Nederland begint een nieuwe militaire missie in Mali. In de stad Kidal komen de tegenstanders van de Nederlandse militairen samen. Front Mali, deel 2.

STEUN RO

De dreiging kan de bezoeker aan de woestijnstad Kidal onmogelijk ontgaan. Direct bij het verlaten van het C-130 transportvliegtuig, waarvan de propellermotoren blijven draaien, word ik bij de arm genomen en in een gepantserde auto geduwd. 'Ik ben je veiligheidsman', zegt een slanke Libanees. 'Je mag me Chris noemen. Ik zorg ervoor dat je in één stuk blijft.' Vol gas rijden we weg, gadegeslagen door bewoners leunend tegen de bruine muren van hun adobe huizen.

Met het geweer in de aanslag houden ze bestuurders van ezelwagens op een afstand

High value target

Een paar honderd meter verder verspreidt een brandlucht zich in de cabine. We stoppen en springen uit de wagen. Kortsluiting in de bedrading. Het toch al zware voertuig heeft blijkbaar moeite met de enorme hitte van rond de vijftig graden in Noord-Mali. Van angst is geen sprake bij de Libanees. Hij roept iets door de walkie-talkie en vrijwel direct duiken Franse militairen op die een veiligheidskordon rond de gestrande auto leggen. Met het geweer in de aanslag houden ze bestuurders van ezelwagens en mannen met blauwe tulbanden op een afstand.

MNLA-rebellen

Een nieuwe auto komt aangesneld. We stappen over, en binnen vijf minuten is de vracht afgeleverd achter de met hekken, prikkeldraad en wachttorens afgezette compound van de Verenigde Naties. Veiligheidsman Chris haalt opgelucht adem. Op 2 november vorig jaar kwamen in deze noord-oostelijke stad twee journalisten van Radio France Inter, Claude Verlon en Ghislaine Dupont, om het leven.

O ja, en na zes uur mag niemand de basis af

Het tweetal werd ontvoerd en enkele kilometers buiten de stad omgebracht. 'Buitenlanders zijn een high value target,' waarschuwt hij elke keer als ik in zijn ogen iets doms doe, bijvoorbeeld door zelf het autoportier te openen zonder dat hij een 'ok' heeft gegeven. 'Niet lopen in het centrum. Alle verplaatsingen in gepantserde voertuigen,' luiden zijn overlevingstips. O ja, en na zes uur mag niemand de basis af. 'Dat is niet erg, er is toch niets te doen in de stad.' 's Avonds staat als troost kamelenvlees op het menu.

Leila Bouchebouba-Brodin

In Kidal, de 'head of office' van de VN-stabilisatiemacht in Mali Minusma, lijkt de Algerijns/Frans/Zweedse Leila Bouchebouba-Brodin lijkt zich weinig aan te trekken van de ongemakken. Ze schenkt luxe Nespresso, gebrouwen met haar eigen koffiezetapparaat, in een kale stenen ruimte zonder ramen. Als zetel wijst ze me een houten kruk aan. 'De hele post is nog in opbouw,' verontschuldigt ze zich. 'Er moet zelfs nog een bunker worden gebouwd.'

'De koffie is anders prima,' complimenteer ik haar.

Rommelt het in Kidal, dan dondert het ook in Gao

De VN-macht in de regio Kidal bestaat uit Afrikaanse soldaten en wordt versterkt met een contingent militairen uit Bangladesh en Cambodja tot in totaal 1.500 manschappen. Het Malinese leger heeft er zo'n duizend man rondlopen. De situatie hier is bepalend voor 450 Nederlandse militairen die vanaf begin mei enkele honderden kilometers zuidelijker zijn gelegerd in Gao. Rommelt het in Kidal, dan dondert het ook in Gao.

'Het wordt tijd dat de situatie verbeterd,' zegt Leila terwijl ze tuurt op haar laptop. Een groep van vijf medewerkers van het Rode Kruis komt deze dag vrij na twee maanden gevangenschap. Ze waren ontvoerd op de weg tussen Kidal en Gao. Aan de lopende band worden mensen gegijzeld. Voor veiligheid in het enorme gebied is een grote troepeninzet nodig, want de weerstand groeit. 'We zien een toename van het aantal bermbommen van steeds betere kwaliteit.'

'Azawad! Mali no'

De taak van Minusma is de strijdende partijen bij elkaar te brengen en de veiligheid te vergroten, stelt ze. En dat is een zware klus. Alle gerechtsgebouwen zijn geplunderd. Ambtenaren weggejaagd. In het centrum van Kidal maken winkeliers met Toeareg, Moorse of Arabische achtergrond elkaar het leven zuur voor het laatste stukje handel. Banditisme als mensenhandel en de smokkel van tabak en drugs tiert welig. Half december werd de enige bank in heel Noord-Mali opgeblazen door een zelfmoordterrorist waarbij twee Senegalese militairen van Minusma omkwamen.

Gemengde Minusma-Malinese politiepatrouille

Als eerste stap in de goede richting wijst Leila naar de samenwerking van de Verenigde Naties met de lokale politie die gezamenlijke patrouilles rijden. 'Het is een begin. Maar er bestaat veel wantrouwen.' Ze regelt graag een tocht voor me.

In de stad lijken lokale jongeren die we in kolonne passeren weinig te voelen voor een vernieuwde samensmelting met de Malinese overheid. Lang is dit Sahel-gebied, dat tweederde van heel Mali bestrijkt, achtergesteld. Geasfalteerde wegen zijn nagenoeg onbestaand en een universiteit vind je er niet. De scholen zijn al drie jaar dicht. Met hun vingers in de V-victorie roepen ze in koor 'Azawad! Mali No.' Azawad is de naam van de onafhankelijke Toeareg-staat waar de rebellen zich voor inspannen.

In de schaduw van een afdak vertelt veldwerker Ousseni van de hulporganisatie AEN dat er ook snel een oplossing gevonden moet worden voor de humanitaire nood. Volgens zijn tellingen is 75 procent van de circa 70.000 inwoners van de regio Kidal ontheemd. 'Ze hebben hun huizen in de steden en dorpen verlaten uit angst voor confrontaties. Ze leven in de woestijn. Er bestaat veel ondervoeding.'

MNLA

Elders in de stoffige stad, waar de wind zwarte plastic zakken in de droge takken van de weinige bomen blaast, vertelt de woordvoerder van de belangrijkste Toeareg-partij, de Nationale Bevrijdingsbeweging voor Azawad MNLA, Ambeiry Ag Rhissa (70), dat de wens tot afscheiding niet afneemt. 'We vechten voor een vrij land sinds 1963.' De laatste opstand was in januari 2012, toen Toearegs met hulp van jihadisten op weg waren naar de hoofdstad Bamako. Een Franse interventie in januari 2013 kon de opmars ternauwernood stoppen.

Inmiddels zijn de MNLA en de collega-rebellengroep 'Hoge raad voor de eenheid van Azawad' zwaar gebrouilleerd met een allegaartje van verschillende jihadisten uit Noord-Mali: van de 'Ansar Dine', de 'Beweging voor Eenheid en Jihad in West-Afrika' dat ook opereert onder de naam 'Al Murabitun', tot 'Al Qaida in de Islamitische Magreb'. Woordvoerder Ambeiry zegt dat negen van zijn strijders de laatste vijf maanden omgekomen zijn in de onderlinge strijd. 'De jihadisten willen een islamitische theocratie. Onze MNLA maakt van religie geen probleem.'

'De regering van Mali speelt met onze voeten'

De internationale gemeenschap vraagt hij om werk te maken van de vrede. Op 18 juni vorig jaar tekenenden de Malinese regering en zijn beweging een akkoord in Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso. Daarin staat dat zestig dagen na de benoeming van de Malinese regering, nu onder leiding van president Ibrahim Boubacar Keïta, een intensieve dialoog tussen de partijen zou starten. En dat is in zijn ogen niet gebeurd. 'De regering van Mali speelt met onze voeten. Toeareg-gevangenen worden niet vrijgelaten, arbitraire arrestaties gaan door en de buitengerechtelijke executies door het Malinese leger stoppen evenmin.' Zijn geduld raakt op. En om dat te tonen, wil hij graag zijn troepen tonen.

Afweergeschut

De volgende dag zwaait de poort van een voormalige Malinese kazerne open. In een brede kring staan pick-ups opgesteld met in de laadbak afweergeschut of zware machinegeweren. De militair verantwoordelijke, de in een donkergroene djellaba gehulde kolonel Leche Ag Didi, vertelt vol trots dat zijn macht ruim 9.000 strijders telt, dus een serieuze tegenstander. Voor de Nederlandse militairen is hij niet bang. 'Ze komen toch uit naam van de internationale gemeenschap?'

Vraag is alleen of de Nederlandse militairen het onderscheid kunnen maken tussen Toearegs en jihadisten

Vraag is alleen of de Nederlandse militairen onderscheid kunnen maken tussen Toearegs en jihadisten. Hij hoopt van wel. Intussen heffen bij elk geschut rebellen hun spreekkoor aan: 'Azawad, Mali no.' Een sympathisant, werkzaam voor een hulporganisatie, waarschuwt dat als er in de onderhandelingen niet snel spijkers met koppen worden geslagen, de problemen opnieuw gewapenderhand zullen worden beslecht.

Zoiets als autonomie moet toch mogelijk zijn. 'Een Toeareg is cultureel toch heel anders dan een neger uit het zuiden,' stelt hij. Daarbij is de animo om opnieuw te vechten groot. Werk is er nauwelijks. Zes op de tien kostwinnaars in de regio Kidal beschikt over een wapen. 'Veel Toearegs zullen niet nog twee jaar wachten.'

Bekijk hier het videoverslag dat Arnold Karskens voor The Post Online maakte.

http://youtu.be/HvvuNWl0qXw

    Arnold Karskens is Neerlands meest onafhankelijke en ervaren oorlogsverslaggever. Muckraker. Nachtmerrie voor nazi’s en andere oorlogsmisdadigers. Auteur van tienŒ boeken. Onderzoeksjournalist die nooit ‘nee!’ als antwoord accepteert. Lastig, dwars & gehaat door zijn vijanden, maar Last Man Standing voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.