat – toen de journalisten op de begraafplaats stonden te wachten. Al snel kwam er een gammel oud busje aangereden. De achterdeuren werden opengegooid en een groep mannen begon inderdaad verkoolde en opgezwollen lichamen uit te laden om die in een van tevoren gegraven graf te dumpen. In sommige lichamen waren kogelgaten te zien. De mannen hadden overalls aan van de plaatselijke vuilnisdienst. Van der Aart maakte er foto’s van, Thielen werd onwel. Maar er was een opmerking die hun aandacht trok: ‘Dit zijn die klootzakken van het Paleis.’

De Nederlandse journalisten vertelden wat ze gezien en gehoord hadden aan de bekende mensenrechtenadvocaat dr. Eduardo Umaña Mendoza, in de hoop dat hij het verder zou uitzoeken. Zelf moesten ze snel daarna het land uit. Thielen woonde in Buenos Aires, waar hij na vier jaar Bogota naartoe was verhuisd, en Van der Aart had zijn bestaan als kunstenaar in Nederland – voor hem was dit een reportagereis van een paar maanden. De twee jeugdvrienden deden dat iedere twee jaar.

‘Ik had het gevoel dat we gevolgd werden.’

Wat ze die ochtend precies gezien hadden, wisten de twee niet zeker. Van der Aart vertelde Reporters Online: ‘Ik had wel het gevoel dat daarna we gevolgd werden. Al op de begraafplaats was er een man die iets terzijde stond van de anderen, die erg intens naar ons had gekeken.’

M-19 demobiliseerde eind jaren tachtig. Enkele van hun oude leden gingen de politiek in – Gustavo Petro schopte het zelfs tot burgemeester van Bogota, van 2012 tot dit jaar. Harry van der Aart nam een baan aan in Nederland als kunstdocent, waarmee voor hem het journalistieke bestaan voorbij was. De beelden van die dag zouden hem echter altijd bijblijven.

Van der Aart: ‘Het was niet voor het eerst dat we lijken zagen die dag, aangezien we ook de oorlog in El Salvador hadden verslagen. Daar heb ik genoeg gezien. Het schokkende was echter de volslagen respectloze manier waarop met de lichamen omgesprongen werd, alsof het afval was.’

Thielen vervolgde zijn journalistiek carrière nog tientallen jaren, en schreef veel over de familie Zorreguieta. Uiteindelijk stopte ook hij met de journalistiek, om een gasthuis in Bahia, Brazilië, te runnen. In 2008 kwam hij er echter bij toeval achter dat de elf van het Paleis nog altijd vermist waren. Ook ontdekte hij dat dr. Umaña in 1998 was vermoord en het verhaal met zich mee naar het graf had genomen. Thielen nam contact op met Van der Aart en ze besloten samen het Colombiaanse weekblad Semana te benaderen. Ze vertelden opnieuw hun verhaal en stuurden de foto’s op. Uit de foto’s viel goed af te maken waar het graf zich moest bevinden.

Jorge Franco Pineda, broer van Irma Franco. Beeld: Eline van Nes
Jorge Franco Pineda, broer van Irma Franco.
Beeld: Eline van Nes

Heropenen van het graf

Een aanklaagster ging actief met hun informatie aan het werk, maar vreemd genoeg wilde de familie van de vermisten toen niet dat het graf heropend werd. Thielen heeft altijd vermoed dat dit met de financiële compensatie die de overheid aan familie van vermisten bood, waarover vorig jaar een uitspraak is gedaan door het Inter-American Court of Human Rights.

‘Wat er ook speelde toen,’ vertelde Thielen aan Reporters Online, ‘Er leek een grens te zijn waar ik niet overheen moest. We moesten niet door blijven vragen om het graf te openen.’

Zelf was Thielen altijd overtuigd dat hij destijds de vermisten gedumpt had zien worden, vermoedelijk nadat deze door het leger waren gemarteld en in brand gestoken. Afgelopen 21 oktober werd bekendgemaakt dat de stoffelijke resten van drie van de elf vermisten zijn gevonden. De restanten van Lucy Amparo Oviedo Bonilla werden gevonden in twee dozen in een opslag van de overheid, en de twee anderen, Cristina del Pilar Guarín Cortés en Luz Mary Portela León werden gevonden in twee verschillende graven. De foto’s die Van der Aart destijds maakte waren inderdaad een sleutel tot het vinden van een van de twee graven. De rechtszaak tegen de legerkopstukken uit die tijd is nu uitgebreid met een beschuldiging van mishandeling van kantinemedewerkers en bezoekers aan het Paleis.

‘Het doet me een genoegen om dit allemaal te horen,’ vertelde Thielen. ‘Maar het is ook moeilijk. Ik kende M-19 guerrilla’s en rechters die die dag zijn overleden persoonlijk vanwege mijn journalistieke werk in Colombia, waardoor ik niet graag terugdenk aan wat er is gebeurd.’

Herdenking

De vele regen vandaag, precies dertig jaar na de bezetting van het Paleis, was een toepasselijk decor voor de herdenkingsdienst. Op het podium staat een bandje te spelen. De microfoon van de zanger staat te hard, en valt af en toe uit. Enkele mensen staan in groepjes onder paraplu’s verscholen toe te kijken; een oudere man met een M-19 vlag die zichzelf Victor Hugo noemt gaat geduldig in discussie met voorbijgangers over de gebeurtenissen van toen.

Het Paleis wordt spiritueel gereinigd. Beeld: Eline van Nes
Het Paleis wordt spiritueel gereinigd.
Beeld: Eline van Nes

Maar ook veel familieleden van de elf vermisten zijn aanwezig op de herdenking. Zo is de 67-jarige Jorge Franco Pineda gekomen om zijn zus Irma Franco te herdenken. ‘Het zijn dertig jaren van onrecht geweest,’ vertelt hij Reporters Online, en wijst naar het Paleis van Justitie. ‘Het is dertig jaar geleden dat mijn zus levend dit gebouw verliet, om in een wagen van het leger te stappen en vervolgens te verdwijnen. Dertig jaar waarin wij de waarheid willen. Het is een hulp dat er nu drie vermisten geïdentificeerd zijn, maar er zijn nog acht anderen waarvan wij nog altijd niets weten.’

Wat betreft de rol van de Nederlandse foto’s zegt hij: ‘Er is altijd veel hulp vanuit de internationale pers geweest, van mensen die erg toegewijd waren.’

Gedurende de dag loopt het plein langzaam vol met mensen, en begint de herdenking steeds meer op een festival te lijken. Een hiphop zanger kondigt zijn volgende nummer aan, dat ‘Waar zijn ze?’ heet. Maar wanneer het om zes uur donker is geworden, worden op de muren van het nieuwe Paleis van Justitie videobeelden geprojecteerd van dertig jaar geleden: de tanks die het gebouw binnenrijden, de gezichten van de vermisten, de gevechten. Wanneer het op dat moment ook weer begint te stortregenen, is de emotie van het herdenken weer helemaal terug in de mensenmassa.

Discussie met Victor Hugo van M-19. Beeld: Eline van Nes
Discussie met Victor Hugo (links) van M-19.
Beeld: Eline van Nes

De gesimplificeerde versie van de Amerikanen

In de Netflix serie Narcos wordt het als feit geponeerd dat Pablo Escobar de actie van de guerrilla’s heeft gepland en gefinancierd, zodat bewijs dat in het paleis lag vernietigd zou worden. De drugsbaron en de guerrilla’s zouden een gemeenschappelijk doel hebben gehad: uitlevering aan de VS voorkomen. Er is echter nooit sterk bewijs geleverd dat Escobar inderdaad een miljoen dollar aan M-19 zou hebben betaald, en volgens Thielen is de link tussen de twee groepen volslagen belachelijk.

‘Iedereen die iets weet van de geschiedenis van Colombia, weet dat zij nooit zouden samenwerken. Escobar had in die tijd een verbond met de geheime dienst van Colombia, en dat was dezelfde geheime dienst die M-19 guerrilla’s systematisch opjaagde en doodde. De Amerikanen kijken graag naar een gesimplificeerde versie van Colombia: M-19 was guerrilla, dus communistisch en bereid om met iedere crimineel in het land samen te werken. Zo simpel is het niet. M-19 bestond niet uit communisten, en zou al helemaal niet samenwerken met iemand als Escobar.’

Jurriaan van Eerten (1983) is freelance journalist. Zijn werk is o.a. gepubliceerd in Het Parool, Trouw, Vice en Al Jazeera English. Samen met fotografe Eline van Nes maakt hij human-interest verhalen over Latijns-Amerika. Zij willen niet de politicus op wie gestemd wordt belichten, maar juist de persoon die het stemvakje inkleurt.