Welbeschouwd zijn de Nederlandse schoolmaaltijden nog slechter dan de Engelse. Ze bestaan namelijk helemaal niet. Terwijl er steeds meer voor te zeggen valt om kinderen op school een warme maaltijd te serveren. En dan meteen maar biologisch, graag. Voor het zover is, moeten er nog heel wat hobbels worden genomen. Door Michiel Bussink

STEUN RO

Elke doordeweekse dag verorberen Italiaanse scholieren een miljoen biologische maaltijden. Dat zijn geen boterhammen met hagelslag, maar volwaardige warme driegangenmaaltijden. Het is een van de pijlers onder de gestage groei van de Italiaanse biologische landbouw: boor zo veel mogelijk uiteenlopende afzetkanalen aan. Niet alleen via supermarkten, maar ook via horeca, export, en dus ook scholen. Dat roept de vraag op: zijn scholen misschien ook voor de Nederlandse biolandbouw een interessante manier om hun producten aan de man te brengen? Zo gek is dat niet: in vrijwel alle andere Europese landen krijgen kinderen tussen de middag een warme maaltijd op school.

In Rome zijn bezoekjes aan biologische boeren een vast onderdeel in het schoolmaaltijden-programma

'Ik ben een deskundige van niks', reageert Hans Rutten ironisch op de stelling dat hij de schoolmaaltijdendeskundige van Nederland is. Rutten werkt als landbouweconoom en stafmedewerker van InnovatieNetwerk sinds 2007 aan het programma Samen Goed Eten: een zoektocht naar manieren om er voor te zorgen dat kinderen samen overdag een fatsoenlijke maaltijd op school krijgen. Dat gebeurt in Nederland vrijwel niet, vandaar dat 'deskundige van niks'.

 

Toch is het volgens Rutten om verschillende redenen een goed idee om op de Nederlandse scholen warme maaltijden te gaan serveren. ‘Als je wilt werken aan een duurzame voedselproductie, dan moeten we meer respectvol omgaan met ons eten. Het is belangrijk en slim daar zo vroeg mogelijk mee te beginnen, dus kom je uit bij scholen.’

Daar komt bij dat het vaak niet best gesteld is met de huidige schoollunches: als het meezit een thuis gesmeerde boterham die vaak snel naar binnen wordt gepropt, in het slechtste geval voorverpakte koeken, chips, chocoladerepen, snoep of soms helemaal niks. Met overgewicht en slecht lerende kinderen als vervelende gevolgen: uit onderzoek is gebleken dat kinderen die een fatsoenlijke maaltijd krijgen, na de middagpauze meer energie hebben, zich beter kunnen concentreren en makkelijker de lesstof oppikken.‘Maar het allerbelangrijkste vind ik dat kinderen het plezier van samen lekker eten leren ontdekken.’

Smaaklessen

Het succes van de Smaaklessen was voor Rutten een aanmoediging om ook met schoolmaaltijden aan de gang te gaan. Onder aanvoering van de kokende wervelwind Pierre Wind worden er sinds 2004 op een groot aantal scholen Smaaklessen gegeven, ondersteund door het InnovatieNetwerk. In 2010 deden 2500 basisscholen mee, oftewel 350.000 kinderen. Dat smaakte naar meer, want met één keer per jaar twee uur eetles, ben je er natuurlijk niet.

Het InnovatieNetwerk startte onderzoeken, pilots, handleidingen, websites (www.samengoedeten.nl) en een landelijk Platform Schoollunches (met ex-politica Marijke Vos als voorzitter) om het warme eten op school te promoten. Onder andere op basisscholen in Amsterdam en Rotterdam werd ervaring opgedaan. Er blijken veel hobbels op de weg naar een breed ingevoerde schoolmaaltijd in Nederland. ‘Een grote sta-in-de-weg is het ontbreken van organisatiecapaciteit’, vertelt Rutten. Eten inkopen, voor bordjes, bestek en de afwas zorgen, betaling van de ingrediënten en maaltijden, een geschikte keuken regelen, een plek om te eten. Wie moet dat allemaal doen en tegen welke kosten?

In veel basisscholen ontbreekt het vaak aan een keuken of een plek om te koken, die bovendien aan strenge hygiëne-eisen moet voldoen. Bij de nieuwbouw van een school zou daar rekening mee gehouden moeten worden, maar zelfs dat is lastig. ‘Een basisschool die al schoolmaaltijden had, wilde in de nieuwbouw een keuken. Maar kreeg dat toch niet voor elkaar omdat alleen de vierkante meters voor onderwijs werden gefinancierd’, vertelt Rutten. Alleen in brede scholen, waar kinderopvang bij in zit, is het wat makkelijker om een keuken te realiseren. En soms is het probleem te omzeilen door de keuken van bijvoorbeeld een naburig verzorginstehuis te gebruiken.

Inspiratie uit het buitenland

Dankzij Jamie Oliver weten we dat de Britse schoolkinderen tussen de middag wél een warme maaltijd krijgen, maar dat de kwaliteit daarvan vaak erbarmelijk is. Of was, want de kruistocht van Oliver heeft er voor gezorgd dat er weer aandacht is voor de fatsoenlijk eten en dus óók voor biologisch op school. De Soil Association, belangenclub voor de Britse biologische landbouw, voert bijvoorbeeld met de Food for Life Partnership flink campagne voor ‘verse, lokale, biologische seizoensmaaltijden’ op school.

Het programma, waaraan 3800 Engels scholen meedoen, draait inmiddels vijf jaar en is een groot succes: kinderen zijn veel meer groenten en fruit gaan eten, de leerprestaties gingen er op vooruit en de lokale economie wordt er door gestimuleerd. De Soil Association heeft een bronzen, zilveren en gouden keurmerk voor schoollunches ingevoerd, waarbij goud de strengste criteria kent. Voor ‘gouden’ schoolmaaltijden moet minstens dertig procent van de ingrediënten biologisch zijn, bovendien zuivel, vlees en eieren volledig biologisch en de helft van de ingrediënten lokaal geproduceerd.

Het InnovatieNetwerk gaat onderzoek doen naar de verschillende buitenlandse schoollunchprogramma’s om die zodoende te kunnen vergelijken. Duitsland is bijvoorbeeld interessant omdat daar in het westelijke deel tot voor kort geen traditie van warme schoollunches was, maar inmiddels wel aan het ontstaan is. Duitsers zijn, meer nog dan de Nederlanders, gespitst op gezonde voeding voor hun kinderen, waardoor niet vreemd wordt aangekeken tegen biologisch op kinderdagverblijven en inmiddels ook op scholen. Op de Duitse Vrije Scholen (‘Waldorfschulen’) is biologisch en biologisch-dynamisch eten sowieso de norm.

Zolang de Nederlandse kinderen nog niet aan de schoolmaaltijden zijn, is het interessant te kijken of dat wat er dan wél op school aan eten en drinken wordt geserveerd, dan misschien eko kan worden. Ketenmanager Maurits Steverink was in het verleden betrokken bij een project voor biologische schoolmelk, samen met de Milieufederaties en Campina. Het project liep uiteindelijk stuk op de ‘kostbare logistieke route’ van biomelk.

De kosten zijn ook de precies de reden dat schoolfruit, dat op een groeiend aantal scholen wordt gegeten, niet biologisch is. ‘Het moet allemaal ontzettend goedkoop, soms zelfs onder de kostprijs, en logistiek moet het kloppen’, vertelt Michael Wilde van biologische groothandel Eosta. Naturelle, de biologische tak van The Greenery, bevestigt dat het moederbedrijf betrokken is bij schoolfruit, maar dat biologisch daarbij tot nu toe geen optie is. Want dat is nu eenmaal niet het goedkoopst.

Meer bewustzijn over eten, een betere eetcultuur, dat is wat er in Nederland, inclusief de scholen, in eerste instantie moet gebeuren. ‘Eerst maar eens voeding en koken het onderwijs inbrengen, zonder over biologisch te preken’, vindt Maurits Steverink. Het idee is dat als je beter weet waar het eten vandaan komt, je je vanzelf ook meer druk maakt over duurzaamheid én dus waardering krijgt voor biologisch. Daar ligt trouwens wel een mooi aanknopingspunt voor bioboeren.

‘Basisschoolleerlingen vinden het heel erg leuk als er een boer of een kok in de klas komt. In de hoek van de biologische boeren en streekproducenten is dat makkelijker om te organiseren, dan via de vaak anonieme ketens van de gangbare landbouw ’, vertelt Rutten. Steverink weet zo al heel wat biologische boeren die excursies voor scholen organiseren. Een mooie manier om school en biologische landbouw met elkaar te verbinden. In Rome zijn bezoekjes aan biologische boeren een vast onderdeel in het schoolmaaltijden-programma. Zodat een flink deel van de Romeinse kinderen weet hoe tomaten groeien en hoe de teler er uitziet. Waardoor de tomatensaus bij de spaghetti op school extra lekker smaakt. En spaghetti, daar zijn Nederlandse kinderen óók dol op.

    Ondernemend journalist Tjitske Ypma is idealist, schrijver, moeder en organisator. Ze werkt aan duurzaamheid dichtbij huis. Biodiversiteit en samen-leven zijn haar speerpunten. Op Reporters online is af en toe wat vrij werk te vinden.